Log in

Borgerhout: Asterix aan de Schelde

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

In augustus 2000 meldt oud-De Morgen-journalist Rudi Rotthier zich aan in een gesjeesd hotel in de Terlostraat met uitzicht op de stukgegooide ruiten van een gesloten plasticfabriek: Hotel Fabiola. Vier maanden lang schrijft hij Borgerhout op.

Hotel Fabiola, want Rotthier noemt zijn boek naar zijn tijdelijk arendsnest, is het portret van een district dat in de touwen ligt. 'Ook in het licht van de zon kijken de bewoners neerwaarts en somber', noteert de schrijver wanneer hij van het Jan Borluutplein naar het Groeningerplein wandelt. Zelfs bij de Borgerhoutse positivo's, zoals Rotthier ze meesmuilend benoemt, sluipt de twijfel binnen. Na de zoveelste verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok vertrouwt een vrouw hem toe: 'Ik ben moe. Al twintig, misschien al dertig jaar, werken we aan de buurt. En keer op keer winnen de anderen. Keer op keer drukken we op de verkeerde knoppen, of op de juiste knoppen, maar dan worden die anders geïnterpreteerd.'

De stembusgang die de vrouw zo van slag brengt vormt het orgelpunt van Rotthiers boek. In 2000 kiest de Antwerpenaar niet alleen de gemeenteraad maar voor het eerst ook de districtsraad, want de politiek moet dichter bij de burger. In Borgerhout klopt het Vlaams Blok af op 35%. Geen mens die ervan opkijkt. Aan de Schelde heeft extreemrechts in die periode een bastion en haar postcode is 2140. Ter herinnering: het Blok brak in 1988 door in Antwerpen. Overal haalde het rond de 17%. Weet u hoeveel Dewinter en co. in Borgerhout scoorden? 27%. Drie jaar voor Zwarte Zondag!

Van extreemrechts bastion tot linkse enclave

Ruim twaalf jaar nadat Rudi Rotthier zijn boek de wereld inschopte begon ik zelf te lanterfanten in Borgerhout. Maar wel om een totaal ander verhaal te noteren: het relaas van twee politieke experimenten die hier na de districtsraadsverkiezingen van 2012 samenkwamen, de eerste coalitie ooit in de geschiedenis van dit land tussen sociaaldemocraten, groenen en marxisten en de bestuurlijke ontmaagding van de Partij van de Arbeid. Van extreemrechts bolwerk naar decor voor nieuwlichterij? Op amper twee verkiezingen tijd? Een mens zou er voor minder Bredero bij sleuren.

Ik was natuurlijk ook gefascineerd door dat derde experiment: de oprichting van een linkse enclave op rechteroever. Want sinds 1 januari 2013 zijn de 3,93 vierkante kilometer Borgerhout de enige in Antwerpen waar de N-VA van Bart De Wever niet aan de macht is. Dan ben je niet ver van de openingsregels waarmee Gosciny en Uderzo elke aflevering van Asterix beginnen: 'Zo'n tweeduizend jaar geleden was Gallië bezet door soldaten van Caesar, de Romeinse veldheer. Héél Gallië? Nee, één kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakte het leven van de Romeinen bepaald niet gemakkelijk. Ik had meteen een titel: 'Asterix aan de Schelde'.

De tackles van het stadsbestuur – beide voeten vooruit – bleven niet lang uit: Borgerhout moest gestraft worden. In mijn boek beschrijf ik die clash uitvoerig, hier beperk ik me tot een zeer beknopte bloemlezing: een samenscholingsverbod op de Turnhoutsebaan omwille van een schimmige sms die niemand gezien had. Het plan om van het centrale Moorkenslein een open parkje te maken, nog beslist onder Patrick Janssens, werd begraven. Idem voor de voorziene nieuwe bibliotheek en sporthal. Het mobiliteitsbeleid gaf de auto consequent voorrang. De fascisten van N-SA kregen in eerste instantie groen licht voor een betoging tegen 'het oprukkende communisme' voor het districtshuis én op 1 mei. Een straatpicknick werd verboden. Tramlijnen werden afgebroken. Was Frank Underwood een Antwerpenaar geweest, hij zat op 't Schoon Verdiep.

'Pestgedrag', zo vatte De Standaard-journalist en Borgerhoutenaar Bart Brinckman dat een paar maanden geleden nog samen. 'Daarop entte zich een negatieve beeldvorming waarbij kwalijke incidenten werden uitvergroot of bepaalde bevolkingsgroepen werden geviseerd. De stad lekte een onderzoek dat de – foutieve – indruk wekte dat de informele economie belangrijker was dan de formele economie. Borgerhout leek een groot drugshol waar de modale Antwerpenaar het best wegbleef. De burgemeester, die heel wat verzoeken voor overleg negeerde, maakt van het district een perfecte metafoor: stem op mij of een driekoppige linkse draak – met communisten – krijgt het voor het zeggen.'

Politiek op straat

Districten zoals Borgerhout gaan over burgerlijke stand: uw huwelijksaangifte en uw paspoort. Ze gaan ook over straten en pleinen en groenbeheer, markten en lokale cultuur en nog een paar zaken. Allemaal niet te versmaden en zeer zeker interessant voor wie een hart voor plaatselijk beleid heeft. Maar nu ook weer niet van aard om uw kleine piratensloep een andere richting uit te sturen. De grote hefbomen zitten ontegensprekelijk in de stad, van sociaal werk tot mobiliteit, van huisvesting tot veiligheid. Reken daar het pestgedrag bij van onze parttime burgemeester en zijn ploeg en je bent geneigd te denken dat de roodgroenrode hemelbestormers met hun twee-straten-budget de voorbije zes jaar tot weinig in staat waren.

Maar schijn bedriegt. Zelf dreig ik te vinden dat de onuitgegeven ploeg die Borgerhout zes jaar bestuurde een aardig rapport kan voorleggen. Ik pik er één verwezenlijking uit: de 'pleinpatrons'. Dat project probeert de jeugdige Borgerhoutenaar te mobiliseren als vrijwilliger op een van de pleintjes. Wie zich geroepen voelt krijgt een vorming als monitor, trekt een blits T-shirt aan waarop in grote letters te lezen staat PLEINPATRON en wordt chef, aanspreekpunt en antenne tegelijk op het Krugerplein, het Terloplein of op het Koxplein. Het staat voor alles waar het beleid van De Wever niet voor staat. Terwijl de politie onder leiding van Serge Muyters in heel Antwerpen inzet op meer identiteitscontroles en meer camera's, weven de nieuwlichters uit 2140 een web over hun pleintjes, met hun eigen jongeren als belangrijkste pionnen.

De 'pleinpatrons' zijn een samenwerking tussen het districtsbestuur en jongerenorganisaties Jes en Kras en Samenlevingsopbouw. Ook dat is geen toeval. Het Antwerps stadsbestuur had, dixit armoede-expert Jan Vranken, een duidelijk marsbevel: dat van leermeester Dalrymple en idool Thatcher. Het Borgerhoutse districtsbestuur sloeg daarentegen de handen in elkaar met haar middenveld. Kijk naar de samenwerking met armoedeorganisatie Al Ikram, met de cultuurtempel De Roma, met handelaarvereniging Boho 2140, enzovoort. De roodgroenroden deden ook aan politiek op straat en in de wijken.

Laboratorium

Borgerhout is een laboratorium. Altijd geweest. Het Vlaams Blok werd hier groot, Rudi Rotthier kan er over meespreken. Maar er was niet alleen het Blok. Pater Luc Versteylen pende hier ooit de beginselverklaring van Agalev neer, de beweging die later uitmondde in de gelijknamige partij en de voorloper van Groen. Borgerhout was ook vruchtbare grond voor de Arabisch-Europese Liga (AEL) van Dyab Abou Jahjah. En in 2012 werd het district dus het decor voor de eerste samenwerking ooit tussen de drie linkse partijen en voor de eerste bestuursdeelname ooit van de PVDA.

Twee jaar geleden pleitte PVDA-voorzitter Peter Mertens voor een Borgerhout-scenario in heel Antwerpen. De wens is de vader van de gedachte, jazeker. Maar hoe bevrijdend zou dat zijn.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10