Log in

Dendermonde: ik ben nog steeds niet verliefd op jou

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Ik kijk vol verwachting uit naar hetgeen 14 oktober mij brengen zal. Tot die tijd blijf ik verloren lopen in een labyrint dat niet het mijne is.

Dendermonde. Ach. Dendermonde. De stad waar ik als jonge twintiger in verzeild geraakte. De stad die haar geschiedenis te danken heeft aan een folkloristisch paard. Niet zomaar een paard. Dat niet. Het heeft ook een naam: het Ros Beiaard. In de volksmond noemen ze het paard ook wel eens 't Peirt. In alle eerlijkheid moet ik toegeven dat ik er als jonge twintiger niet veel van begreep. Maar zelfs als vergevorderde dertiger begrijp ik nog steeds de hysterie die rond dat paard leeft niet. Maar dus Dendermonde. De stad waar ik nog steeds niet verliefd op geworden ben. De stad met heel wat bijzonderheden. De stad waarvan de bevolking nog geslotener is dan men de Berbers verwijt. Want dat is wie ik ben. Een Berber. En ook wij hadden in een ver verleden onze paarden. Wij hadden zelfs zwaarden waarmee we ten strijde trokken. Nog steeds trek ik ten strijde. Al heb ik intussen mijn paard en zwaard ingeruild voor een wapen dat krachtiger is: het woord.

De Standaard vroeg zich, in de aanloop naar deze gemeenteraadsverkiezingen, af of ik trots mocht zijn op de stad waar ik toevallig woon. Door middel van een online tool kwamen de sterktes en de zwaktes van Dendermonde naar boven drijven. Wat me meteen opviel was dat Dendermondenaars meer moeite hebben met mensen uit een andere cultuur dan de gemiddelde Belg. Was dit dan het antwoord op de vragen die ik me al jaren stel over Dendermonde? Hadden ze enige schroom om me te benaderen vanwege mijn cultuur? Zie ik er niet Belg genoeg uit? Zijn ze bang van me? Want hoewel ik in België geboren ben, en ik vlekkeloos Nederlands spreek blijf ik tot op de dag van vandaag met de vraag zitten waarom ik na al die jaren in Dendermonde nog steeds het gevoel heb dat ik er niet thuis ben? Is het in Dendermonde misschien te veel ieder voor zich? Speelt het wij-zij-verhaal hier een cruciale rol? Wat ik althans vaststel is dat men de werkzaamheden aan de brug die wij naar zij zou moeten verbinden al lang heeft stilgelegd. Oh! Men? Spreek ik nu zelf echt ook al in termen die de segregatie alleen maar in de hand werken? Laat me mezelf even verduidelijken: met men bedoel ik natuurlijk onze plaatselijke politici. Dat zijn en blijven in mijn ogen de best geplaatste mensen om de brug te slaan tussen wij en zij. Een fenomeen dat zich trouwens de afgelopen jaren overal ten lande voordoet. En waar sommige politieke zwaargewichten maar al te graag hun voordeel uithalen.

Toen ik net in Dendermonde kwam wonen, was er een voorval met een buurman - oh jee, ik had mijn wagen niet juist geparkeerd. De arme man wist niet beter dan me na enkele zinnen al aan te wijzen als 'die zwarte'. En ik herinner me ook een voorval met de ultrarechtse beweging Pegida rond het ter beschikking stellen van een leegstaand schoolgebouw aan minderjarige vluchtelingen. De enige eis die ik toen had was dat het taalgebruik van de rechtse beweging respectvol bleef. Dat bekocht ik bijna met mijn leven. Maar ik was niet in shock. Het bevestigde wat ik al wist: onbekend is onbemind. Wie me kent weet dat ik te beminnen val. En wie me niet kent ziet alleen maar die opstandige, tegendraadse, eigenzinnige, anarchistische, vrije vrouw voor zich staan. Niet per toeval de basiskenmerken van een Berber. En waarschijnlijk een ware hel voor mensen die de dingen graag gestructureerd voor zich hebben.

Tot zo ver mijn begrip. Want hoewel ik onze burgervader niet persoonlijk ken heb ik vaak het gevoel dat hij zich maar wat graag onder de mantel der liefde wegsteekt. Moeilijkheden worden liever toegedekt dan ze te bespreken. Mensen die de taal niet spreken en als bij toeval in Dendermonde terechtkomen, worden liever van hier naar daar gestuurd dan dat men hen met concrete oplossingen te woord staat. En dus heb ik nood aan iemand die de mantel der liefde van zich afschudt en gericht inzet op waarden die het samenhorigheidsgevoel verhogen. Ik heb nood aan iemand die erin slaagt om de verschillende lagen van de bevolking samen te brengen in plaats van ze verder te verdelen. Ik heb nood aan iemand die de dialoog op gang brengt zonder het gemeenschappelijk doel uit het oog te verliezen. Ik heb nood aan iemand die niet de andere kant op kijkt maar de dingen onder woorden brengt zoals ze zijn. Is het utopisch om te denken dat het geheim van een goed draaiende stad er één is waarin het bestuur openheid uitdraagt en haar bevolking op die manier inspireert om ook verder te kijken dan hun neus lang is? En ik ben bereid om hier een actieve rol in te spelen. Maar tot nog toe stel ik vast dat er voor mij helaas te weinig speelruimte is om al dartelend door onze stad te dwalen. En dus kijk ik vol verwachting uit naar hetgeen 14 oktober mij brengen zal. Tot die tijd blijf ik verloren lopen in een labyrint dat niet het mijne is.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10