Log in

Antwerpen en Gent, a tale of two cities

Sinds de verkiezingen van 2012 zijn er geen twee meer van elkaar verschillende stadsbesturen dan Antwerpen en Gent. Ideologisch, communicatief en beleidsmatig zijn ze mekaars tegenpool. Het is dan meer dan relevant om na te gaan wat dit tot gevolg had voor het beleid in die steden. Niet door een analyse van allerlei aangekondigde of doorgevoerde beleidsmaatregelen maar door in statistieken na te kijken wat er nu echt op 6 jaar tijd veranderd is voor de stadsbewoners.

GEMEENTERAADS­VERKIEZINGEN 2018

Links in de gemeenten: een voorbeschouwing
Johan Ackaert en Sofie Hennau
Versnippert Wallonië?
Pascal Delwit
Antwerpen en Gent, a tale of two cities
Geert Mareels
Jongeren hebben geen stem, wel een mening
Hannes De Reu

'Het was de beste der tijden, het was de slechtste der tijden, het was de eeuw van wijsheid, het was de eeuw van dwaasheid'. Charles Dickens lijkt met die oneliner de verschillende strategie van Bart De Wever en Daniël Termont te vatten. Ideologisch mekaars tegenpool. En waar Gent het nu 'samen' wil doen, hoor je in Antwerpen vaak klachten over wie er zich allemaal misdraagt, van migranten tot fietsers.

De belangrijkste vraag blijft toch wel welke stenen ze verlegd hebben in de rivier. Wat de effecten waren van 6 jaar lang bestuur. Idealiter hadden politicologen in 2012 een nulmeting gedaan op een reeks parameters zodat men in 2018 kon nagaan of er een verschil is. Hoelang duurt het om vanop 5 kilometer afstand naar het stadcentrum te geraken met verschillende vervoersmiddelen, hoelang duurt het om een sociale woning te kunnen huren, hoe verging het de daklozen, enzovoort.

Gelukkig publiceert het Agentschap Binnenlands Bestuur van de Vlaamse Overheid nu voor de zesde keer een 'stadsmonitor'.1 Daar vind je meer dan 200 indicatoren, waaronder 80 surveybevragingen. Voor de centrumsteden deden ze dit al 6 keer, waardoor ook evoluties in de tijd beter te vatten zijn. Belangrijk element is dat Gent al sinds 1989 socialistische burgemeesters had en Antwerpen sinds 2012 een N-VA-burgemeester. In Gent kan men dus een continuïteit in het beleid verwachten, in Antwerpen een trendbreuk.

ARMOEDE

Volgens alle parameters heeft Antwerpen een relatief armere bevolking dan Gent. Iets meer zeer lage belastingaangiftes, meer wanbetalers, meer personen met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Maar toch wonen in Gent aanzienlijk méér leefloners. De evolutie in een tijdlijn is ook flink verschillend. Rond de eeuwwisseling werden er zowat evenveel kinderen geboren in kansarme gezinnen. In Gent stijgt dat van 14% naar 22,7% in 2012 om dan weer af te nemen naar 21,5%. Antwerpen kent een gestage stijging van 16 naar 27,6% in 2016. Al in 2012 zijn er in Antwerpen 300 leefloners minder dan het jaar ervoor, tegen 2014 zijn dat er al 1.000 minder dan in 2011. Van dan af stijgt het weer flink naar 7.955 in 2017 of 1,53% van haar bevolking. In Gent zijn dat er 2%.

In die tijd gaf men voor de daling in Antwerpen als verklaring de automatische uitwisseling van informatie tussen het OCMW en de Kruispuntbank Sociale Zekerheid. 'Zo konden maatschappelijk werkers een grondiger sociaal onderzoek doen. Voorts is er een grote impact van het federale migratiebeleid: door een strengere aanpak is de instroom sterk verminderd. En ook het volgehouden activeringsbeleid van het OCMW speelt een belangrijke rol.'

Maar ook de stijging van het aantal leefloontrekkers is gedeeltelijk te danken aan de federale overheid. Vanaf 2015 was er een verschuiving van werkloosheidsuitkering naar leefloon. In het begin nog door een maatregel van de regering-Di Rupo in 2012.

Het opmerkelijke is toch ook dat in Antwerpen er flink meer rechthebbenden zijn op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering (toegekend door de mutualiteit) en minder leefloontrekkers (toegekend door het OCMW). Het Antwerpse OCMW is duidelijk aanzienlijk strenger.

CULTUUR EN VRIJE TIJD/SPORT

De cijfers in de categorie 'cultuur en vrije tijd' zijn wel zeer opvallend. Gent telt twee keer meer sportclubs maar zowat evenveel sportaccommodaties. In elke categorie scoort Antwerpen flink lager dan Gent.

En Gent heeft dubbel zoveel activiteiten inzake cultureel erfgoed, podiumkunsten, en drie keer meer 'sociaal-cultureel werk'. Antwerpen boert dan nog eens op alles achteruit tussen 2015 en 2016, behalve voor sport. Die tendens wordt ook bevestigd op de website van de Stad Antwerpen zelf.2 Gent stijgt dan weer op het ganse aanbod. Gent heeft ook veel meer gebruikers van de bibliotheek, en die statistiek dateert dan nog van 2 jaar voor de opening van De Krook. Gent scoort zelfs hoger qua toeristische overnachtingen, maar daar lijkt een statistiek 'per 1.000 inwoners' me weinig relevant. Een toerist kan maar naar 1 kathedraal gaan kijken en het heeft weinig belang hoeveel volk daarrond woont. Voor toeristen zijn Oostende, Brugge en Ieper de niet verrassende koplopers 'per 1.000 inwoners'.

Het geeft alles samen wel de indruk dat een Antwerpenaar zich wel moet vervelen, wat op straat rondhangen of naar de Gentse Feesten trekken.

HUISVESTING

In de voorbije legislatuur zijn er in Antwerpen 32 sociale huurwoningen bijgekomen, naar 22.546. Sinds 2004 kwamen er in totaal 272 bij. In Gent daalde het aantal huurwoningen in de laatste legislatuur met 138 naar 14.418. Dat heeft allerlei goede en slechte redenen, maar uiteindelijk zijn er na deze legislatuur netto minder sociale woningen in Gent, terwijl de nood zeker niet is verkleind. Wat huisvesting betreft is de bijdrage over Gent van Pascal Debruyne in de zomerreeks 'Mijn Gemeente, VK 14/10' op de website van Samenleving & Politiek3 zeker confronterend. Hij heeft het trouwens over 440 woningen minder rekenend tot eind 2017. In Antwerpen wordt flink gebouwd, maar gaat dit vooral naar een vernieuwbouw van het bestaande patrimonium. Voor 1/4 van de Antwerpse gezinnen met kleine inkomens zijn er sociale woningen en voor 1/3 van de Gentse. Op het einde van deze legislatuur hebben beide coalities niet echt een doorbraak opgeleverd voor het lenigen van de woonnood.

ONDERWIJS

De cijfers over onderwijs zijn vooral het gevolg van het algemeen onderwijsbeleid via de koepels, of een extra dimensie van het profiel van de bevolking zelf. Al is het wel interessant te zien dat 94% van de kleuters naar het kleuteronderwijs trekt. Die verplichting waar zoveel om te doen is gaat dus al niet over de grote getallen. Ook al als je ziet dat in Antwerpen in het lager onderwijs 42% van de kinderen Nederlands niet als thuistaal hebben. Het merendeel van de allochtone kindjes trekt dus wel al naar het kleuteronderwijs.

Waar we wél een verschil zagen, was het inschrijvingsbeleid om het kamperen voor de scholen te vermijden. Gent nam wel gewoon het digitale systeem van Antwerpen over, maar in Gent deden álle scholen mee, in Antwerpen mochten in 1/3 van de scholen de ouders nog kamperen voor de schoolpoort. Het systeem werd onlangs opgelegd, maar dan zonder de dubbele contingentering voor het secundair onderwijs dat voor N-VA niet aanvaardbaar was.

MOBILITEIT

De laatste jaren stond er geen onderwerp meer in de belangstelling dan de mobiliteit in de twee steden. De Oosterweelverbinding (en Lage Emissie Zone en de heraanleg van de Leien) en het mobiliteitsplan zijn allebei goed voor zowat 180.000 treffers op Google. Nu gaan de statistieken van de stadsmonitor slechts tot het jaar 2016, zodat we daar alvast geen effect zien van het Gentse circulatieplan dat op 1 april 2017 in werking trad en van het geleidelijk uitbreiden van de zone 30. De Stad Gent maakte in maart 2018 zelf een rapport op maar dat is niet echt vergelijkbaar aangezien daar enkel cijfers worden gegeven voor ongevallen in de binnenstad.4 Wat eigenlijk zinvoller is dan de verkeersveiligheid op het ganse grondgebied te meten, de steden hebben weinig impact op de veiligheid op de E17. Ik pikte er lukraak Kruishoutem uit, en die landelijke gemeente is relatief verkeersonveiliger dan elke centrumstad. Volgens de Gentse cijfers daalde het aantal ongevallen met 27% en het aantal slachtoffers met 31%. En viel daar geen enkele dode bij. Antwerpen pakte dan weer met eigen cijfers uit waarbij het aantal letselongevallen aanzienlijk lager ligt dan in Gent. Maar waarbij er dan weer wel 13 zwakke weggebruikers het leven lieten.

Gent meldt in haar evaluatierapport van maart 2018 ook de evolutie van de luchtkwaliteit per straat. Die gaat er in de binnenstad alvast op vooruit. Antwerpen meet een gelijkaardig effect, maar daar ten gevolge van de invoering van de Lage Emissie Zone. Op de site van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) met real time fijnstofmeting doet Gent het globaal wel beter dan alle Antwerpse stations, maar een meetstation in het Baudelopark lijkt me niet echt vergelijkbaar met een in Borgerhout.5 Alleszins opvallend is dat het aantal meetstations in het Gentse evaluatierapport van maart 2018 (p. 106) niet terugkomen in het zegebulletin over de Gentse luchtkwaliteit van eind augustus van de VMM. In maart klonk het nog: 'Op vijf ontsluitingswegen (Annonciadenstraat, Kunstlaan, Kortrijksepoortstraat, Nieuwewandeling en Rozemarijnstraat) stellen we een verslechtering vast. Dit is het gevolg van het omleiden van verkeer na het knippen van bepaalde assen met verkeerstoename en meer filevorming tot gevolg. Voor de R40 werd gemiddeld gezien een verslechtering van de luchtkwaliteit berekend.' In augustus geven de 'gekalibreerde' resultaten van VMM overal een verbetering van de luchtkwaliteit, ook op de R40.

Zoals veel elementen van mobiliteit, niet in het minst het openbaar vervoer, is een stad maar gedeeltelijk bevoegd. Bij de inrichting van Gewestwegen en autosnelwegen komt ze nauwelijks te pas. En het zwakke punt van het Gentse circulatieplan blijft het openbaar vervoer, waar de stad enkel maar beleefd aan De Lijn kan vragen om een tram meer in te leggen. En er moet mee leven dat het station Gent-Sint-Pieters meer dan 15 jaar een werf blijft. De trams en bussen die rijden blijken volgens het Gentse rapport sneller ter bestemming te komen.

Inzake mobiliteit is het in beide steden vroeg om het effect van het nieuwe beleid echt te vergelijken. Het Gentse mobiliteitsplan is nog maar een goed jaar van kracht, en in Antwerpen is de stad minder gepland en veel minder becommentarieerd al even sterk autovrij gemaakt door de verschillende openbare werken.

ECONOMIE

In de statistieken verrast de flinke stijging van de tertiaire sector in Gent tijdens de legislatuur, terwijl die net lijkt af te kalven in Antwerpen. Nochtans blijft de tewerkstelling in die sector van Handel en diensten ook in beide steden flink stijgen. Maar in Gent is de quartaire sector veruit de grootste werkgever, in Antwerpen veel minder. Het komt ook vreemd over dat in Gent de tewerkstelling in de Industrie nog stijgt met 1.300, terwijl die in Antwerpen net achteruitging met 2.200. Waardoor daar nu in beide steden zowat 26.700 mensen werken. In beide steden zijn er zowat 12% starters, en doorheen de legislaturen volgen hun beide curven op dat vlak mekaar perfect. Dus op het economisch vlak zijn de beide steden zowat mekaars evenbeeld.

VEILIGHEID

Gent is globaal iets onveiliger dan Antwerpen, maar voor een moord moet je toch in Antwerpen zijn. Gent is dan weer koploper 'diefstal en afpersing'. Maar met Leuven die het nog beter doet in die categorie zouden fietsdiefstallen door het studerend schorremorrie daar wel een doorslaggevende factor kunnen zijn. In Antwerpen is er globaal een flinke daling qua diefstal sinds 2002, maar er was een stijging tussen 2008 en 2012 die in de huidige legislatuur flink gekenterd werd. 'Misdrijven lichamelijke integriteit' stegen daar dan weer van 3.610 in 2000 naar 7.154 in 2011 en daalden naar 6.014 in 2016 (al houdt dat ook een stijging in vergeleken met 2015). Gent volgt zowat dezelfde curve.

In de categorie samenleven worden ook een aantal surveyvragen gesteld. Daar leren we dat de Gentenaar met 25% meer vertrouwen heeft in de medemens dan de Antwerpenaar met 19% 'hoog vertrouwen'. En dat vertrouwen daalde in beide steden. 28% van de Antwerpenaars namen deel aan buurtactiviteiten, 35% van de Gentenaars en daar stijgt die deelname nog flink. En inzake veiligheid is er een flink verschil, de Gentenaars voelen zich 15% veiliger in hun stad dan de Antwerpenaren. Maar dat hogere niveau is vrij stabiel, in Antwerpen nam het veiligheidsgevoel toe tijdens deze legislatuur. Al blijft het aantal inwoners dat vaak bang is in de stad daar dubbel zo hoog als in Gent. In Vlaanderen zijn de inwoners van Willebroek, Boom en Denderleeuw het bangst, bijna drie keer meer dan Gentenaars.

VERTROUWEN IN DE OVERHEID

Het domein waar een gemeente nog het meest vat op heeft tijdens een legislatuur is de werking van haar diensten en het vertrouwen van de burgers in haar werking.

Het vertrouwen in het Gentse gemeentebestuur is met 40% veel hoger dan in Antwerpen met 33%. Maar in Antwerpen steeg het in de voorbije legislatuur wel met 5%, terwijl Gent 8% verloor. De Gentenaars hebben iets meer vertrouwen in de politie, de Antwerpenaars hebben iets meer vertrouwen in de federale en Vlaamse overheid. Het mag in deze wel verwondering wekken dat in geen enkele centrumstad veel meer dan de helft van de bevolking vertrouwen heeft in de politie. Leuven is hier nog veruit de beste met 52% 'veel vertrouwen'.

In Antwerpen was er een indrukwekkende achteruitgang over de 'tevredenheid loketvoorzieningen' van 70 in 2011 naar 55 in 2014, maar die val was in 2017 weggewerkt naar 68. Antwerpen blijft daarmee wel nog bij de slechtst scorende gemeenten in Vlaanderen. In Geel zijn er nog minder inwoners tevreden over de dienstverlening van de gemeente. In Gent lag het in 2011 op 76, steeg nog naar 80 in 2017 maar verloor nu naar 76 in 2017. De kampioen moet je in Bredene zoeken die 94% van haar inwoners goed kan bedienen.

TOT SLOT

In de media kan je geen grotere politieke verschillen zien dan tussen de twee grootste steden van Vlaanderen. In de statistieken blijken de verschillen vaak klein. Dat heeft grotendeels te maken met de beperkte speelruimte die de lokale besturen hebben ten opzichte van het Vlaams, federaal en Europees beleid. Het is wel opvallend hoe het armere Antwerpen relatief veel minder leefloongerechtigden heeft, maar die tendens was al onder het vorige college met burgemeester Patrick Janssens ingezet. Cultuur en ontspanning is normaliter een domein waar een stad veel mogelijkheden kan bieden en het is daar merkwaardig hoe zwak Antwerpen scoort. Antwerpen heeft het laagste aanbod aan sportinfrastructuur en sportclubs van alle centrumsteden. De achteruitgang van het sociaal-cultureel werk is daar ook uniek voor Vlaanderen.

De effecten van de grootste blikvangers, het mobiliteitsplan en de Lage Emissie Zone zitten nog niet in de cijfers van de stadsmonitor. En in het algemeen zou het goed zijn om die statistieken uit te zuiveren van metingen waar een gemeente toch geen vat op heeft, te beginnen met de ongevallen op autosnelwegen. Echt grote trendverschillen zijn er ook niet op uit te maken, wat wel verrassend mag heten. Al hebben we misschien ook daar het fenomeen dat we ook met de uitwijzingen van vluchtelingen zien: een politiek verantwoordelijke richt de schijnwerper op wat hem het best bevalt, maar ten gronde keert men de tanker maar zeer traag.

Het verschil lijkt dan uiteindelijk vaak te zitten in de kleinere projecten die niet in grote statistieken gevat worden. En die nog het meest impact hebben op de evaluatie van het college. De Gentenaars werden buitenzinnig enthousiast over de Ghelamco Arena waar de Buffalo's meteen kampioen speelden en dankten Daniël Termont omdat die dat voetbalstadion zelf gemetst had. En Bart De Wever pikte toch mooi de Ronde van Vlaanderen af van Bruges la Morte. Al kan een week de vuilzakken niet ophalen of nog een paar afrekeningen in het drugsmilieu in beide steden die sfeer snel doen kantelen.

Voetnoten

  1. https://gemeente-en-stadsmonitor.vlaanderen.be/.
  2. https://stadincijfers.antwerpen.be/dashboard.
  3. https://www.sampol.be/2018/07/gent-janusgezicht-van-de-opgehipte-stad.
  4. https://stad.gent/mobiliteitsplan/evaluatierapporten.
  5. http://www.vmm.be/data/fijn-stof/fijn-stof.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 7 (september), pagina 19 tot 24