Log in

Antwerpen: open brief aan een stad en een wereld

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

De stad, niet als navel van de wereld, zoals in deze pre-electorale tijden naar Antwerpen wordt gekeken, maar als pars pro toto van een groter geheel.

Dit is een open brief aan de bestuurders en kandidaat-bestuurders van mijn stad. En bij uitbreiding aan die van alle andere steden en gemeenten van dit land, van Europa en van de wereld. Als ik me zo grenzeloos opstel, heb ik daar mijn redenen voor. Ik heb namelijk een wens en een vrees, en die zijn in mijn hoofd onlosmakelijk verbonden geraakt. Zal ik, omdat dit nu eenmaal mijn hoofd is en bovendien het enige levende in deze brief, daarmee beginnen? Wel, het heeft het gehad, dat hoofd van mij. Gehad met het geschreeuw dat luisteren overstemt. Met het Groot Gelijk dat zich zoveel belangrijker acht dan het zoveel zinniger Ver-Gelijk. Met tweets die geen ruimte laten voor nuance, slogans die ervan uitgaan dat democratie zich laat vermarkten. Met de hele, door electoraal gewin aangejaagde drukte, die alles in de weg staat waar deze lastige en complexe tijd om vraagt.

Ben ik de enige die ervan overtuigd is dat we beter af zouden zijn met begrip en bezinning, verdieping die de tijd oprekt tot voorbij de alweer volgende verkiezing, rust in plaats van paniek bij de zoveelste poll, verbondenheid in plaats van verdeeldheid?

Aldus denkt mijn hoofd. En in de dagen dat het dat denkt, sterft een man, genaamd Kofi Annan. Ik beluister zijn woorden op YouTube, hij praat zoals ik in geen tijden meer heb horen praten. Zacht en minzaam, met een eenvoud die ware wijsheid kenmerkt, niet in agressieve oneliners maar in zorgvuldige zinnen. Hij waarschuwt voor politici die hun spierballen laten rollen en anderen treffen in hun kwetsbaarheid. Hij stelt dat, wanneer iedereen uitsluitend begaan is met zichzelf, dat per definitie zal leiden tot meer conflicten. En dat, bij gebrek aan een menselijke en rechtvaardige globalisatie, -ismen allerhande opnieuw de kop zullen opsteken. De wereldorde zoals wij die decennia hebben gekend, ligt onder vuur, vreest hij.

En in diezelfde dagen waarin ik naar deze woorden luister, lees ik de woorden van een andere man, die al veel langer dood is. Stefan Zweig beleefde zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog en analyseert vlijmscherp hoe de wereldorde tweemaal op rij overhoop werd gehaald. Hij heeft het over de paranoia van op zichzelf teruggeplooide staten, de blindheid van en voor kortzichtige machthebbers. Over hoe hun opzwepende retoriek werd overgenomen door media, via het systematisch aanzwengelen van wantrouwen een vijandbeeld werd gecreëerd. Als wereldburger, als overtuigd Europeaan en hartstochtelijk verdediger van vrede, bleef Stefan Zweig vriendschappen onderhouden over de grenzen heen. Als auteur van joodse origine maakte hij de opkomst mee van één van de allergruwelijkste van die –ismen, het nazisme. Als vluchteling pleegde hij in 1942 zelfmoord in Brazilië, samen met zijn vrouw.

Valt het u ook op, dames en heren bestuurders en kandidaat-bestuurders, hoezeer de woorden van deze mannen klinken als echo’s van elkaar? Ook al wijst de eerste man naar de wereld van vandaag, en noemde de tweede zijn in 1944 verschenen mémoires ‘De wereld van gisteren’. De eerste vreesde dat de wereldorde zoals wij die kennen verloren zal gaan, de tweede zag de wereldorde zoals hij die kende daadwerkelijk verloren gaan. Als de visionair die hij was, zag hij dat verlies weerspiegeld in de toekomst van zijn geliefde geboortestad Wenen: ‘Pas in de komende decennia zal blijken welke misdaad men heeft begaan door aan deze stad, wier wezen en cultuur juist bestond in de ontmoeting van de meest heterogene elementen, in haar geestelijk bovennationaal karakter, met alle geweld te willen provincialiseren en nationaliseren.’

De stad, niet als navel van de wereld, zoals in deze pre-electorale tijden naar Antwerpen wordt gekeken, maar als pars pro van een groter geheel. Wat geldt voor mijn stad geldt net zo goed voor de wereld en omgekeerd. Mij lijkt dat een zeer werkzaam uitgangspunt.
Want wanneer ik mij tot u richt, bestuurders en kandidaat-bestuurders op welk niveau ook, is het omdat ik geloof dat wij meer dan ooit leven in een tijd waarin alles met alles verbonden is. Waarin we botsen op de grenzen van grenzen, en niet alleen die van gender en geografie. Waarin je het bijgevolg niet haalt met terugplooien op jezelf.
In zulke tijden volstaat het niet gladiatoren in de arena te sturen, en te wachten tot iemand op de tribune zijn duim omhoog of omlaag steekt. Dan is er meer nodig dan spierballenvertoon en macht. Luisterbereidheid. Bezorgdheid om veel en om velen. Bedachtzaam en behoedzaam handelen. Wat minder twitteren en wat langer nadenken.
Als u dat nu eens probeerde, met in uw achterhoofd de woorden van deze wijze mannen?

En als u dat gedaan hebt, kom dan nog eens terug. En vertel me waar u heen wil, met zachte stem en niet zomaar eventjes. Met de wereld, met Europa, met de steden en gemeente van dit land, of met mijn stad. Als pars pro toto, maar dan niet van wat er misliep of nog mis kan lopen, maar van hoe het beter kan. Ik zal u graag horen.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10