Log in

Commons als hefboom voor lokale werk­gelegenheid

Commons liggen aan de basis van een nieuw model voor stedelijke werkgelegenheid. Via publieke aankopen en ankerinstituties kunnen ze de lokale economie versterken en inclusieve jobs creëren. Welke Vlaamse stad begint hier na 14 oktober mee te experimenteren?

ECONOMIE

Er zijn jobs voor iedereen, toch?
Steven Genbrugge
Commons als hefboom voor lokale werk­gelegenheid
Michel Bauwens

Eén stad is hier al fel mee bezig: Gent. In de lente van 2016 vroeg het stadsbestuur ons om een onderzoek te doen naar de commons in Gent. We moesten deze initiatieven in kaart brengen en analyseren, maar ook aan commonsgerichte burgerinitiatieven vragen wat hun verwachtingen waren naar de stad toe en voorstellen formuleren naar nieuwe institutionele samenwerking tussen stadsdiensten en burgerinitiatieven.1

Ons onderzoek bevestigt andere studies2 die een exponentiële groei laten zien van dit soort initiatieven3: in Gent stelden we een tienvoudige groei vast van 50 in 2006 tot ongeveer 500 in 2016. Tweede vaststelling is dat deze initiatieven nu haast elk provisiesysteem behelzen: of het nu gaat om mobiliteit, wonen, voedsel,… er bestaan vandaag naast de publieke (overheid) en private (markt) initiatieven ook commonsgerichte modellen. Denk in Gent aan de vzw voor het delen van auto's Degage, de coöperatieve voor hernieuwbare energie Energent, de combinatie CLT Gent, Wooncoop en co-housing voor wonen, enzovoort. Indien men mobiliteit nodig heeft, kan men dus kiezen tussen publiek transport (De Lijn), privéwagens, maar nu dus ook lid worden van Degage of Partago.4

GENT: NAAR EEN WARE COMMONSSTAD

Hieronder lijsten we onze vaststellingen voor Gent als commonsstad op. Het toont de karakteristieken van een stad vol commons, maar evenzeer de tekortkomingen die de evolutie naar een ware commonsstad in de weg staan.

  1. Gent kent een grote en groeiende groep actieve burgers die een exponentieel stijgend aantal commonsinitiatieven opzetten. Tegelijk is er veel versnippering en weinig meta-denken over commons als nieuw politiek en economisch gegeven.
  2. De stad kent een sterk middenveld, met zowel oude als nieuwe organisaties, die de commonsgerichte projecten actief ondersteunt. Ze ziet vooral kansen voor de emancipatie van achtergestelde groepen, maar er is te weinig oog voor het economisch potentieel.
  3. De stad neemt nu al een sterk ondersteunende rol op, met een unieke administratieve cultuur. Het hoog gehalte aan geëngageerde ambtenaren en de relatieve politieke stabiliteit geeft de mogelijkheid een langetermijnvisie te implementeren. Toch blijft de stadsadministratie soms te complex voor commoners en klagen ze erover dat de stad nog te veel alles zelf wil doen. Ook politieke recuperatie wordt steeds minder geapprecieerd. Kan de stad commonsinitiatieven ondersteunen, maar terzelfder tijd minder controle uitoefenen?
  4. In vergelijking met andere steden zoals Barcelona staat de generatieve economie nog zwak in Gent. Hier is een echte wending nodig in het beleid die inzet op het ontwikkelen van een makerindustrie gebaseerd op open kennis en gedeelde infrastructuur. Bestaande incubators zijn te zeer ingebed in het marktmodel van intellectuele eigendom. 5.De Universiteit Gent is sterk begaan met duurzaamheid, maar is haast niet aanwezig in de commonsinitiatieven en generatieve economie (los van de inzet van individuele onderzoekers en studentengroepen). We moeten kennisinstellingen systematisch betrekken bij de uitbouw van commons gebaseerde stadsprojecten. Zoals dat in Italië het geval is.5
  5. Hoewel veel burgers participeren en de stad bewust werkt aan inclusie en diversiteit, is er een sterke ondervertegenwoordiging van mensen met een migratieachtergrond.
  6. Hoewel commonsinitiatieven steunen op open samenwerking, is de rol van actieve trekkers essentieel. Gent kent trekkers van een uitzonderlijk hoog niveau. Hen ondersteunen, bijvoorbeeld door middel van een transitie-inkomen, is cruciaal.
  7. De integratie van de Gentse commons in meer globale kennisstromen is nog ondermaats. Net omwille van de toenemende interesse zou Gent moeten inzetten op het verbinden met gelijkaardige steden wereldwijd. Dat kan door fysieke bezoeken, maar ook door digitale fora.

Commonsinitiatieven kunnen enkel werken wanneer ze verbonden zijn met delen van het overheidsapparaat. Dat gaat van systematische ondersteuning tot ad-hocengagement van ambtenaren als geëngageerd burgers. De overheid kan:

  1. infrastructurele organisaties ondersteunen;
  2. actief zijn in de ruimte tussen die organisaties en de commonsinitiatieven. Dat kan via incubators (letterlijk: broedplaatsen. Plekken waar startende organisaties op allerlei vlakken ondersteuning krijgen om zich sneller te ontwikkelen);
  3. ndersteuning geven aan de commonsinitiatieven zelf die not-for-profit organisaties zijn (wat betekent dat ze winst kunnen maken maar dat die niet centraal staat);
  4. actief zijn in de ruimte tussen de commonsinitiatieven zelf en de generatieve economie die eruit kan voortvloeien;
  5. generatieve bedrijven direct ondersteunen;
  6. ptreden als ecosysteemregulator en ondersteuning geven aan het hele veld, door op te treden als regisseur voor ondersteuningsinitiatieven. Zo faciliteert de stad Gent nu al crowdfunding.

Deze vormen van ondersteuning bestaan effectief in Gent, echter nog zonder formeel institutioneel kader.

HET BELANG VAN COMMONS VOOR DE STAD

Een belangrijke vraag is natuurlijk waarom een stadsbestuur überhaupt commons zou moeten ondersteunen? Simpel. Het commonsmodel heeft unieke ecologische en sociale voordelen. Bovendien past het bij de nieuwe sociale en politieke verwachtingen van een belangrijk deel van de bevolking.

Het ecologische belang

In haar bekend boek over de donuteconomie zet Kate Raworth een overtuigend kader neer waarin de juiste balans tussen ecologische en sociale beslissingen kan plaatsvinden.6 De uiterste ring van de donut bepaalt de ecologische grenzen van de biocapaciteit waarvan de mensheid gebruik kan maken zonder de vitale cycli van de planeet te beschadigen, terwijl de binnenste ring kijkt naar de noodzakelijke sociale noden die nog moeten worden vervuld. Hoe kan men maximaal aan sociale noden voldoen zonder de biocapaciteit van de planeet te beschadigen?

Het antwoord is: intelligente mutualisering. In een competitief en individualistisch maatschappijmodel, dat zich organiseert volgens het principe van permanente groei en met de illusie dat natuurlijke hulpbronnen onuitputtelijk zijn, ontstaat er een enorme verspilling van grondstoffen en infrastructureel materiaal. Het gevolg is een voortdurend stijgende, niet duurzame voetafdruk van de mens op de natuur. Mutualisering via het creëren van een gedeelde infrastructuur biedt hier een enorm voordeel.7 In San Francisco, zo weten we, vervangt 1 gedeelde wagen tussen 9 en 13 privéwagens.8

Uiteraard moet men hier rekening houden met de bekende Jevons paradox. Die zegt dat kostenbesparingen in een domein gewoon tot een oververbruik kan leiden in een ander domein. Dit is zeker het geval met de platformmodellen die voorgesteld worden door het privékapitaal, zoals Uber, maar niet bij de meer gezonde coöperatieve modellen. Terwijl het traditionele kapitalistische model functioneert rond schaalvoordelen (meer van iets produceren maakt het goed goedkoper en productiever) functioneert de commonseconomie via 'economies of scope' (meer doen met hetzelfde). Infrastructurele commons laten toe dat veel meer mensen dezelfde infrastructuur kunnen gebruiken, met veel minder verspilling.

Wat we dus voorstellen is het systematiseren van dit soort mutualisering. Wat gedeelde wagens doen voor mobiliteit, doet co-housing voor de gemeenschappelijke diensten van een groep woningen. Het systematiseren van dit soort oplossingen kan leiden tot een drastische vermindering van de menselijke voetafdruk.

Het sociaal belang

Een tot de verbeelding sprekend voorstel van Gentse commoners is het project van Wervel, 'Lunch met LEF' (staat voor: lokaal, ecologisch en fair), een proces waarbij een school haar maaltijden voor één of meerdere keren volledig omgooit. Kopenhagen, waar 94% van het schoolvoedsel biologisch is, toont alvast dat het kan. Vandaag, echter, wordt nog steeds 90% van het voedsel voor de publieke Gentse scholen geleverd door een multinational die niet in Gent is gevestigd. Volgens Wervel kan het anders: het voedsel kan worden aangekocht via Gentse en regionale bioboeren, het transport kan gebeuren via zero-carbon cargofietsen en koks kunnen weer aan de slag in de scholen.

Dit toont het sociale en economische potentieel aan om via commonsgerichte provisiemechanismen weer lokaal jobs te creëren. Dit kan gebeuren door die nieuwe criteria in te voegen in de regels voor publieke aankopen (wat compatibel is met de WHO-regels), door de aankopen te 'saucissoneren' (om het aantrekkelijk te maken voor kleinere lokale spelers) en door de mutualisering van de lokale middelen via ankerinstituties. Dit laatste behelst het mobiliseren van de stad, scholen, universiteiten, hospitalen,... om lokale aankopen te versterken. Dit wordt reeds succesvol toegepast door steden als Cleveland en Ohio in de Verenigde Staten en Preston in het Verenigd Koninkrijk. Het 'Preston model' werd ondertussen opgenomen in het politieke programma van Labour. Gent zelf heeft ook een belangrijke innovatie toegepast, de 'call for common': dit betekent dat de publieke aanbesteding per voorkeur gaat naar coalities die het grootste aantal lokale partners kunnen verenigen.

De opportuniteit is dus om via publieke aankopen en ankerinstituties de lokale economie versterken en inclusieve jobs te creëren. Volgens een aantal recente studies is het lokale multipliereffect drie keer zo hoog als bij niet-lokale investeringen.9

Het politiek en institutioneel belang

Een systematische politiek van relokalisering van de economie past dus perfect in de crisis van het neoliberale model en biedt tevens een antwoord op de klimaatproblematiek. Maar ook de geopolitieke context is hierbij belangrijk.

In het klassieke model van een internationale economie is er een proces van langetermijnregulering die Karl Polanyi in zijn boek The Great Transformation (2001) als een 'dubbele beweging' aanduidt: liberaliseringsperioden leiden klassiek tot meer ongelijkheid, en dus tot een 'vraagcrisis' waarbij de koopkracht niet langer voorhanden is om de economie draaiende te houden. In zo'n crisis, zoals die van 2008, mobiliseren de sociale en politieke krachten van de Natie zich om de Staat te dwingen om de regulering van de Markt weer te versterken. Het is precies dat mechanisme dat nu door de transnationalisering van het kapitaal niet meer functioneert.

Eén van de krachtige tegenvoorstellen om dit proces weer te herstellen, is de focus op steden. Niet louter als lokale kracht, maar als transnationaal bestuursmodel. Ons voorstel10 bestaat erin om steden te mobiliseren in het creëren van een alternatieve commonsinfrastructuur en bestaat uit 3 lagen:

  • Allianties van steden creëren investeringscoalities voor het oprichten van multi-partner commonsinfrastructuur per provisiesysteem. Steden ondersteunen dus gezonde generatieve modellen zoals FairBNB, en niet extractieve modellen zoals Uber.
  • Deze allianties creëren mondiale 'open design depositories' zodat lokale en (bio)regionale initiatieven deze software-infrastructuur kunnen aanpassen én verrijken in het kader van hun specieke lokale context.
  • In elke stad of regio worden 'platformcoöperatieven' opgericht om die functies gezamenlijk te beheren.

WELK KADER VOOR DE COMMONS?

Er blijft echter een enorm structureel probleem in het huidige kader van de marktgerichte staatsvormen. Het economische en politieke systeem is er namelijk op gericht om alleen marktwaarde te creëren die vooral voortkomt uit 'extractieve' activiteiten (dat is de waarde die voortkomt uit de extractie van meerwaarde uit mensen en natuurbronnen), maar dat er geen systematisch mechanisme is om 'generatieve' activiteiten te financieren. Wij geloven echter dat er vandaag een socio-technische infrastructuur bestaat, of althans wordt uitgebouwd, die dat mogelijk gaat maken.

Dit mechanisme is geïnspireerd door de opkomende blockchaineconomie of 'token economie'. Deze economie verbindt open source gemeenschappen van ontwikkelaars direct met gedistribueerde investeringsmechanismen in ecosystemen die niet langer gedomineerd kunnen worden door enkele megaondernemingen, en dit dankzij hun decentrale architectuur.

Een interessant voorstel komt van Regen Network.11 Het gaat als volgt. 'Ecological state protocols' (en 'social state protocols') laten toe om het behalen van ecologische en sociale doelen te verifiëren, en om te zetten in 'tokens'. Denk bijvoorbeeld aan het verlagen van koolstof in de lucht, het verhogen van de biodiversiteit of het behalen van de doelen rond sociale inclusie. Dit model laat dus toe om 'positieve ecologische en sociale externaliteiten' van een 'waarde' te voorzien. De tweede stap bestaat erin om te kijken wie van deze externaliteiten 'profiteert'. Een voorbeeld om dit duidelijk te maken is 'Terre des Liens', een 'community land trust' beweging in Frankrijk die gronden uit de markt koopt, deze in een trust plaatst en zo een lage huur kan bekomen voor bioboeren. Dit leidt tot een vermindering van de kosten van de zuivering van het water, maar ook tot een verlaging van de gezondheidskosten. De laatste stap is dan het bekomen van een akkoord waarbij die instellingen akkoord gaan om een deel van het gespaarde geld te investeren in de tokens, die daardoor een erkende waarde verkrijgen. Hierdoor ontstaat een circuit van 'circular finance' die 'generatieve activiteiten' op een structurele wijze kan financieren. Onrealistisch? IBM doet dit al jaren via haar financieren van Linux-activiteiten (10% van de besparingen op infrastructurele investeringen gaat naar Linux).

Welke Vlaamse stad begint hier na 14 oktober mee te experimenteren?

Voetnoten

  1. Commons Transitie Plan voor de stad Gent. Michel Bauwens, Yurek Onzia. Stad Gent, 2017; https://stad.gent/sites/default/files/article/documents/Commons Transitie Plan Gent.pdf.
  2. Fleur Noy, Dirk Holemans. Burgercollectieven in kaart gebracht, 'Oikos', 2016, https://www.oikos.be/tijdschrift/archief/jaargang-2016/oikos-78-3-2016/1053-78-10-noy-en-holemans-burgercollectieven-in-kaart-gebracht/file. 3.Een commonsgericht burgerinitiatief is een door burgers opgezet initiatief dat ook het samen bouwen en beschermen van een gedeeld goed inhoudt, dat beheerd wordt volgens de regels en normen van die gemeenschap zelf. Het is dus noch een marktgoed, noch een publiek goed beheerd door de staat.
  3. Encyclopedie van de Gentse Commons: https://wiki.commons.gent/wiki/Main_Page.
  4. Denk aan het 'quintuple helix'-model dat wordt toegepast in Italiaanse steden zoals Bologna. Met advies van labgov.org integreert kennis-instelling in het multi-partner governance model, zie https://wiki.p2pfoundation.net/Quintuple_Helix_of_Commons-Based_Urban_Governance.
  5. Kate Raworth, 'Donuteconomie. In zeven stappen naar een economie van de 21ste eeuw', Nieuw Amsterdam, 2017.
  6. Het menselijk gewicht op de ecologie wordt soms samengevat via de formule: Impact = People + Affluence – Technologie. Met andere woorden: het aantal mensen op de planeet, hun gemiddelde rijkdom (het gebruik van energie per persoon), gemoduleerd via technologie. Een mutualisering van socio-technische infrastructuur speelt een grote rol bij het verminderen van ecologische impact, zie de studie van de P2P Foundation: http://commonstransition.org/peer-peer-commons-matter-energy-thermodynamic-perspective/.
  7. Zie de studie van Susan Shaheen: https://www.epa.gov/sites/production/files/2017-06/documents/05312017-shaheen.pdf.
  8. Michael H. Shuman, Doug Hoffer. 'Leakage Analysis of the Martha's Vineyard Economy: Increasing Prosperity through Greater Self-Reliance'. Martha's Vineyard Commission, August 2007, [https://mvcommission.org/sites/default/files/docs/leakagestudy.pdf.] https://mvcommission.org/sites/default/files/docs/leakagestudy.pdf.)
  9. Michel Bauwens, Visilis Niaros, 'Changing Societies through Urban Commons Transitions', http://commonstransition.org/wp-content/uploads/2017/12/Bauwens-Niaros-Changing_societies.pdf.
  10. Kyle Birchard, Cooperative Games and the Ecological Data Economy.A series on the intersection of ecology and emerging token economies. Via https://medium.com/regen-network/cooperative-games-and-the-ecological-data-economy-df993338cdff.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 7 (september), pagina 48 tot 53