Log in

The Socialist Challenge Today

The Socialist Challenge Today

Leo Panitch & Sam Gindin
Fernwood Publishing, Winnipeg, 2018

Leo Panitch en Sam Gindin doen waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Wat verwacht je ook van twee obscure Canadese onderzoekers, respectievelijk professor politieke wetenschappen aan York University en gewezen Research Director bij de Canadian Autoworkers Union. Maar zoals ook hun landgenote Naomi Klein bewijst, is Canada een goede voedingsbodem voor linkse denkers.

Panitch en Gindin schreven dan ook één van de beste boeken die ik tijdens mijn doctoraat las: The Making of Global Capitalism: the Political Economy of American Empire. In dat boek demonstreren ze zeer sterk en duidelijk hoe de ontwikkeling van het mondiale kapitalisme en het Amerikaanse kapitalisme met elkaar verbonden zijn.

Leo Panitch is ook al 25 jaar samensteller van het jaarlijkse Socialist Register. Een essay van Panitch en Gindin dat daarin gepubliceerd werd in 2017 werd herwerkt tot het boek(je) The Socialist Challenge Today: Syriza, Sanders, Corbyn.

Daarin beschrijven ze de uitdagingen waarvoor socialisten vandaag staan, en de 'recente shift van protest naar politiek' (of van de straat naar de staat). De drie centrale begrippen in het boek zijn 'klasse', 'partij' en 'staat', en de relaties daartussen. In de introductie gaat het over hoe het neoliberalisme na de crisis als beleidskeuze intact bleef, maar wel aan legitimiteit verloor. Dat creëert niet alleen openingen voor extreemrechts, maar ook voor radicale socialisten. De (marxistische) auteurs geven meteen aan dat noch communisme en Leninisme, noch de sociaaldemocratie tot voorbeeld kunnen dienen. Zij zijn voorstander van een democratisch socialisme, waarbij de belangrijkste uitdaging is om de sociaaldemocratisering te vermijden van zij die het kapitalisme willen overstijgen.

Het eerste hoofdstuk is een beknopte geschiedenis van de mislukkingen van de linkerzijde in de 20e eeuw. Ze eindigen in de 21e eeuw, wanneer de 'arbeidersklasse' wereldwijd in kwantitatieve termen groter is dan ooit, maar het vooruitzicht op een transformatie van het kapitalisme quasi onbestaande is. Volgens de auteurs is de primaire oorzaak geen kwestie van beter beleid, maar wel een organisatorische uitdaging: hoe de arbeidersklasse organiseren?

In het tweede hoofdstuk geven ze aan dat daarvoor een nieuwe soort socialistische partijen zal moeten worden gecreëerd, door de 'uitputting van sociaaldemocratische en communistische partijen als agenten van sociale transformatie'. Belangrijk is dat die partijen niet enkel de staatsmacht in handen moeten krijgen, maar vooral ook de staat moeten democratiseren. Het blijft in de eerste twee theoretische hoofdstukken echter nogal onduidelijk wat precies bedoeld wordt met 'staatstransformatie' of 'democratisering van de staat'.

Panitch en Gindin gaan in het derde hoofdstuk over naar de praktijk met de 'politieke revolutie' van Bernie Sanders. Daarbij stellen de auteurs dat de belangrijkste vraag is of de campagne van Sanders de grond gelegd heeft voor een alternatieve politieke pool (naast de Democratische Partij). Ze kijken daarbij meteen naar Europa en Syriza, 'de enige partij links van de traditionele sociaaldemocratie die erin geslaagd is om een nationale verkiezing te winnen sinds de economische crisis begon'.

Na een korte samenvatting van de geschiedenis van Syriza, gaan ze in een volgend hoofdstuk over naar de 'capitulatie' van Syriza voor het Europese dictaat. De schrijvers verwijten Syriza die capitulatie niet, die misschien onvermijdelijk was binnen de concrete machtsverhoudingen. Ze verwijten de partij wel dat er niets meer veranderde ná de capitulatie, en dat de relaties tussen regering en partij en tussen regering en sociale bewegingen de 'bekende sociaaldemocratische patronen' niet konden vermijden. Eenmaal aan de macht steunde de partij de sociale bewegingen niet meer, en domineerde de regering de partij. Zoals wel vaker leidde regeringsdeelname tot demobilisatie en deradicalisering.

In het vijfde hoofdstuk bediscussiëren de auteurs de verkiezing van Jeremy Corbyn tot Labourleider, een verkiezing die 'de blijvende kracht signaleerde van de shift van protest naar politiek ter linkerzijde', maar die ook alle vraagtekens over de limieten en mogelijkheden om de oude arbeiderspartijen te democratiseren en radicaliseren terug op de voorgrond plaatst.

Want, zo stellen de auteurs in het slothoofdstuk, ook het optimisme en de hoop van Labour kan eindigen in teleurstelling en demobilisatie zoals bij Syriza. Daarom is het belangrijk om te bestuderen hoe beleidskeuzes kunnen worden geïmplementeerd op een manier die toekomstige socialistische hervormingen bevordert in plaats van afsluit. Het democratiseren van beslissingsprocedures en het installeren van democratische economische planning zijn daarbij cruciaal.

Het is duidelijk dat het boek(je) niet veel meer is dan een uitgebreid essay. De hoge abstractiegraad en het gebrek aan diepgang en details in het bespreken van Syriza, Sanders en Labour deden mij een beetje op m'n honger blijven zitten (zoals wel vaker, ik heb nu eenmaal een grote maag).

Panitch en Gindin zijn vooral sterk in het schetsen van een probleemstelling. Wat moet een democratisch socialistische partij zijn en doen in de 21e eeuw? Het voortdurende gevaar van teleurstelling en demobilisatie (dat trouwens ook voor Groen in België nu weer concreet wordt), van inkapseling in de kapitalistische staat, van het laten domineren van het regeringsbelang op het partijbelang en van het partijbelang op het belang van de basis en de sociale bewegingen is zeer pertinent.

Mensen die zich (willen) engageren binnen politieke partijen doen er goed aan om over deze vraagstukken na te denken. Maar voor duidelijke antwoorden is dit boek (zelfs voor mij) helaas wat te theoretisch en te weinig concreet.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 77 tot 79