Log in

World Inequality Report 2018

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 68 tot 70

World Inequality Report 2018

T. Piketty, L. Chancel, F. Alvaredo, E. Saez, G. Zucman
World Inequality Lab, Parijs, 2018

Vier jaar nadat stereconoom Thomas Piketty zijn bestseller Kapitaal in de 21e eeuw op de wereld losliet, is er eindelijk een vervolg. In World Inequality Report2018 bespreekt Piketty samen met vier andere economen de stand van zaken omtrent ongelijkheid anno 2018.
De vijf onderzoekers brengen in het Rapport de recentste gegevens over inkomens- en vermogensongelijkheid samen. Dat is hun plicht, vinden ze. Want hoewel steeds meer mensen zich zorgen maken over de stijgende ongelijkheid, is er nog steeds te weinig geweten over de aard van het probleem. Dat informatiegebrek staat een eerlijk en democratisch debat in de weg. Door de recentste informatie op een toegankelijke manier te ontsluiten, willen de auteurs de kennis en macht van het publiek vergroten en bijdragen aan een eerlijk en kwalitatief debat over ongelijkheid en manieren om die tegen te gaan.

De gegevens die gepresenteerd worden in het boek zijn afkomstig uit het WID.world project, een onlinedatabase en samenwerkingsverband waaraan wereldwijd meer dan 100 onderzoekers bijdragen. De nieuwigheid van de gepresenteerde data situeert zich vooral op methodologisch vlak. Door verschillende bronnen, zoals budgetonderzoeken, fiscale statistieken en nationale rekeningen, systematisch te combineren, slagen de onderzoekers erin een vollediger en juister beeld van ongelijkheid te schetsen. Zo focust het boek niet enkel op de evolutie van de topinkomens, maar worden volledige inkomensverdelingen gepresenteerd. Die geven de evolutie van het inkomen van de topverdieners, de middenklassen én de allerarmsten weer. Een andere nieuwigheid is de geografische draagwijdte van het project. Het boek beperkt zich niet tot enkele Europese landen en de Verenigde staten, maar formuleert ook interessante inzichten voor opkomende economieën zoals China, Rusland, India, Brazilië, Zuid-Afrika en het Midden-Oosten.

Wat inkomensongelijkheid betreft, leidt dit alles tot een spectaculaire verzameling van gegevens en resultaten. Zo slagen de onderzoekers erin om stap voor stap een mondiale inkomensverdeling op te bouwen, waarin de hele wereldbevolking als het ware van arm naar rijk gerangschikt wordt. Uit die oefening blijkt dat de 1% topverdieners in de wereld liefst 27% van de totale inkomensgroei naar zich toe trokken in de periode 1980-2016, terwijl de 50% minst verdienenden samen slechts 13% van die groei bemachtigden. Dat cijfer verbergt enkele verschillende en zelfs tegenstrijdige dynamieken. Piketty & co maken zelf het onderscheid tussen binnenlandse ongelijkheid, een divergerende kracht die ongelijkheid op wereldniveau doet toenemen, en internationale ongelijkheid, een convergerende kracht die ongelijkheid op wereldniveau tempert.

Enerzijds is er dus de ongelijkheid binnen landen. Daarover zijn de onderzoekers erg duidelijk: die neemt nagenoeg overal toe. Toch zijn er grote verschillen tussen landen en regio's onderling. Zo zijn de cijfers in de Verenigde Staten een pak alarmerender dan in West-Europa. In 1980 verdienden de 1% topverdieners in beide regio's ongeveer 10% van het nationaal inkomen. In Europa nam hun aandeel tegen 2016 slechts lichtjes toe tot 12%, terwijl dat in de Verenigde Staten omhoog sprong tot 20%. Die evolutie ging in de Verenigde Staten gepaard met een sterke daling van het inkomensaandeel van de onderste 50%. Ook onder de opkomende economieën, zoals China en Rusland, zijn er grote verschillen. Waar Rusland door de plotse liberalisering een explosieve toename in de inkomensongelijkheid kende, verliep dat proces in China veel geleidelijker. In Brazilië, Sub-Sahara Afrika en het Midden-Oosten bleef de ongelijkheid nagenoeg stabiel, hetzij op extreem hoog niveau.

Anderzijds is er ook de ongelijkheid tussen landen. Die is, in de eerste plaats dankzij de spectaculaire opkomst van China, in de periode 1980-2016 sterk gedaald. Terwijl een gemiddelde Chinees in 1980 slechts 1.500 euro per jaar verdiende, was dat in 2016 al gestegen tot 14.000 euro. Omdat zowel arme als rijke Chinezen van deze groei profiteerden én omdat de Chinese economie zo zwaar doorweegt op globaal niveau, heeft de groei van China een temperend effect op de ongelijkheid op globaal niveau. De opkomst van China leidt er toe dat de armste 50% wereldburgers hun inkomen al bij al vrij sterk zag toenamen. Dat is een groot contrast met de globale 'middenklasse', waaronder zich vooral Europese en Amerikaanse lage- en middeninkomens bevinden. Zij zagen hun inkomen stagneren en zijn, zo bevestigen de onderzoekers, de grote pineut van de globalisering.

Naast de inkomensongelijkheid, waarbij een weelde aan cijfers gepresenteerd wordt aan de lezer, bespreekt het boek ook enkele trends in vermogensongelijkheid. Dat is een must, want inkomens- en vermogensongelijkheid zijn sterk aan elkaar gelinkt. Enerzijds zorgt de stijgende inkomensongelijkheid ervoor dat een deel van de bevolking meer kan sparen of investeren in vastgoed en financiële activa. De toenemende inkomensongelijkheid leidt dus tot meer ongelijkheid in vermogen. Maar anderzijds dreigt de ongelijkheid in vermogen op haar beurt de inkomensongelijkheid te vergroten. Een beperkte toplaag verwerft haar inkomen immers in mindere mate uit arbeid, maar steeds meer uit kapitaal (bijvoorbeeld dividenden of huurinkomsten). Zeker nu aangetoond is, in de eerste plaats door Piketty zelf, dat vermogen sneller groeit dan de economie in zijn geheel, blijft het in kaart brengen van vermogensongelijkheid erg belangrijk.

Het pionierswerk van Piketty & co ten spijt, blijven data over vermogen veel schaarser. Daarom moet er met meer voorzichtigheid geanalyseerd worden. Toch spreken de cijfers ook hier tot de verbeelding. Zo bezitten de 10% rijksten in de Verenigde Staten, Europa en China meer dan 70% van het totale vermogen in die regio's. Het plaatje wordt nog zorgwekkender wanneer we naar de allerrijksten kijken: het vermogen van de 0,1% rijksten groeide tussen 1987 en 2017 met liefst 4,5% per jaar. Als die trend zich doorzet, zullen de 0,1% rijksten in de Verenigde Staten, Europa en China tegen 2050 meer bezitten dan de middenklasse in die regio's samen.

De vraag van één miljoen blijft natuurlijk: hoe zal de toekomst er uit zien? Kunnen we de stijgende ongelijkheid überhaupt stoppen?Dat zal, zo stellen de onderzoekers, in de eerste plaats afhangen van politieke keuzes. Net het feit dat verschillende regio's in gelijkaardige fases van hun economische ontwikkeling erg verschillende resultaten boeken, bewijst dat beleid een cruciale rol kan spelen.

In het laatste hoofdstuk doen de economen daarom een aanzet naar oplossingen om ongelijkheid tegen te gaan. Hoewel het positief is dat de intussen murw geslagen lezer zicht krijgt op oplossingen, stelt dit hoofdstuk enigszins teleur. Zo wordt er weinig aandacht besteed aan pre-distributieve maatregelen die marktongelijkheid kunnen tegengaan. Er is geen enkele vermelding van de belangrijke rol die vakbonden in de West-Europese context speelden en blijven spelen in de strijd tegen ongelijkheid. In tegenstelling daarmee is er meer aandacht voor de andere pijlers waarop onze Europese welvaartsstaat gebouwd is. Zo wordt er gepleit voor progressieve belastingsystemen en voldoende overheidsinvesteringen in onderwijs en gezondheidszorg. Het idee van een wereldwijd vermogensregister wordt ook opnieuw voorgesteld, al werd dat in eerdere publicaties van Piketty & Zucman al veel uitgebreider uitgewerkt.

In tegenstelling tot de weelde aan cijfergegevens in eerdere hoofdstukken, zijn de analyses en aanbevelingen in het laatste hoofdstuk vrij oppervlakkig en op zich niet zo vernieuwend. Toch is het belangrijk dat de economen complexloos pleiten voor hogere belastingen op topinkomens en -vermogens en meer overheidsinvesteringen. Een kleine terugblik op onze eigen geschiedenis leert dat net dergelijke maatregelen ongelijkheid drastisch inperkten. En nee, dat leidde niet tot een regelrecht economisch bloedbad of een abrupte stop in technologische ontwikkeling. In tijden van stijgende ongelijkheid en neoliberale eenheidsworst op beleidsvlak is het des te belangrijker dat Piketty & co die boodschap blijven brengen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 68 tot 70