Log in

Hendrik De Man. Een man met een plan

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 77 tot 79

Hendrik De Man. Een man met een plan

Jan-Willem Stutje
Antwerpen, Polis, 2018

Hendrik De Man (1885-1953) was de voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij, voorloper van de sp.a, die tijdens de Tweede Wereldoorlog de partij op een dienblaadje aan de bezetter aanbood. Hij muteerde van linkse revolutionair in zijn jeugd naar hielenlikker van de monarchie op latere leeftijd. Hij werd razend populair met zijn Plan De Man dat structurele hervormingen van de economie beloofde, maar stapte in een regering zonder dat één van deze hervormingen in het rechtse regeerprogramma werd opgenomen. Dat deze biografie een belangrijke en bijzonder actuele waarschuwing inhoudt, is duidelijk: socialisten blijf weg van het nationalisme! Maar waarom schoof de Man van extreemlinks naar extreemrechts?

Opportunisme is zonder twijfel de belangrijkste oorzaak. Daarnaast verklaart de ervaren biograaf Jan-Willem Stutje de politieke bokkensprongen ook door voortschrijdend inzicht. De Mans denkbeelden vormen de ruggengraat van de biografie en verheffen haar boven het levensverhaal van de doorsneepoliticus. Kort samengevat gaat z'n ideologische evolutie als volgt.

De Man begint als marxist met een zuiver geloof in het proletariaat als revolutionaire kracht. De Eerste Wereldoorlog schiet dit vertrouwen in de kleine man aan flarden. Aan het front leert de Man – net als socialisten over heel Europa – dat er hiërarchie nodig is om de massa in beweging te krijgen. De arbeider moet worden opgevoed en gestuurd door een elite. De Mans professionele parcours sluit hierbij aan. Hij slikt zijn kritiek op de partij in om directeur van de Centrale voor Arbeidersopvoeding en later ook van de Arbeidershogeschool te worden.

Nadat hij net naast de post van secretaris van de Internationale Arbeidersorganisatie grijpt, vertrekt de Man verbolgen naar Duitsland. Daar merkt hij dat jonge veteranen van de Eerste Wereldoorlog meer willen dan het droge boekhoudersocialisme dat hen enkel een toekomst van afbetalingen aan de Versailles-mogendheden biedt. Ze wilden in lijn met de tijdsgeest: wilskracht, dynamiek en natie zoals ze die tijdens de oorlog hadden gekend. En de Man, die biedt hen dat natuurlijk. In het boek Zur Psychologie des Sozialismus uit 1926 rekent hij af met het materialistische socialisme en vervangt dit met socialisme gedreven door 'intuïtie en elementen als kracht, energie en inspiratie, instincten' dat een einde belooft te maken aan de vernederingen. Meer inhoudelijke uitleg over dit magnum opus had zeker welkom geweest. Ook plaatst Stutje deze politieke breuk niet in de filosofische context van die tijd, nochtans is deze relevant. Er lijken verschillende gelijkenissen met de jonge hemelbestormer Martin Heidegger. Een jaar na de Mans boek vertaalde Heidegger de oorlogservaring filosofisch in Zijn en tijd waarmee hij de vloer aanveegde met de meer gezapige, neokantiaanse orde gesymboliseerd door Ernst Cassirer.

Zur Psychologie des Sozialismus opent met een citaat van Nietzsche: 'Schrijf met bloed, en gij zult ervaren, dat bloed geest is.' En met Nietzsche komen we bij het sociaal darwinisme, een cruciaal puzzelstuk in de Mans denken. De redenering was dat het kapitalisme verantwoordelijk is voor een degeneratie van de menselijke soort door onder meer ondervoeding, gebrek aan onderwijs, enzovoort. De strijd om dit recht te zetten gaat niet tussen de arbeiders en de kapitalisten, maar tussen het hele volk – de middenklasse incluis – en de parasiterende geldmachten. In een socialistische samenleving van superieure, solidaire mensen zou geen plaats zijn voor renteniers, maar ook niet voor arme profiteurs. Wat zwak is moet eruit. De Man liet aan de Arbeidershogeschool enkel de beste toe en de opleiding bestond ook uit lichamelijke opvoeding.

Vanuit die sociaal darwinistische invalshoek verwelkomde de Man in de Tweede Wereldoorlog de aanzwellende golf van sociaal autoritarisme die de zwakke, kapitalistische democratieën eindelijk zou wegvagen. Het nationaalsocialisme wist met sterke leiders ook de middenklasse aan te spreken en was daarom volgens de Man een bondgenoot tegen het kapitalisme. Nationaalsocialisme was dus volgens de Man niet de grote vijand, maar eerder een opportuniteit.

In de eerste plaats een opportuniteit voor zichzelf om aan de macht te blijven ondanks zijn slinkende steun bij de socialistische achterban. Toen hij in de jaren 1930 naar België terugkeerde nam hij uit Duitsland een plan mee voor economische structuurhervormingen. Dit voluntaristische economisch plan kon in de acute crisistijd op grote steun van de vakbonden rekenen en die sympathie verbreidde zich al snel over de partij. Er werd een gigantische campagne opgezet rond het 'plan De Man'. En wat deed de Man? Hij stapte als socialistisch schaamlapje in de rechtse regering-Van Zeeland, tevreden met een tandeloze ministerpost van Openbare Werken en Werkgelegenheid waar hij geen enkel programmapunt van het Plan kon verwezenlijken. Dat zijn steun bij de socialistische achterban naar een dieptepunt zakte en hij naar een nieuw ankerpunt voor zijn machtshonger zocht valt te begrijpen. Wat dan weer onverklaarbaar blijft, is dat hij vervolgens nog voorzitter wordt van de Belgische Werkliedenpartij. Hoe dat kon gebeuren terwijl zijn populariteit op een dieptepunt zat, is één van de verschillende episodes die Stutje te weinig uitklaart. Een ander voorbeeld is waarom Emile Vandervelde de Man voortdurend een beschermende hand boven het hoofd hield. Over het algemeen worden de persoonlijke relaties tussen de Man en andere prominente politici en denkers weinig uitgediept. Nochtans hadden deze de biografie smeuïger kunnen maken, net als bijvoorbeeld meer cinematografische en levendige beschrijvingen van gebeurtenissen.

Ondertussen is sinds 1934 een autoritaire Leopold III op het toneel verschenen. Die koning neemt het niet zo nauw met de democratische geplogenheden en de Man hoopt als zijn loopjongen premier te kunnen worden. Die ambitie wordt niet afgeschrikt door de machtsovername van de nazi's en de vlucht van de Mans collega's naar het Verenigd Koninkrijk. Nee die hoop wordt integendeel daardoor aangewakkerd. Hij doekt in een manifest de BWP op, wat past in zijn programma om ook de persvrijheid, het parlement en de andere partijen op de mesthoop van de geschiedenis te gooien. Leopold III en hij wachten enkel nog op groen licht van de Duitsers om een Vichy-regering te vormen. Ook al gaat de Man plat op de buik, dat groen licht komt er niet. Opnieuw gefrustreerd vertrekt hij naar een berghut in Frankrijk waar hij onder andere de meest antisemitische versie van zijn memoires schrijft en het gezelschap zoekt van Frankrijks prominente collaborateurs. Ook wanneer de geallieerden de oorlog winnen, blijft hij onverbeterlijk bij zijn autoritaire opvattingen en hoopt hij op de slippen van Leopolds mantel terug de macht te kunnen binnen glijden. Als u de biografie leest, weet u zeker wat er dan gebeurt want de hele koningskwestie wordt twee keer uit de doeken gedaan. Dat is tekenend voor de gebrekkige redactie van het boek. Zo springt de chronologie te vaak enkele jaren heen en weer.

Met de Man kwam het niet meer goed. In ruil voor informatie over de vakbeweging helpen de Amerikanen hem te ontsnappen naar Zwitserland, maar daar kwijnt hij weg. Bij verstek wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar, militaire degradatie en een betaling van een schadevergoeding van 10 miljoen frank. Financieel aan de grond begint zijn gezondheid te wankelen tot hij samen met zijn nieuwe vrouw vermoedelijk zelfmoord pleegt.

Op het einde doet Stutje nog een Ardennenoffensief om ons ervan te doordringen dat de Man het allemaal voor het socialisme deed, maar overtuigend is dat niet. Evenmin plausibel is zijn stelling dat de Man geen fascist was. Stutje probeert excuses te vinden, maar de Man was een onverbeterlijke opportunist, al wist hij zijn opportunisme in theorie te hullen. Los van de fascinerende levensloop van de Man zijn het die theorieën, tekenend voor de evolutie van het socialisme in het Interbellum, die deze biografie het lezen waard maken.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 77 tot 79