Log in

No jobs

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 70 tot 72

No jobs

Fons Leroy
Gent, Borgerhoff & Lamberigts, 2018

Fons Leroy, VDAB topman, haast zich om te verzekeren dat hij geen toekomst zonder werk voorziet. Het zijn de jobs van vandaag die zullen verdwijnen. Het werk zal radicaal veranderen, maar dat is wat hem betreft positief. We moeten vooral niet proberen om technologische evoluties tegen te houden. Het zijn opportuniteiten die een technologie in dienst van de mens mogelijk maken. De huidige jobs zijn gefragmenteerd, taakgericht, functioneel, tayloristisch, beklemmend. Ze zijn echter vooral geestdodend. Jobs van de toekomst zijn gericht op competenties en worden ingebed in een loopbaanbeleid. Je past je niet aan je werk aan, maar het werk past zich aan jou aan.

Voor Leroy is dat een 'absolute breuk, zoals er nooit een geweest is.' (15) De arbeidsmarkt is veel veranderd, maar dat ging om randvoorwaarden. Het kader van wat het betekent om te werken bleef relatief stabiel. En het is precies dat kader dat nu wel zal veranderen. We mogen ons daarbij niet blindstaren op robots, want veel ingrijpender zullen migratie, demografie en klimaatverandering zijn. Natuurlijk kan robotisering zorgen voor individuele drama's, maar er is helemaal geen reden tot paniek. Voor iedere job die verdwijnt komt er elders één in de plaats. Nog nooit waren zoveel mensen aan het werk als vandaag. In België staan we inzake robotisering – dankzij onder meer de automobiel, maar ook de hoge loonkost – relatief ver. En juist onze ervaring leert dat er met automatisering werk bijkomt.

Belangrijker is dat er helemaal geen keuze nodig is tussen robots en werk. Het gaat erom zich te laten bijstaan door technologie. Mensen worden daardoor zelden overbodig. Alleen zal op de duur het huidige begrip 'arbeid' verdwijnen. Functiebeschrijvingen dateren van de tijd van Charles Taylor. Jobs krijgen een steeds flexibeler inhoud. Een maairobot bijvoorbeeld houdt het gazon kort, maar maakt het deskundig advies van een tuinman niet overbodig. Het is een beetje hetzelfde met artificiële intelligentie, waarbij de analyse van data door een computer gebeurt, maar de afwegingen en conclusies aan mensen overgelaten worden. Het wordt tijd dat we hierover ernstig nadenken en de grenzen vastleggen. We mogen bijvoorbeeld geen inmenging toelaten in begrippen als eerlijkheid, rechtvaardigheid, redelijkheid, enzovoort. Als we het goed aanpakken zullen mensen op die manier niet dommer worden dan hun computers, maar juist slimmer. We spreken dan beter van 'Augmented Intelligence'.

Hoe moeten we ons in die context de toekomst van het werk voorstellen? Werk zal nodig blijven om in het levensonderhoud te voorzien. Alleen is de vraag of het loon volledig in geld moet worden uitbetaald. Werk zal onze identiteit mee blijven bepalen. Alleen mag uitblijven van werk niet noodzakelijk een aanslag op die identiteit betekenen. Werk zal cruciaal blijven om betekenis aan het leven te geven en belangrijk daarbij is dat werk een doel op zich is. Hannah Arendt maakte indertijd een onderscheid tussen arbeiden, werken en handelen. Leroy vindt die driedeling niet vol te houden. Alle werk is positief, in zoverre het een doel op zich is en we het graag doen. Natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat een aantal lastige aspecten ondersteund worden, maar we moeten arbeid opnieuw leren waarderen als vakmanschap. Tenslotte leidt werk tot burgerschap, in zoverre het toegang geeft tot sociaal leven.

In zo'n optiek is arbeidsduurvermindering natuurlijk geen belangrijk issue. De auteur verwacht ook niet dat die arbeidsduur nog veel zal verminderen. Het is veel belangrijker ervoor te zorgen dat werk een vervullend leven mogelijk maakt. Je krijgt problemen van burn-out als dat niet het geval is, zodat het wel degelijk belangrijk is om te investeren in welzijn. Basisinkomen kan wel een interessant idee zijn, maar is niet haalbaar. De plaats van de mens als werknemer is hoe dan ook gevrijwaard. Hij zal die taken blijven doen waarvoor intuïtie, gezond verstand en creativiteit nodig is. Met robots moet gewoon worden samengewerkt. De werknemer moet er leren mee praten zelfs en dan zal het geen probleem zijn als die robots ook stukjes van je werk overnemen. 'Cobotisering' noemt Leroy dat en hij maakt zich sterk dat zich dat zal voordoen in alle jobs, ook bij vuilnisophalers.

Alleen die werknemers die zich afsluiten voor verandering zullen daardoor in de problemen komen. De anderen zullen skills ontwikkelen die vandaag misschien te weinig gewaardeerd worden: zelfregulering, kritisch denken, creativiteit, probleemoplossend vermogen, computational thinking, informatievaardigheid, ICT-kennis, mediawijsheid, communiceren, samenwerken, socioculturele vaardigheden, leergoesting en groene vaardigheden. Met die competenties moet je een werkvloer op die flexibel is en creativiteit vraagt. Je job moet werkelijk worden afgemeten op je vaardigheden. Je mag niet bang zijn om van baan te wisselen en je moet vooral leren genieten van bijleren. In zo'n visie is een diploma eigenlijk niet meer belangrijk, maar hoogstens een toegangsticket dat de begincompetenties garandeert. Wie om een of andere reden zijn baan verliest hoeft geen schrik te hebben: hij zal een portfolio meekrijgen met wat hij allemaal gedaan heeft en kan. Het zal niet verwonderen dat Fons Leroy ook het onderwijs, dat nog heel tayloristisch georganiseerd is, wil aangepast zien.

In het boek staat natuurlijk nog veel meer, zelfs een stukje science fiction. Ik denk echter dat dit voldoende is om een idee te geven en aan te zetten om te lezen. Fons Leroy is één van de belangrijkste arbeidsspecialisten in Vlaanderen, die dus weet waar hij het over heeft. Ik vind in elk geval zijn positieve verhaal een goede zaak. We geloven misschien te vlug dat er alleen nog werk zal overblijven voor een elite en voor een groep dienstverleners. De grote groep daarbuiten mag het vergeten. In het beste geval zal die kunnen genieten van een basisinkomen. Voor Leroy is basisinkomen niet echt een optie. Hij gaat ervan uit dat er voor iedereen zinvol werk zal zijn. Alleen zal dat niet meer gelijken op wat we vandaag kennen: een mooi afgebakende taak binnen een duidelijke hiërarchie. Werknemers zullen vooral doen wat aansluit bij wat ze goed kunnen en dat zal in de loop van hun loopbaan niet altijd hetzelfde zijn. Werk zal plezant worden.

Ik wil er geen karikatuur van maken, maar ik denk dat de auteur toch wel een beetje heel optimistisch is. Samenwerken met robots is wellicht onvermijdelijk, maar daarmee verdwijnt niet alle routineus en vervelend werk. Ik denk persoonlijk dat dit niet eens wenselijk is. Klopt het trouwens dat werk doel op zich moet zijn? Ik heb eerder de neiging om te denken dat werk ergens moet voor dienen en dat problemen van zinloosheid van werk vaak te maken hebben met het ontbreken van doelmatigheid. Ik ben ook verrast door de lezing die Leroy maakt van Arendt. Ik kan daar niet op ingaan, maar handelen bijvoorbeeld heeft in haar visie juist te maken met publiek of maatschappelijk debat. Toch over waar je naar toe wil, dacht ik zo. Fons Leroy wil uitkomen bij vakmanschap, maar dat is wat Arendt werk noemt. De auteur schetst veel meer waar hijzelf zou willen uitkomen dan dat hij echt overtuigt dat we in die richting gaan. Maar dat is misschien niet erg, in zoverre hij een richting aangeeft. Alleen zal het veel minder vanzelf gaan dan hij lijkt te denken. Je moet maar eens kijken hoe moeilijk de kleinste verandering in het onderwijs tot stand komt.

Luc Vanneste

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 70 tot 72