Abonneer Log in
Interview

Dirk Van der Maelen

'Na 26 mei gaat mijn Twitter dicht'

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 34 tot 41

Op 26 mei zwaait een parlementaire reus af. Dan houdt Dirk Van der Maelen er na 30 jaar in de Kamer definitief mee op. Zijn Twitter gaat dicht en een nieuw leven uit de spotlights begint. Voor Samenleving & Politiek blikt hij terug op de veranderde zeden in het parlement en het parcours van zijn partij sp.a.

"Met de lift naar het tweede en onmiddellijk naar links," zo begroet Dirk Van der Maelen (66) ons aan de bezoekersingang van het parlement. Toen de Geraardsbergenaar in 1989 in het parlement kwam, kreeg hij een bureau toegewezen in de vleugel net naast de uitgang en daar is hij vandaag, als lid van een ondertussen kleine fractie, opnieuw beland. Qua symboliek kan het tellen. De cirkel is, letterlijk, rond. Op 26 mei trekt Van der Maelen de Kamerdeur definitief achter zich dicht. De sp.a-fractie zal hem missen. Omwille van zijn dossierkennis maar ook omwille van zijn bevlogen tussenkomsten in het parlement; toch een vak apart. "Sp.a is een echte bestuurderspartij geworden en die reflex is bij onze fractie hardnekkig," moet Dirk Van der Maelen bekennen. "Vanop de oppositiebanken moet je geen beleid maken in de plaats van de minister. Je moet hem het vuur aan de schenen leggen." Dat deed Dirk Van der Maelen onlangs nog met verve toen de regering-Michel aan het vallen was. "Ik was oprecht verontwaardigd dat N-VA politieke spelletjes speelde rond het VN-Migratiepact op een moment dat de gele hesjes op straat kwamen voor meer koopkracht." Precies 30 jaar zal Dirk Van der Maelen in de Kamer gezeten hebben, een omgeving met een steeds kortere houdbaarheidsdatum.

Wat is uw geheim?

"Nooit ben ik de raad vergeten van Lode Hancké, mijn eerste fractieleider: verdiep je inhoudelijk in twee thema's, werk daarrond samen met de mensen van de studiedienst, zoek contact met experts in de academische wereld en het middenveld, en je zal een blijver zijn in de politiek. Mijn eerste thema was altijd Buitenland, maar ik veranderde regelmatig van tweede thema: Media, Fiscaliteit, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking. Tot de dag van vandaag heb ik zo gewerkt."

Bent u met die werkwijze dan een uitzondering?

"Vandaag krijgt een nieuw parlementslid allereerst mediatraining. Communicatiediensten hebben het overgenomen van studiediensten. Ik wil niet klinken als een oude zageman, maar het niveau van de parlementaire debatten is fel gedaald. Natuurlijk zijn er nog inhoudelijk sterke parlementsleden. Maar veel parlementsleden lezen hun vraag af van een papiertje dat door de medewerker is gemaakt en zakken door het ijs als ze in de repliek moeten met de minister.

Vroeger werd het de ministers moeilijker gemaakt. Nog een geluk voor de regering-Michel, want die telde heel wat zwakke ministers. Willy Claes zei altijd: als een minister met een hele reeks medewerkers naar het parlement komt, kent hij zijn dossier niet. Die regel geldt vandaag nog. Een zwakke minister als Marie-Christine Marghem komt altijd met een plejade aan medewerkers naar het parlement. Een sterke minister als Didier Reynders komt met één medewerker en durft het debat alleen aan."

N-VA bestuurde sinds 2014 federaal voor het eerst mee. Misten haar ministers bagage?

"Dat vind ik wel. Theo Francken twitterde meer dan dat hij beleid voerde, en dat was eraan te zien in de kwestie van de humanitaire visa. Jan Jambon, door velen hoog ingeschat, maakte van de politiehervorming een soep. En Zuhal Demir slaagde er zelfs in om, op het moment dat de armoede boomt, 40 miljoen euro van haar budget niet besteed te krijgen en dat geld nog eens te verliezen in een begrotingscontrole."

Welke momenten zijn u in die 30 jaar bijgebleven?

"De ontsnapping van Marc Dutroux in 1998. Het was surrealistisch wat zich toen in het parlement afspeelde, met het ontslag van Johan Vande Lanotte en Stefaan De Clerck. Ook het ontslag van Louis Tobback na de dood van Semira Adamu later dat jaar zal ik nooit vergeten. Louis voelde zich politiek verantwoordelijk, hoewel er nergens een document met zijn handtekening bestond dat stelde dat men iemand met een kussen mocht versmachten. Als je ziet wat Theo Francken zich de voorbije legislatuur heeft mogen veroorloven zonder te moeten opstappen, dan kan je niet anders dan concluderen dat de normen van de politieke hygiëne zijn vervaagd."

U was parlementslid in de oppositie en in de meerderheid. Welke rol lag u het best?

"Ongetwijfeld die in de oppositie. Dat sluit beter aan bij mijn karakter (lacht). Veel collega's zeggen me dat ik me niet zo kwaad mag maken in de Kamer omdat dat niet goed overkomt bij de mensen, maar het is sterker dan mezelf. Ik kan het niet laten. Tijdens de paarse regeringen Verhofstadt I en II was ik fractieleider. Dat vond ik een buitengewoon moeilijke opdracht. Je zit met één voet mee in de regering en moet de compromissen nadien verkopen aan de eigen fractie."

Dan kon u enige sympathie opbrengen voor de moeilijke rol van Peter De Roover tijdens de crisis over het VN-Migratiepact?

"Ik zou op dat moment niet in zijn schoenen hebben willen staan. Maar sympathie voor zijn arrogante, uitdagende manier waarop hij dat deed? Neen, dat nu ook weer niet (grijnst)."

Heeft u keuzes gemaakt waarvan u nu spijt heeft?

"Dat ik me heb laten verleiden door Norbert De Batselier om mee te stappen in het verhaal dat de splitsing van België zou leiden tot beter bestuur dat dichter bij de burger staat. Vandaag zie ik dat niet. Er is nog altijd geen gouverneur in Oost-Vlaanderen. Dat is een typische blokkering die vroeger ook op nationaal niveau bestond. Het is een fout pad dat we als socialisten zijn ingeslagen. De kostprijs van de proliferatie van administraties is enorm en de efficiëntie kan veel beter. Ik zou bevoegdheden als Klimaat en Buitenlandse handel opnieuw herfederaliseren.

Nog een vergissing is dat ik in 2011 meestemde voor het bombarderen van Libië. Dat werd toen unaniem gestemd in de Kamer. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik daar met mijn kennis ben in meegestapt. Italiaanse collega's die Libië goed kenden hadden me nochtans gewaarschuwd dat de hel daar zou losbarsten. Ze hebben helaas gelijk gekregen."

Welke minister heeft de meeste indruk op u gemaakt?

"Frank Vandenbroucke, omwille van zijn enorme vakkennis. En buiten mijn partij Didier Reynders. We hebben elkaar vaak bevochten, maar als professional is hij een crack."

Heeft u ooit de kans gehad om minister te worden?

"Helaas nooit. Staatssecretaris was ook al goed geweest. Als ik mocht kiezen, liefst bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking. Ik ben altijd een internationalist geweest."

In 2007 was u de running mate van Caroline Gennez voor het partijvoorzitterschap. Zij haalde toen 66%. Zonder u had haar uitdager, Erik De Bruyn, het wellicht gehaald.

"Dat weet ik niet. Toen Caroline mij vroeg om haar running mate te zijn, maakten we de afspraak dat ik het meeste van mijn tijd mocht blijven besteden aan mijn parlementair werk. Dat is gelukt. In 2010 was ik voor De Standaard de tweede beste parlementair en voor De Morgen de beste."

Mocht u zich kandidaat hebben gesteld, was u wellicht partijvoorzitter geworden?

"Ook dat weet ik niet. Ik moet eerlijk bekennen, en misschien is dat niet erg moedig van mij, dat ik daar geen zin in had. Voorzitter zijn van een partij die verkiezingen verloren heeft, is een klotejob. Ik had dat geen vier jaar volgehouden. Ik heb veel respect voor wie dat doet. Ik heb gezien hoe zwaar Caroline heeft geleden onder de kritiek en de persoonlijke aanvallen.

Ik vind nog steeds dat Caroline en ik in moeilijke omstandigheden goed werk hebben geleverd. We bliezen de lokale en provinciale werking van de partij nieuw leven in. Die was volledig verwaarloosd. Per provincie inzetten op een aantal mediatiek sterke kandidaten en alles daaronder verwaarlozen, is één van de grote fouten die sp.a heeft gemaakt. Caroline en ik hebben dat proberen te keren. Na het voorzitterschap van Caroline is dat opnieuw tot stilstand gekomen."

Toen kwam Bruno Tobback aan het hoofd van de partij.

"Bruno heeft één grote gave, die van het woord. Vergaderingen met Bruno waren altijd boeiend. Zijn analyses scherp. Maar ze gebeurden te veel vanuit de geïsoleerde positie vanop de Grasmarkt (het politieke hoofdkwartier van sp.a, wv). Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Op het einde van zijn voorzitterschap liep het allemaal wat stroef in de partij."

Dat partijvoorzitter een klotejob is, mag nu ook John Crombez ondervinden.

"John vaart van bij het begin een linksere koers en zet in op de vernieuwing van het politiek personeel. Daar kan ik me erg in vinden. De SP.Academy (waar jonge politieke talenten een intensieve opleiding kregen, wv) vond ik hartverwarmend. Op een gegeven moment zaten we in de peilingen weer rond 14%. Ik dacht dat we vertrokken waren. Maar in de politiek kunnen onverwachte gebeurtenissen je terugslaan. De problemen met Tom Balthazar en nadien de beschadigingsoperatie van Daniël Termont in Gent, het schandaal van Samusocial in Brussel, maar ook de migratiecrisis van 2015 zorgden ervoor dat de partij wegzakte. De uitslag van 14 oktober was allesbehalve denderend."

En dan kijkt men naar de voorzitter?

"Het is een ijzeren wet in de politiek dat de voorzitter moet opstappen als de partij het niet goed doet. Maar zeg mij wie dan wel voorzitter moet worden? Ik zie die persoon niet. John heeft de partij in moeilijke omstandigheden moeten leiden. Ik heb veel respect voor zijn werkkracht en inhoudelijke bagage. Ik hoop dat de uitslag van 26 mei van die aard is dat we met John kunnen voortgaan."

Wanneer zijn de verkiezingen voor sp.a geslaagd?

"We moeten proberen zo dicht mogelijk bij onze uitslag van 2014 te komen (14,2%, wv). Ik hoop dat we ergens tussen de 12 en 14% landen."

Er is veel te doen geweest over de decumul.

"Daar was ik als Jongsocialist al voorstander van. Zelf heb ik de decumul altijd toegepast. Achttien jaar zat sp.a in Geraardsbergen in de meerderheid, nooit heb ik een schepenmandaat opgenomen. Op korte termijn kan de decumul je stemmen kosten, dat besef ik. Maar je kan geen sterke invulling geven aan je parlementair mandaat als je tegelijkertijd schepen bent."

Sommigen maken zich zorgen over de sterkte van de sp.a-lijsten. Voor de Vlaamse lijst Oost-Vlaanderen staat de onbekende Conner Rousseau op 1 en Freya Van den Bossche op 2.

"Het is geen geheim dat ik niet gelukkig was met de manier waarop die lijstvorming is gelopen. Freya als trekker van de Kamerlijst en een Vlaamse lijst met Kurt (De Loor, wv) en Joris (Vandenbroucke, wv) plus een vernieuwer, had een betere rolverdeling geweest. Om de afbraakregering weg te krijgen, is het aantal sp.a-Kamerzetels bepalend. Dat zullen er na 26 mei sowieso wellicht minder zijn dan de 13 zetels nu. Dan moet je in Oost-Vlaanderen tegen ministers Alexander De Croo en Pieter De Crem je electoraal sterkste kandidaat uitspelen en dat is Freya. Maar het congres heeft anders beslist."

De vluchtelingencrisis heeft sp.a achteruit geslagen, zegt u. John Crombez kreeg onlangs kritiek toen hij in De Zondag stelde dat de migratie naar Europa moet verminderen.

"Ik stond te kijken van dat incident. De toon van John kon misschien anders, maar zijn boodschap lag in de lijn van wat werd beslist op ons congres van mei 2017: sp.a is voor een menselijk én gecontroleerd migratiebeleid. Ik kan als socialist niet gelukkig zijn met de huidige situatie waarbij vluchtelingen na een levensgevaarlijke tocht over de Middellandse Zee zich hier aanbieden, hun aanvraag afgewezen zien en dan in de illegaliteit onderduiken."

Waarom is migratie zo'n lastig thema voor socialisten?

"Ik ken de onderkant van de samenleving in Geraardsbergen redelijk goed. De kinderarmoede bedraagt er 21%, dat is meer dan in Aalst of Gent. Mensen met een laag loon krijgen het steeds moeilijker. Ze kloppen aan bij het OCMW maar ontvangen geen hulp omdat ons systeem is voorzien op de onderste 15%. Ze winden zich op over het feit dat nieuwkomers wél geholpen worden. Onze kiezers zijn niet altijd de meest hoog opgeleiden. Ze zijn vatbaar voor de propaganda van N-VA en Vlaams Belang. Dat maakt migratie voor ons een moeilijk thema."

Beseffen progressieven die kritiek uiten op de sp.a-koers inzake migratie dat te weinig?

"Misschien kennen ze het sp.a-programma onvoldoende? Of zijn ze beïnvloed door het mantra over sp.a als opengrenzenpartij, hoewel sp.a dat nooit geweest is? Ik kan niet in hun hoofd kijken.

Kaderleden, zoals ikzelf, kijken op een theoretisch niveau naar migratie maar mensen uit de lage middenklasse worden er dagelijks mee geconfronteerd. Dat is iets heel anders. Onderzoek van Denktank Minerva leert dat die groep het steeds moeilijker krijgt. Het aantal leefloners, afsluitingen van elektriciteit, bezoeken aan de voedselbank,… gaat allemaal omhoog. Ons sociaal ondersteuningsmechanisme is niet aangepast aan die nieuwe kwetsbaarheid bij de lage middenklasse. Tegelijk voelt de kernmiddenklasse zich de melkkoe van het systeem. Tussen 2015 en 2017 steeg het inkomen van de top 10 in België met 30 miljard euro, maar voor het patronaat mogen de lonen dit en volgend jaar maar met maximaal 0,8% boven op de index stijgen. Dit is niet ernstig."

Waarom lukt het maar niet om de rijken hun faire bijdrage te laten betalen?

"Omdat ze constructies opzetten waardoor het geld ontsnapt aan de controle van de nationale staat. Het antwoord ligt dus minstens op Europees vlak, maar daar is unanimiteit nodig. Ook hier ontbreekt de politieke wil. België is nog één van de laatste landen waar het bankgeheim bestaat. In 2011 deden we een laatste poging om dat op te heffen, maar bij Open VLD, CD&V en N-VA zat nog veel weerstand. Ook wordt de macht van de lobby's steeds groter."

Heeft u de macht van de lobby's in het parlement zien toenemen?

"Tot voor kort dacht ik dat zoiets enkel mogelijk was in landen waar de partijfinanciering via lobby's gebeurt. De onderzoekscommissie Kazachgate, over de totstandkoming van de Afkoopwet, opende mijn ogen. Die wet is nadien gelukkig deels vernietigd door het Grondwettelijk Hof, maar de diamantlobby is toen tot in het hart van de democratie geraakt."

Met de diamantlobby zijn we in Antwerpen beland, waar sp.a in zee ging met N-VA. Begrijpt u die keuze?

"Ik ben daar niet gerust in. Niet zozeer in ons eigen mensen; ik vertrouw Jinnih (Beels, wv) en Tom (Meeuw, wv). Maar ik vertrouw N-VA niet. Het is geen partij zoals een ander. Ze werkt niet volgens de klassieke regels. Ik vrees dat de Antwerpse sp.a op een bepaald moment zal worden bedrogen door N-VA."

Met socialisten valt ook op Vlaams niveau te regeren, liet Bart De Wever onlangs ontvallen.

"Dat gebeurde al eens in 2009, hoewel N-VA niet de minister-president leverde. Er was toen sprake van een uitbouw van de Vlaamse Sociale Bescherming. Dat daar niets van in huis is gekomen, illustreert nogmaals de onbetrouwbaarheid van N-VA. Wat mij betreft blijft het bij die ene keer."

Een roodgele coalitie valt niet te rijmen met de nieuwe koers van sp.a?

"Geloofwaardigheid gaat per paard en komt te voet. Dat is de les van ons geflirt met de Derde Weg in de jaren 2000. Daar zijn we nu pas stilaan van hersteld. Ik waarschuwde toen om die Weg niet bewandelen, maar stond niet sterk genoeg. Dat waren zogezegd semantische discussies, maar uiteindelijk stond 'gelijke kansen' wel in ons programma. Maar dat is niet socialistisch; 'gelijke uitkomsten' is dat wel. Het was een kapitale fout. Een Vlaamse regering met N-VA spoort volgens mij niet met onze vernieuwingsoperatie, maar het zal niet meer aan mij zijn om daarover te beslissen."

Mocht er een geelrode as op Vlaams niveau en een groenblauwe as op federaal niveau komen, dan is progressief Vlaanderen netjes uit elkaar gespeeld.

"En dan zouden bij de verkiezingen van 2024 zowel groen als rood wel eens heel bekaaid uit de bestuursperiode kunnen komen. Maar dat is natuurlijk allemaal héél voorbarig."

Wel zeker is dat klimaat hét thema van deze campagne wordt.

"Dat is vooral voor Groen, als eigenaar van het thema, een goede zaak. Toch is sp.a in dit verhaal het meest nodig. Het is onze opdracht ervoor te zorgen dat de transitie naar een meer duurzame samenleving op een sociaal rechtvaardige manier gebeurt. Dat kunnen wij beter dan Groen. Van het klimaatverhaal een solidariteitsverhaal maken is onze hoofdopdracht deze campagne."

Is de sp.a-campagne rond 'zekerheid' de juiste keuze?

"Ik verwijs opnieuw naar de studie van Denktank Minerva: de kernmiddenklasse glijdt af en de lage middenklasse is kwetsbaar. Sp.a moet die groepen zekerheid bieden. Een minimumpensioen van 1.500 euro na 42 jaar, een verlaging van btw op elektriciteit naar 6% en andere voorstellen uit ons programma doen dat."

In de zomer 2017 liet u al weten dat u zou stoppen. Toch besliste u nog één campagne mee te doen als Europese lijstduwer. Waarom?

"Om de partij te helpen. Ik heb nooit de ambitie gehad om in het Europees Parlement te zetelen – daarvoor was mijn electoraal gewicht wellicht ook niet groot genoeg – maar ik heb het Europese niveau voor socialisten altijd héél belangrijk gevonden. De belangrijkste thema's vandaag zijn ongelijkheid, klimaat en migratie. Alle drie vereisen ze een Europese aanpak."

Na 26 mei is het definitief gedaan? U wordt niet de Vlaamse Jeremy Corbyn?

"In 1979 werd ik voorzitter van de SP-afdeling in Geraardsbergen. Dit zal mijn 20e campagne zijn in 40 jaar. Gemiddeld om de twee jaar heb ik een campagne gevoerd. Het is mooi geweest. Nieuwe gezichten moeten sp.a nu een toekomst geven. Na 26 mei gaat mijn Twitter dicht en geef ik geen interviews meer over de nationale politiek. Wel wil ik de volgende jaren nog een laatste keer mijn schouders zetten onder sp.a in Geraardsbergen."

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan?

"De neergang van sp.a in de Denderstreek is één van de pijnlijkste zaken die ik in mijn politieke loopbaan heb meegemaakt. In de Denderstreek hadden we altijd sterke socialisten; lange tijd waren er zelfs communisten. Maar op 14 oktober beleefde de Denderstreek haar Zwarte Zondag. In Geraardsbergen viel sp.a fel terug. Ik heb er de mensen van mijn partij beloofd om nog 6 jaar mijn best te doen. Ik ben nu 66. Ik zie mezelf nog meedoen in de lokale verkiezingen van 2024. Maar daarna is het écht gedaan (lacht)."

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 34 tot 41