Abonneer Log in

Waarom de groene golf een rimpeling werd

De verkiezingscampagne toonde een sterke disconnectie met de leefwereld van gewone mensen. Groen is meer 'partij' en minder 'beweging' dan ooit, en moet terug naar grassroots gerichte politiek.

In De Standaard van 3 juni 2019 poneert Dirk Holemans dat wetenschap en 'het politieke' geen één-op-éénrelatie hebben.1 Die stelling is opvallend 'politiek'. De problematiek van 'hét klimaat' of 'dé natuur' kan immers niet worden beperkt tot het vergaren van 'neutrale' wetenschappelijke kennis die ons vervolgens unisono de weg naar oplossingen toont. Ecologische transitie veronderstelt een politiek en sociaal debat over welke maatschappelijke veranderingen er nodig, mogelijk en wenselijk zijn – een debat met zowel linkse als rechtse vragen en antwoorden. Kortom, ecologie is thematisch niet zomaar links. Een sociale groene transitie vergt een duidelijke ideologische en economische positionering. Het vergt connecties met basisbewegingen en de civiele samenleving in haar strijd voor een andere 'natuur' – of liever: een andere relatie tussen mens en natuur.

In tijden van fake news en manipulatie is het begrijpelijk dat ecologische bewegingen en partijen in hun streven naar een ander klimaatbeleid vaak doordrongen zijn van de eenheid tussen wetenschap en politiek. Vanzelfsprekend vormt wetenschap de empirische bouwsteen voor een maatschappelijk toekomstproject, maar dat project valt niet zomaar objectief af te leiden uit wetenschappelijke bevindingen. Het veronderstelt subjectieve, menselijke keuzes. Wetenschap vertelt ons zo empirisch als dat kan, zoals Holemans terecht aangeeft, hoe de situatie nu 'is'. Maar wetenschap vertelt ons niet zomaar hoe ze 'zou moeten zijn'. Hooguit toont het ons enkele scenario's waaruit we kunnen kiezen. Maar de keuze zélf is als normatieve kwestie door en door politiek. Dat vraagt dus politieke positionering, zowel wat visies betreft over welke toekomst we willen als hoe we die gaan vorm geven. De belangrijkste vraag die we moeten beantwoorden is dan ook: 'Welke natuur willen wij?' Precies die vraag is door Groen niet helder beantwoord tijdens de campagne. Waardoor de groene golf beperkt bleef tot een rimpeling op het wateroppervlak.

THERE'S NO SUCH THING AS NATURE

In zijn bekende boek We have never been modern gaat Bruno Latour in op de valse tegenstellingen en strakke opdeling tussen cultuur en natuur, die de moderne conditie van ons denken bepaalt. Ook een ecologisch auteur als Jason W. Moore brengt die kritiek op het Cartesiaanse denken in ecologische middens naar voor, vanuit 'een wereldecologie-perspectief'.2 'We zien niet hoe de natuur onze politiek stuurt als actor op zichzelf, en evengoed bannen we kritische reflectie over de impact van cultuur en dus politiek op de natuur. Dat noemt Moore 'web of life'. Latour wijst naar hybride realiteiten waar natuur en cultuur zich vervlechten. Natuurlijke 'objecten' zijn actoren in een netwerk tussen mensen en hun leefomgeving, zoals klimaatverandering en extreme weersveranderingen die op hun beurt tot droogte, schaarste, migratie en bijkomende sociale en politieke uitdagingen leiden. Wat op zich weer leidt tot transformaties in ons politiek en economisch denken.

Vraagstukken over ecologie, klimaat en milieu zijn met andere woorden complexe 'assemblages', zoals Manuel De Landa die noemt. In die 'assemblages' komen zowel objectieve componenten (materiële zaken) als subjectieve componenten (vertogen – hoe we erover spreken – en sociale constructies zoals wereldwijde grondstoffenketens) samen in een gefabriceerd geheel dat we bijvoorbeeld 'hét klimaat' of 'dé natuur' noemen. Echter, in sterke woorden uitgedrukt: 'There's no such thing as Nature'. Dé natuur geeft namelijk op zichzelf geen specifieke richting aan, al geeft ze wel mee vorm aan 'het politieke'. Die natuur en de wetenschap over de natuur geven aan hoe ernstig de toestand is. Maar welke interpretatie we daarvan hebben en welke toekomst we willen, dat zijn politieke kwesties. Zoals Jelmer Mommers stelt in zijn boek Hoe gaan we dit uitleggen? Onze toekomst op een steeds warmere aarde: 'Alleen een goed verhaal kan ons verder helpen. (...) Mensen nachtmerries bezorgen over de 'klimaatapocalyps' is niet genoeg – daarmee voorkomen we geen enkele ramp. Ook IPCC-rapporten zijn niet genoeg'.3

Dirk Holemans verwijst in zijn boek Vrijheid en zekerheid (2016) naar de nood aan een kompas en een kaart, om 'revolutionair reformisme' te realiseren; een veranderingsproces waar kleine verandering uitmonden in een zichzelf versterkende dynamiek waarbij systemen uiteindelijk wijzigen. Maar Holemans schiet tekort in het doordenken wat dit alles concreet betekent in 'het hier en nu'. Dat uitdagingen van dé natuur en hét klimaat politieke kwesties zijn, klopt als een bus. En dat er geen vanzelfsprekende één-op-éénrelatie is tussen die twee, is een fundamentele kwestie voor een democratie geworteld in het georganiseerd meningsverschil. Maar het blijft ijzingwekkend stil over de rol van de partij Groen. Wat met de politieke keuzes die gemaakt werden en worden? Hoe positioneert Groen zich op de links-rechts as? En wat met de specifieke politieke en economische context waarin 'onze natuur' vorm krijgt?

GEPRANGD TUSSEN PARTIJ EN BEWEGING

Nu we weten dat de vervlechting tussen natuur en cultuur ruimte geeft voor politiek, is het de vraag wie de drager is van dat 'politieke', en welke strategie die politiek drijft. Holemans verwijst naar de vertaling van de eisen van de klimaatjongeren in een wetenschappelijke rapport, als een eindige strategie. Wetenschap is geen politiek. Maar zijn de klimaatjongeren de verantwoordelijken voor deze teleurstellende verkiezingsuitslag? De klimaatjongeren hebben de kwestie van het klimaat in de eerste plaats gepolitiseerd, méér dan het hele Vlaamse middenveld in lange tijd heeft gedaan. Of we moeten al terug naar de jaren 1980 gaan; naar de tijd van VAKA toen de milieubeweging de grootschalige antirakettenbetogingen ondersteunde. De aanhoudende betogingen met creatieve, uitdagende slogans waren op zich een politieke praktijk. De klimaatjongeren hebben elk recht om technocratische beleidsvoorstellen te doen die te nemen of te laten zijn, zoals in het rapport van de Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck. Al roept dat vragen op over 'een expertocratie', zoals André Gorz stelt, die de democratie niet kan vervangen.4 De verwetenschappelijking van het ecologische debat gaat in ecologische middens al te gauw hand in hand met een technocratisering en juridisering van wat in de kern een politieke problematiek is.

Wat ontbreekt in de analyse van Holemans is een balans van Groen als partij. Groen wordt niet ter 'verantwoording' geroepen over de manier waarop ze de politieke vertaalslag van ecologische bewegingen deed en doet. Niettegenstaande de groene partij haar oorsprong heeft in de nieuwe sociale bewegingen en burgerorganisaties van de jaren 1970 en 1980, is die beweging gestaag (uit)gedoofd tot op vandaag. Agalev werd Groen! En toen het uitroepteken (!) verdween, ebte ook de 'beweging' gestaag weg.

Activisten worden vlug als roepers beschouwd, terwijl politici bestuurders zijn. 'Zij staan niet aan de zijlijn', heet dat in politiek lingo. Besturen focust op 'goed beleid' voeren, degelijke wetsvoorstellen ontwerpen, compromissen maken en strategische communicatie uitbouwen. #Hetkananders is de hashtag van Groen. Maar dat #anders dreigt al gauw #hetzelfde geworden als andere partijen. Dezelfde strategische PR-gerichte campagne domineert, met generieke slogans als 'gezonder, menselijker en eerlijker' en met bijbehorende road shows ('meet-up's', waarbij sociale mediastrategieën en technocratische electorale technieken worden geknipt en geplakt uit campagnes van GroenLinks en Barack Obama).

De overprofessionalisering van de partij, of toch de specifieke interpretatie en praktijk daarvan binnen de geledingen van Groen, leidt tot vervreemding van haar historische roots. De partij is meer 'partij' en minder 'beweging' dan ooit. Politieke inhoud, duurzame netwerken met de civiele samenleving en voeling met de alledaagse leefwereld moeten vaak de duimen leggen voor communicatie en strategie. Op cruciale momenten kiest men onder het gewicht van de strategische communicatiejongens om te zwijgen, verlamd door angst om slaag te krijgen in dit politieke steekspel. Bijvoorbeeld het gebrek aan lef om het voorstel van salariswagens echt door te drukken. De partij kon zo op het vlak van mobiliteit eenvoudig worden weggezet als 'belastingpartij' door andere partijen die zelfs geen enkel klimaatplan hebben. Terwijl het huidige regime van salariswagens sociaal onrechtvaardig en onhoudbaar is.

VERVREEMDING

De uitdaging voor Groen is dus diepgaander dan een tekortschietende communicatie of falende campagne. De fundamentele vraag is of de partij wel weet en aanvoelt waar het beleid begint en waar het moet landen? Een sterk klimaatplan van een studiedienst vol bollebozen wordt niet gevoed van onderuit door sociale organisaties of de basis waarmee ze zou geconnecteerd zijn, en blijft daardoor van haar potentiële electoraat gedisconnecteerd. Zijn de historische wortels van de partij, die hierboven worden beschreven, niet aangetast?

Natuurlijk zijn er de klassieke consultaties nationaal, maar dat onderscheidt de partij niet van bijvoorbeeld CD&V of sp.a die erg actief zijn op dat vlak. Je zou verwachten dat het historische karakter van Groen zou leiden tot een grassrootsmentaliteit en dito strijd naar diverse publieken toe. Tot tien jaar terug was een partij als Groen wél nog actief in allerhande comités en actiegroepen. Filip De Bodt van het t' Uilekot in Herzele verwijst naar de permanente dialoog tussen progressieve partijen en bijvoorbeeld het Denderaktiekomitee of het Aktiekomitee N42, dat vandaag nog nauwelijks bestaat.5

Er zijn zeker heel wat lokale afdelingen die gericht zijn op de civiele samenleving en zelfs mee piket gaan staan bij stakingen of op andere wijze actief zijn in de wijken en straten, maar een deel van de nationale partij is vervreemd van het klassieke en nieuwe middenveld. De kritieken van Freya Piryns over 'gevangen zitten in een bubbel' en Leuvens schepen David Dessers in Knack moeten in deze context worden geplaatst.6

De verkiezingscampagne toont een sterke disconnectie met de leefwereld van gewone mensen – met als uitzondering Almaci die deze leefwereld vanuit haar afkomst steeds opnieuw op tafel kan gooien. Er is niet alleen nood aan banden met organisaties in de civiele samenleving, maar ook met ongeorganiseerde groepen: mensen in armoede en burgers met migratieroots. Dergelijke netwerken zouden politieke voorstellen over migratie en diversiteit inhoudelijk verrijken. Waardoor het voorstel als de 'Spaanse enclaves' op Ceuta en Melilla dat geframed werd als 'pushbacks organiseren' – een strategische zet om 'in het debat te komen' – er nooit zou doorkomen. Dat zou de stilte die er op momenten is over migratie doorbreken.

Dat betekent ook dat Groen er moet staan wanneer aan 'haar basis' wordt geraakt. En dat de partij het moet opnemen voor actoren uit de civiele samenleving en kwetsbare groepen, zoals dat is gebeurd tijdens de besparingen in het Agentschap Integratie en Inburgering. Holemans verwijst in zijn bijdrage in De Standaard naar de uitbouw van alternatieve infrastructuren op het platteland waarbij de ecologische transitie een hogere levenskwaliteit oplevert voor het platteland. Dat werd ooit gedaan – of tenminste geprobeerd in een toestand van onderfinanciering – door het streekopbouwwerk, door streekplatformen en door RESOC's met vakbonden erbij. Doorheen de tijd werden deze in stilte weg bespaard. Ook hier zijn dus connecties en netwerken nodig, voor men voorstellen lanceert.

Mensen voelen zich – en worden ook daadwerkelijk – in de steek gelaten door een beleid dat enerzijds besparingen doordrijft en anderzijds een precair projecten- en proeftuinenbeleid voert. Op het platteland kan Groen deze strijd aangaan en daar een verhaal uitbouwen, net zoals in de steden waar ze winst boekt. De strijd in de suburbane gebieden, waar 'de geest van suburbia' domineert zoals Bruno Meeus en Pascal De Decker stellen in het gelijknamige boek7 en waar de bevolkingssamenstelling nog anders is dan op het platteland, lijkt echter een moeilijke burcht om in te nemen. Die gebieden kennen hun oorsprong in 'antistedelijkheid': in een politiek-ruimtelijk project gericht tégen diversiteit, duurzaamheid en participatieve democratie.

HET EINDE VAN DE WERELD? HET BEGIN VAN EEN VERHAAL!

Indien Groen zich terug in de praktijk wil positioneren, waar duidelijk nood is aan een politiek kanalisatiepunt, dan vraagt dat ook een politieke positionering tegenover de 'markt' en de 'staat'. Wat me brengt tot een meer fundamentele kritiek op de groene beweging en de kwestie van neoliberalisme: dat van de toenemende vermarkting van de samenleving. De ecologische problematiek is nauw verbonden met een verschuiving van de natuur als gebruikswaarde naar ruilwaarde. Vooruitgang op ecologisch vlak kan enkel samengaan met een ontmarkting. Of zoals de politieke econoom Karl Polanyi stelt: de economie moet worden ingebed in de samenleving.

Die inbedding en ontmarkting betekent niet noodzakelijk een 'verstaatsing'. Groen kan net een unieke invalshoek bieden over 'communaliseren' in een groter verhaal over de 'commons'. Maar – en laat ons maar duidelijk ouderwets zijn – dergelijke vrije associaties van producenten en consumenten moeten ook bestaande machtsverhoudingen en asymmetrische eigendomsrelaties in vraag stellen. Pas wanneer we samen de productie- en distributiemiddelen beheren, kunnen we de ontspoorde economie bedwingen: een economische democratie die complementair is aan politieke democratie. Dit vergt, zoals Holemans ook in zijn boek terecht aangeeft, een andere verbeelding. Maar het vraagt ook een duidelijke positionering van Groen tegen het neoliberale project dat de dominante maatschappelijke horizon is en blijft, zelfs al zit het in een zombiefase sinds de financiële crisis van 2008. Horen we dat geluid bij pakweg Kristof Calvo?

Ik verwijs naar de beroemde quote van Fredric Jameson: 'it is easier to imagine an end to the world than an end to capitalism.' Greta Thunberg disciplineert in die zin terecht de politieke én economische actoren op het Wereld Economisch Forum. De natuur- en milieubeweging verklaart zichzelf al te gauw verbeurd inzake deze kwestie, waardoor ze een ontoereikend toekomstscenario biedt of voorstellen doet die sociaal gedisconnecteerd zijn, zoals het vervangen van 'de woonbonus' door 'de klimaatbonus' – wat de noodzakelijke alliantie met sociale organisaties onder druk zet.8 De natuur- en milieubeweging flirt al te vaak met vermarkting, gevangen in een simplistisch kader van een 'slechte overheid' die tegenover vernieuwende marktactoren staan die al dan niet steunen op financiering met zogenaamde 'social impact bonds' als investeringsproducten. Dit is een ideologische keuze voor ecologisch modernisme, waarbij de motor van wetenschap, privaat kapitaal, individuele consumptiekeuze en vrije markt niet als probleem, maar als innoverende en oplossingsgerichte kracht wordt beschouwd.

Door geen eenduidige ideologische keuze te maken, zwalpt Groen op economisch vlak van links naar rechts. Zo wordt ze het evenbeeld van mainstreampartijen die zich in het 'centrum' willen profileren, wat dodelijk is voor een partij die voorkomt uit nieuwe sociale bewegingen. De saga van 'de blauwgroene as', zoals ook David Dessers terecht aangeeft in Knack, komt voort uit de spanning in de partij tussen links-liberalen die pro-marktoplossingen zijn en een politiek project willen formuleren 'voorbij links en rechts'; en links-libertairen die voorstander zijn van ecologische rechtvaardigheid door de markt in vraag te stellen.9 Dat zie je ook aan de keuzes die werden gemaakt in deze electorale campagne die al te vaak pro-'Sign For My Future' (SFMF) was – een project dat onder andere uitgaat van economische actoren die een dubbelzinnige agenda hebben.10 Een progressief Groen, dat haar politieke positie op links vindt, blijft weg van dergelijke neoliberale spelers. Welke plaats voor de 'markt'? Tijd voor helderheid bij Groen.

In plaats van ons te spiegelen aan het neoliberaal ecologisme van SFMF en de 100 CEO's, dat alle 'politiek' wegveegt uit de natuur- en klimaatkwestie, of te pleiten voor de blauwgroene as, laten we ons beter inspireren door de bewegingen die inzetten op ecologische rechtvaardigheid. In een recente Knack-bijdrage pleitte Holemans terecht voor het verbinden van de gele en groene hesjes om ecologische rechtvaardigheid te bewerkstelligen.11 Maar wat in dergelijke analyses steeds achterwege blijft, is concreet hoe en met 'wie' je dat doet? Groen moet haar banden met de civiele samenleving, kwetsbare burgers en sociale professionals terug uitbouwen.

WELKE NATUUR WIL GROEN UITBOUWEN?

De belangrijkste vraag na deze verkiezingen lijkt me welke 'natuur' Groen als partij wil? Het spreekt vanzelf dat er nood is aan de versterking van een links-ecologisch verhaal. Als de 'natuur' en het 'klimaat' complexe 'assemblages' zijn, dan is het aan ecologisten om een ander verhaal te bricoleren, dat impact heeft op het geheel. Als ecologisme gaat over autonomie, zelfbeheer en sociale mobiliteit in een maatschappij die zich ontwikkelt binnen de eindige grenzen van wat de aarde dragen kan, dan is het aan Groen om burgers te tonen dat ze zowel een andersoortige vrijheid kunnen krijgen met zekerheden die niet samenvallen met de grillen van de markt en haar neoliberale cadans.

Het neoliberalisme creëert permanent crisissen, die geadresseerd worden met nieuwe rechtvaardigheidsclaims die de praktijk en principes ervan moeten rechttrekken in een 'neoliberalisme met een menselijk gezicht'. Tegenwoordig gebeurt dat door de 'waarden' van mei '68 waaruit de Groene beweging komt 'a posteriori' op te slorpen.12 Waarden zoals vrijheid, autonomie en authenticiteit, tot 'small is beautiful' en decentrale economie worden opgeslorpt in de strijd tegen 'gigantisme', zoals het gelijknamige boek van Geert Noels. Links-libertaire mensen horen er al te gauw de weerklanken van hun eigen discours in, net omdat men de alledaagse en historische praktijk van het neoliberalisme niet doordenkt.13

Maar er is evengoed nood aan een andere politieke praktijk: een meer grassroots gerichte vorm van politiek, verstrengeld met de leefwereld van burgers. Een politieke praktijk die afstapt van de dominante invulling van de partij als electorale kiesmachine. Dat vraagt niet alleen het doorbreken van de dualiteit tussen 'natuur' en 'cultuur' wat Bruno Latour aankaart, maar ook tussen 'het abstracte' en 'het concrete', wat Marx ons leert in de 11e these van Feuerbach: 'Het doel is niet alleen de wereld te interpreteren, maar om die te veranderen.'

'Ecologisten, wat nu?', vraagt Holemans. Wel, meer grassroots gerichte politiek graag! Luc Barbé stelt in een opiniebijdrage op Oikos terecht: 'Samenlevingen zijn divers. Het komt er wel op aan werk te maken van een sociaal rechtvaardige transitie met perspectieven voor alle groepen'.14 Of zoals David Dessers stelt: 'Het zou fout zijn mocht Groen zichzelf zien als dé vertegenwoordiger van de hoogopgeleide middenklasse. Groen moet juist veel breder rekruteren. Maar dan zullen we ons sociaal profiel meer moeten benadrukken dan tijdens de voorbije campagne'.15

Dit vergt doorgedreven politiek opbouwwerk die vanuit de diverse leefwerelden van mensen vertrekt en hen handvatten biedt. Handvatten die beter zijn dan die van ecorealisten, klimaatontkenners en 'klimaatgeruststellers', zoals Barbé ze noemt. Handvatten die meer grip geven op de wereld dan de antwoorden van rechts en extreemrechts. Meer dan denkwerk zal dat vooral een lang doe-procesworden. Zoiets kan enkel als je de leefwereld van diverse groepen begrijpt en sterke netwerken uitbouwt met de civiele samenleving. Zodat een groene linkse politiek, vorm kan krijgen vanuit de noden en behoeften van diverse burgers. Het is duidelijk dat als Groen die kwestie niet adequaat beantwoordt de PVDA'ers die nu in de parlementen zitten die kwestie van antwoord gaan voorzien.

(Dit is een losse bijdrage, die niet in het magazine van Samenleving & Politiek is verschenen)

VOETNOTEN

  1. http://www.standaard.be/cnt/dmf20190602_04441222.
  2. https://www.radicalphilosophy.com/article/nature-in-the-limits-to-capital-and-vice-versa.
  3. https://www.groene.nl/artikel/op-een-steeds-warmere-aarde?fbclid=IwAR2FrYRGhbnAZgccwDzpUmf8plZelNPGCThf0QUmCDyPredbUQGuEZhr2Uw.
  4. https://www.oikos.be/tijdschrift/archief/jaargang-1997/oikos-4-3-1997/464-04-02-matthieu-vertaling-gorz-politieke-ecologie/file.
  5. http://uilekot.org/nu-woont-u-ook-in-de-marginale-driehoek/?fbclid=IwAR24uNgKEX7Ovbg4x4VkGyZHeIi4Fd_pcklltrYlGOF-yfUBVs-_Ufw0S5Q.
  6. https://www.knack.be/nieuws/belgie/groen-schepen-roept-op-tot-bezinning-groen-was-te-vaak-een-halve-partij-van-het-establishment/article-news-1472487.html?fbclid=IwAR3TAfSzdpuBhH002W--765d1GPHzVF0jt-hZE7gq3qMhooF6UdYF7C7ino.
  7. http://www.maklu.be/MakluEnGarant/BookDetails.aspx?id=9789044130799.
  8. https://www.mo.be/interview/vlaams-woonbeleid-naam-beleid-niet-waardig.
  9. https://www.sampol.be/2019/02/hoe-progressief-is-de-groenblauwe-as.
  10. https://www.demorgen.be/meningen/ngo-s-maken-een-vergissing-met-klimaatcampagne-signformyfuture~bad3c46a/.
  11. https://www.knack.be/nieuws/wereld/waarom-ik-als-ecologist-het-protest-van-de-gele-hesjes-uitstekend-kan-begrijpen/article-opinion-1397805.html.
  12. https://www.sampol.be/2019/02/hoe-progressief-is-de-groenblauwe-as.
  13. https://www.tijd.be/politiek-economie/belgie/algemeen/de-toekomst-volgens-noels-kleiner-trager-en-menselijker/10105973.ht.
  14. https://www.oikos.be/schrijversgemeenschap-sp-777485182/archief-per-categorie/opinie/item/1209-de-verkiezingsoverwinning-van-de-klimaatgeruststellers.
  15. https://www.knack.be/nieuws/belgie/groen-schepen-david-dessers-onze-campagne-was-te-drammerig/article-longread-1472177.html.