Abonneer Log in

De kracht van een vrouw

Zomerreeks - Hoop 2019

Onlangs werd mijn oma 90. Op haar feest droeg ze voor de eerste keer in haar leven oorbellen.

Hoop heeft deze dagen het gezicht van Carola Rackete, de kapitein van de Sea-Watch die 43 migranten redde en hen, tegen de Italiaanse autoriteiten in, veilig naar de haven het Italiaanse eilandje Lampedusa bracht. Een daad van menselijkheid die op niet veel begrip van (een deel) van de Italiaanse publieke opinie kon rekenen. Carola werd op sociale media uitgescholden, enkelen wensten haar een verkrachting toe en ook de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Matteo Salvini, juichte haar arrestatie toe. Zelf dacht Carola aan het lot van de 43 mensen die ze wou redden; dapper, met een intern moreel kompas onverschillig voor politieke berekeningen op de kap van de zwaksten. Carola zal worden herinnerd als de vrouw die aan de juiste kant van de geschiedenis stond. Ze zal ons ons eraan herinneren dat elke daad van verzet, solidariteit en barmhartigheid telt.

Wie zich ook verzette tegen de gewelddadige en verdraaide logica van de 'eer', is Giuseppina Pesce. Ze is lid van de homoniem 'Ndranghetafamilie, de machtige maffia uit Calabrië; en één van de eerste spijtoptanten uit deze tak van de georganiseerde misdaad. Giuseppina begon te praten omdat ze zelf een ander leven voor haar kinderen wou, een leven zonder risico om voor haar 30e te sterven voor een afrekening of met een vooruitzicht op een lange gevangenisstraf. Zodoende bewees Giuseppina niet alleen een grote dienst aan de Italiaanse justitie, maar maakte ze ook – volgens haar tegenstanders – de eer van de familie ten schande. Ze werd een paria en, erger nog, een doelwit dat zo snel mogelijk uit de weg moet worden geruimd. Dat ze nog leeft, heeft alles te maken met de lange gevangenisstraf die haar broer moet uitzitten. Als hij vrijkomt, zal zijn eerste taak zijn om Giuseppina, zijn eigen zus, een 'lesje' te leren; hij zal de 'schandevlek' moeten uitwassen die zijn zus heeft achtergelaten. En tegelijkertijd zal het lot van Giuseppina andere vrouwen op het 'rechte pad' van de criminaliteit houden en van de even tijd- als zinloos zweren op de familie-eer. En zo is Giuseppina het gezicht geworden van het deel van Italië dat zich wil bevrijden van het juk van de maffia.

De kracht die van deze vrouwen spat, kwam ik ook in Molenbeek tegen. Het was de periode van de aanslagen in Parijs. Het wantrouwen was groot en de wanhoop aanzienlijk. Want hoe bouw je weer een begin van hoop op voor een hele gemeenschap in één van de meeste beruchte gemeenten ter wereld? Met veel geduld, zo blijkt. En met een ongelooflijk vertrouwen in de toekomst, de medemens en de samenleving. Uit de puinhoop van de aanslagen kwam hoop. Die heette toen Malika, Aziza, Mina, Ghizlane,… Allemaal vrouwen met een drievoudige missie: banden weer aanhalen, begrijpen wat fout was gelopen en herstellen wat kapot was. Ik heb deze onvermoeibare vrouwen aan de weg van respect en wederzijds vertrouwen zien timmeren. Ze organiseerden praatgroepen, ontmoetingen, taallessen voor nieuwe en minder nieuwe migranten, solidariteitsprojecten met Marokko, spelnamiddagen en vertelateliers voor de kinderen,… Hun creativiteit was groot, hun talenten en inzet nog groter. En zo zijn deze vrouwen het symbool geworden van een Molenbeek dat, ondanks alles, vooruit wil kijken.

Maar mijn grootste voorbeeld van vrouwelijke hoop is mijn oma. Ze groeide op in de vorige eeuw in een Zuid-Italiaans dorp. Ze was de jongste van 4 weesmeisjes. Haar mama, mijn overgrootmoeder, moest alles uit de kast halen om eten en een toekomst aan haar kinderen te geven. Luxe was er niet maar wel net genoeg om te eten, vertelt mijn oma over haar kindertijd. En als ze toevallig iets 'extra' hadden, was er altijd iemand die meer honger had die het kon gebruiken. Haar grootste teleurstelling is dat ze niet heeft kunnen studeren. Er was geen geld om iedereen naar school te sturen; en het werd dus niemand. Haar grootste verdriet was de gedwongen adoptie van haar oudere zus. Met de tussenkomst van mijnheer de pastoor, werd beslist dat ze bij een kinderloos koppel van de familie zou opgroeien. Als mijn oma me dit verhaal vertelt, spat het verdriet van haar af. Niet dat ze het haar moeder kwalijk neemt. Een mond minder te voeden en de hoop dat het kind daar beter zou opgroeien, zo zal mijn overgrootmoeder toen ongetwijfeld gedacht hebben. Mijn oma heeft altijd gedacht dat een vrouw vooral moest leren zorgen voor haar man, kinderen en huishouden. Maar tegelijkertijd stond ze erop dat ik studeerde telkens ik bij haar logeerde. Toen ik mijn diploma aan de universiteit behaalde, zat ze op de eerste rij. Ze was trots op haar eerste kleinkind dat het zover had gebracht. Wist ze toen hoe groot haar aandeel daarin was geweest?

Onlangs werd mijn oma 90. Op haar feest droeg ze voor de eerste keer in haar leven oorbellen. Vanaf nu, als ik aan hoop denk, zal ik aan mijn oma met oorbellen denken.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019