Abonneer Log in

Goede wil is een illusie

Zomerreeks - Hoop 2019

Veel hoop is er niet voor onze individuele levens. En toch zijn voor het menselijke avontuur de stoutste dromen gerechtvaardigd.

Veel hoop is er niet voor onze individuele levens. Milieurampen, die sociale opstand in de hand zullen werken en omgekeerd, verduisteren de horizont. Maar de horizont is in de menselijke geschiedenis voor individuen wel vaker bijzonder somber geweest. Charles Darwin klaagde bij zijn vrouw dat hij niets van zijn leven gemaakt had en Sigmund Freud stierf net op tijd om het verbranden van zijn vier zussen in de concentratiekampen niet te moeten vernemen. Zo zal het elk van ons misschien ook vergaan. En toch zijn voor het menselijke avontuur de stoutste dromen gerechtvaardigd.

Wat zingeving en waarheid betreft, lijkt alles al voorhanden sinds het prille begin van de geschiedenis van het denken. In Oedipus Rex balt de grote Attische tragediedichter Sophocles alle beschavingsuitdagingen in één tekst samen, met voorop het incestverbod en het orakel dat vraagt om metaforisering wil de mens niet door zijn noodlot achterhaald worden. Loopt Oedipus inderdaad niet rechtstreeks zijn fatale lot tegemoet door de terreur die het orakel ('je zal je vader doden en je moeder huwen') hem inboezemt? In de mate dat de mens die angst kan overwinnen, krijgt hij pas elan om de patroniem, die hij erft van de vader, met zelf verworven glans te overschrijven, en om in de liefde een partner te zoeken naar het beeld van de moeder – en die twee ambities, het werk en de liefde, schrijven het universele verhaal van de mens.

Wanneer Erasmus hekelt hoe een Hebreeuwse spreuk verkeerd in het Bijbels Latijn vertaald werd als 'Het aantal gekken is ontelbaar', terwijl er in het Grieks eigenlijk staat 'Wat ontbreekt – wat deficiënt is – kan niet worden geteld', voorspelt hij in het doorprikken van die vertalingsfout de hele crisis van de mentale gezondheidszorg waar we nu voor staan. Vandaag neemt het aantal 'gekken' epidemisch toe, van autisme tot burn-out over borderline en ADHD. Maar de oorspronkelijke tekst wist nochtans dat de pijn van het gemis des mensen is, omwille van logische redenen – hetgeen ontbreekt is niet door een concrete invulling afgebakend, maar kan potentieel al het denkbare zijn – en dus niet omwille van structuurfouten.

Wanneer Shakespeare Hamlet, die niet zijn vader heeft vermoord maar zich toch schuldig voelt aan zijn dood, 'readiness is all' laat zeggen, zegt hij de facto dat niet enkel de effectieve handelingen maar ook de ingebeelde handelingen (de wens om de vader te doden) een werkelijkheidskarakter hebben. Zo consigneert hij in die ene pennentrek het mentale als realiteit.

We hebben dus altijd al geweten wat de menselijke conditie is. En toch blijven alle socio-economische systemen, die tot nog toe voor het samenleven bedacht werden – zoals daar zijn slavernij, lijfeigendom, kolonialisme, imperialisme, kapitalisme – uitmonden op grootschalig falen, en wijdverbreide, vaak gewelddadige destructie. Hoe komt dat? Het antwoord hierop is: omdat er nog geen echte psychologische wetenschap bestaat. Zolang de wetenschap van het mentale zich niet als gezaghebbende werkelijkheid opdringt, kan het bedenken van het samenleven vrijgepleit worden van ongehinderde hoogmoed: niets staat in de weg om met steeds hernieuwde moed en hernieuwd enthousiasme, op de ruïnes van het vorige systeem, een nieuw systeem te bedenken voor het samenleven van alle mensen met gezond verstand en van goede wil.

Maar de basisinstelling van het menselijk denken is niet het verstandige denken: die basisinstelling is integendeel een snel, associatief maken van verbanden op basis van oppervlakkige gelijkenissen waarbij het gehele plaatje of de overspannende intentie uit het oog verdwijnen. Het 'gezonde verstand' is pas mogelijk door het stilleggen van dat associatieve denken; het is waartoe Oedipus – noch de besten onder ons – in staat zijn wanneer de angst paniek wordt. Ook de goede wil is een illusie: de wil moet steeds ook tol aan het verleden betalen. De handelingsintenties ontkomen niet aan de geschiedenis van het individu. En daardoor zijn ook transgressies van dat handelen onontkoombaar, wat van ons allen eerder potentiële monsters dan wel mensen van goede wil maakt. Zo willen we allemaal wel soms de eigen ouders een kopje kleiner maken. Of de eigen partner, of jawel, de eigen kinderen.

Een ware psychologische wetenschap kan ons dat bijbrengen: hoe we het samenleven kunnen bedenken voor mensen met hinkend verstand en onstuurbare wil, een samenleven dat de verlichting voor ogen houdt, en iedereen oproept tot het beste in zichzelf, maar dat geen voorwaarden van (prometheaanse) perfectie stelt en in die zin onvoorwaardelijk iedereen omarmt.

En wat zo'n psychologische wetenschap betreft, is er hoop. We hebben weldra elke neuron binnenstebuiten gekeerd, en gaan bijna met recht mogen zeggen – niet als geloofsbelijdenis maar als berooid besef – dat de ziel er niet in huist. En dat het mentale dus nooit een afgeleide van het neurobiologische zal zijn, maar eigen wetten kent. Verschillende neurowetenschappers – zoals Etienne Koechlin of Joseph LeDoux – durven nu al dat dualistisch-aandoend standpunt als dusdanig te verkondigen. Psychologen hinken nog wat achterop, maar ook zij merken steeds duidelijker dat ongeveer geen enkele mentaal element uitgetekend kan worden in neurologische coördinaten, en dat zelfs die eigenschappen die men 'structureel' placht te noemen – bijvoorbeeld het ontbreken van empathie – uiteindelijk uiterst dynamisch zijn: het mentale is niet een kwestie van substraat maar wel een kwestie van bewegingen, zo blijkt. En de wetten van die bewegingen tekenen een 'nieuwe' psychologie uit, en tegelijk een terecht gegronde hoop voor een betere wereld.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019