Log in

Op het vlot van Medusa

Zomerreeks - Hoop 2019

We zien gespierde lichamen die krachtig zwaaien naar de einder waar, als een vlinder van hoop, een schip vaart dat hen naar land kan brengen.

'Blijf kalm. Wees niet gehecht aan het leven en bovenal: laat hoop varen, dat verslavende, giftige kruid'.1 Zo eindigde Franco 'Bifo' Berardi zijn boek De dodelijke omhelzing van het kapitalisme, en dat is verrassend omdat maatschappijkritische betogen horen af te sluiten met een boodschap van hoop. Ze willen immers mobiliseren, ja, in de 'hoop' dat we ons pacifisme overstijgen en in systeemverandering (blijven) geloven. Met zijn stijlbreuk wil Bifo onze cultuur van het hardnekkig optimisme aanklagen: die werkt verdovend, ze weerhoudt ons ervan de ernst van de situatie onder ogen te zien.

'Along with North Korea, the United States is one of the few countries on earth in which optimism is almost a state ideology', merkte Terry Eagleton op in zijn Hope Without Optimism (2015).2 Door het onderscheid te maken tussen hoop en optimisme, legt hij uit waar de angel zit waarmee Bifo zijn lezer prikt. Je kan veel goede redenen hebben om te geloven dat een situatie goed komt. Maar dit geloven omdat je een hoopvolle optimist bent, hoort daar niet bij. Dat is als karaktertrek geen deugd, evenmin als platvoeten. Dwangmatig positief en vrolijk zijn, is een manier om de miserie van anderen te relativeren, om vertrouwen te behouden in een status quo die het wel zal fiksen. Kortom, optimisme biedt een excuus om niet in opstand te moeten komen. Hoop daarentegen, aldus Eagelton, vereist dat we een situatie goed inschatten en structurele redenen hebben die ons hoopvol stemmen.

En die structurele redenen zijn er vandaag wel degelijk. Wie na de verkiezingen alleen oog heeft voor de overwinning van extreemrechts, ziet ze niet. De sociale strijd van de voorbije jaren boekte een overwinning: de rechtse regeringen-Michel en -Bourgeois liggen in de touwen. Ze kunnen niet opnieuw eenzelfde neoliberaal beleid doorvoeren. Na de ideologische zwaartekrachtpanne van de jaren 1990, zit de politisering van het politieke vandaag ook in een stroomversnelling. Het radicale midden van het 'goede bestuur' en de 'Derde Weg' zijn verdampt. De traditionele partijen afgestraft. N-VA verliest een vierde van haar kiezers, de 'Zweedse' regering een derde. Het is sinds de jaren 1970 geleden dat jongeren zo zelfbewust week na week de straat op trokken. De gele hesjes kwamen uit het niets en ze kwamen om te blijven. Het aantal nieuwe klimaatactiegroepen valt amper bij te houden. Het sociaal-culturele middenveld herontdekt activisme. De straat roert zich, de burger staat op.

Socioloog Mark Elchardus is iemand die dat niet ziet. Volgens hem is het electorale effect van de klimaatmarsen nul.3 Nochtans ging Groen vooruit en was er de historische doorbraak van de authentiek linkse PVDA. Het verlies van sp.a komt ook door haar krampachtige opstelling inzake klimaaturgentie. Elchardus denkt daarentegen dat de kiezer hem gelijk geeft: migratie zou het échte thema zijn. Maar Vlaams Belang scoorde net door, als valse rebellen, sociale thema's te claimen. De media maakten te weinig tijd om die schijnvertoning te ontmaskeren. N-VA krijgt nu de electorale les dat wie op extreemrechtse thema's inzet, campagne voert voor het origineel. Wie zich blind staart op de overwinning van de Deense sociaaldemocraten en een ruk naar rechts als remedie overweegt, moet wel beseffen dat je in de politiek pas écht wint als je jouw tegenstander zover krijgt dat hij jouw agenda uitvoert. Margaret Thatcher noemde Tony Blair niet voor niets haar grootste succes. Sociaaldemocraten die denken dat je het tij keert door een nieuwe voorzitter of een nieuwe merknaam, weigeren een structurele probleemanalyse te maken: met een mediagenieke linkse verkiezingscampagne van een paar maanden win je het vertrouwen niet terug, terwijl dezelfde krokodillen met dezelfde hardleerse gedachten zichtbaar in de vijver blijven zwemmen. Azend op postjes. Dat is niet verzoenbaar met een socialisme dat opkomt voor de werkende mensen, voor een gelijke, solidaire en inclusieve samenleving: #allemaalvanbelang!

Hoop vereist dus, aldus Eagelton, dat we een situatie goed inschatten en structurele redenen hebben die ons hoopvol stemmen. Blijven we onder neoliberale vlag varen? Zitten we op het vlot van de Medusa? Muiterij, kannibalisme, ontreddering... Het gelijknamige schilderij van Géricault heette eigenlijk 'schipbreuk'; het verbeeldde ook de falende politiek van het toenmalige feodale regime. Julian Barnes schreef in In ogenschouw (2015)4 zijn interpretatie van dit meesterwerk: ondanks de impasse zien we gespierde lichamen die krachtig zwaaien naar de einder waar, als een vlinder van hoop, een schip vaart dat hen naar land kan brengen. Maar Géricault schilderde het moment waarop een schip weer verdween en de overlevenden een radeloze nacht ingingen. Om pas bij de symbolische ochtendglorie het reddende schip te zien. Het schilderij beeldt treffend de moed der wanhoop uit die vandaag zo herkenbaar is, inclusief het willen vastklampen aan valse oplossingen. Binnen sp.a en daarbuiten. Noem het de schizofrenie van de hoop, een spreidstand: er komt verandering op gang, maar het gaat te traag. Halen we de ochtendglorie?

Voetnoten

  1. Franco 'Bifo' Berardi, 2015, 'De dodelijke omhelzing van het kapitalisme', AUP, p. 214. Vertaling van: Heroes, 'Mass Murder and Suicide'. Verso, 2015.
  2. Terry Eagleton, 2015, 'Hope Without Optimism', Yale University Press, p.10.
  3. 'De democratie wordt inderdaad bedreigd, maar niet zoals in de jaren dertig', 15 juni 2019, De Morgen.
  4. Julian Barnes, 2015, 'In Ogenschouw'. Essays over kunst. Atlascontact.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019