Log in

De vervlochtenheid van vrijheid

Zomerreeks - Hoop 2019

Ik put hoop uit 16-jarige Somalisch-Amerikaanse klimaatactiviste Isra Hirsi, die wél socio-economische achtergrond, gender en ras betrekt bij haar klimaatactivisme.

Of ik écht verbaasd was met de verkiezingsresultaten in mei, vroeg een vriendin van mij onlangs. Nee. Nee, ik was niet verbaasd. Hoe kon ik pas op 26 mei met stomheid geslagen zijn wanneer zowel de kleinschalige microagressies als de structurele en institutionele discriminatie ongekende hoogtes kennen? Ze zijn en waren grote, donkere wolken die altijd al boven ieders hoofd hebben gehangen. Enkel degene waarop er geregend werd hebben ze vooraf gevoeld en gezien, zo blijkt. De dagdagelijkse verhalen van mijn kennissen en ikzelf en talloze wetenschappelijke onderzoeken waren echter al duidelijke weersvoorspellingen.

Een paar jaar geleden belandde ik op een TED-talk van Kimberlé Crenshaw, een Amerikaanse advocate, mensenrechtenactiviste en professor in de Rechten aan UCLA School of Law en Columbia Law School. Zij bedacht en verklaarde als jonge academica de term intersectionaliteit. Intersectionaliteit, ook gekend als kruispuntdenken, legt uit dat verschillende assen van identiteit zoals seksualiteit, socio-economische klasse, ras en gender niet los van elkaar gezien kunnen worden. Dit is een theorie dat al langer leefde in cirkels van zwart feminisme, waarbij zwarte vrouwen herhaaldelijk aangaven dat hun ervaringen als vrouw en als zwart persoon zijnde niet losgetrokken konden worden. Vaak hadden hun ervaringen met structurele discriminatie te maken met beide aspecten van hun identiteit. Crenshaws werk blies nieuw leven in, onder andere, de juridische wereld. En voor mij ook, als beginnende rechtenstudente, ging een hele nieuwe wereld open bij het ontdekken van deze theorie.

Delen van Malawi, Zimbabwe en Mozambique werden in maart vernietigd door cycloon Idai. Eén van de meest dodelijke cyclonen die het zuidelijk halfrond gekend heeft. Er vielen meer dan 700 doden, en honderdduizenden kinderen bleven in nood achter. Net nadat ik mijn Zimbabwaanse grootouders had gebeld om te vragen of ze veilig waren viel mijn blik op de voorpagina van een krant met een foto van klimaatbetogers. Tegelijkertijd vonden hier klimaatbetogingen plaats in de Brusselse, Gentse en Leuvense straten. Ik moest er meteen aan denken hoe het Afrikaans continent en Latijns-Amerika samen verantwoordelijk zijn voor slechts vier procent van de wereldwijde uitstoot. Het Westen, samen met India, China en Rusland, zijn verantwoordelijk voor 79% van de wereldwijde uitstoot. Uitstoot die tot overstromingen, stormen, stijgende zeespiegels en ongeschikt gemaakte vruchtbare gebieden in Sub-Sahara Afrika leidt. Veel wetenschappelijke onderzoeken concluderen dat Afrika het meest blootgesteld wordt en zal worden aan de gevolgen van klimaatverandering.

En daar kwam intersectionaliteit weer in mijn hoofd opduiken. Want ook ik kon er niet naast kijken hoe beleidsvoorstellen van Belgische en, bij uitbreiding, Europese politici met geen woord reppen over het aandeel van het Westen in de opwarming van de aarde. Ik kon er niet naast kijken hoe veel klimaatactivisten hier herhaaldelijk zeiden dat het vijf voor twaalf was inzake het klimaat en dat ze geen stormen in hun eigen tuin willen. Wat met de zwarte mensenlevens aan de andere kant van de oceanen waarvoor het al vijf na twaalf was inzake klimaat, vroeg ik mij af? Waarvan de stormen en cyclonen wel degelijk hun tuin al hadden verwoest? Intersectionaliteit is belangrijk, ook in dit debat omdat eenzelfde klimaatvraagstuk zwarte en witte mensen anders aantreft. Ik put hoop uit 16-jarige Somalisch-Amerikaanse klimaatactiviste Isra Hirsi, die wél socio-economische achtergrond, gender en ras betrekt bij haar klimaatactivisme. Hoop dat haar belangrijke kennis toch op één of andere manier zal doordringen tot de beleidsmakers die bereid zijn om échte, structurele verandering teweeg te brengen. Laten we wel wezen, ook hier heeft het klimaatdebat nood aan intersectionaliteit: vrouwen zijn vaak de eerste slachtoffers van klimaatverandering en de koppeling tussen klimaatverandering en de strijd tegen sociale ongelijkheid wordt nauwelijks gemaakt door politici hier.

Als jonge, zwarte vrouw heeft intersectionaliteit mijn leven op andere vlakken getekend. Ik put hoop uit intersectioneel feministen die telkens duiden op hoe verschillende assen van identiteit zoals klasse, ras en seksualiteit ervoor zorgen dat de gemiddelde witte hoogopgeleide vrouw vaak één glazen plafond moet doorbroken, maar hoe anderen zoals mij er vaak twee of meer glazen plafonds stuk moeten slaan. Opnieuw zijn (Amerikaanse) politici zoals Ilhan Omar, Ayanna Presley en Stacey Abrams bakens van hoop voor mij in deze strijd. Zij tonen mij elke dag weer hoe zij het narratief van intersectionaliteit betrekken in elk beleidsdossier dat zij aanraken.

Ik put hoop uit hoe steeds meer zwarte jongeren en zwarte vrouwen de oplossingen voor huidige en toekomstige vraagstukken in een intersectionele en inclusieve aanpak van alle beleidsthema's zien. We can't be free until they are all free, schreef James Baldwin. They doelt op de werkloze alleenstaande ouder die er alles aan doet om een kwaliteitsvol job te vinden; they doelt op de mensen met migratieachtergrond die telkens niet uitgenodigd worden op sollicitatiegesprekken omwille van hun naam; they doelt op de talloze mensen die slachtoffer zijn geweest van hardnekkige seksisme en misogynie. Vrijheid is ondeelbaar en al onze vrijheid is onlosmakelijk vervlochten. Met dat besef ligt mijn sleutel tot hoop.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019