Log in

Hoop en dakloosheid, een contradictio in terminis?

Zomerreeks - Hoop 2019

Finland is het enige land in de EU dat er de laatste vijftien jaar in is geslaagd om systematisch het aantal dak- en thuislozen te verminderen.

Een stukje over hoop schrijven, is allesbehalve evident als je zoals ik al bijna twintig jaar rond extreme armoede op Europees niveau werkt. Zeker de laatste jaren zijn weinig hoopgevend, met een ongekende stijging van het aantal dak- en thuislozen in de meeste Europese landen. Als directeur van de enige Europese ngo die zich met dakloosheid bezighoudt, heb ik mij vooral bekwaamd in het aanklagen van die realiteit en te weinig in het aanreiken van (realistische) oplossingen. Wellicht een veel voorkomende beroepsmisvorming in de ngo-sector. Dus laten we voor de verandering eens focussen op enkele hoopvolle tendensen.

Een lichtpuntje in de duisternis is alvast Finland. Daar kunnen we met z'n allen een voorbeeld aan nemen. Finland is het enige land in de EU dat er de laatste vijftien jaar in is geslaagd om systematisch het aantal dak- en thuislozen te verminderen. Je zou zelfs kunnen stellen dat Finland het probleem van dak- en thuisloosheid min of meer heeft opgelost. Wat mij hoopvol stemt, is dat daar geen uitermate gesofisticeerd en dus onmogelijk na te volgen beleid aan ten grondslag ligt. Wel integendeel. Betaalbare huisvesting en aangepaste ondersteuning zijn de sleutelingrediënten. In plaats van te blijven geloven dat dak- en thuislozen eerst hun 'andere' problemen onder controle moeten krijgen en dan pas op een duurzame manier gehuisvest kunnen worden, hebben de Finnen vijftien jaar geleden beslist om van de toegang tot een permanente woonst het startpunt van het integratieproces te maken. Ondersteuning wordt actief aangeboden maar is nooit een voorwaarde om een woning te krijgen of te behouden. En wat blijkt? Het werkt, én het is goedkoper dan de klassieke aanpak. Het Finse voorbeeld heeft al heel wat overheden in andere Europese landen en regio's, ook in Vlaanderen, aan het denken gezet. Maar de talloze experimenten die her en der opduiken, moeten nu nog omgezet worden in echt beleid.

Wat mij ook hoopvol stemt, is dat academici zich zijn beginnen te interesseren in wat er zich aan de échte onderkant van de maatschappij afspeelt. De tijd dat onderzoekers die zich bezig hielden met dak-en thuisloosheid zich toch wat schaamden over hun studieonderwerp, is achter de rug. Professoren profileren zich als expert in dakloosheid en in Nederland werd een academische leerstoel gewijd aan thuisloosheid. Dat is niet onbelangrijk want gedegen onderzoek is vaak de motor van beter sociaal beleid. Tot voor kort werd beleid voor dak- en thuislozen vooral gevoerd vanuit de buik. Het criminaliseren en penaliseren van daklozen is hiervan een goed voorbeeld. Helaas komen politici, zeker op lokaal niveau, daar nog wel eens mee weg, maar het wordt toch moeilijker. De groeiende interesse van onderzoekers doet ook de vraag naar betrouwbare gegevens stijgen. Opnieuw niet onbelangrijk want beleid zonder statistiek is zelden effectief. De landen van de EU waar geen gegevens over dakloosheid worden verzameld, zijn op één hand te tellen. Tien jaar geleden was dat nog meer dan de helft.

Nog meer hoopgevende evoluties: ook de professionalisering van de opvangsector is in een hogere versnelling geschoten. Het is niet meer zo uitzonderlijk dat hogere opleidingen sociaal werk een module over dak- en thuisloosheid omvatten. Ook het aantal vormingen dat mensen die al in de opvangsector actief zijn vertrouwd, wil maken met de nieuwste inzichten over de aanpak van dak- en thuisloosheid stijgt. Professionalisering kan soms een hinderpaal zijn voor innovatie en creativiteit, en dat gevaar bestaat ook voor de opvangsector. Maar de inhoud en focus van de opleidingen en vormingen die recentelijk ontwikkeld zijn, doen ons het beste verhopen.

Europese samenwerking kan een boost geven aan sociaal beleid, tenminste als ze goed doordacht en georganiseerd is. Niemand zal ontkennen dat het euroscepticisme aan de winnende hand is. Maar tegelijk, en mede dankzij dat euroscepticisme, is er een groeiend besef dat het Europese project ook socialer moet worden. Niet zozeer sociaal in grootse verklaringen, maar op een praktische en concrete manier. Ik heb de indruk dat de ambtenaren van de Europese Commissie, die het sociaal beleid vaak vormgeven, dat meer dan ooit beseffen. Het sociaal beleid van de toekomst zal op het eerste gezicht misschien iets minder ambitieus lijken, maar het zal in de praktijk waarschijnlijk een grotere impact hebben. Ik denk niet dat de EU zich in 2020 opnieuw zal engageren, zoals ze dat in 2010 heeft gedaan, om het aantal mensen dat in armoede leeft met 20 miljoen te verminderen in tien jaar. Daarvoor heeft ze eenvoudigweg de nodige hefbomen niet. Als er volgend jaar niet meer armoede is dan in het referentiejaar 2008, dan mag dat een gigantisch succes genoemd worden. Als pragmatisme en concreetheid inderdaad belangrijke dimensies van het Europese sociaal beleid worden, dan komen plots heel specifieke en vaak urgente, sociale problemen onder de aandacht. Het zou goed kunnen dat dakloosheid daar één van wordt. Dan kan het Finse voorbeeld op een veel krachtigere manier gepromoot worden. Ik hoop het.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019