Abonneer Log in

Ik ben ook één van onze mensen

Zomerreeks - Hoop 2019

Mijn droom is om verhalen te vertellen. Om de mensen iets bij te brengen.

Tijdens de laatste verkiezingen toonde een stevig deel van Vlaanderen zich niet van zijn gastvrije kant. Tegenover de negatieve boodschap van 'Eerst onze mensen' plaatst Vluchtelingenwerk Vlaanderen in samenwerking met de Mortierbrigade een campagne onder het motto 'Ook onze mensen'. Een Vlaanderen met gesloten grenzen recycleren ze naar een Vlaanderen met open geest. Via een aantal getuigenissen, waaronder deze van Ivo Shimwa.

Ik ben Ivo Shimwa. Ik ben 22 jaar en ik ben in 2013 van Mozambique naar Brussel gevlucht. Ik ben in Mozambique geboren maar mijn ouders zijn Rwandezen. Ze hadden zoals vele andere Rwandezen in Mozambique een winkeltje waar ze groenten en zo verkochten voor een container. De Mozambikanen protesteerden daartegen, niet bij een of ander ministerie, maar door de winkels van de buitenlanders kapot te maken. Het was daar niet meer veilig voor ons. Mijn moeder is in 2011 overleden. Met mijn vader ben ik in 2013 met het vliegtuig naar België gevlucht. We hadden het weer niet bekeken. In het begin van het jaar is het daar warm, dacht ik, maar toen we landen was het er aan het sneeuwen. Ik had alleen mijn hemd en een jeansbroek. Voor mij was België een Franstalig land en Frans kende ik al, in Mozambique was ik één van de besten. Toen we asiel hadden aangevraagd, werden we naar een centrum in het Limburgse Overpelt gestuurd. Bij de aankondiging op de trein van onze aankomst in Neerpelt dacht ik 'dit is geen Frans wat ik hier hoor'. Ik zag koeien en veel gras. Ik keek naar mijn papa en ik dacht: zijn we nu in het verkeerde land? Een sociaal assistent is ons komen halen en bracht ons naar het asielcentrum Valkenhof. Na 1 maand volgden mijn zus en ik al Nederlandse les. Na 4 maanden in het centrum kregen we een huis in Izegem. De mensen praten daar zo snel in vergelijking met de mensen van Limburg. Vier jaar hebben we daar gewoond, en ik heb me er super goed gevoeld. Het was er rustig en we hadden super lieve buren die ons goed geholpen hebben om de winkels te vinden en zo. Ik was goed aanvaard op school en ik ben daar ook gaan schaken. Ik ging er naar feestjes en heb er ook voor het eerst een meisje gekust, al was dat wel een Braziliaanse.

Na vier jaar moesten we jammer genoeg naar Brussel verhuizen. We gingen van een huis met drie kamers naar een appartementje. We hadden geen keuze want we zaten in een asielprocedure. Ik dacht 'nu gaan ze ons wegsturen. Het is dicht bij Zaventem; het zal wel gemakkelijk zijn'. In Brussel werd ik een beetje boos, want de mensen spreken daar alleen Frans. Ik voelde me daar echt als een Vlaming en ik dacht 'Wat? In de hoofdstad? De mensen praten geen Nederlands? Dit is niet OK'. Ik ging super graag naar de bibliotheek. Daar spreken ze tenminste mijn taal. Op publiek terrein kon je alleen in de stations Nederlands horen.

Na Brussel zijn we naar Koekelberg verhuisd. In die periode hebben we positief antwoord gekregen op onze aanvraag om erkend te worden als vluchtelingen. Mijn vader vond dat mijn zusje van 11 Nederlands moest leren. Daarom zijn we dan verhuisd naar de Vlaamse Ardennen, naar Geraardsbergen. Daar wonen we nu in een groot huis voor vier personen. Ik studeer nu montage. Want mijn droom is eigenlijk om verhalen te vertellen die mensen iets kunnen bijleren, hopelijk in de vorm van reportages, films of documentaires. Mensen mogen zich niet tegen elkaar laten opzetten. Want samen zijn we sterker.

Ik ben Ivo en ik ben ook één van onze mensen.

Luister ook naar de podcast op https://www.ookonzemensen.be/

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019