Abonneer Log in

Vrijstaat Heuvelland: de opstand van de dorpen

Zomerreeks - Hoop 2019

Door het terugtrekken van de overheid en het aantrekken van ondernemende bewoners, krijg je een lokale bevolking die zelf het heft in handen neemt.

Het tumult over de Mobiscore bracht een politieke breuklijn tussen de periferie en de Vlaamse centrumsteden op de voorgrond. In de Westhoek is dit fenomeen reeds jaren voelbaar. Het was de aanleiding om in Heuvelland van start te gaan met een Vrijstaat, een lokale participatiebeweging, een lokale G1000. Wat is de context van dit politiek initiatief?

Participatiebewegingen zijn meestal een stedelijk fenomeen. Vrijstaat Heuvelland is op deze regel een uitzondering. Heuvelland is een fusiegemeente van acht dorpen – Westouter, Dranouter, De Klijte, Loker, Kemmel, Wijtschate, Wulvergem en Nieuwkerke – die door hun specifieke ligging op de West-Vlaamse Heuvelrug een geografische eenheid vormen. Door de gelijkmatige omvang en de geografische spreiding van de acht dorpen is er geen enkel dorp dominant en centraal. De gemeente kent een (rhizomatische) netwerkstructuur en ze maakt, net als de rest van Vlaanderen, een ingrijpende sociale en ecologische transitie door. De redenen zijn bekend: (1) de economische globalisering en (2) de keuze van de Vlaamse en de federale overheid om hun beleid stedelijk te oriënteren (wat uiteraard ook een vorm van globalisering is). Toch kent deze transitie in Heuvelland een bijzondere vorm.

Vanuit een klassiek sociaaleconomisch perspectief verzwakt het Heuvellands sociaal en economisch weefsel. We zien een afname van het aantal post- en andere kantoren, het openbaar vervoer, de aanwezigheid van de politie, enzovoort. Daarnaast is er de sociale factor 'kerk'. Als één van de meest robuuste landelijke structuren is ze in de voorbije vijf jaar quasi volledig weggevallen. Daarbovenop komt het verdwijnen van buurtwinkels. Tot hier toe is deze evolutie min of meer gelijklopend met de rest van het perifere Vlaanderen.

Toch kent de streek echter twee uitzonderlijke kenmerken. Beide zijn verbonden met de politieke geografie van de streek. (1) Het is opmerkelijk, maar de fusieronde van de steden en gemeenten uit 1978 is hier nog steeds niet verteerd. Reeds decennia zet de gemeente in op het creëren van een Heuvellandse identiteit. Die inspanningen kennen weinig succes. De reden is politieke geografie. De dorpen zijn door een reeks heuvels en dalen van elkaar gescheiden. Dat leidt ertoe dat elk dorp nog steeds een sterke lokale identiteit met een relatief sterk gemeenschapsleven kent. (2) Het tweede kenmerk is toerisme. De West-Vlaamse heuvelrug is een toeristische troef. Hierdoor kent de streek een sterke horecasector. De dorpen Kemmel, Dranouter, Loker en Westouter, gelegen op of tegen de heuvelrug, zijn er door het toerisme in geslaagd het verdwijnen van de buurtwinkel enigszins af te remmen.

Die beide bijzondere kenmerken spelen een cruciale rol in het ontstaan van de Vrijstaat. Een aantal recente studies onderzochten het sociologisch profiel van de nieuwe inwoners te Heuvelland. Waar bewoners vroeger hun keuze om te leven in een dorp lieten afhangen van 'standplaatskenmerken' zoals afstand tot het werk, het aantal aanwezige voorzieningen zoals winkels en diensten, merken we nu hoe nieuwe bewoners hun keuze laten afhangen van 'kwaliteitskenmerken' zoals kwaliteit van woningen, aantrekkelijkheid van straten en pleinen, rustig en stil dorp, veiligheid, gemeenschapsgevoel, enzovoort. Nieuwe inwoners kiezen bewust om niet in een stedelijke omgeving te wonen – en ze zijn bereid om de ermee verbonden nadelen te dragen omdat voor hen de voordelen van het landelijke leven doorwegen. Politiek-sociologisch zijn deze nieuwe inwoners ook gemiddeld hoger geschoold en ondernemend. Daarenboven, zoals aangegeven, bezitten de dorpen Kemmel, Loker, Dranouter en Westouter de dubbelen troef van zowel goede 'standplaats- en kwaliteitskenmerken'. Deze vier dorpen tonen een bijzondere leefbare dynamiek. Ze slagen erin bewoners vast te houden én nieuwe aan te trekken.

Door het terugtrekken van de overheid en het aantrekken van ondernemende bewoners, krijg je een lokale bevolking die zelf het heft in handen neemt.De ruimte die de federale en de Vlaamse staat openlaat is een ruimte die de Vrijstaat anders wil invullen. Het biedt ruimte voor een vermaatschappelijking van een aantal functies of 'zelfsturende dorpen'. Het is een burgerlijke participatiebeweging die van onderuit de acht dorpen van de gemeente een sociaal en ecologisch, duurzaam en democratisch alternatief wil ontwikkelen. Concreet worden om de zes maanden alle Heuvellanders voor een Vrijstaat, de lokale G1000, uitgenodigd. In een open discussieplatform wordt gepolst naar bestaande noden. Vervolgens wordt in de schoot van de Vrijstaat een werkgroep samengesteld die zoekt naar een sociale en ecologische oplossing. Daarnaast wordt uit de Vrijstaat een team gekozen dat zoekt naar financiering waarmee werkgroepen hun participatieve projecten mee kunnen financieren. De domeinen waar er gewerkt wordt zijn: landbouw, energie, afval, democratie en onderwijs. Hoe kunnen we lokaal een sociaal en ecologisch verantwoorde markt opzetten? Hoe kunnen we met een coöperatief fonds Heuvellanders ondersteunen in het CO₂-arm maken van hun woning? Hoe kunnen we onze dorpen circulair economisch organiseren? Hoe kunnen we democratisch wegen op het gemeentelijk en provinciaal beleid? Hoe kunnen we jongeren en volwassenen onderwijzen in het begrijpen van de relationele structuur van onze leefwereld?

Je kunt spreken van een 'opstand van de dorpen' – en dit in twee betekenissen. Enerzijds staan de Heuvellanders op om zelf hun dorpen vorm te geven. Anderzijds is de Vrijstaat ook een sneer naar de federale en Vlaamse overheid die louter een negatief beeld van de Vlaamse dorpen ophangt. De dorpelingen weten beter.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019