Abonneer Log in

Welke strategie kiest Amerikaans links?

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 47 tot 52

Na Bernie Sanders maakt de wereld kennis met Amerikaans socialiste Alexandria Ocasio-Cortez. Maar aan de randen van het gemediatiseerde politieke theater beweegt er nog meer. Opvallend is dat, terwijl veel linkse groeperingen uit de Koude Oorlog ter ziele gaan, er nieuwe 'big tent'-coalities ontstaan die allerlei marxisten trachten te verenigen. De grootste twistpunten blijven de verkiezingen en de Democratische Partij.

BUITENLAND

Bericht uit het ‘echte’ Zweden
Inga Verhaert
Fuseer PvdA en GroenLinks!
Peter Kanne
Welke strategie kiest Amerikaans links?
Dimitri Neyt
Duitse arbeidsmarkt: model of waarschuwing?
Bjorn Gens

Het gebeurt niet elke dag dat één van de 435 leden van het Huis van Afgevaardigden de internationale pers haalt. Maar sinds de 28-jarige Alexandria Ocasio-Cortez een machtige particraat van de troon stootte, gaat het hard voor 'AOC'. De media zijn er als de kippen bij als ze met Trump clasht op Twitter of als ze een getuige het vuur aan de schenen legt in een parlementaire commissie. Intussen is AOC een begrip in progressieve milieus wereldwijd.

Want behalve een formidabele communicator is AOC een socialiste. Ze is lid van de Democratic Socialists of America (DSA) en strijdt voor een universele ziekteverzekering, een ambitieus sociaal klimaatplan en de afschaffing van de immigratiepolitie ICE. Samen met drie andere nieuwkomers maakt Ocasio-Cortez het mooie weer voor de linkervleugel van de Democratische Partij. Meer dan eens botsen ze met de partijleiding onder Nancy Pelosi.

Minder bekend is dat er ook buiten de partij veel beweegt. Daarover wil ik het in deze bijdrage hebben. Meer bepaald: welke linkse organisaties zijn in opmars en hoe verschillen zij onderling van mening over strategie?

EEN NIEUW TIJDPERK

Amerikaans links klimt uit een diep dal. De voorbije vijf decennia waren niet de mooiste. De ooit zo succesvolle en strijdvaardige vakbonden werden door kapitalisten doelbewust en meedogenloos afgeslacht – door systematische intimidatie, maar ook met vrijhandelsverdragen, conservatieve rechters en pr-campagnes. Intussen gingen oerconservatieve Republikeinen zoals Ronald Reagan en Newt Gingrich en neoliberale Democraten zoals Bill Clinton de politiek domineren. Links kreeg zichzelf maar niet opnieuw georganiseerd. Naast de honderden splintergroepen telden zelfs de grootste organisaties maar een paar duizend leden – in een land van 300 miljoen.

Georganiseerde communisten, anarchisten, socialisten en sociaaldemocraten gaven de strijd zo goed als op. De focus lag op overleven. De trotskistische groep International Socialist Organization (ISO) is een tekenend voorbeeld. Decennialang kon de groep bogen op goede theoretici, activisten en opbouwwerkers. Maar zó lang overleven in een extreem vijandig klimaat, met almaar minder connectie met de feitelijke werkende klasse, weegt op een organisatie. Uiteindelijk, in maart 2019, hield ISO plots op te bestaan. Mismanagement van een klacht over seksueel misbruik door een leidinggevende deed de organisatie de das om. De opheffing – gestemd door de eigen leden – ging als een schokgolf door linkse milieus.

ISO is ten onder gegaan omdat ze het schip niet meer gekeerd kregen. Maar dat geldt niet voor alle linkse organisaties. Er is veel veranderd in de afgelopen tien jaar – en dan vooral sinds de presidentsverkiezingen van 2016 – en groepen als DSA plukken daar de vruchten van.

WAT IS ER VERANDERD?

In 2015-2016 maakte een verwaaide sociaaldemocraat uit Vermont het establishment-kandidaat Hillary Clinton onverwacht knap lastig in de voorverkiezingen. Bernie Sanders bleek geliefd, bracht ongeziene massa's op de been en haalde honderden miljoenen dollars op in voornamelijk kleine donaties. Hij schopte het verder dan voor mogelijk werd geacht.

In zekere zin legde de financiële crisis hiervoor de basis. Een hele generatie is opgegroeid met de gevolgen van de crisis. Acht jaar lang hadden deze mensen een progressief baken van hoop als president, maar veel leek het niet uit te maken. De crisis maakte ongehinderd slachtoffers in de werkende klasse. Een punt dat de Occupy-beweging duidelijk maakte halverwege Obama's eerste termijn. Occupy Wall Street stelde de economische ongelijkheid en de macht van het grootkapitaal aan de kaak. Na harde repressie ging de beweging echter in rook op. De ideeën bleven en de activisten waren voorgoed geradicaliseerd, maar organisatorisch was links geen stap dichter bij politieke macht. Hetzelfde verhaal bij Black Lives Matters.

Een andere factor van belang was de online radicalisering ingezet door Jacobin. Nog voor Wall Street werd bezet, richtte Bhaskar Sunkara, een 21-jarige migrantenzoon, het tijdschrift Jacobin op. Voor velen was het tijdschrift een verademing. Eindelijk een publicatie voor serieuze maar ook snedige berichtgeving en kritiek. Met Jacobin kwam er scherpe analyse in leesbaar proza, schaamteloos marxistisch en erg doeltreffend bij een jonger publiek.

BIG TENT-COALITIES

Bernie Sanders' campagne van 2015-2016 bracht teleurgestelde Obama-stemmers, veteranen van Occupy en Black Lives Matters en Jacobin-lezende millennials voor het eerst samen. Geradicaliseerde activisten sloten zich nadien in groten getale aan bij verschillende organisaties, maar veruit het meeste bij de Democratic Socialists of America. Waarom juist DSA?

  1. Bijna banaal, maar niet te verwaarlozen: Sanders noemt zichzelf een 'democratisch-socialist', wat al snel bij DSA doet uitkomen. (Sanders is echter geen lid.)
  2. DSA staat met één been in de Democratische Partij, wat ze toegankelijker maakt voor wie radicaliseert vanuit een interesse in mainstream politiek. DSA-vrijwilligers hadden zich ook al geëngageerd voor de Sanders-campagne, terwijl andere organisaties terughoudender waren.

Op enkele maanden tijd groeide een verwaarloosbare splinter uit Eugene Debs' legendarische Socialist Party of America uit tot de grootste linkse organisatie van de VS. Intussen hebben bijna 60.000 Amerikanen een lidkaart. In steden en buurten met progressieve meerderheden, zoals delen van New York, beschikken de socialisten nu over voldoende kritische massa om op het beleid te wegen en kandidaten te verkiezen.

In één opzicht verschilt de moderne DSA scherp van formaties zoals de voormalige ISO. DSA profileert zich nadrukkelijk als een 'big tent' waarin socialisten van allerlei stromingen welkom zijn. Er is geen officiële, nationale partijlijn. In het milieu is DSA zelfs berucht om de vele 'caucuses', facties die tijdens tweejaarlijkse partijconventies op de strategie proberen te wegen.

DSA is niet de enige 'big tent'. Kleiner en nog grotendeels onbekend is het Marxist Center. In 2017 kwamen marxistische stadscollectieven van over het hele land voor het eerst samen; eind vorig jaar stichtten ze het Marxist Center. Momenteel bouwen ze hun infrastructuur volop uit en ligt de sterkte van het netwerk vooral bij de aangesloten collectieven, zoals Philly Socialists.

Het is onmogelijk om de ideologieën van beide formaties te kenschetsen zonder de interne diversiteit onrecht aan te doen. In verschillende opzichten hebben militanten bij DSA en Marxist Center veel met elkaar gemeen. Voor deze twintigers en dertigers spelen de sektarisch-linkse dogma's uit de Koude Oorlog niet, en het stigma tegen socialisme al zeker niet. De economische crisis en het failliet van Obama hebben de argwaan ten opzichte van het kapitalisme, de Democratische Partij en gematigd-progressieve hervormers gevoed. Deze militanten zijn door en door overtuigd dat er een structurele ommezwaai nodig is.

Populaire voorstellen als Medicare for All, schuldkwijtschelding voor studentenleningen en een Green New Deal worden door alle socialisten gezien als belangrijke stappen in de goede richting. Maar men is het er ook over eens dat de beweging verder moet gaan dan sociale hervormingen. Het kapitalisme, imperialisme en institutioneel verankerde racisme moeten op de schop. Tot zover de punten waarover de hele linkervleugel het principieel eens is.

PRAGMATISCH ELECTORALISME

De grootste breuklijn komt aan de oppervlakte wanneer we de vraag stellen wat er moet gebeuren om voorbij die eerste voorstellen van Sanders & co te gaan? Hoe kunnen en moeten we de weg voorbereiden naar het socialisme in de Verenigde Staten, een land met een ongelofelijk democratisch deficit, dito ongelijkheid en amper netwerken om op terug te vallen?

Een prangend vraagstuk is of het loont om aan verkiezingen deel te nemen. Hoewel er diverse stemmen klinken, krijgen verkiezingen en democratisch bedongen hervormingen bij DSA erg veel aandacht. Bij Marxist Center is men terughoudender.

In het Amerikaans kiessysteem is deelnemen als onafhankelijke bijzonder moeilijk. Alleen Democraten en Republikeinen kunnen in zowat elke verkiezing automatisch opkomen. Onafhankelijken moeten daarentegen bergen verzetten en miljoenen inzamelen om op het stembiljet te prijken. Bovendien geldt 'First past the post', wat zowel links als rechts ontmoedigt om meer dan één kandidaat te presenteren. Komt een onafhankelijke socialist op in een district met al twee kandidaten op het stembiljet, dan maakt die het waarschijnlijker dat de Republikein een pluraliteit haalt door de progressieve stemmen te verdelen. Het belangrijkste probleem is strategisch stemmen: omdat men anticipeert op een nederlaag van de derde partij, sluit men die bij voorbaat uit. Dat ondervindt de Green Party telkenmale. De groenen steken al hun energie in dat proces, waarna ze – als ze al op het stembiljet belanden – kansloos zijn tegen de kandidaten van de gevestigde partijen.

Om dit euvel te omzeilen, ontwikkelde de DSA een pragmatische – of is het parasitaire? – strategie. Seth Ackerman, hoofdredacteur van Jacobin, formuleerde die voor het eerst in 2016. Om te beginnen distantiëren de socialisten zich zo veel mogelijk van de Democraten en bouwen ze hun eigen partij van de bodem op. Vervolgens wordt per kandidaat bekeken hoe die op het stembiljet kan geraken. In de meeste gevallen loont het om de kandidaat tijdelijk te registreren als Democraat en in de voorverkiezing te laten opkomen. In staten en steden met een vrijere kieswetgeving zoals Californië of Seattle kan het gerust onder de eigen partijnaam. In elk geval kiest DSA ervoor om zijn kandidaten te profileren als socialisten. De kiezer koopt geen kat in een zak. Al moeten de socialisten dan natuurlijk wel volop de infrastructuur van de Democratische Partij gebruiken om te geraken waar ze willen geraken. (Deze vorm van 'entrisme' is perfect mogelijk in het Amerikaanse partij- en kiesstelsel, maar uiteraard niet populair bij de Democratische partijbonzen.)

Deelname aan verkiezingen kan aanmerkelijke voordelen opleveren, meent DSA. Dat lijkt de verkiezing van AOC ook te bewijzen. Natuurlijk is er de enorme zichtbaarheid. Plots hebben socialisten een fantastische megafoon. Sinds AOC liggen er veel radicalere voorstellen op tafel dan er ooit besproken zijn onder Obama, en worden partijestablishment én presidentskandidaten gedwongen om zich uit te spreken voor of tegen deze voorstellen. Zo zien we dat wie gekant is tegen Medicare for All, zoals Joe Biden en Beto O'Rourke, het hard te verduren krijgt. DSA streeft ernaar om zo de machtsbalans binnen de Democratische Partij te verschuiven. Anno 2019 vertegenwoordigt Nancy Pelosi uit de progressief-liberale vleugel het partijestablishment. Gematigde en conservatieve Democraten vormen nog slechts een minderheid. En met verkozenen als AOC groeit er nu een kleine delegatie linkse Democraten. Kunnen zij het discours, het politiek bedrijf en de machtsbalans naar links trekken? Ligt een socialistische meerderheid binnen de Democratische fractie ooit binnen bereik?

ALL ABOUT THAT BASE

De marxisten – en met hen allerlei communistische en anarchistische groeperingen – vrezen van niet. Een kapitalistische partij 'kapen' om vervolgens een kapitalistische, imperialistische staat te ontmantelen en een democratisch en egalitair alternatief uit te bouwen doe je niet zonder een sterke en strijdvaardige massabeweging. Wie machtsovername via electoraal entrisme vooropstelt, slaat de belangrijkste stap over. Een prioritair electorale strategie is volgens de militanten bij Marxist Center gedoemd tot falen.

Omdat er amper klassenbewustzijn is, en nog geen georganiseerde werkende klasse, moeten socialisten eerst aan 'basebuilding' doen, vinden de marxisten. Lees: diep duiken in je buurt en werkplek en banden smeden in de strijd. Basebuilders grijpen ongenoegen of conflict – met de werkgever, de huisbaas, het lokale bestuur – aan om duurzame banden te smeden binnen de werkende klasse. Om zelforganisatie mee in gang te steken, zeg maar. Vanuit dat sterke netwerk kan men de strijd opschalen, kunnen eigen organisaties groeien en kunnen bijvoorbeeld kiescampagnes ondersteund worden. Pas als gewone mensen – en niet alleen activisten – zich gepolitiseerd weten als klasse, en klaar zijn voor gecoördineerde directe actie, kunnen de socialisten kracht uitoefenen en zaken gedaan krijgen van de staat, van bedrijven, van verkozenen.

Bovendien zijn Amerikaanse verkiezingen weinig democratisch, met grote groepen uit de lagere klassen die niet gaan stemmen of bij wet uitgesloten worden. Op die manier kan je de werkende klasse niet vertegenwoordigen, laat staan dat de klasse haar parlementaire vertegenwoordigers doeltreffend ter verantwoording kan roepen. Kandidaten worden immers genoodzaakt om een ander kiespubliek te zoeken, wat in veel gevallen neerkomt op jonge, hoger opgeleide stedelingen. Deze strategie schiet tekort als het doel representatie is, en al helemaal als het radicale emancipatie is. 'Het doel van socialisten is niet om de belangen van mensen te behartigen,' schrijft basebuilder Julian Guerrero, 'maar om zelforganisatie van en collectieve actie door werkende mensen aan te moedigen, in de hoop dat deze socialistische strijd duidelijk maakt dat zijzelf onmisbaar zijn hierin.'

In Regeneration, het partijblad van Marxist Center, beschrijven militanten van Philly Socialists hoe zij basebuilding opvatten. Twee jaar lang streed de groep voor een verordening die huurders beschermt tegen willekeurige uitzettingen, een eis die ze in december 2018 binnenhaalden. Nochtans hadden de activisten al die tijd amper gehoor gevonden bij (Democratische) verkozenen. Hoe maakten ze dan wel het verschil?Philly Socialists richtten een huurdersvakbond op. Die nam het keer op keer op voor individuele huurders en de bewoners van bedreigde woonblokken. De wetgever bood de vereiste bescherming niet, maar de vakbond sprong telkens in de bres. Zo wonnen ze de trouw van de huurders. 'Deze duale strategie van belangenbehartiging en directe actie gaf onze huurdersbond de autonome politieke kracht om los van de Democratische Partijmachine te werk te gaan', schrijven ze. Wat de Democratische Partij jarenlang wegzette als 'onhaalbaar', dwongen de georganiseerde huurders toch af.

TOT SLOT

De marxisten zijn niet bij voorbaat tegen verkiezingen, maar maken een pragmatische afweging: gezien de zeer beperkte slagkracht van de socialistische beweging op dit moment, wat is de beste besteding van onze middelen op de lange termijn? Alle energie hals over kop in de Bernie-campagne steken – zoals DSA, zou je kunnen zeggen, doet – is een groot risico. Ofwel faalt de campagne en heb je behalve een activistennetwerk niets wezenlijks verworven (en dit is de meest plausibele uitkomst), ofwel wint de kandidaat (minder waarschijnlijk) en heb je één vertegenwoordiger die je zonder georganiseerde basis moeilijk aan je kan binden.

Mogelijk is de discussie die woedt binnen Amerikaans links vergankelijk. Uiteindelijk komt ze neer op de vraag: hoe zetten we onze beperkte middelen in? Zeker voor lokale collectieven is dit cruciaal. Stel dat de grootste organisaties er echter in slagen om hun middelen te poolen, en elkaar te ondersteunen waar zinvol, kan de organisatiekracht alleen maar toenemen. En dan wordt het wellicht ook minder controversieel om én in te zetten op basebuilding – waar ook DSA achter staat – én op strategische kiescampagnes – waar Marxist Center niet principieel tegen is.

Maar ook als en wanneer Amerikaans links erin slaagt om de krachten complementair in te zetten, schuilen er in mijn bescheiden mening waardevolle lessen in de analyse van de basebuilders.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 47 tot 52