Abonneer Log in

Is #iedereen­aanboord?

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 18 tot 23

De nieuwe Brusselse regering wil dialoog met het middenveld om haar bestuursakkoord mee te realiseren; ook als het over de uitdagingen van de superdiversiteit & migratie gaat. ORBIT aanvaardt die uitgestoken hand en heeft in dat perspectief het bestuursakkoord kritisch gelezen. We vonden interessante knooppunten, maar ook losse eindjes.

DE REGIONALE REGEERAKKOORDEN

Wie niet horen wil, moet voelen
Michelle Ginée
Hoe rood is paarsgroen?
Pierre Verjans
Is #iedereen­aanboord?
Didier Vanderslycke

Voor de verkiezingen van 26 mei publiceerde ORBIT 19 aanbevelingen voor een samenhangend en menswaardig beleid in de superdiverse migratiesamenleving. De focus lag daarbij op klassieke thema's van migratie- en integratiebeleid, maar ook op politieke participatie, structurele aanpak van racisme en actief omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit. Het geheel werd gepubliceerd onder #iedereenaanboord.

Midden juli was het Brussels Regeerakkoord een feit, met opnieuw Rudi Vervoort als minister-president. De media berichtten vooral over opvallende passages in het akkoord, zoals het feit dat zone 30 de norm wordt in de Brusselse straten en dat het Gewest zich achter 5G schaart. Maar wat wordt het beleid inzake huisvesting, racismebestrijding, levensbeschouwing, migratie- en integratiebeleid? Is #iedereenaanboord in het Brussels bestuursakkoord? ORBIT deed een kritische lezing.

HUISVESTING

In ons project 'Woning gezocht, buren gevonden' wordt ORBIT geconfronteerd met erkende vluchtelingen en herenigde familieleden die mensonwaardig wonen, noodgedwongen worden opgevangen door derden of op straat belanden. Hun noodkreten komen vaak uit het Brussels Gewest. De belofte van de Brusselse regering van 15.000 bijkomende sociale woningen is daarom zeer welkom. Maar de gezinshereniging neemt toe. Voor grote gezinnen is er nagenoeg géén aanbod op de Brusselse sociale huisvestingsmarkt. Het is daarom nodig dat élke Brusselse gemeente een minimumaandeel uitzonderlijk grote sociale woningen bouwt.

Gezien de samenstelling van de bestuurscoalitie, zijn we verbaasd dat een oproep om de huisvestingscrisis voor erkende vluchtelingen interfederaal te coördineren ontbreekt.Door gebrek aan coördinatie is er een disproportioneel aandeel vluchtelingen op de al krappe Brusselse woonmarkt:76% van de aanvragers voor bescherming die al in Brussel woonden blijft er na erkenning, terwijl 50% van wie in Wallonië werd opgevangen naar een ander gewest trekt. Nederland pakt dat anders aan; elke gemeente wordt er verplicht ook voor erkende vluchtelingen huisvesting te voorzien.

In het Brussels akkoord staat geen oplossing voor systematische overbewoning onder herenigde vluchtelingengezinnen.Door de federale regelgeving rond hereniging leven velen maanden tot jaren na hun aankomst in België noodgedwongen met meerdere familieleden op één kamer, met uithuiszettingen tot gevolg. Samen met een interfederale aanpak kan Brussel vanuit de gewestelijke bevoegdheden deze situatie voorkomen door de19 gemeenten een minimumaantal doorgangswoningen op te leggen en een tijdelijke toewijzing uit te werken vooralleenstaande erkende vluchtelingen die wachten op gezinshereniging. Deze doorgangswoningen kunnen ook ingezet worden voor andere kwetsbare medeburgers in tijdelijke woonnood. Ook huurders die wegens onbewoonbaarheidsverklaringen dakloos worden, moeten toegang hebben tot een doorgangswoning. De beloofde projectoproep voor de bouw of renovatie van woningen voor dak- en thuislozen is onvoldoende ambitieus.

En waar is het congruent beleid rond samenhuizen? Deze woonvorm wint aan populariteit. Het is een voorbeeld van stedenbouwkundige verdichting en ecologisch wonen. Maar samenhuizers worden geconfronteerd met financiële en stedenbouwkundige belemmeringen. Erkende vluchtelingen en andere kwetsbare huurders met lage inkomens worden hierbij disproportioneel getroffen. Ze dreigen bij samenhuizen meer dan een derde van hun inkomen te verliezen. De nieuwe Brusselse regering laat de kans liggen om samenhuizen een duidelijk stedenbouwkundig statuut te geven en door afspraken met de betrokken inkomensverstrekkers samenhuizers te vrijwaren van inkomensverlies. Ook een Brusselse versie van de Vlaamse 'Melding tijdelijk wonen', die huiseigenaars in Vlaanderen al sinds 2016 toelaat om met een vereenvoudigde stedenbouwkundige procedure erkende vluchtelingen in hun eigen gezinswoning op te vangen, ontbreekt.

Positief in het Brussels akkoord zijn een aantal nodige correcties in de private huurmarkt: bij langdurige leegstand vaker gebruik maken van het openbaar beheerrecht om panden tijdelijk een sociale invulling te geven, de aanmaak van een gewestelijke huurwaarborgfonds, een huurbemiddelingsmechanisme door een referentietabel voor huurprijzen, de mogelijkheid om geconventioneerd te verhuren. ORBIT vzw hoopt dat er nu geen vijf jaar hypothetische denkoefeningen volgen, om de hete aardappel door te schuiven naar de volgende legislatuur.

RACISMEBESTRIJDING

De nieuwe Brusselse regering besteedt veel aandacht aan het beleidsthema racisme en discriminatie. De regering zal 'haar arsenaal om discriminatie te bestrijden uitbreiden met transversale en operationele maatregelen om zo alle bevoegdheidsdomeinen te omvatten'.

Dat is een verdieping van het – nog niet uitgevoerde en weinig ambitieuze – Brussels actieplan tegen racisme. De Brusselse regering laat daarbij helaas een aantal evidente opportuniteiten liggen. In tegenstelling tot de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) besteedt de regering zeer weinig aandacht aan een sterk diversiteitsbeleid. Meer diversiteit bij het eigen personeel en in de sport- en onderwijswereld is een belangrijke hefboom in de structurele aanpak van racisme. Tegelijk zouden de proactieve praktijktesten nu reeds kunnen ingevoerd worden, gekoppeld aan meer sancties en aandacht voor slachtoffers.

De Brusselse regering wil de verdieping van het Brussels actieplan tegen racisme concreet maken door:
- een sensibiliseringscampagne om de meldingsbereidheid te verhogen over hatespeech;
- de oprichting van een onthaal voor slachtoffers van cyberaanvallen en hatespeech op sociale media en een betere ondersteuning van organisaties die slachtoffers begeleiden;
- projectoproepen om innovatieve aanpakken van racisme te stimuleren;
- een onderzoek over de uitbreiding van meldingsplicht van Actiris naar andere arbeidsbemiddelaars zoals uitzendkantoren;
- een actieplan tegen etnisch profileren;
- meer aandacht voor de geschiedenis van migratie, kolonisatie, discriminatie in de leerplannen van scholen en een denkoefening over dekolonisering van de publieke ruimte.

De Brusselse regering wil meer inzetten op sanctionering door na te gaan of er proactief kan worden opgetreden via blinde praktijktesten, vooral op vlak van huisvesting en de arbeidsmarkt. Ze voorziet meer middelen voor inspecties. De regering zal het huidige sanctiebeleid evalueren en daarna ontradende sancties invoeren. Maar waarom wachten? Dat kan meteen.

Positief dan weer is dat de regering inzet op het verzamelen van datamining om discriminatie gemakkelijker te bewijzen. Ze wil ook dat de tuchtregeling voor statutaire personeelsleden – met respect voor de rechten van de verdediging – vereenvoudigd wordt om seksisme, racisme en pesten doeltreffender te bestrijden. In de aanpak van discriminatie wil ze slachtoffers van discriminatie en het verenigingsleven betrekken. De Brusselse regering laat echter na haar subsidiebeleid als hefboom te gebruiken om racisme in de Brusselse sportwereld aan te pakken, of om het aantal leerkrachten met een migratiegeschiedenis te verhogen via pilootprojecten.

Het is voorts niet duidelijk hoe ambitieus de Brusselse regering is op vlak van het diversiteitsbeleid van haar eigen personeel. Waar zijn de streefcijfers voor mensen met een migratieachtergrond? Blijft het verbod op levensbeschouwelijke kentekens voor loketfuncties aangehouden? In Brusselse demografische context is dat een grote drempel in het wegwerken van de etnische tewerkstellingskloof. De regering had inspiratie kunnen halen uit maatregelen die ze voorziet voor vrouwenrechten: het streven naar gelijke vertegenwoordiging in verschillende bestuursorganen is even noodzakelijk voor vrouwen en mannen met een migratieachtergrond. Gendersensibiliteit en 'migratieachtergrondsensibiliteit' gaan samen. ORBIT pleit ervoor om systematisch de diversiteitstoets te hanteren bij de organisatie van participatie voor alle beleidsdomeinen.

Dit brengt ons bij het voornaamste pijnpunt in het Brussels regeerakkoord: in tegenstelling tot jongeren, alleenstaande ouders, vrouwen, senioren en kortgeschoolden, worden mensen met een migratieachtergrond niet als expliciete doelgroep erkend. De beleidsmaatregelen voor kwalitatief, toegankelijk onderwijs, werk, gezondheidszorg en huisvesting besteden geen aandacht aan de specifieke drempels die zij ervaren. Dat is in tegenstrijd met de intentie voor transversale maatregelen in alle beleidsdomeinen rond discriminatie. Deze regering gaat er ten onrechte van uit dat ze via de andere doelgroepen ook mensen met migratieachtergrond zal bereiken. Op vlak van arbeidsmarkt houdt de Brusselse regering bijvoorbeeld geen rekening met de bestaande etnostratificatie (zie ook de Diversiteitsbarometer Werk van Unia). Kortom, een intersectionele bril is nodig, los van de aandacht voor meervoudige discriminatie.

LEVENSBESCHOUWING

Terwijl de religieuze en levensbeschouwelijke beleving en diversiteit een enorme impact hebben op de Brusselse samenleving, lees je er bijzonder weinig over in het regeerakkoord. Daar zijn institutionele oorzaken voor. De levensbeschouwelijke diversiteit biedt echter zoveel mogelijkheden voor het Gewest dat het echt wat meer mag zijn. Vlaamse steden doen dat al. De politieke traditie leert ons dat Brusselse beleidsmakers expliciete uitspraken over of engagementen naar religieuze en levensbeschouwelijke aangelegenheden eerder schuwen. De regering laat liever de 19 gemeenten aan zet. Nochtans is een Brusselbrede aanpak nodig. Denk aan de toekomst van kerkgebouwen en de noden van de andere (erkende) erediensten en levensbeschouwingen.

Alleen in de bevoegdheden van de staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Huisvesting en Erediensten wordt het woord 'religie' vermeld. En dan nog alleen daar waar 'religie' als mogelijke discriminatiegrond kan gelden. Verder zeggen de Brusselse regeringspartners dat ze de 'geloofsgemeenschappen' beter willen leren kennen. Het regeerakkoord wil inzetten op een overkoepelend beleid naar begraafplaatsen en lijkverzorging, in overeenstemming met de gemeentes die de eindverantwoordelijkheid houden. Maar voor de rest blijven we op onze honger. Het vorige regeerakkoord stelde nog: 'Ons Gewest mag op zijn grondgebied in geen geval racistische, islamofobische, antisemitische of xenofobe uitlatingen van welke aard dan ook dulden. De Regering zal in dat verband alle initiatieven steunen die bijdragen tot een beter wederzijds begrip en een versterking van de interconvictionele en interculturele dialoog'.

Mogelijks kan er nog wat ingevoegd worden in de beleidsnota's van de ministers. Ze kunnen positieve acties opzetten ter gelegenheid van de diverse feestdagen van levensbeschouwelijke en religieuze gemeenschappen. Naast de traditionele kerstversieringen kan dat ook naar aanleiding van het Joods nieuwjaar, het einde van de ramadan, de Boeddhadag, het hindoe lichtjesfeest, enzovoort. De levensbeschouwelijke diversiteit kan meer in beeld komen door te investeren in een postercampagne in de Brussels metrostations over de voorwerpen uit de nationale of andere collecties van joodse, islamitische, boeddhistische, christelijke of andere Gemeenschappen. Het geeft een gevoel van erkenning en toont het rijke erfgoed in het Gewest.

Brusselse burgers zijn zinzoekers. Ook ambtenaren. Het Gewest kan daarvoor letterlijk ruimte door lokalen in te richten op de werkvloer, waar ze terecht kunnen voor meditatie, yoga of andere zingevingsactiviteiten. Ten slotte moet het Gewest spoedig bovenlokaal en lokaal overleg organiseren met de verschillende levensbeschouwelijke en geloofsgemeenschappen over het schrijnend gebrek aan kwaliteitsvolle cultusruimtes.

MIGRATIE- EN INTEGRATIEBELEID

De Brusselse regering is zich bewust van de problemen voor ondernemingen om bepaalde functies ingevuld te krijgen. Ze wil 'een actieplan opstellen om de tekorten aan arbeidskrachten en de knelpuntberoepen in te dijken'. De regering stelt terecht dat dit een evaluatie vraagt van de wetgeving op de arbeidsvergunningen en dus ook de verblijfswetgeving. Ze dringt aan op uitvoering van een strategisch interfederaal plan 'Vacante betrekkingen en kwalificatie'. Daarmee zet ze volledig in op een vernieuwd arbeidsmarkt- en arbeidsmigratiebeleid. Dat de werknemersbescherming daarbij voorop moet staan, lezen we nergens.

Ondertussen voert Actiris onderzoek over de inschakeling van mensen zonder wettig verblijf als werknemer in knelpuntberoepen. Die studie is nodig. Hoewel de Brusselse regering beweert te willen toezien dat de grondrechten en de menselijke waardigheid van migranten zonder wettig verblijf gewaarborgd zijn, wordt dat niet concreet gemaakt. De regering lijkt ondertussen ook blind te zijn voor de illegale tewerkstelling en het misbruik van werknemers zonder papieren, ook in de huisarbeid. De strijd tegen mensenhandel is prioriteit in de initiatieven die de Brusselse regering zal nemen. Maar ondertussen krijgen de malafide werkgevers vrij spel. De werknemersbescherming van werknemers zonder papieren is wettelijk geregeld. Dus kan de regering daarrond beleid ontwikkelen.

De regering wil overleg plegen met de federale regering over 'een waardige tenlasteneming van migranten op zijn grondgebied, en het centrum 'Porte d'Ulysse' en de Humanitaire Hub steunen'. Dat is verstandig, maar geen antwoord op de nood aan toekomstoriëntatie en opvang van mensen zonder wettig verblijf. ORBIT zet daar binnenkort op in met de campagne #straatnaartoekomst.

PARTICIPATIEGEWEST

De Brusselse regering, zo lezen we, 'hecht zeer veel belang aan een kwaliteitsvolle en permanente sociale dialoog. Om het maatschappelijk middenveld nauwer en actief te betrekken bij de besluitvorming, zal de regering buitengewone ministerraden plannen die gewijd zullen zijn aan Brusselse thema's en waarbij het maatschappelijk middenveld betrokken zal worden.' Daar is ORBIT vzw bijzonder blij om. Structurele burger- en middenveldparticipatie is een echte meerwaarde in de superdiverse samenleving. Maar waarom kondigt de regering daarover geen concrete pilootprojecten aan?

Nog een opvallend element inzake participatie, ten slotte, is dat de Brusselse regering zich aansluit bij de aanbevelingen van de resolutie van 5 april 2019 om bij de gewestverkiezingen stemrecht toe te kennen aan de buitenlandse onderdanen die in Brussel wonen. Dat is een sterk signaal. Maar waarom kondigt het Gewest ook geen initiatief aan voor een betere registratie van kiesgerechtigde niet-Belgen voor de gemeenteraadsverkiezingen die al wettelijk geregeld is? Dat is nu al mogelijk.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 18 tot 23