Abonneer Log in

Motie van wantrouwen

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 42 tot 47

'Het Vlaams inburgeringsbeleid legt de nadruk op economische en maatschappelijke zelfredzaamheid, de snelle verwerving van de Nederlandse taal en het zich eigen maken van de gedeelde normen en waarden van de publieke Vlaamse cultuur', lezen we in het Vlaamse regeerakkoord. Meteen wordt de toon gezet: men kiest voor zelfredzaamheid, focus op taal, normen en waarden van de Vlaamse cultuur. Zelfredzaamheid is een belangrijke troef, maar nergens is er duidelijkheid over hoe je dat kan stimuleren en welke ondersteuning hiervoor nodig is. Nederlands is een onmisbare schakel voor een geslaagd inburgerings- en toekomsttraject, maar er ontbreken voorstellen om maximale leerkansen te garanderen of de huidige hindernissen weg te werken. De Vlaamse regering kiest voor gedeelde normen en waarden van de publieke Vlaamse cultuur. Maar dit is een totale ontkenning van de superdiverse samenleving. De interpretatie van de 'Vlaamse cultuur' is subjectief en politiek beladen. Nieuwkomers onderdompelen in een bad vol Vlaamse waarden, normen en geschiedenis is terugplooien op een fictieve realiteit, een droom, een nationalistische ideologie die doorheen het hele regeerakkoord waait.

VLAANDEREN WIL HEN NIET

Het regeerakkoord doet geen moeite om de illusie in stand te houden dat Vlaanderen gastvrij is. Er is een duidelijke contradictie merkbaar: men beweert te focussen op een pluralistische rechtsstaat maar we merken meteen de keuze voor exclusie in plaats van inclusie. We lezen een gebrek aan respect voor verschillende sociale en culturele belangengroepen. Men ondergraaft grondrechten en mensenrechten voor verzoekers om internationale bescherming en schrapt mensen zonder papieren en woonwagenbewoners als doelgroep van het integratiedecreet.

Men beperkt de toegang tot ons sociaal systeem: nieuwkomers moeten eerst bijdragen voor ze de voordelen van de Vlaamse sociale bescherming kunnen genieten. Wie aanspraak wil maken op een zorgbudget moet tien jaar wettelijk en legaal en vijf jaar ononderbroken in Vlaanderen verblijven. Asielzoekers krijgen bij erkenning geen retroactieve kinderbijslag meer. Sociaal tolken en sociaal vertalen zullen enkel betaald worden tijdens het inburgeringstraject. De juridische dienstverlening zal exclusief worden aangeboden aan Vlaamse diensten, Vlaamse voorzieningen en Vlaamse lokale besturen. Het einde van een laagdrempelig aanbod van juridische info over asiel en migratie. De dagelijkse vragen van vrijwilligers, nieuwkomers, voogden, leraars, advocaten,… zullen voortaan onbeantwoord blijven. Allemaal drempels. Allemaal extra hindernissen.

Het is duidelijk dat de frustratie over de federale bevoegdheid inzake migratie en de beperkte Vlaamse bevoegdheid over inburgering, is omgezet in een ontradend migratiebeleid: door hoge drempels in te voeren op Vlaams niveau, wil men ontradend werken op een hoger niveau. Financiële drempels, onmogelijke verwachtingen, invoeren van examens, voorwaarden voor het zorgbudget en sociale woning, een opgelegde canon,… het ziet ernaar uit dat men er alles aan doet om de nieuwkomer vooral niet te laten kiezen voor Vlaanderen.

BETALEN VOOR EEN TOEKOMST

Het inburgeringstraject is op dit moment gratis, maar zal betalend worden. Een volledig traject zal minimaal 360 euro kosten, elke stap 90 euro: taalcursus, cursus Maatschappelijke oriëntatie en een examen voor deze twee onderdelen. Niet slagen maakt het geheel duurder, want een herexamen kost nog eens 90 euro. De impact zal wellicht het grootst zijn voor de vluchtelingen; zij hebben vaak het minste budget en de gevraagde stappen zijn voor hen het grootst.

De impact gaat verder. Iedereen die naar hier migreert mag een inburgeringstraject volgen, het is een recht. Dat betekent dat wie uit een andere EU-lidstaat komt of een derdelander die via arbeidsmigratie komt, dit traject mag volgen om zo snel onze taal te leren en onze samenleving te leren kennen. De nieuwe 'plichten en kosten' zullen ervoor zorgen dat er minder mensen bereid zijn om zich in te schrijven. Een grote groep niet-verplichte inburgeraars zal afhaken en daardoor essentiële informatie mislopen. Onder andere: een essentieel toetsingskader voor hun arbeidsrelaties en -voorwaarden. Deze beslissing zal ook desastreuze gevolgen hebben voor de instroom en de tewerkstelling bij de Agentschappen.

Verplichte inburgeraars die onvoldoende budget hebben, hoeven niet te vrezen beweert Jan Jambon. Daarover zei de Vlaams minister-president in Terzake: 'We zijn geen onmensen'. Wie niet de nodige middelen heeft, kan aankloppen bij het OCMW. Dat betekent een extra kost voor de gemeenten terwijl het onduidelijk is of ze daarvoor ook meer middelen zullen krijgen. Duidelijk is wel dat deze kostprijs een extra bron van stress zal worden voor de nieuwkomer, dat er angstvallig gezocht zal worden naar geld en dat er nieuwe situaties zullen ontstaan waarbij nieuwkomers afhankelijk worden van anderen, van malafide netwerken of van uitbuitingsmechanismen die juist teren op de zwakte van deze doelgroep.

GEEN INBURGERING MEER VOOR ASIELZOEKERS

Inburgering is het grote magische toverwoord dat alles moet oplossen, en toch kiest men ervoor om de doelgroep te beperken. Enkel wie in het vreemdelingenregister staat, behoort tot de doelgroep vanaf nu. Dus geen asielzoekers meer want zij staan in een wachtregister. Vermits een asielprocedure tegenwoordig gemiddeld 1 jaar duurt en in veel gevallen zelfs langer, krijg je dus een lange fase waarin er geen inburgeringstraject wordt opgestart. Tot nu werden asielzoekers aangemoedigd zo snel mogelijk te starten met lessen. Dit gaf vele voordelen: het biedt ritme en structuur, geeft hen meer kansen bij de zoektocht naar werk, en kan cruciaal zijn bij de zoektocht naar een woning eens ze erkend zijn. Ze worden begeleid bij diplomagelijkschakeling en ook zij krijgen een kader aangeboden via de lessen Maatschappelijke Oriëntatie waardoor ze inzicht kregen in de eigen arbeidsrechten.

De contradictie is ook hier treffend: men verwacht dat een nieuwkomer zo snel mogelijk werk vindt en dat er op korte tijd een behoorlijke maatschappelijke kennis bereikt wordt. Maar eerst moeten ze… wachten. Zinloos wachten in onzekerheid. Enig idee hoeveel kostbare tijd op deze manier verloren gaat?

BLAFFENDE HONDEN BIJTEN NIET MAAR CREËREN WEL ANGST

Als een inburgeraar niet slaagt, volgt er tegen betaling een herexamen. En wat als ze dan nog altijd niet slagen? We vinden een merkwaardige alinea: 'Er wordt systematisch een advies bezorgd aan de Dienst Vreemdelingenzaken over het gevolgde inburgeringstraject. Dit om na te gaan of de inspanningsverbintenis tot inburgering i.h.k.v. de federale beslissing over het al dan niet verlengen van de verblijfstitel van de inburgeraar is nageleefd.'

Als het gaat over vluchtelingen die een beschermingsstatus kregen, kan integratie nooit een reden zijn om een erkenning in te trekken. Mogelijke gevolgen voor de verblijfstatus zal op federaal niveau beslist worden want Vlaanderen is hiervoor niet bevoegd. Dat Vlaanderen advies kan geven en het al dan niet slagen voor het inburgeringstraject mogelijke gevolgen heeft op een verblijfsstatuut, gaat voor velen echt meer dan één stap te ver.

Het lijkt stilaan normaal dat de verantwoordelijkheid eenzijdig bij de nieuwkomer wordt gelegd, terwijl het traject zelf zoveel hiaten en hindernissen kent dat je minstens over gedeelde verantwoordelijkheid en misschien zelfs over bewust verhinderen van de kansen kan spreken. Het is crimineel om te blijven focussen op een gebrek aan bereidwilligheid of inzet van de nieuwkomer terwijl men ondertussen de dienstverlening inperkt, de verwachtingen verhoogt en drempels doelbewust gecreëerd worden.

WELK TAALNIVEAU IS REALISTISCH?

Het taalniveau moet omhoog. De Vlaamse regering legt de lat hoger voor de groep mensen die verplicht moeten inburgeren. Tot vandaag is het verwachte taalniveau een basiskennis A2. Daar wordt nu een luik aan toegevoegd: twee jaar na het slagen voor de basiskennis, moet een verplicht inburgeraar ook slagen voor een examen luisteren en spreken op een hoger niveau B1.

Een hoger niveau zal voor een grote groep nooit haalbaar zijn. Sommige nieuwkomers zullen niet in staat zijn om binnen de twee jaar te werken of te studeren, en zullen zeker niet in staat zijn om een dergelijk taalniveau te bereiken. We vergeten immers dat mensen met een vluchtverleden om allerlei redenen verhinderd worden om een leerproces succesvol te doorlopen. Denk hierbij aan medische en psychische problemen, de zoektocht naar een woning die alle energie opslorpt, het zoeken naar vermiste familieleden of de aanpassing aan het nieuwe leven in een totaal nieuwe cultuur, klimaat, eetgewoontes, enzovoort. Als je bekijkt waar mensen gemiddeld staan na een taaltraject van twee jaar, stellen we vast dat het behalen van een dergelijk niveau enkel is weggelegd voor mensen met een gemiddeld IQ en met een stabiele mentale en fysieke gezondheid.

Nergens valt te lezen dat deze groep extra ondersteuning zal krijgen op vlak van traumabegeleiding of een betere ondersteuning bij hun werkelijke noden. Integendeel, de verwachtingen naar hen nemen toe maar de ondersteuning neemt af. We hebben nood aan meer begeleiding, niet aan minder.

Bovendien vergeten we door deze eenzijdige focus op taal dat er zoveel meer nodig is: attitudes zoals inzet en assertiviteit, beheersing van basisvaardigheden en vakkennis of vakvaardigheid zijn in feite even belangrijk. Het succes van inburgering valt niet te meten aan een het gehaalde niveau Nederlands, maar aan de vraag of iemand zijn of haar doel kan bereiken. Samen inzetten op een realistisch toekomstplan dat aansluit bij de mogelijkheden en de interesses van de persoon in kwestie. Dat is inburgering op maat.

WIE ZAL HELPEN?

Wie verplicht moet inburgeren, zal in de toekomst een buddy krijgen. In het regeerakkoord staat dat de buddy 40 uur lang moet helpen bij het uitbouwen van een netwerk. De grote vraag is nu hoe dat buddyproject zal worden uitgewerkt. Er is geen duidelijkheid over budget, over wie buddy kan worden, over mogelijke opleidingen of over de concrete invulling.

Met het lanceren van een buddytraject voor elke nieuwkomer strooit men zand in de ogen en hoopt men de illusie te creëren dat er ook hefbomen in het akkoord staan. De realiteit is echter complexer. Was het niet dat de gaten van een nu reeds falende inburgering en integratie door het bestaande beleid worden opgevangen door buddy's. Meer buddy's toevoegen aan een beleid dat inzet op meer van hetzelfde, is het falen organiseren. En diegenen die de mazen van het net vrijwillig dichten gaan romantiseren. Een wrange vermaatschappelijking van integratie en inburgering is dat.

Anderzijds is er reeds een verplichte trajectbegeleiding bij het huidig inburgeringstraject maar zien we ook daar niet de verwachte resultaten. Hun diensten zijn onderbemand, de opdrachten te zwaar en te complex vanwege de grote dossierlast, de beloofde begeleiding onmogelijk te realiseren. Het beloofde einddoel – zelfredzaamheid van de nieuwkomer en het overbodig maken van een begeleider – wordt zelden gehaald binnen het inburgeringstraject. Inburgering en integratie stopt immers niet na de verplichte cursus. Het is een langdurig proces dat opvolging en ondersteuning vraagt op een langere termijn.

INBURGERING VRAAGT SAMENWERKING

Zonder samenwerking zal inburgering nooit de gewenste doelstellingen bereiken. Samenwerking tussen de ontvangende samenleving in al zijn diversiteit en de nieuwkomer, tussen beleid en middenveld, tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië, tussen Vlaams niveau en federaal niveau, enzovoort.

Hoe meer Vlaanderen op zichzelf plooit en denkt te kunnen handelen en besturen zonder rekening te houden met belangrijk actoren – denk aan het Minderhedenforum, Unia en etnisch-culturele organisaties – vergist ze zich. Dit zijn belangrijke partners die onontbeerlijk zijn voor een beleid dat afgestemd is op de werkelijke noden. We merken een oorverdovende stilte omtrent sociaal schaduwwerk dat hiaten opvult en doet wat de overheid verzaakt te doen. Zolang deze vrijwilligers, burgerbewegingen en sociale werkers bereid zijn om de werkelijke noden op te vangen, kan de overheid de illusie verder in stand houden.

Vlaanderen denkt doelgericht te kunnen handelen vanuit specifieke beleidsdomeinen maar negeert de noodzaak van een integraal en transversaal beleid. Er is de laatste legislatuur een zogenaamde 'horizontaal integratiebeleid' ingevoerd dat dat zou moeten adresseren. Maar tot op heden is dat niks meer dan knip-en-plakwerk zonder monitoring van het bestaande beleid. Inburgering valt niet samen met één enkele ministerpost, het raakt aan Onderwijs, Wonen, Welzijn, Integratie, Gelijke kansen, Werk,… en zal pas werken als er ingezet wordt op een samenwerking met de sociale partners, het bedrijfsleven, het welzijnswerk en het culturele leven in het algemeen. Zoveel gemiste kansen hier in het verleden, zo weinig ambitie hieromtrent te lezen in dit nieuwe akkoord.

WACHTEN OP EEN AUDIT DIE NOOIT BLIJKT TE KOMEN

Mocht inburgering en integratie echt een doelstelling zijn, gericht op sociale inclusie en sociale mobiliteit, dan was men dit regeerakkoord gestart met een evaluatie van wat er fout loopt tot nu toe in de laatste verandering sinds het decreet van 2013. Een brede analyse met resultaten die bekend gemaakt worden, bestaat voor alle duidelijkheid niet.

Al zo vaak werd er gevraagd naar een brede en grondige doorlichting, al zo lang wordt er uitgekeken naar een objectief rapport dat de uitdagingen van het inburgeringsbeleid benoemt.

Een Vlaams regeerakkoord opstellen met daarin nieuwe voorstellen en wijzigingen kan enkel geloofwaardig zijn als je vertrekt vanuit de realiteit, als je durft te benoemen waar het vandaag fout loopt en als je een veranderingstraject voorstelt dat gebaseerd is op cijfers en feiten. We lezen geen woord over wachtlijsten, de agentschappen zelf werden niet gehoord en een bevraging van de nieuwkomers zelf ontbreekt al helemaal.

MINDER IN PLAATS VAN MEER INBURGERING

De Vlaamse overheid denkt dat het inburgering beter zal gaan doen door gewoon meer van hetzelfde te doen. 'Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different result', aldus Albert Einstein. Het inburgering- en integratiebeleid van Vlaanderen is de belichaming van die problematisering, en is daardoor een probleem geworden. Men kiest men ervoor om te culpabiliseren, eenzijdig extra plichten en inspanningen op te leggen en negeert de eigen verantwoordelijkheid als overheid. Terwijl alle aandacht gaat naar luid klinkende slogans, creëert men ondertussen zoveel drempels en uitsluitingsmechanismes dat we nu al kunnen voorspellen dat er minder in plaats van meer inburgering zal zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 42 tot 47