Abonneer Log in

Hebben mensen in armoede baat bij de circulaire economie?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 3 (maart), pagina 37 tot 41

'Duurzame consumptie en productie' is één van die zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. De inspanningen om deze doelstelling te bereiken, moeten komen vanuit de hele samenleving: overheden en industrie, de financiële sector maar ook van consumenten. Toch bestaan er heel wat barrières. Zo is het vandaag vaak goedkoper om een nieuw product te kopen dan om een kapot product te laten herstellen. Daarbij komt dat producten dikwijls niet ontworpen zijn om te herstellen. Veel consumenten streven naar steeds goedkopere producten, bijvoorbeeld via wereldwijde webshops. Wie een beperkt budget heeft, heeft vaak enkel de keuze om te winkelen bij goedkope winkelketens. Deze goedkope producten worden doorgaans geproduceerd in Azië, vaak in mensonterende toestanden. Ze gaan snel stuk en bovendien bevatten ze vaak schadelijke stoffen.1

In de huidige lineaire economie worden producten gemaakt, gebruikt en vervolgens verbrand of gestort. Het hoeft geen betoog dat deze wegwerpmentaliteit niet langer houdbaar is. De circulaire economie wil inzetten op het aanbieden van degelijke producten die lang mee gaan en herstelbaar zijn, en op nieuwe businessmodellen zoals product-dienstcombinaties. Is gebruik of hergebruik van de producten niet langer mogelijk, dan wordt ingezet op het recycleren van de materialen. Storten en verbranden van afval wordt tot een minimum beperkt.

DREMPELS VOOR DE CONSUMENT

Een belangrijke drempel die daarbij kan ontstaan, is dat producten duurder worden. Als de industrie moet investeren in duurzame producten en zoeken naar innovatieve oplossingen, dan heeft dat een impact op de kostprijs die wordt doorgerekend aan de consument. Als de overheid via een prijzenpolitiek goedkopere wegwerpproducten uit de markt wil prijzen, voelen mensen in armoede deze prijsstijgingen meer dan de doorsneeburger; ze nemen immers relatief een grotere hap uit hun budget.

Zolang er een keuze bestaat tussen kwalitatieve, duurdere producten en goedkopere producten van mindere kwaliteit, kan je van de doorsneeconsumenten niet verwachten dat ze duurzame producten aankopen. Goedkope producten zijn echter doorgaans van minder goede kwaliteit en gaan sneller stuk, zodat men meermaals dergelijke producten moet aankopen. In de circulaire economie moet de consument daarom leren denken op de lange termijn: een investering in een kwaliteitsvol product zal meer renderen. Maar consumenten denken niet altijd rationeel. Hun gedrag wortelt in gewoonten en routines, en hangt samen met emoties, met sociale en morele normen.23 Ook kennis en vaardigheden om duurzame keuzes te kunnen maken en de sociale netwerken waarin men zich bevindt, spelen een rol. Voor wie in armoede leeft, komt daar nog een financiële drempel bij. Het beschikbare budget laat een keuze voor kwaliteitsproducten niet altijd toe. Als er marge is om te sparen, dan zal dat spaargeld eerder geïnvesteerd worden in andere keuzes (het schoolgeld, een extraatje voor de kinderen, wat ademruimte voor onverwachte facturen, enzovoort).

OPPORTUNITEITEN VAN DE CIRCULAIRE ECONOMIE

In wat volgt, bekijken we een aantal opportuniteiten van de circulaire en deeleconomie waarmee consumenten toegang krijgen tot duurzame producten. Deze werden voorgelegd aan een viertal mensen die leven in armoede.

Verkopen of ruilen via een alternatief circuit

Het aantal aanbieders en kopers op de tweedehandsmarkt (kringloopwinkels, rommelmarkten, tweedehands websites, garageverkopen, enzovoort) zit in de lift. Het is de uitgelezen plaats om degelijke producten aan te kopen tegen een lagere prijs. Toch horen we van mensen in armoede dat de kringwinkels en andere tweedehandscircuits in sommige gevallen nog te duur zijn. De voorbije jaren winnen daarom alternatieve circuits aan belang, zoals weggeefpleinen en ruilwinkels. Voor wie online toegang heeft, bestaan er heel wat 'weggeefgroepen' waar producten gratis worden geschonken of allerlei fora waar tips worden uitgewisseld (zoals over waar er kortingsacties lopen). Een mogelijke drempel is dat mensen in armoede niet altijd over (aangepast) vervoer beschikken, bijvoorbeeld om meubels of grote voorwerpen op te halen.

Om het vervoersprobleem op te lossen, kan persoon A zijn aanhangwagen uitlenen aan persoon B, terwijl persoon B later kan oppassen op het kind van persoon A of een taart kan bakken voor persoon C. Dit is een voorbeeld van wat LETS-groepen ('Local Exchange and Trading System') in de praktijk kunnen betekenen.4 LETS'en biedt niet alleen de kans om het sociaal netwerk te vergroten, maar biedt ook economische voordelen. LETS-groepen zijn nog een beperkt fenomeen, vaak in stedelijke setting, maar ook mensen in armoede blijken te participeren.5 Ook initiatieven die werken met gemeenschapsmunten6, blijken dicht aan te sluiten bij de leefwereld van mensen in armoede, zoals het Torekes project in de Gentse Rabotwijk.7

Toch blijkt het soms moeilijk om mensen in armoede te bereiken. Sommigen hebben een lage zelfwaarde: 'heb ik wel iets te bieden?' of 'zal ik aanvaard worden?'. Voor anderen is hulp vragen of accepteren moeilijk. Samenwerking met een vereniging waar armen het woord nemen of een organisatie waar sociale professionals omkadering bieden, kan die barrières helpen overwinnen.

Herstellen in plaats van weggooien

Hersteldiensten zullen een belangrijke schakel worden in de circulaire economie. Dat er vraag is naar (betaalbare) hersteldiensten bij de consument blijkt uit het grote succes van de Repair Cafés. Dat zijn gratis bijeenkomsten, waarbij buurtgenoten elkaar op vrijwillige basis helpen bij het herstellen van allerhande voorwerpen. Repair Cafés hebben ecologisch voordeel (minder afval) en brengen mensen bij elkaar (meer contact). Het zijn ook trefpunten voor wie zich niet onmiddellijk een nieuw product kan aanschaffen.8 Ook online zijn er tal van commerciële herstelklusplatformen, waarbij burgers die elkaar willen helpen met elkaar in contact worden gebracht.9 Niet alle mensen in armoede vinden aansluiting bij Repair Cafés, omwille van hoger genoemde drempels. Zij zijn daarentegen wel vaak bedreven in het herstellen van producten. Er schuilt dus potentieel in dergelijke initiatieven om een diverse mix van mensen trachten te bereiken.

De overheid kan stimulerende maatregelen treffen om herstellen van producten aan te moedigen, onder andere door het aanpassen van btw-tarieven. Het standaard btw-tarief bedraagt 21%. Om het herstellen van fietsen, schoenen en kleding te ondersteunen, werd dit tarief verlaagd naar 6%. De overheid kan zich bezinnen over het uitbreiden van het verlaagd btw-tarief voor het herstellen van andere producten. Deze maatregel zal niet alleen de transitie naar de circulaire economie aanmoedigen, maar betekent ook een financieel voordeel voor wie het minder breed heeft.

Van hebben naar gebruiken

Een interessante en hoopvolle tendens is dat de consument niet per se eigenaar van producten wil zijn, hij is steeds meer bereid om producten te delen. Deze 'deeleconomie' lijkt op het eerste gezicht minder relevant voor mensen in armoede. Hebben ze wel spullen om uit te lenen? Is er voldoende sociale cohesie in hun wijk? Wat zijn de gevolgen als het (uit)geleende goed stuk gaat? Vooralsnog blijken veeleer hoogopgeleiden en mensen met een hoog inkomen te participeren.10 Volgens sommigen zal vooral een kleine groep van 'bezitters' van waardevolle consumptiegoederen financieel voordeel doen.11

'Pay-per-service'

Toch zijn er ook opportuniteiten. Er bestaan diverse formules binnen de deeleconomie. Men spreekt over product-dienstcombinaties (PDC), omdat men eerder focust op de dienst die aangeboden wordt in plaats van het verkopen van een product.

De meest bekende product-dienstcombinatie is het uitlenen van producten. Dit concept is niet nieuw, denk maar aan de bibliotheken. Er bestaan momenteel al uitleendiensten voor speelgoed, kleding, gereedschap, auto's, fietsen, elektrische steps, zelfs kunst. De mogelijkheid om producten uit te lenen, levert uiteraard budgettair voordelen op ten opzichte van het aankopen van producten. Bij sommige diensten betaalt men een kleine vergoeding per keer, anderen vragen een maandelijks of jaarlijks lidgeld.

Een businessmodel dat binnen de circulaire economie sterk wordt aangemoedigd, is het concept 'pay-per-service'. Een voorbeeld is Bundles12, een platform waarop je als consument een was-, droog-, vaatwas-abonnement kan bestellen. Kwaliteitsvolle elektrotoestellen worden dan gratis aan huis geleverd en je betaalt een maandelijks bedrag plus een prijs per gebruiksbeurt. Door het gebruik van zuinige apparaten heeft men minder kosten voor energie, water en wasmiddel en er zijn nooit onverwachte kosten voor reparatie of onderhoud. Bij zo'n commerciële aanbieders kan de maandelijkse kost wel oplopen. Voor mensen in (energie)armoede loopt bij Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen het project Papillon13, waar energiezuinige huishoudtoestellen gedurende tien jaar worden verhuurd aan gezinnen die hun energieverslindende toestellen willen omwisselen. Service en garantie zijn inbegrepen in de huurprijs.

Een ander voorbeeld is de luierservice van Washcot.14 Het bedrijf verhuurt en wast katoenen luiers met wekelijkse thuislevering en -ophaling. Een eenvoudige berekening leert dat bekeken over de jaren dat de baby luiers draagt, het gebruik van wasbare luiers veel goedkoper is dan wegwerpluiers.

Het gebruik van dure kwaliteitsvolle producten wordt dankzij product-dienstcombinaties toegankelijk voor een breder publiek zonder meerkost of zelfs goedkoper in vergelijking van herhaalde aankopen van goedkope producten of goedkope energievretende elektrische toestellen.

Toch vergt dit businessmodel ook kennis en vaardigheden: men moet zijn weg vinden in soms zeer uiteenlopende tariefformules, men moet kunnen inschatten of men besparingen kan realiseren. Sensibilisering door de producent of de overheid is hier op zijn plaats. Soms is een bankkaart of kredietkaart vereist. Ook is toegang tot internet nodig. Het is dan ook belangrijk om te blijven investeren in internettoegang in openbare plaatsen, maar ook in begeleiding en digitale vaardigheden.

GROOT TEWERKSTELLINGSPOTENTIEEL

De circulaire economie creëert heel wat werkgelegenheid. De tewerkstelling in de circulaire economie groeit en bovendien zelfs sneller dan het Vlaamse gemiddelde.15 Momenteel stelt de Vlaamse circulaire economie vooral laag- en middengeschoolden tewerk (ongeveer 80% van de werknemers), terwijl de algemene Vlaamse economie maar ongeveer voor de helft bestaat uit laag- en middengeschoolden. Omdat het gaat om een groeisector zijn er dus nog toekomstige tewerkstellingskansen voor deze groepen, al zal de impact op de arbeidsmarkt ook afhangen van het type activiteit (denk aan automatiseringsprocessen en vereiste technologische kennis). De transitie naar de circulaire economie levert ook heel wat potentieel op voor de sociale economie door bijvoorbeeld hersteldiensten en inzamelfaciliteiten op te starten.

GEDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID

De circulaire economie creëert dus opportuniteiten voor de hele samenleving. Ook mensen in armoede kunnen voordeel doen bij de nieuwe businessmodellen van dit economisch model, mits een aantal drempels worden weggewerkt.

De transitie naar een circulaire economie is de verantwoordelijkheid van zowel de overheid, de bedrijven, de financiële instellingen als de consument. De overheid kan initiatieven, zoals Repair Cafés, opschalen en promoten. Ze kan producten uit de circulaire economie stimuleren via een prijzenbeleid, zodat financiële drempels worden weggewerkt. Daarnaast kan ze inzetten op informatie en begeleiding van consumenten om kennisdrempels weg te werken. Aan de bedrijfswereld om producten en diensten aan te bieden die passen in de circulaire economie en businessmodellen uit te werken die tegemoet komen aan iedere consument.

Dit artikel is een verkorte weergave van een hoofdstuk uit het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2019, waarin op zoek werd gegaan naar een duurzame armoedebestrijding.

VOETNOTEN

  1. European Commission (2019). 'Safety Gate: rapid alert system for dangerous non-food products: weekly reports', https://ec.europa.eu/consumers/consumers_safety/safety_products/rapex/alerts/?event=main.listnotifications&lng=en.
  2. Planing, P. (2015). 'Business Model Innovation in a Circular Economy Reasons for Non-Acceptance of Circular Business Models', Open Journal of Business Model Innovation.
  3. Rezvani, Z., Jansson, J. & Bodin, J. (2015). 'Advances in consumer electric vehicle adoption research: A review and research agenda', Transportation Research Part D, 34, pp. 122-136.
  4. https://www.letsvlaanderen.be/home.
  5. Williams, C.C, Aldridge, T., Lee, R., Leyshon, A., Thrift, N. & Tooke, J. (2001). 'Bridges into Work? An Evaluation of Local Exchange and Trading Schemes (LETS)', Policy Studies, 22:2, pp. 119-132.
  6. Zie https://www.muntuit.be/.
  7. Zie http://www.torekes.be/.
  8. Dams, D. (2014). 'Repair Cafés: Een verkennend onderzoek', Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master in de Sociaal-Economische Wetenschappen, Academiejaar 2013-2014, Promotor: Prof. dr. Frédéric Vandermoere, Antwerpen : Universiteit Antwerpen.
  9. Zie bijvoorbeeld www.croqqer.com.
  10. Andreotti, A., Anselmi, G., Eichhorn, T., Hoffmann, C., & Micheli, M. (2017). 'Participation in the Sharing Economy. Report from the EU H2020 Research Project Ps2Share: Participation, Privacy, and Power in the Sharing Economy'.
  11. Frenken, K., & Schor, J. (2017). 'Putting the sharing economy into perspective', Environmental Innovation and Societal Transitions, 23, pp. 3-10.
  12. Zie https://bundles.nl/.
  13. Zie: https://www.samenlevingsopbouwwvl.be/nl/projectdetail/p/9/energiearmoede-in-de-westhoek?categoryid=4.
  14. Zie www.washcot.be.
  15. Departement Werk en Sociale Economie (2019). 'Sectorstudie circulaire economie. Impact van de circulaire economie in Vlaanderen op de sociale economie en de tewerkstelling van kansengroepen', Brussel: Departement Werk en Sociale Economie.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 3 (maart), pagina 37 tot 41