Abonneer Log in

Een eenzame burgemeester op een publieke bank

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 88

In Antwerpen zit een eenzame burgemeester op een publieke bank. Hij wilde zo graag in een groene randgemeente wonen.

Lanklaar, Beersel, Leopoldsburg, Sint-Goriks-Oudenhove, Torhout, Brasschaat. Het konden de namen zijn van plaatsen van waaruit ons de voorbije weken harde en hartverwarmende getuigenissen over het coronavirus bereikten. Over isolement en digitaal contact, mateloze inzet en falen, opvoeding en relaties, winkels en bedrijven, mondmaskers en sociale onthouding, … Die getuigenissen kwamen van overal, van Avelgem tot Zutendaal. In elke Vlaamse gemeente streek wel een journalist neer. Een enkele onverlaat stak, godbetert, zelfs de taalgrens over. Godzijdank om daar Vlamingen te interviewen. Het resultaat waren doorgaans positieve en opbouwende verhalen van mensen die zich met al hun twijfels, onzekerheid en zorgen coöperatief bleven opstellen. De bijbehorende beelden toonden vaak kleinere en grotere tuinen, landelijke omgevingen, drukke woonkamers met weids uitzicht. Uiteraard kwamen ziekenhuizen en woonzorgcentra in de stad aan bod. En hoe erg het wel gesteld was met de schoolachterstand en het precair samenwonen in grotere steden. De indruk bleef hangen dat het maar net goed was dat we Vlaanderen zo veel mogelijk volbouwden. Dat maakte de coronacrisis leefbaarder, zo met zicht op magnolia, glansmispel en Japanse kerselaar. Weg van de miserie van de stad. En straks hebben we die stad aanvullend weer als werkplek, openluchtevenementenhal en – bij droog weer – shoppingcenter.

In Lanklaar, Beersel, Leopoldsburg, Sint-Goriks-Oudenhove, Torhout en Brasschaat wonen zes van de negen ministers van de Vlaamse regering. Twee anderen komen uit Mechelen en Genk. De negende Vlaamse excellentie woont in het Brussels Gewest. Dat moet zo van de wet: Vlaanderen laat Brussel niet los en het draagvlak, weet u? Al raakte de negende minister als CD&V-lijsttrekker in Brussel niet eens verkozen in het Vlaams parlement. Wat hebben de Vlaamse steden van deze regering te verwachten? Momenteel herademt de geïsoleerde stedeling onder meer doordat pendelaars uit nevelstad Vlaanderen even niet met de auto tot aan de voordeur van hun werkplek kunnen rijden. Maar wat als de bedrijvigheid herneemt? Het busvervoer van De Lijn rammelt letterlijk en figuurlijk, en de jongste tien jaar zijn alle op stapel staande tramverbindingen tussen stad en rand geschrapt. De eerste daad van de huidige minister-president als schepen van Brasschaat was het tegenhouden van de tramverbinding met de stad. Stel je voor dat gekleurde mensen die tram namen. Want die lui rijden, zo is geweten, niet met de auto. Gaan we stoppen met Vlaanderen op de slechtste plekken vol te bouwen? Gaan we wonen in de stad aantrekkelijk en betaalbaar maken? Gaat Vlaanderen echt iets doen aan de gigantische jeugdwerkloosheid in de steden – wat zou het, in West-Vlaanderen vinden ze geen werkvolk? Zou behalve de burgemeester van Mechelen nog één lid van de Vlaamse regering met steden bezig zijn?

In Antwerpen zit een eenzame burgemeester op een publieke bank. Hij wilde zo graag in een groene randgemeente wonen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 88