Abonneer Log in

Sociale onder­nemingen op hun tandvlees

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 11 tot 13

De nood aan rust en vakantiedagen voor onze medewerkers na de coronacrisis zal reëel en terecht zijn.

Bijna veertienduizend personen met een beperking, meer dan zestigduizend ouderen en duizenden jongeren leven op het moment van dit schrijven in een residentiële setting in Vlaanderen gescheiden van hun families. Honderden instellingen en duizenden zorgverleners werken zich uit de naad om zorg te dragen voor deze mensen en hen te ondersteunen in hun extra psychosociale behoeften tijdens deze periode van isolement.

Hun families hadden de keuze bij aanvang van de lockdown zorgbehoevende kinderen en volwassenen thuis op te vangen of ze te houden in de organisaties waar ze professionele zorg krijgen. Voor veel gezinnen was de eerste optie onmogelijk omwille van de specifieke zorgnoden. Minstens evenveel gezinnen opteerden ervoor om hun zorgbehoevende familieleden thuis op te vangen. Zij leven samen met hun families in quarantaine, maar ontberen de professionele gespecialiseerde zorg.

Ook personen die in normale tijden beroep deden op ambulante (in bijvoorbeeld dagcentra) of mobiele (thuis)zorg kunnen dat nu enkel in een gereduceerde vorm. Alhoewel onze organisaties van SOM, de federatie van sociale ondernemingen waarvan ik Algemeen Directeur ben, alle mogelijke digitale communicatiemiddelen en ook creatieve werkvormen uitproberen, is iedereen ervan overtuigd dat persoonlijk contact met zorg- en hulpverlener noodzakelijk is om de gepaste ondersteuning te kunnen bieden.

Op het moment van dit schrijven zijn wij als SOM betrokken binnen het kader van de Vlaamse Taskforce Zorg, bij het uitwerken van exit-maatregelen voor verschillende sectoren, zoals de sector voor personen met een beperking en de jeugdhulp, en proberen we de balans te vinden tussen het psychosociaal welzijn van cliënten/gebruikers en medische bekommernissen om uitbraken in te dammen. Afwegingen worden gemaakt opdat contacten in residentiële settings, mobiel en ambulant, opnieuw mogelijk worden.

Wanneer u dit artikel leest, zijn de eerste exit-maatregelen in uitvoering en zal het leven met respect voor social distancing in een aantal sectoren stilaan opnieuw op gang komen. Ook in onze sociale ondernemingen die werken met kinderen en jongeren, met personen met een beperking, met dak- en thuislozen, met mensen en gezinnen in precaire situaties zijn regelingen uitgewerkt om bezoek terug toe te laten en face-to-face contacten met hulp- en zorgverleners weer mogelijk te maken. En toch is de kous hiermee nog niet af.

Onze sociale ondernemingen dreigen het, zeker in de residentiële settings waar de inzet van personeel extra hoog lag, post-corona moeilijk te krijgen om continuïteit te blijven bieden. De nood aan rust en vakantiedagen voor deze medewerkers zal reëel en terecht zijn.

We hopen dat hier binnen het sociaal overleg met vakbonden aan realistische oplossingen kan worden gewerkt. Een piste zou kunnen zijn dat personeelsleden die hun loon behielden, maar door de coronamaatregelen niet of slechts beperkt werden ingezet hun bijkomende extra verlofdagen – soms tot 36 extra dagen – eenmalig afstaan in 2020, zodat werknemers die vol aan de bak moesten tijdens de lockdown, hun verlof kunnen opnemen en op adem komen. Daarnaast dient het versoepeld ter beschikking stellen van personeel over de grenzen van zorgorganisaties heen door te lopen tijdens het najaar 2020.

De continuïteit van de zorg moet een gedeelde doelstelling zijn van alle sociale partners. Uitzonderlijke omstandigheden vragen om uitzonderlijke én solidaire inspanningen van iedereen.

En niet alleen de flexibele inzet van medewerkers is een thema. Social distancing zal na de lockdown nog een hele tijd de norm blijven in onze samenleving. Dit stelt onze sociale ondernemingen ook voor organisatorische en infrastructurele vraagstukken. Denk maar aan de inloop- en nachtopvangcentra voor dak- en thuislozen of voedselbedelingen. Met veel mensen in een (beperkte) ruimte verblijven om te eten of te overnachten blijft not done. Hetzelfde geldt voor dagcentra in de sector voor personen met een beperking. De manier van werken zal op vele plaatsen structureel herdacht worden en daarbij zullen ook investeringen komen kijken in simpelweg méér vierkante meters.

Corona bracht niet alleen een waslijst aan zorgen en inspanningen mee voor onze sociale sectoren, er is de afgelopen weken ook enorm geëxperimenteerd met digitale platformen en digitale consultaties voor personen met uiteenlopende zorgbehoeften. Met kinderen in precaire thuissituaties, met personen met mentale problemen of een verstandelijke beperking, ... Veel organisaties zijn op een ongezien creatieve manier tewerk gegaan. De lockdown heeft de creativiteit en de innovatie in vele van onze ondernemingen aangewakkerd. Never waste a good crisis, zeg maar.

Dit vraagt om een vervolg. Zoom, WhatsApp, Skype, Babbelbox, om maar enkele platformen te noemen, beleefden hoogdagen in hulpverlenende middens, maar blijken jammer genoeg niet altijd even veilig. De gegevens die tussen hulp- en zorgverleners worden uitgewisseld, verdienen de grootst mogelijk discretie en privacy en dat is nu net waar het schoentje knelt. Onze ondernemingen hebben middelen en synergieën nodig, met zij die de technologie beheersen, om de zaadjes die nu geplant werden verder te laten ontkiemen én te professionaliseren. We zijn ervan overtuigd dat corona het zetje gaf om een kwantumsprong te maken op het terrein van blended zorg- en hulpverlening. En dat moeten we verzilveren.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 11 tot 13