Abonneer Log in

Tellen we wat telt en telt wat we tellen?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 37 tot 41

Volgens het recente Britse rapport, The Tragedy of Growth, wil acht op de tien Britten dat de regering prioriteit geeft aan gezondheid en welzijn boven economische groei. In dat rapport wordt opgeroepen tot het gebruik van een veel uitgebreider scorebord met een veelzijdig aantal indicatoren over hoe het VK er werkelijk voor staat. Wat opvalt is dat economen en politici van het hele spectrum zich achter het rapport scharen. Het rijmt bovendien met een statement van de Britse krant Financial Times van enkele weken geleden: met één stem uitte de hele redactie haar twijfels bij de houdbaarheid van de vrijemarkteconomie. Voor de mondiale uitdagingen waar we nu voor staan, volstaat de onzichtbare hand niet meer. De Britten zijn hard getroffen door COVID-19. Er is de gezondheidscrisis, maar ook de daaropvolgende werkgelegenheids- en economische crisis. De Bank van Engeland schat dat de Britse economie dit jaar met 14% kan krimpen en dat de werkloosheid kan verdubbelen. Dat zou meteen de snelste recessie in 300 jaar tijd zijn. Voor een implosie van die orde moeten we in de geschiedenisboeken terugbladeren tot het jaar 1706.

NATIESTATEN LIJDEN AAN OBESITAS

Het rapport The Tragedy of Growth doet denken aan het rapport De kwetsbare welvaart van Nederland (1850-2050) van twee jaar geleden. Vier Nederlandse academici vertelden het fascinerende verhaal over hoe de samenleving de afgelopen 180 jaar omging met het evenwicht tussen welvaart en welzijn. Economische groei hielp armoede effectief bestrijden, en zorgde onder andere voor middelen om het land te wapenen tegen watersnood. Dat ging zo tot in de jaren 1960. Daarna deed zich, zoals in veel westerse landen, de grote ontkoppeling voor: welvaart en welzijn groeiden niet meer zij aan zij. In Nederland groeide de economie sinds de jaren 1960 iedere 30 jaar 100%. Het welzijnsniveau, laat staan het geluksniveau, groeide echter niet mee. Meer zelfs, welvaart gaat ten koste van welzijn. Op dat moment is een land 'overontwikkeld', aldus Kees Klomp, oprichter van het Thrive Institute in Rotterdam. Dat een samenleving aan obesitas kan lijden, is een visie die we ook bij de Amerikaanse economicus en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz terugvinden. Hoe meer auto-ongelukken, meer bosbranden, meer diabetes, meer luchtvervuiling, meer defensieaankopen en meer wegwerpkledij, hoe meer ons bnp groeit. Een land wordt obees. In de VS steeg het bnp de laatste jaren, maar ging het gemiddeld besteedbaar inkomen achteruit.

Zolang het bnp stijgt, sturen politici verder in dezelfde richting. Het bnp maskeert echter wat er werkelijk aan de hand is. Het is geen weergave van de realiteit. Als je de drie grootste uitdagingen van de komende decennia in de ogen kijkt – klimaat, ongelijkheid en democratie, aldus Stiglitz – moeten we het bnp bedanken voor bewezen diensten. Nederlands auteur historicus Rutger Bregman ontmaskerde het bnp in 2013 op een smakelijke manier als de grote mythe van deze tijd: 'De held van het bnp is een gokverslaafde kankerpatiënt die net is beroofd, door een dure scheiding gaat en volledig op hol slaat tijdens de zomersolden. Heel wat activiteiten voegen geen waarde, maar vetzucht toe aan de samenleving'. Daartegenover staat iets zoals borstvoeding. De toegevoegde waarde van borstvoeding valt moeilijk te becijferen. De NCBI (National Institute for Biotechnology Information) deed het voor de VS, en kwam tot een bedrag vergelijkbaar met het defensiebudget van China. Dus tel die borstvoeding mee in je bnp en je hoeft nooit meer te bezuinigen.

TIJD VOOR EEN NIEUW SCOREBORD

Bovenstaand voorbeeld kan wat gek klinken maar geeft wel aan dat als je de spelregels verandert, ook het spel zelf verandert. Vanuit economisch perspectief zijn maatstaven de sleutel tot alles. Je krijgt wat je meet. Indien alle onbetaalde werk zou meetellen aan het bnp – studeren, vrijwilligerswerk, bijscholing, huishouden, kinderen opvoeden, borstvoeding – zou onze economie anderhalve tot twee keer zo groot zijn volgens de OESO.

Wie denkt aan alternatieven voor bnp komt al gauw bij het Boeddhistische Himalayastaatje Buthan terecht. Sinds 1970 is er een Bruto Nationaal Geluk: 33 indicatoren vormen er de opmaat van het GNH, Gross National Happiness Index. Er wordt gefocust op 9 domeinen, waaronder mentale gezondheid, onderwijs en levensstandaard. Buthan wordt in de media vaak neergezet als de gelukkigste natie van de wereld. Met haar grote ontwikkelingsuitdagingen is dat echter nog zeker niet het geval. Wel wil het land haar vooruitgangsproces zo integraal mogelijk benaderen.

Andere landen die recent de omslag hebben gemaakt zijn IJsland, Schotland en Nieuw-Zeeland. Vooral Nieuw-Zeeland gooit hoge ogen met zijn charismatische premier Jacinda Ardern. Welvaart is sinds vorig jaar niet belangrijker dan de 38 andere parameters die verdeeld zijn over vier dimensies: menselijke kapitaal, sociaal kapitaal, natuurlijk kapitaal, fysiek en financieel kapitaal. Overheidsuitgaven worden eerst tegen dit viervoudig beleidsrooster gelegd. De Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz beschouwt Nieuw-Zeeland als gidsland. Hij hoopt dat het snel navolging krijgt door andere landen.

EEN SCHREEUW OM NIEUWE REGELS

COVID-19 heeft de dominantie van de status quo, die bnp in stand houdt, even doorbroken. Gedreven door idealisme zien we CEO's, economen, maar ook boekhouders in de bres springen voor nieuwe maatstaven. Boekhouders? Hoor ik je al denken. Inderdaad. Aan een 'multi-capital' rapportage van bedrijven, zullen ook boekhouders een flinke kluif hebben. Zullen er in 2025 nog energiebedrijven zijn die hun CO₂-uitstoot niet rapporteren in hun winst- en verliesrekening? Of blijft die uitstoot een maat verstopt in de marge? Ergens in een MVO-jaarrapport? Mij lijkt van niet.

Bedrijven kunnen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) doen, of aan 'purpose based business', maar de werkelijke systeemhefboom zit bij de overheden. Zij veranderen de contouren. Als je de spelregels verandert, dan verandert het spel zelf. Binnen de contouren van een basketbalveld ontstaat geen mooi voetbal. Gek genoeg zijn het vooral bedrijfsleiders die schreeuwen om heldere, nieuwe regels:
· Tim Cook, CEO van Apple, smeekte eind januari om een eenduidige, mondiale belastinghervorming voor multinationals. Hij deed dat tijdens een bezoek aan zijn belastingparadijs Ierland; een tikkeltje ironisch, natuurlijk.
· Vorige maand pleitten 90 van de grootste multinationals met een thuishaven in Frankrijk in Le Monde voor een groene en inclusieve wederopstart van de economie. Onder hen BNP Paribas, LVMH, Axa, Suez, Danone, Société Générale, Deloitte, Siemens, Bayer, Arcelor-Mittal en zelfs Total. Stuk voor stuk niet bepaald de posterboys van de klimaatactie. Maar collectief tonen ze de bereidheid om de ommezwaai te maken richting klimaatneutraliteit.
· Een week eerder gaven 60 Duitse bedrijven de boodschap dat de Europese overheden met hun stimuleringspakketten moeten focussen op klimaatactie in de relance van de economie. Het zou van de zotte zijn schulden te maken om de economie van gisteren te redden.

HET DONUTMODEL ALS NIEUW NARRATIEF

Nog een mooie 'first responder' op de coronacrisis is Amsterdam. De stad kondigde eind april aan te herzien wat economisch succes precies betekent, alvorens met een post-corona herstelplan te komen. Naar eigen zeggen zal zij de eerste lokale overheid in de wereld worden die het 'doughnut model of economics' van de econoom Kate Raworth implementeert. Het model, dat inmiddels grote bekendheid geniet, stelt een nieuwe economie voor die opereert binnen een sociale ondergrens en een ecologische bovengrens. Zo geeft het de ruimte voor een inclusieve en duurzame economie. De beleidsmatige kracht van het model is dat het 360° alle ambitieuze doelen rond inclusie, circulaire economie, stadsvergroening, klimaat, gedeelde mobiliteit, … weet te verbinden in één geïntegreerd kader. Het donutmodel is één van de benaderingen die de samenleving kan helpen aan een nieuw narratief. De mythe die we onszelf aanpraten, namelijk dat welvaart leidt tot welzijn, kan door een nieuw systeemkader worden doorbroken en een nieuw collectief verhaal inleiden.

DE MOGELIJKHEDEN VAN EEN EILAND

Europa is een lappendeken van natiestaten met elk een eigen geschiedenis en cultuur. Het zou een huzarenstuk zijn als de ontwikkeling van zulke nieuwe maatstaven van bovenuit gebeuren. Het mooie aan een mozaïek van sterke regio's en steden is echter dat er al een opwaartse kracht aanwezig is, dat je kleinere structuren zoals gemeentes, steden en zelfs eilanden kan gebruiken om experimenten uit te voeren.

Een mooi verhaal rond experimenteren met graadmeters vinden we in Scandinavië. Het bleek uiteindelijk een scam, maar wel eentje die tot de verbeelding spreekt. Er is een plek in de wereld waar je midden in de nacht voetballende kinderen op straat treft en mensen hun gras maaien. Mensen drinken er na middernacht samen koffie op het strand. We zijn in het Noorse vissersdorpje Sommar⌀y. 69 dagen gaat de zon niet onder en 3 maanden komt de zon niet op. Aan de officiële dagindeling van hun tijdzone hebben ze dan ook vrijwel niets. Al eeuwen bepaalt het unieke Arctische ritme het leven van de bewoners. Daarom voerden de 350 inwoners tijdens de lente van 2019 actie om de officiële tijdsmeting af te schaffen. In een samenleving waar de nachtzon en de middagmaan het leven inkleuren, wil de lokale bevolking immers graag zelf hun openingsuren, werk- en schooluren bepalen. Sommar⌀y zou daarbij officieel de eerste plaats op aarde zijn die de tijd afschaft. Toeristen zullen worden aangespoord hun horloge achter te laten aan de brug die naar het eiland Sommar⌀y leidt. Het nieuws werd door kranten over de hele wereld enthousiast omarmd. De actie bleek kort daarna een mediastunt te zijn om tijdens de zomermaanden toeristen aan te trekken naar het eiland.

Maar het geeft te denken. 'Mensen leven opgejaagd door de tirannie van hun klok, en dat leidt tot stress, depressie en burn-outs', verklaarde campagneleider Kjell Over Hveding trots op de Noorse openbare televisie NRK. 'Sommar⌀y is een plaats waar je die jachtigheid kan achter laten'. Hoewel het vooral een geslaagde marketingstunt was, zou het volgens sommigen een zeer interessant maatschappelijk experiment kunnen zijn. Filosofieprofessor van de Noorse Universiteit van Trondheim, Truls Egil Willen, zou het alvast graag zien gebeuren. Het leven van de mens wordt immers pas sinds de laatste 200 jaar gedisciplineerd door het regime van een klok. Voorheen werkten mensen zolang het nodig was, aten ze als ze honger hadden en sliepen ze als ze moe waren. Het zal praktisch niet evident zijn een eiland uit de officiële tijdrekening te halen. Maar dat maakt het niet minder interessant: wat zou er gebeuren als zo'n dominante maatschappelijke graadmeter uit een samenleving wordt weggehaald?

EXPERIMENTEREN

Terug naar het begin. Het bnp voldoet sinds de jaren 1960 niet meer als opmaat om de staat van de economie, laat staan de samenleving, weer te geven. Het is echter wel nog steeds de sturende graadmeter bij uitstek voor ons beleid. De bedrijfswereld schreeuwt steeds luider om een helder, éénduidig en internationaal kader waarbinnen ze kan opereren richting een inclusieve en koolstofarme economie.Wat we meten, is wat we krijgen. Om de uitdagingen van de 21e eeuw het hoofd te bieden, zeker na de coronacrisis, is het hoog tijd om te besturen aan de hand van een brede en integrale set parameters. Tijd voor een nieuw scorebord. We kunnen daarbij leren van de ervaringen van een aantal gidslanden op dat vlak, zoals IJsland, Schotland en Nieuw-Zeeland. Evident wordt het niet. Maar met zulke nieuwe maatstaven is het net zoals met het 'universeel basisinkomen'. Je kan lokale en tijdelijke experimenten opzetten, daarvan leren en dan opschalen. Waar wachten we op?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 37 tot 41