Abonneer Log in

Scoort de oppositie in 2024?

De partituur van Vivaldi

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 69 tot 73

De zeven partijen die de zogenaamde Vivaldi-coalitie uitmaken mogen zich de komende maanden, en wie weet: jaren, aan een stevige oppositie verwachten. Die komt zowel van rechts als van links. De regering is vanuit al deze hoeken kwetsbaar. Haar regeerprogramma bevat zowel elementen die breken met haar Zweedse voorganger (relance en investeringen in plaats van soberheid, verhoging van minima, eerherstel voor het sociale overleg, …) als aspecten van continuïteit (verdere flexibilisering, geen terugdraaien van de verhoging van de pensioenleeftijd of de loonnormwet van '96 en vooralsnog geen vermogensbelasting). In dat opzicht weerspiegelt het kabinet de politieke krachtsverhoudingen van dit moment. Die worden getekend door een onvermogen van flamingantisch rechts om met de koevoet van het confederalisme Vlaanderen om te vormen tot een neoliberale speeltuin. Maar ook door het onvermogen van links om een trendbreuk te forceren.

N-VA: GEVANGEN IN EEN CATCH-22

In Vlaanderen zullen de (nu nog) twee grootste formaties, N-VA en Vlaams Belang, de regering vanop rechts op de korrel nemen. Nogal voorspelbaar want reeds geoefend in de aanloop naar de regeringsvorming, zal N-VA de communautaire trom roeren. De partij zal dan een klassiek verhaal van centennationalisme proberen neer te zetten. Het luidt dan dat we te maken hebben met een door 'Walen' gedicteerde regering die – om die reden – zal opteren voor 'onverantwoorde' uitgaven die vroeg of laat zullen gecompenseerd moeten worden. Dat zal gebeuren door belastingen die 'de Vlaming' zal ophoesten. In dat discours positioneert men 'Waals' en 'links' in een één-op-één. Dit laat men schril afsteken tegen een 'van nature' rechts en hardwerkend Vlaanderen.

Op zich gaat deze kunstmatig homogeniserende en ver van de realiteit liggende evergreen al vele lange decennia mee. Maar er is een verschil. Deze geluiden weerklonken vroeger uit de spreekwoordelijke catacomben terwijl ze nu door een aanzienlijk deel van Wetstraat-watchers wordt geïnternaliseerd. Zelfs de spreiding van de Covid-besmettingen ontsnapte daar niet aan. Zo wezen midden oktober tal van N-VA-Kamerfractieleden op de Covid-heropflakkering in Wallonië terwijl het uitgerekend 'de Vlaamse horeca' was die ervoor moest opdraaien. Dàt kregen de N-VA'ers 'niet meer uitgelegd', schreven ze op sociale media. Zoals steeds gaat de subtiliteit van dat narratief verloren naargelang men lager afzakt in de partijgelederen. Maar ditmaal kleuren rancune en ressentiment zelfs de communicatie van de sterkste stemmen binnen N-VA, te beginnen met de ooit ongenaakbaar op een voetstuk geplaatste voorzitter. Zoals geweten zullen de N-VA-Kamerfractieleden moeten rekening houden met het feit dat hun partijgenoten tegelijkertijd zelf verantwoordelijkheid dragen in de Vlaamse regering. Die heeft tot nu toe weinig prijzen binnengehaald. Een zwakke minister-president, achtervolgd door zijn blunderend optreden als minister van Binnenlandse Zaken in de Chovanec-zaak (er werd een mens gedood), maakt van de ooit als Sterke Jan geroemde Jambon een stuntelaar op flanellen benen. Een al even zwakke Ben Weyts neemt onverantwoorde risico's met zijn door VOKA-gedicteerd coronabeleid in het onderwijs. En vóór de coronauitbraak hadden deze adepten van een Vlaamse canon al zowat het hele cultuurveld tegen zich in het harnas gejaagd door er een ook al ressentimentvolle frontale aanval op te lanceren.

Beide Vlaamse coalitiegenoten – christendemocraten en liberalen – staan federaal tegenover N-VA. Ook dat is een gegeven waar de N-VA-strategen in het uitrollen van hun oppositiewerk rekening mee moeten houden. De partij zal immers zowel naar de kiezer moeten met een oppositie- als met een regeringsbalans. Ze kan wel op de federale regering schieten omwille van tekortkomingen in de coronabestrijdingen maar moet dan bewijzen dat ze het zelf in Vlaanderen beter doet. Met wat tijdens de lockdown van voorjaar 2020 in de woonzorgcentra gebeurde heeft ze daar alvast niemand van kunnen overtuigen. En dit alles terwijl die partij – niettegenstaande ze tot nader order nog steeds de grootste is – stilaan in een beklemmende crisis belandt. N-VA verloor niet alleen een kwart van haar stemmen bij de verkiezingen van mei 2019. Ze verloor die vooral aan de concullega's van Vlaams Belang. Dit zet N-VA in een strategische Catch-22. Grote delen van de basis en de achterban zien geen fundamenteel verschil en hopen dat beide flamingantische formaties tegen 2024 op één of andere manier de handen in elkaar slaan om een Vlaamse meerderheid te verwerven. Hiermee, zo wordt luidop gedroomd, kan het land geblokkeerd worden om confederalisme – of volgens de naïevelingen – zelfs splitsing te forceren. Dat laatste is ijdele hoop. Zoals het Catalaanse geval aantoonde, ligt binnen de EU vandaag niemand te wachten op een onafhankelijk Vlaanderen. En Vlaamse ondernemers met een kijk verder dan de navel weten dat ze economisch best gedijen binnen de EU. Dat geldt des te meer in penibele Covid- of post-Covidtijden.

Niet iedereen binnen de N-VA-top wijst een samengaan met Vlaams Belang af. Dat hoeft niemand te verbazen. Ten eerste heeft N-VA de racistische partij weer mee groot gemaakt. Ten tweede heeft de voorzitter zelf er na mei 2019 wekenlang mee onderhandeld in de aanloop naar een Vlaamse regering, wat qua normalisering kan tellen. Ten derde telt de partij – naast een hele lichting binnengewaaide opportunisten – ook rechtse diehards die de stem van achterban en basis vertolken door te flirten met zowel Vlaams Belang als met delen van haar ranzige programma. Uiteraard valt de naam van de burgemeester van Lubbeek dan snel. Mocht de voorzittersstoel vacant komen, zal Theo Francken zich meteen met veel aplomb positioneren. Dat is de reden waarom Bart De Wever bereid is een zesde mandaat op te nemen als voorzitter. De incrowd weet immers: zet hij een stap opzij, dan spat de boel uit elkaar.

VLAAMS BELANG: ZIT IN EEN ZETEL

Het ziet er dan ook naar uit dat Vlaams Belang in een meer comfortabele zetel zit. Er is ten eerste de coherentie van haar positie achter het cordon sanitaire. Ze zit overal in de oppositie en kan dus ongegeneerd alle registers opentrekken. Dat deed de partij onder meer door een gemotoriseerde mobilisatie te organiseren tegen de vorming van Vivaldi en door de corona-app resoluut af te wijzen uit wantrouwen tegenover de Belgische staat. Neem daar nog de openlijk racistische Antwerpse tenoren bij – het trio Dewinter, Van Rooy, Van dermeersch – en men ziet dat Vlaams Belang zich naadloos situeert binnen het kransje extreemrechtse, populistische partijen in Europa.

Het meest perfide gevaar dat van die partij uitgaat situeert zich echter op sociaaleconomisch terrein. Hier kan Vlaams Belang de sociaal-nativistische trom roeren. Dat betekent dat ze aan een sociaal opbod zal doen – rond het minimumpensioen, minimumloon, … – en de mensen demagogisch voorhouden dat er meer voor hen inzit van zodra de middelen niet naar Wallonië of naar 'vreemdelingen' gaan, maar voor het 'eigen volk' worden voorbehouden. Dat is een te duchten aanpak die internationaal beproefd werd, meer bepaald in de campagne van de Brexiteers tegen de remainers. Ook toen werd de Engelse arbeidersklasse voorgehouden door zowel de Tories als de rechtspopulisten van Nigel Farage dat de centen die niet meer in de Europese pot zouden worden gestoken hen rechtstreeks ten goede zouden komen. Als uitgesproken politiek verlengstuk van de Vlaamse ondernemersorganisatie VOKA kan N-VA zich wel die nationalistische demagogie maar niet dat sociale opbod permitteren. En het is precies dat sociale opbod, die demagogie, dat sociaal-nativisme, gecombineerd met de zondebokstrategie tegen Walen en vreemdelingen, die Vlaams Belang toelaat een bredere actieradius te bestrijken – ook in de arbeidersklasse (een term die we sinds de wonderbaarlijke herontdekking van de 'essentiële werknemers' opnieuw mogen en moeten gebruiken). Om het plaatje helemaal duidelijk te maken is het vandaag helaas zo dat je de met racistische vooroordelen gepakt en gezakte xenofoob en de strijdbare syndicale militant her en der in één en dezelfde figuur kan aantreffen.

Zolang niemand het in zijn hoofd haalt het cordon sanitaire te doorbreken, kan men op beide oren slapen, toch? Maar ook hier beginnen zaken lelijk te schuiven. Ten eerste is N-VA tegen een cordon sanitaire. Dat betekent niet dat de partij met Vlaams Belang zàl regeren, maar wel dat deze idee mogelijk gemaakt wordt. Dat geldt ook voor uitspraken over het cordon sanitaire als iets 'dat mag verdwijnen' want 'de domste uitvinding ooit'. Niet dat Melissa Depraetere, of wie dan ook bij sp.a, er maar even aan denkt met Vlaams Belang te regeren. Maar het zet bij massa's mensen de plausibiliteit in de verf en het normaliseert – in dit geval ongewild – de extreemrechtse partij. Vervolgens nemen anderen voorstellen en punten van Vlaams Belang over, zoals inmiddels ten overvloede gebeurde met het indertijd afschuwelijk geachte 70-puntenprogramma van Vlaams Blok. De toen algemeen op afkeuring onthaalde eisenbundel is vandaag – qua vluchtelingenbeleid – zowat mainstream geworden. Qua ideeënoverdracht is er dus van cordon geen sprake en dat geldt ook in de media waar Vlaanderen – in tegenstelling tot Franstalig België – geen 'cordon médiatique' kent ten aanzien van racisme en extreemrechts.

De opgang van Vlaams Belang kan echter een halt toegeroepen worden. Daar ligt een grote en belangrijke taak voor de vakbonden én in de eerste plaats het ABVV dat – op de werkvloer – de sociale demagogie van Vlaams Belang kan doorprikken. Voorwaarde is wel dat het ABVV zich niet volledig en blindelings met Vivaldi identificeert, maar – terwijl ze de goede punten verwelkomt en de overlegmogelijkheden volledig benut – haar autonomie behoudt en blijft ijveren voor haar eigen tot nu toe onvervulde eisen (pensioen op 65, gelijkgestelde perioden, zware beroepen, arbeidsduurverkorting, vermogensbelasting). Daarbij komt nog de mogelijkheid dat de vandaag hovaardige Vlaams Belangers over de eigen voeten struikelen. In de stinkende buik van die partij schuilen fascistoïde elementen die in hun voorbarige zegeroes daden bij vreselijke woorden kunnen voegen. Of dat nu een brand in een asielcentrum zou zijn of het fysiek molesteren van een viroloog of een links aangeschreven docent … we hebben er het raden naar, maar gerechtelijke vervolging moét dan aan de orde van de dag zijn.

PTB-PVDA: STAAT VOOR EEN FUNDAMENTELE KEUZE

Wie ogenschijnlijk ook in een zetel zit is PTB-PVDA. De voormalige maoïsten hebben het voordeel dat de twee andere linkse of progressieve families – socialisten en groenen – in de regering zitten en voor het belangrijke dat ze binnenhaalden ook dure compromissen moesten sluiten. Alle elementen van continuïteit met 'Zweeds' kunnen door de tandem Mertens-Hedebouw volop onder vuur genomen worden. In Franstalig België lijkt dit de partij – althans in de peilingen – geen windeieren op te leveren. Van cdH hoeft PTB zich niet al te veel aan te trekken en extreemrechts is er organisatorisch-electoraal (nog?) niet tot wasdom gekomen. In Vlaanderen liggen de kaarten anders. Veel van de misnoegdheid onder werkende mensen wordt door het sociaal-nativisme van Vlaams Belang gekaapt. De kieszege van Vlaams Belang bij de electorale afstraffing van 'Zweeds' was daar deels de sociaal geperverteerde uitkomst van. Het valt te verwachten dat PVDA-PTB zich in de komende legislatuur zal sterk maken rond sociale punten waarop Vivaldi zwak of niet scoort. De partij zal vooral willen aantonen dat het glas niet halfvol maar halfleeg is. Ze zal op de haar gekende manier eigen wetsvoorstellen indienen waarrond ze op voluntaristische wijze haar achterban organiseert. Paradoxaal genoeg leiden deze electorale en organisatorische successen PVDA in snel tempo tot het punt waarop ze een beslissende keuze moet maken. Het afgelopen anderhalf jaar stelde de partij immers vast dat ze door de hele politieke wereld genegeerd werd. Haar twaalf zetels werden dood gewicht genoemd. In welke regeringsformule dan ook kon je – zo luidde het – met PVDA toch niets aanvangen. Deels heeft PVDA dat wellicht aan zichzelf te danken. Toen het bij de Waalse regeringsformatie mathematisch met gedoogsteun (of theoretisch zelfs via deelname) een linkse PS-Ecolo-regering op de been kon brengen, heeft ze die mogelijkheid niet overtuigend getest. Dat blijft de partij achtervolgen en doet de vraag weerkeren: een lineaire opbouw zonder potentiële coalitiepartners maakt de partij – de zweepfunctie niet meegerekend – overbodig. PVDA staat dus voor de keuze aan politiek te doen, het verschil te maken, mee te wegen op coalities. Ze beseft dat dit een moeilijke stap is, die compromissen inhoudt en die de politieke zuiverheid kunnen bezoedelen, wat dan weer een noodzaak is om ongenoegen en foert-stemmers te blijven aantrekken. Het zou de partij zelfs enigszins kunnen destabiliseren.

Het is de keuze die Podemos in Spanje maakte, nog wel in een alliantie met Izquierda Unida dat gedomineerd wordt door de Spaanse communistische PCE. Deze laatsten, voor PVDA sinds enkele jaren het ijkpunt van elke analyse over Spanje, leveren in de huidige regering-Sánchez zelfs twee van de vier Unidas Podemos-ministers (Consumentenzaken en Arbeid). Ook Podemos startte in 2014 als een partij die centrumrechts en centrumlinks over dezelfde kam scheerde als de politieke arm van een 'kaste'. Tot ze vaststelde dat ze groeide en een formule annex strategie voor machtswerving moest én wilde presenteren. Op slag werd de vermaledijde sociaaldemocratie de voorkeurspartner voor een tweepartijencoalitie.

Zonder hier het alfa en omega van te bepleiten, heeft deze aanpak alvast de verdienste dat men de motor van een trendbreuk duidt en daarrond kan mobiliseren. En het is geloofwaardiger dan een lineaire opbouw tot 51% van de stemmen. Maar het opent vooral een perspectief van linkse samenwerking die de andere progressieve partijen vroeg of laat – positief of negatief – moeten beantwoorden.

Het wordt dus uitkijken naar de échte grote afspraak, die van 2024.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 69 tot 73