Abonneer Log in

Welk energielandschap tegen 2025?

De partituur van Vivaldi

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 50 tot 54

Stellen dat de Belgische energiewereld ongeduldig naar een nieuwe regering heeft uitgekeken, zou een understatement zijn. Op het vlak van energie staan we namelijk voor gigantische uitdagingen. Na jaren van beleid dat vooral door stilstand gekenmerkt werd, moet deze regering willens nillens knopen doorhakken. Haar beslissingen zullen het Belgische energielandschap voor de komende decennia bepalen. In dat opzicht zal De Croo I zich in een rijtje van historische voorgangers met ook een suffix 1 plaatsen. Denk aan Tindemans I, die met het Uitrustingsplan ons land definitief richting kernenergie loodste, of Verhofstadt I die de liberalisering en ontmanteling van monopolies in de energiemarkt in gang zette. Net zoals in Verhofstadt I neemt trouwens opnieuw een groene excellentie, Tinne Van der Straeten, het energiebeleid in handen. Maar in tegenstelling tot Tindemans I heeft ze duidelijk andere plannen.

Zo hoog als de inzet voor het energiebeleid echter is, zo flou is het regeerakkoord. Deze menukaart moet dan ook eten en drinken voor zeven bevatten, en het mag vooral niet te gekruid zijn. We lezen veel goede intenties, maar weinig concrete acties, laat staan cijfermatige doelstellingen. Maar ja, dit zijn dan ook onzekere en snel evoluerende tijden. Politici voor wie een regeerakkoord nog de Bijbel vormde stemmen, letterlijk, uit een vorig tijdperk.

GEMISTE KANS

Een analyse van het energiehoofdstuk uit dit regeerakkoord kan uiteraard niet omheen de olifant in de kamer: de kernuitstap. Begin dit jaar kondigde ik in een opiniestuk in De Standaard het einde van het debat rond de kernuitstap aan. De internationaal strenger wordende veiligheidseisen en de wijzigende marktomstandigheden deden de Belgische nucleaire operator immers zelf de handdoek in de ring werpen. Van de zeven Belgische reactoren komen er volgens Engie-Electrabel maar twee in aanmerking voor een levensduurverlenging na 2025. Waarbij fijntjes opgemerkt dient te worden dat ook voor deze reactoren een rendabele uitbating niet verzekerd is. De nieuwe regering zou simpelweg nog moeten beslissen of dit nucleaire restant een levensduurverlenging van 0, 10 of 20 jaar zou krijgen, afhankelijk van de financiële voorwaarden die de uitbater zou stellen.

Helaas ziet het er naar uit dat we nog maar eens een jaar tijd kunnen verliezen met een discussie die al lang geen zin meer maakt. Op papier bevestigt de regering het voornemen tot kernuitstap, maar stelt de definitieve beslissing meteen ook uit tot eind 2021. De beslissing om de beslissing uit te stellen kan enkel maar als een gemiste kans aanzien worden. Een formele bevestiging van de kernuitstap zou duidelijkheid geschept hebben: kernenergie c'est fini, alle neuzekes richting hernieuwbare energie en een flexibel energiesysteem.

Daarentegen zou een formeel uitstel van de kernuitstap ook onmiskenbare voordelen hebben. Onderzoek van de collega's bij Energyville bevestigt dat het openhouden van twee reactoren geen invloed heeft op de verdere groei van hernieuwbare energie, en dat het een belangrijke CO₂-besparing oplevert terwijl we het land definitief richting hernieuwbare energie kunnen zetten. Zelfs klimaatexperts als Jos Delbeke zijn zo'n mening toegedaan. Uit onverwachte bron, heet zoiets.

RANCUNE

Cynisch bekeken is het doorschuiven van de beslissing naar de toekomst een politiek strategische meesterzet. Zowel de coalitiepartners die voor de kernuitstap zijn of degene die er eerder meewarig tegenover staan kunnen hun eigen boodschap communiceren. Tegelijk verschuift het de eindverantwoordelijkheid van de politiek naar de nucleaire uitbater. In de drie jaar die na 2021 resteren is het echter zo goed als onmogelijk een verlenging te realiseren. Wanneer de nucleaire operator dan finaal de handdoek in de ring werpt kan de regering de handen in de lucht werpen en uitroepen 'zie je wel, als zelfs zij het niet meer willen!'

De kernuitstap zoals geformuleerd in het regeerakkoord is dan ook een morele en ideologische overwinning voor de groene fractie. Ik kan me ook niet van de indruk ontdoen dat er ook een toets van rancune heeft meegespeeld. De groene fractie is vast niet vergeten hoe Electrabel tijdens paarsgroen de poten onder de stoel van toenmalig staatssecretaris voor Energie, Olivier Deleuze (Ecolo), wegzaagde. Het energieconcern gedroeg zich als een hardvochtige partij die veranderingen tegenwerkte, en die niet terugdeinsde haar uitgebreide lobbynetwerk in te zetten om asymmetrisch informatie te verspreiden binnen kabinetten en overheidsdiensten. Het beeld van een technocratisch Electrabel dat die groene naïevelingen wel eens zou uitleggen hoe de vork aan de steel zat is bij veel toenmalige pioniers van hernieuwbare energie blijven plakken, ook al is het bedrijf onder topvrouw Isabelle Kocher verveld tot een toekomstgerichte en constructieve speler. Eentje die trouwens essentieel is bij het realiseren van de groene doelstellingen.

De toenmalige wet op de kernuitstap was achteraf gezien ook een van de meest nutteloze ooit om in het Staatsblad te verschijnen. De technische en economische realiteit bleek veel harder. De steeds strenger wordende veiligheidseisen en de toenemende concurrentie met energie uit hernieuwbare bronnen heeft de business case van kerncentrales doen imploderen. Zelfs zonder de wet op de kernuitstap zou de situatie in 2025 zijn wat ze nu is.

STRANDED ASSETS

Nieuwe kerncentrales zijn in Europa al helemaal van tafel. Niemand, uitgezonderd Franse of Chinese overheidsbedrijven, is nog bereid de exuberante kosten hiervoor op te hoesten. In het Verenigd Koninkrijk heeft het Japanse concern Toshiba recent nog een nucleaire nieuwbouw laten vallen, ondanks het feit dat de Britse overheid alle financiële risico's afdekte. Het gevaar om binnen afzienbare tijd met stranded assets, infrastructuur die afgeboekt moet worden wegens economisch niet meer zinvol, is gewoon te groot. De industrie heeft zich volledig misrekend aan de spectaculaire groei en dalende kostprijs van hernieuwbare energie. Investeringen in nieuwe Europese productiecapaciteit gebeuren tegenwoordig quasi exclusief in hernieuwbare energie. Dat klinkt geweldig, maar heeft ook een ongunstig effect. Omdat de hernieuwbare energiebronnen zo'n variabele opbrengst hebben, is het aantal draaiuren van klassieke centrales onzeker geworden. Ze worden steeds meer naar de rol van back-up verdrongen, wat ten koste van hun financiële rendabiliteit gaat. De bouw van nieuwe centrales is dan ook volledig stilgevallen, terwijl ze een essentiële rol hebben binnen de transitie naar een op hernieuwbare energie gebaseerd systeem.

In navolging van andere Europese landen wil de regering dan ook een capaciteitsremuneratiemechanisme, kortweg CRM, implementeren. Het CRM voorziet in een ondersteuningssysteem (lees: subsidie) voor investeringen in nieuwe elektriciteitscentrales. Over het CRM bestaan echter evenveel meningen als er energie-experts zijn. Over zaken zoals de omvang en type van de subsidie, hoe deze uitgekeerd moet worden en aan wie, maar zelfs over de nood aan een CRM tout court staan de administratie, de regulator en de industrie vaak diametraal tegenover elkaar. Omdat het hier staatssteun betreft mengt ook Europa zich in het dossier. De regeringsploeg verbindt zich enkel tot verder overleg met de betrokken stakeholders, en maakt zich sterk dat de kostprijs van een CRM niet op de energierekening zichtbaar zal zijn. Maar de klok tikt. Tegen deze periode volgend jaar moet er duidelijkheid over het mechanisme zijn, willen we tegen de sluiting van de laatste kernreactoren voldoende alternatieve capaciteit hebben. Sterkte aan degene die zich in dit wespennest zal moeten gooien.

Opnieuw met een cynische bril op hoeft de federale regering zich ook geen zorgen te maken om de meeruitstoot die die nieuwe gascentrales zullen genereren. Elektriciteitsproductie valt, terecht, onder het systeem van Europese uitstootkredieten ETS. Dat betekent dat haar uitstoot niet meetelt in de nationale doelstellingen. Europees stelt de meeruitstoot van de volledige kernuitstap dan weer niets voor, en zal ze volledig opgaan in de winst die geboekt wordt door het sluiten van kolencentrales in andere Europese landen. Kritiek hierop kan ook snel worden gepareerd. De meeruitstoot door de kernuitstap, zo'n 2 megaton per jaar, bedraagt ongeveer evenveel als de uitstoot van het Belgische bedrijfswagenpark, dewelke de regering volledig wil elektrificeren. Kernuitstap of niet, deze regering zal op het einde van de rit sowieso een positief uitstootrapport kunnen voorleggen. Ook al schuilt achter de cijfers een heel ander verhaal.

COMMUNAUTAIRE TRANSFERS

Het energielandschap zal dit decennium grondig wijzigen. Het klassieke model waarin grote centrales de vraag naar elektrische energie volgen, wordt vervangen door een ecosysteem van heel veel verschillende en verspreide energiebronnen, sommigen stuurbaar, anderen niet, aangevuld met vraagsturing en opslag. Degene die nog vanuit het klassieke paradigma redeneren zien hier vooral problemen, de nieuwe generatie vooral opportuniteiten. De waarheid ligt ergens in het midden. De regering schrijft zich in ieder geval volledig in deze transitie in, met veel aandacht voor Europese interconnectie, flexibiliteit in het energiesysteem, onderzoek naar energieopslag, en de verdere uitbouw van windenergie op zee.

Veel meer kan ze echter niet doen. Dit vormt meteen de zwakste schakel in haar ambities. In dit kapot hervormde landje is hernieuwbare energie op land een regionale bevoegdheid geworden. Voor het behalen van de Europees opgelegde nationale doelstellingen is de federale overheid dus aangewezen op de Gewesten. En die doelstellingen zijn niet min: ze vereisen minimaal een verdubbeling van het huidig aantal windturbines en zonnepanelen, en niet minder dan een gigantische renovatiegolf om woningen energiezuiniger te maken.

Deze inspanningen slaan dan nog maar op de huidige versie van de Europese doelstellingen. De Commissie wil deze in haar Green Deal nog eens gevoelig optrekken. Wallonië, met haar groene minister van Energie, ziet dit wel zetten. Dat de Vlaamse regering hier, eufemistisch gesproken, een iets ander denktraject hanteert is ondertussen ook duidelijk. Toch moeten al deze partijen onder leiding van de federale regering samenwerken. Dat beloven nog pittige gesprekken te worden.

De nieuwe regering is zich bewust van deze uitdagingen. Ze wil daarom een nieuwe beleidscel oprichten waarin alle betrokken niveaus in vertegenwoordigd zijn. Omdat in de Belgische politiek alles aan alles gekoppeld wordt, zal ook het kernkabinet hierin aanwezig zijn. De vraag is of dit politiek extra druk op de ketel zet, of net aanleiding tot meer politieke stratego tussen de asymetrisch samengestelde beleidsniveaus zal geven. In ieder geval helpt Europa gelukkig een handje. Om aanspraak te maken op de miljarden in het Europees Klimaatfonds, dat voor België door de federale regering beheerd zal worden, zullen de verantwoordelijke regio's ook de nodige ambitie moeten voorleggen.

Saillant detail: verantwoordelijke regio's met een te laag ambitieniveau kunnen een Europese boete afkopen door een zogenaamde statische transfer van hernieuwbare energie uit regio's met een overschot. Tegen betaling mag de ene regio dan energieproductie van de andere inboeken. Voor Vlaanderen loopt deze factuur al snel in de tientallen miljoenen. Regio's met een hoog ambitieniveau kunnen dus goede zaken doen. En laat één zo'n regio met een overschot nu wel eens… Wallonië zijn.

VLUCHTIG ELEMENT WATERSTOF

Ook al is het hoofdstuk Energie in dit regeerakkoord eerder karig met concrete doelstellingen, uit de tekst komt wel duidelijk naar voor dat het geschreven werd door mensen die weten waar de klepel hangt. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de terughoudendheid tegenover de toepassing van waterstof. Afgezien van een verloren gereden waterstoftrein komt het woord maar tweemaal in het regeerakkoord voor. De schrijvers tonen zich hier bestand tegen een hype die veel gelijkenissen vertoont met die van biobrandstoffen en biomassa destijds. Duurzame waterstof zal een absolute game changer betekenen in de industrie, maar zaken zoals verwarming, transport of residentiële energieopslag zijn objectief aantoonbaar veel beter gebaat bij directe elektrificatie. Wat dat laatste betreft is het vluchtige element waterstof vooral efficiënt gebleken in het doen vervliegen van subsidies.

Ook andere zaken verdienen lof, zoals het aanwenden van subsidies uit het Energie Transitie Fonds voor onderzoeksprojecten die effectief met de transitie te maken hebben. Voordien vloeide een groot deel van dit fonds, dat met een taks op kernenergie gespijsd wordt, terug naar nucleair onderzoek. De regering zal ook de verzelfstandiging van het Synatomfonds onderzoeken. Dit fonds bevat de spaarpot die later de berging van nucleair afval zal moeten betalen. Op dit moment staat dit fonds op een rekening van Engie-Electrabel geparkeerd, waarbij tot driekwart van het bedrag terug aan de nucleaire operator zelf uitgeleend mag worden. De opbrengst van een verzelfstandigd fonds zou opnieuw naar onderzoek en ontwikkeling vloeien.

JUISTE DAME OP DE JUISTE PLAATS

Een ruim en vaag regeerakkoord, dat legt meteen grote verantwoordelijkheid op de schouders van degene die het moet uitvoeren. De sleutel tot een succesvol energiebeleid zal deze legislatuur vooral liggen bij het doen samenwerken van beleidsniveaus, actoren en experten met een verscheidenheid van overtuigingen en meningen. Het wordt een belangrijke test voor het huidige confederale model.

Kersvers minister van Energie, Tinne Van der Straeten, lijkt wat dat betreft de juiste dame op de juiste plaats. Ze is een advocate in energie- en klimaatrecht, heeft als federaal parlementslid in de Commissie Energie inzicht en begrip getoond in de vaak zeer technische materie, en ook bewezen dat ze constructieve deals kan sluiten met partijen die zich ver van haar politiek spectrum bevinden. Als minister zal ze spitsroedelopen echter tot een hogere kunst moeten verheffen.

Hoe ons energielandschap er tegen 2025 uit zal zien, dat is nu nog onduidelijk. Het enige wat we wel zeker weten: het zal er helemaal anders dan nu uitzien, en de weg er naar toe wordt zeer interessant.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 50 tot 54