Abonneer Log in

Reconstructie van een Brits drama

BYE BYE BRITAIN

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 6 tot 11

De Brexit was een grotendeels accidenteel en uniek, Brits drama. Daarom zal de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie wellicht ook geen navolging krijgen.

BYE BYE BRITAIN

Reconstructie van een Brits drama
Richard Corbett
Ik dop mijn boontjes hier verder
Nigel Williams
Mijn rouwproces
An Jacobs

Nergens anders dan in het VK ging de pers zo tekeer tegen de EU.

Achteraf bleken sommige Brexiteers ook een loopje te hebben genomen met de wet.

Mocht het VK nog lid zijn geweest van de Unie, dan zou er van de huidige significante verdieping van de EU geen sprake zijn geweest.

De Brexit was een grotendeels accidenteel en uniek, Brits drama. Daarom zal de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie wellicht ook geen navolging krijgen.

Nooit heeft een land zijn lidmaatschap van de Europese Unie opgezegd (eerder vertrokken Algerije en Groenland, respectievelijk in 1962 en 1985, maar dat was omdat zij onafhankelijk werden of een autonoom gebied gingen vormen). De uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) is meer dan een symbolische tik; het gaat om het verlies van een aanzienlijk deel van het politieke en economische kapitaal van de EU.

Velen vragen zich of we te maken hebben met een uniek fenomeen, of dat ook anderen het voorbeeld van het VK zullen volgen en vertrekken. Of preciezer nog: of bepaalde politieke krachten in sommige landen er zullen in slagen een vertrek te forceren. Als we de uittreding van het VK reconstrueren, dan komen we er achter dat de combinatie van een aantal aparte voorwaarden daartoe heeft geleid.

Sommigen merken op dat het Britse lidmaatschap van de EU altijd halfhartig is gebleven; van de euro wilde het VK niet weten en van Schengen al evenmin. Maar ook andere landen bewaarden afstand wat die aspecten betreft. Bovendien behoorde het VK tot de meest actieve lidstaten op bijvoorbeeld het terrein van (het realiseren van) de eengemaakte markt, het ontwikkelen van researchprogramma's en het onthaal van burgers uit andere EU-landen. MEP's uit het VK waren invloedrijk. Neen, de redenen voor de uittreding van het VK uit de EU moeten elders worden gezocht.

UNIEK, BRITS DRAMA

Nergens anders dan in het VK ging de pers zo tekeer tegen de EU. Als je naar de aantallen lezers kijkt, dan waren twee derde van de 'nationale' kranten in handen van drie mensen – onder wie Rupert Murdoch – die een weloverwogen beleid voerden om alles wat de EU deed met de grond gelijk te maken. Er werden compleet verzonnen verhalen verteld – fake news, zoals we dat vandaag noemen – en één van de pioniers op dat vlak was Boris Johnson, in de jaren 1990 actief als journalist voor The Daily Telegraph. Dertig jaar lang werd de bevolking onophoudelijk gebombardeerd met negatieve berichtgeving over de EU. Dan moet je niet verschieten dat mensen ontvankelijk zijn voor opvattingen die tegen de EU ingaan. Nergens in Europa is de teneur in de media zo anti-Europees.

Nergens anders dan in het VK ging de pers zo tekeer tegen de EU.

Daar heeft de rechtervleugel van de Conservatieven (en een randverschijnsel als UKIP van Nigel Farage) haar voordeel mee gedaan. Zij waren de motor achter de Brexit-campagne. Hun opvattingen – van nationalistische en neoliberale signatuur – hebben de toon gezet. Nationalisten, zoals de Franse souverainistes, vonden het niet kunnen dat Europese regelgeving nationale wetgeving overrulet. Van een verdieping van de Unie wilden zij niet horen, aangezien die – volgens hen – zou neerkomen op een bedreiging van de Britse identiteit. Neoliberalen hadden vooral moeite met het feit dat de Europese eenheidsmarkt er één is met regels – regels die de werknemers, de consumenten en het milieu beschermen. Die moesten van tafel. Zij willen dat het VK een gedereguleerde economie wordt, met meer competitiviteit, ook als sociale en milieunormen daarvoor moeten worden teruggeschroefd. Zowel de nationalisten als de neoliberalen wilden dat het VK vooral aansluiting zou vinden met de Verenigde Staten (en met Trump, die velen van hen ook steunden).

Vanzelfsprekend vallen gelijkaardige opvattingen ook te horen in andere lidstaten van de EU. Meestal zijn die echter niet zo uitgesproken en botsen politieke overwegingen om uit de EU te treden met geografische realiteiten. Maar vergis u niet: zelfs in het VK dachten veel mensen aanvankelijk dat het niet zo'n vaart zou lopen en dat de publieke opinie niet voor een Brexit te winnen zou zijn. Euroscepticisme was grotendeels een zaak van de rechtervleugel van de Conservatieve Partij in het parlement. De meer gematigde vleugel leek de touwtjes stevig in handen te hebben: zij bakte zoete broodjes met de zakenwereld en huldigde traditioneel pro-Europese opvattingen.

ACCIDENTEEL REFERENDUM MET DAVID CAMERON

Maar de rechtervleugel van de Conservatieven hing goed aaneen en was vastberaden. De spanningen in de partij liepen op. De eurosceptici moesten worden gekalmeerd en dus kondigde premier David Cameron in 2013 aan dat er een referendum over het EU-lidmaatschap zou worden gehouden, mocht zijn partij de volgende verkiezingen – in 2015 – winnen. Destijds hield vrijwel niemand er rekening mee dat de Conservatieven die verkiezingen met vlag en wimpel zouden winnen – zij zouden er hoogstens in slagen om met de Liberaal Democraten een nieuwe coalitie te vormen, en in dat geval was een referendum uitgesloten. Velen waren overigens van oordeel dat Cameron die belofte juist had gedaan omdat hij niet verwachtte die ooit te moeten nakomen. Maar totaal onverwacht haalde Cameron toch een (nipte) absolute meerderheid bij de verkiezingen. En dus moest hij het referendum laten plaatsvinden.

Maar zelfs dan ging Cameron er van uit dat 60% van zijn landgenoten ervoor zouden kiezen om in de EU te blijven. Hij en zijn andere pro-Europese makkers vonden niet dat zij echt de handen uit de mouwen moesten steken. Hun campagne was allesbehalve overtuigend. Terwijl de Brexit-aanhangers meer gefocust waren, wilden winnen en beseften dat hen een unieke kans werd geboden om hun land uit de Unie te slepen. Hun campagnemethoden waren ongezien. Data based, zoals dat tegenwoordig heet, met boodschappen op maat van sociale mediaprofielen. Vaak waren die boodschappen leugenachtig en contradictorisch, maar zij bleven 'onder de radar' omdat zij via de sociale media werden verspreid. Wanneer zij wel het publieke forum haalden, was het vaak al te laat en bleven zij dus onweersproken. Achteraf bleken sommige Brexiteers ook een loopje te hebben genomen met de wet. Maar dat was geen voldoende argument om het referendum niet rechtsgeldig te laten verklaren, aangezien het om een 'raadgevend' referendum ging. De pro-Europese campagne was een rommeltje (Labour, de Liberaal Democraten, de Groenen, de Schotse nationalisten en de pro-Europese Conservatieven gingen in verspreide slagorde de strijd aan) en Labour-leider Jeremy Corbyn (die de EU nooit een warm hart heeft toegedragen) wilde inzake Europa niet optrekken met andere partijen. Hij zag niet in waarom hij Cameron een duwtje in de rug zou geven in zijn gevecht met de eurosceptici in zijn partij. Dat gevecht zou hij sowieso toch winnen, was de redenering.

Achteraf bleken sommige Brexiteers ook een loopje te hebben genomen met de wet.

Resultaat: in juni 2016 besliste een kleine meerderheid van de Britten van 51,9% om de EU verlaten (met dien verstande dat de meeste Britten die in EU-landen woonden niet aan de stemming deelnamen; idem voor EU-burgers die in het VK woonden; burgers van Commonwealth-landen die in het VK woonden namen daarentegen wel deel).

HARDE BREXIT MET THERESA MAY

Vervolgens nam David Cameron ontslag. Hij werd opgevolgd door Theresa May, die campagne had gevoerd om in de EU te blijven, maar vond dat de uitslag van het referendum moest worden gerespecteerd. Zij zette de uittreding van het VK uit de EU op de sporen en onderhandelde twee jaar lang over de voorwaarden van het Uittredingsverdrag. Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie trad voor het eerst in werking.

Volgens dat artikel dient het uittredingsverdrag 'rekening te houden met het kader voor de toekomstige samenwerking met de Unie'. Helaas bestond er in het VK geen overeenstemming over het soort samenwerking dat werd beoogd; d.w.z. of er zou worden geopteerd voor een losse samenwerking (buiten de Europese douane-unie en de eengemaakte markt; lees: met de meeste economische kosten); of voor een meer intense samenwerking (binnen de Europese markt en de douane-unie, zoals bijvoorbeeld de Noren dat hebben geregeld; lees: met respect voor de EU-regels die op dat vlak gelden én zonder zeggenschap over die regels). Beide opties vielen in de campagne te beluisteren aan de kant van de Brexit-aanhangers. En tegenstrijdige opties waren er ook op andere vlakken, zoals inzake politiesamenwerking en juridische samenwerking (toegang tot de gezamenlijke database, Europol, het Europees Aanhoudingsbevel, enzovoort), researchprogramma's, agentschappen (het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen, het Europees Medicijnagentschap) en nog zo veel meer. Telkens bestond er weinig twijfel over de wenselijkheid van de samenwerking, maar ultiem was het aan de lidstaten om beslissingen te nemen. Zonder input van het VK.

Vanzelfsprekend, zulke netelige keuzes wachten elke lidstaat die de EU wenst te verlaten, maar in het VK was de verdeeldheid wel heel erg verscheurend. Niet alleen werden de messen geslepen in de Conservatieve Partij, ook in het Lagerhuis ging het er bitsig aan toe en tussen sommige 'deelstaten' was het niet anders (Schotland en Noord-Ierland hadden ervoor gekozen om in de EU te blijven, terwijl Noord-Ierland absoluut wou vermijden dat er opnieuw een 'harde' grens – inclusief checkpoints – met de EU en dus met de Republiek Ierland vorm kreeg). De discussie ontspoorde, zeker toen sommigen beweerden dat het VK 'could have its cake and eat it'; lees: dat het verder onbeperkt toegang zou hebben tot de Europese markt en de Europese programma's zonder de EU-regels te respecteren. Theresa May opteerde finaal voor een 'harde Brexit'. Voor een aanzienlijke groep Tories in het Lagerhuis gingen haar voorstellen echter niet ver genoeg; zij schoten het Uittredingsverdrag met de EU af en zorgden ervoor dat de deadline van artikel 50 alsmaar verder opschoof.

De publieke opinie had het intussen wel gehad. In de peilingen leek een meerderheid niet meer te vinden voor een Brexit. En dus gingen er steeds meer stemmen op om het finale Brexit-akkoord aan de bevolking voor te leggen (en niet alleen aan de parlementsleden). Met andere woorden: a 'People's Vote'. Zij die daarvoor campagne voerden, argumenteerden dat de mensen bij de neus waren genomen door de Leave campaigners in 2016 en dus het laatste woord mochten hebben. Finaal ging vrijwel elke oppositiepartij in het Britse parlement overstag. Allemaal gaven zij hun steun aan een nieuw referendum.

BREXIT-AKKOORD MET BORIS JOHNSON

De martelgang van de Conservatieven was nog niet ten einde. De Europese verkiezingen van 2019 verliepen rampzalig voor Theresa May. Zij moest plaats maken voor Boris Johnson. Hij zette zijn handtekening onder een Uittredingsverdrag dat slechts lichtjes was gewijzigd, maar ook hem lukte het niet om het akkoord door het parlement te loodsen. Het leek er even op dat alleen de belofte van een nieuw referendum hem aan een meerderheid kon helpen.

Maar in december 2019 slaagde hij erin om vervroegde verkiezingen uit te lokken, dankzij een tactische blunder van de Liberaal Democraten. Hij won die verkiezingen ook met 44% van de stemmen in het niet-proportionele Britse kiessysteem. Een nieuw referendum was van de baan (ondanks het feit dat de partijen die zulk referendum steunden 53% van de stemmen behaalden) en het nieuw verkozen Lagerhuis steunde het uittredingsakkoord. Op 31 januari 2020 stapte het VK officieel uit de EU. Zonder uitsluitsel over de toekomstige samenwerking. Er zou nog bijna een jaar over worden onderhandeld, waarbij op de valreep een handels- en samenwerkingsakkoord werd bereikt dat we als minimalistisch kunnen bestempelen: Britain (dat wil zeggen, het VK behalve Noord-Ierland) zal geen deel meer uitmaken van de eengemaakte markt en de douane-unie, maar er komen geen invoertarieven per 1 januari 2021, op voorwaarde dat de regels en normen van de EU grotendeels gerespecteerd worden. Over de toegang tot de dienstenmarkt is voorlopig niets afgesproken en het VK stapt uit Europol en Erasmus, om nog niet te spreken van tal van andere samenwerkingsprogramma's. Kortom, een Brexit-akkoord dat niet eens in de buurt komt van de beloftes die destijds werd gedaan door de Leave campagnevoerders én door Boris Johnson!

DE EU VALT NIET UITEEN. WEL INTEGENDEEL

Terwijl er aan Britse kant maar geen einde kwam aan de politieke commotie (in drie jaar drie eerste ministers, vier ministers van Buitenlandse Zaken, drie Brexit-ministers, opwinding in het parlement en twee regeringsbeslissingen die door het Hooggerechtshof werden teruggedraaid), bleven de gelederen aan EU-kant opvallend gesloten. De Commissie kreeg een onderhandelingsmandaat van de 27 overblijvende lidstaten en Michel Barnier (ex-Europees Commissaris, ex-lid van het Europees Parlement en ex-minister van Buitenlandse Zaken in Frankrijk) ging aan de slag als hoofdonderhandelaar. Zijn mandaat werd door de Raad ingevuld (en regelmatig geactualiseerd). Het Europees Parlement, dat het finale akkoord moest goedkeuren, werd – via een stuurgroep – voortdurend bijgepraat over de voortgang van de onderhandelingen. Die stuurgroep ventileerde op tijd en stond haar bezorgdheden over sommige issues, zoals de rechten van EU-burgers die resideren in het VK. Britse pogingen om achter de rug van de onderhandelaar te hengelen naar steun van individuele lidstaten, kregen nul op het rekest.

Niemand kwam in de verleiding om het Britse voorbeeld te volgen. Wel integendeel. Een aantal partijen die eerder hadden laten verstaan dat hun land de EU (of de euro) zou verlaten, keerden op hun stappen terug. Zelfs landen als Polen en Hongarije denken er niet aan om uit de EU te treden, ook al bakkeleien de regeringen van die landen vandaag met Brussel over de aard van de rechtsstaat en de liberale democratie. Omgekeerd laat artikel 7 van het Verdrag betreffende de EU toe om de rechten van een lidstaat op te schorten, maar er loopt vandaag geen procedure om een lidstaat ook effectief uit te sluiten. Wel dreigt een regering die de verplichtingen van het Verdrag niet nakomt op droog zaad gezet te worden, aangezien de procedures ter zake zijn verstrengd.

Intussen bevinden ook sommige westelijke Balkanlanden zich in het voorportaal van de Unie. De toetredingsprocedures verlopen misschien tergend traag en moeilijk, en er zullen zeker nog wat obstakels opduiken, maar de kans dat de Unie over tien jaar meer dan 30 leden zal tellen, is reëel.

Conclusie: de EU breidt eerder uit dan dat ze krimpt! Maar is er ook sprake van verdieping? Jazeker, want in juli 2020 besliste de Europese Raad om de lidstaten bij te staan bij het verzachten van de economische impact van de Covid19 pandemie (een pakket van 750 miljard euro, gedoopt Volgende Generatie EU, en gefinancierd met gezamenlijke leningen op de kapitaalmarkt). Dat herstelfonds komt bovenop de meerjarenbegroting (2021-2027) van 1.074 miljard euro, zodat de Commissie een totaalpakket van 1.824 miljard euro op tafel heeft gelegd. Velen bestempelden het akkoord als een 'Hamiltoniaanse' stap in de richting van de vorming van een fiscale unie. Vier landen – Nederland, Zweden, Denemarken en Oostenrijk, de zogenaamde 'zuinige vier' – lagen aanvankelijk dwars, maar bonden finaal in. Sommige waarnemers merkten toen op: mocht het VK nog lid zijn geweest van de Unie (en mochten de Conservatieven het land besturen), dan zouden de 'zuinige vier' het gezelschap hebben gekregen van het VK en zou er van de huidige significante verdieping van de EU geen sprake zijn geweest.

Mocht het VK nog lid zijn geweest van de Unie, dan zou er van de huidige significante verdieping van de EU geen sprake zijn geweest.

Overigens boekte de EU nog een ander succesje: de lidstaten gingen immers akkoord om de uitstoot van CO₂ verder te beperken en dus hun ambities inzake klimaatverandering op te schroeven (een verlaging met 55% voor 2030). Dat wil niet zeggen dat de EU op alle terreinen stappen vooruitzet: inzake migratie bijvoorbeeld blijft zij hopeloos verdeeld. Maar de voorspelling van Nigel Farage dat de EU op korte termijn uiteen zou vallen, is niet bewaarheid geworden.

HET VK HOORT THUIS IN DE EU

De EU zet nog altijd stappen vooruit, ondanks de Brexit. Het VK staat nu aan de zijlijn; zij praat niet meer mee als het over de toekomst van Europa gaat. Dat is spijtig. Haar stem zal worden gemist. Maar dat de Unie de big loser is, is onzin. Het VK is dat wel.

De plek waar de stem van het VK het meest zal worden gemist, is het Europees Parlement. Die visibiliteit is het VK nu kwijt. Terwijl weinigen in het EP zullen treuren over het verdwijnen van de UKIP parlementsleden – zij vielen vooral op door hun pseudo-dramatische praatjes, niet door het werk in de commissies – ligt dat anders voor de meerderheid van de Britse parlementsleden. Zij werkten keihard, hadden invloed en werden gewaardeerd. Dat zagen we ook in de socialistische fractie (S&D): Labour leverde over de jaren heen 1 fractieleider, 2 secretarissen-generaal, 14 vicepresidenten van het Parlement, 12 voorzitters van de commissies, verslaggevers van de Verdragen van Maastricht, Amsterdam en Lissabon, de opsteller van het gewijzigde reglement van het Europees Parlement, enzovoort. Bovendien leverden de Labour MEP's een enorme bijdrage aan betere wetgeving m.b.t de interne markt. Zij zorgden er immers voor dat werknemers en consumenten bescherming kunnen genieten, en dat er ook op het milieu wordt gelet.

Toen de socialistische fractie vorig jaar een afscheidsreceptie organiseerde, vloeiden er niet alleen traantjes bij de Britse parlementsleden en hun medewerkers. En het waren heus niet alleen deze laatsten die hoopten dat het VK ooit zou terugkeren in de EU. Het VK hoort daar thuis.

Vertaling: Jan Vermeersch

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 6 tot 11