Abonneer Log in

Fossiele brandstoffen zijn massavernietigingswapens

We hebben een non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen nodig. Wie neemt het voortouw?


© Mark Campanale

In de vijf jaar sinds Parijs investeerden de 60 grootste banken 3.800 miljard dollar in fossiele brandstoffen.

De tijdlijn van de 'ontwapening' zal niet voor alle landen dezelfde zijn.

Met dit verdrag kunnen we een belangrijk hiaat in de internationale aanpak van de klimaatcrisis opvullen.

Wie 1 jaar na het begin van de pandemie nog droomde van 'beter na corona', werd wakker met een koude douche. Volgens het Internationaal Energieagentschap bereikten we hetzelfde niveau van uitstoot als voor de coronacrisis. De tijdelijke daling was crisisgebonden en de economische 'relance' zet ons terug op het oude pad. De VN waarschuwt dat de al ingediende, nieuwe nationale klimaatplannen nog geen 1% uitstootvermindering zullen verwezenlijken in 2030. De ecologische crisis zet zich onverminderd verder, maar we blijven morrelen in de marge. Het is tijd voor het grote geschut. We hebben een non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen nodig.

DE MASSAVERNIETIGING IS REËEL

Aan redenen om in te grijpen geen gebrek. We bevinden ons tegelijk in een klimaatcrisis en een biodiversiteitscrisis, en de twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kleinste temperatuurverandering maakt een gigantisch verschil voor ecosystemen. De klimaatcrisis versnelt de zesde uitstervingsgolf. Denk aan de apocalyptische beelden van verbrande koala's bij de bosbranden in Australië. Of sluipender maar niet minder dramatisch: bij een opwarming van 2°C vallen de koraalriffen – biodiversiteitshotspots in de zee – niet meer te redden.

Het gaat natuurlijk ook over mensen. Over de vernietiging van hun leefomgeving, woningen, oogsten en zelfs levens. Nu al sterven mensen door extreem weer en een toename van ziektes, en neemt de honger toe. Bij een opwarming van meer dan 1,5°C zal het grootste deel van de tropische gebieden onleefbaar worden. Als we voorbij bepaalde kantelpunten gaan, komt de mensheid onder druk te staan.

HET FOSSIELE TIJDPERK IS NOG NIET VOORBIJ

Het Akkoord van Parijs luidde het einde van het fossiele tijdperk in. Of dat werd toen toch gezegd. Want zelfs om de opwarming te beperken tot maximum 2°C moet al minstens 80% van de gekende fossiele reserves in de grond blijven, en Parijs scherpte die doelstelling terecht aan naar maximum 1,5°C. Maar de euforie was van korte duur. In de vijf jaar sinds Parijs investeerden de 60 grootste banken maar liefst 3.800 miljard dollar in fossiele brandstoffen. Ondertussen speculeren oliebedrijven over de nieuwe reserves die ze kunnen aanboren door de opwarmende temperaturen op de Noordpool. De ironie daarvan is tragisch.

In de vijf jaar sinds Parijs investeerden de 60 grootste banken 3.800 miljard dollar in fossiele brandstoffen.

Parijs maakte de doelstelling en het kader duidelijk, net als afspraken op vlak van onder meer financiering, nationale plannen en aanpassing aan de klimaatcrisis. Maar over steenkool en gas gaan de klimaatonderhandelingen niet. Dat het economisch interessant blijft om te zoeken naar fossiele brandstoffen terwijl landen eigenlijk al hebben afgesproken dat ze die niet meer kunnen gebruiken, wijst op een structureel probleem. Het gebrek aan mondiale regulering van de fossiele reserves staat de uitvoering van het Akkoord van Parijs in de weg en houdt de fossiele lobby in het zadel.

NON-PROLIFERATIE, ONTWAPENING EN VREDEVOLLE TRANSITIE

Een non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen maakt die regulering mogelijk. Het moet, naar analogie van het nucleair non-proliferatieverdrag, steunen op drie pijlers: een onmiddellijke stop op exploratie en verdere uitbreiding van fossiele brandstoffen (non-proliferatie), de geleidelijke afbouw van de productie van fossiele brandstoffen (ontwapening) en een rechtvaardige transitie voor arbeiders, gemeenschappen en landen (vredevolle transitie). Die laatste pijler is essentieel om het geheel te doen slagen.

Want is het wel eerlijk om van een land als Gabon (met grote oliereserves en op plaats 119 in de Human Development Index) te verwachten dat het zo'n verdrag ondertekent? Het simpele antwoord is: ja. Want de klimaatcrisis treft vooral mensen in lage-inkomenslanden, alle landen hebben zich in Parijs geëngageerd en de 'winst' die er valt te maken met die olie is lager dan de kost die het gebruik ervan zal meebrengen. Maar de realiteit is niet zo simpel.

De tijdlijn van de 'ontwapening' zal niet voor alle landen dezelfde zijn.

Door zich goedkoop en vuil te ontwikkelen heeft een klein aantal landen de atmosfeer bij wijze van spreken gekoloniseerd, met diepgaande ongelijkheden tot gevolg. Een non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen kan die ongelijkheid rechttrekken. Dat betekent dat de tijdlijn van de 'ontwapening' niet voor alle landen dezelfde zal zijn, maar ook dat historische vervuilers de verantwoordelijkheid hebben om massaal te investeren in toegang tot propere energie, overal ter wereld. Deze principes maken al deel uit van het VN Klimaatverdrag, dit verdrag kan ze hard maken.

WIE NEEMT HET VOORTOUW?

Ja, er zijn nog kernwapens en nee, een non-proliferatieverdrag is niet de heilige graal. Maar het is wel een puzzelstuk in het complex geheel van stappen die nodig zijn om echt systeemverandering te realiseren. Door te bouwen op de fundamenten van het nucleair verdrag en het waar nodig te verbeteren, kunnen we een belangrijk hiaat in de internationale aanpak van de klimaatcrisis opvullen. De opmaak van een wereldwijd register van reserves van fossiele brandstoffen, nodig in het kader van dit verdrag, komt ook de transparantie ten goede.

Met dit verdrag kunnen we een belangrijk hiaat in de internationale aanpak van de klimaatcrisis opvullen.

Dit voorstel is niet uit de lucht gegrepen. Het is stevig onderbouwd. Een brede coalitie van organisaties wereldwijd schuift het naar voor als een uitweg uit de fossiele impasse. Het komt er nu op aan om een 'coalition of the willing' van landen te vinden die zich achter dit voorstel schaart. Dat het in dat geval snel kan gaan, leert ons het nucleair non-proliferatieverdrag: dat was op drie jaar beklonken. De urgentie – het risico op een kernoorlog – was immers hoog. Hetzelfde geldt voor de klimaatcrisis, dus waar wachten we op? Het is tijd om fossiele brandstoffen te behandelen als de massavernietigingswapens die ze zijn.