Abonneer Log in

Wat mensen aanbelangt

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 9 tot 10

Rudolf Boehm pleitte een halve eeuw geleden al voor een andere economie.

Voor Boehm lijdt onze samenleving aan een fundamentele ziekte: zij is niet bezig met wat relevant of van belang is.

Boehm was helemaal niet verwonderd over de klimaatproblemen.

Rudolf Boehm was filosofieprof aan de Universiteit Gent. Hij stierf in 2019 op 91-jarige leeftijd en liet een omvangrijk oeuvre na. Dit wordt nu zo veel mogelijk en gratis opengesteld via een website. Je vindt er niet alleen zijn publicaties, maar ook het tijdschrift Kritiek, waar hij de spil van was en werk van auteurs uit zijn omgeving. Toegegeven: niet alles verteert even makkelijk. Maar het belangrijkste is eigenlijk vrij eenvoudig, ook voor niet-filosofen. Hij heeft het over wat mensen echt aanbelangt.

Filosofie is kritiek, hoorde ik hem ontelbare malen zeggen. En kritisch was hij. Niet in de zin dat hij op alles en nog wat commentaar had of nooit tevreden was. Hij was geen zeurpiet, maar zocht wat verkeerd gaat, waar het om draait. Je kent die mensen die alles onmiddellijk doorhebben en eraan beginnen. Vaak zitten ze ernaast en maken ze een probleem alleen maar groter. Boehm ging heel nauwkeurig op zoek naar wat er aan de hand is. De enige manier om oplossingen te vinden, vond hij, is teruggaan naar de wortel van een probleem.

Niet alleen impulsieve mensen beginnen vooraleer ze goed weten waar het over gaat. Boehm vond die houding veel algemener, zelfs in de wetenschappelijke wereld. Waarover kennis gaat is secundair, als je maar tot kennis komt. Om objectiviteit te garanderen maak je zelfs beter abstractie van de wereld waarin mensen leven. Hij kwam tot dat inzicht toen hij een doctoraat maakte over Aristoteles. De hoogste vorm van weten is weten dat geen andere motivatie heeft dan weten, weten omwille van het weten. Boehm heeft in zijn hoofdwerk Kritiek der grondslagen van onze tijd op een magistrale wijze getoond hoe die opvatting zich in de hele geschiedenis van onze cultuur heeft doorgezet. Zelf kwam hij op voor een ander weten, dat praktisch is en aansluit bij de leefwereld.

Boehm is soms in de hoek gezet als een anti-wetenschapper, maar dat is een misverstand. Hij had niets tegen wetenschap, hij wilde gewoon dat wetenschappers zich bezig houden met dat wat er echt toe doet. Misschien heeft hij voor verwarring gezorgd door dit een andere vorm van waarheid te noemen. Waarheid wordt doorgaans afgemeten aan de vraag of een antwoord op een vraag juist is. Dat is een zaak van logica. Boehm wilde daarnaast ook discussiƫren over de gegrondheid van een vraag: waarom is dit een goede of terechte vraag? Hij noemde dat met een moeilijk woord een zaak van topica. Maar misschien had hij het beter gewoon gehouden bij relevantie. Het is een oude mop: iemand heeft een glas te veel op, verliest zijn sleutels en zoekt onder een lantaarnpaal. Als iemand vraagt waar hij ze dan precies verloor, antwoordt hij: wat verder, maar daar is het donker. Hij komt uit bij de waarheid dat zijn sleutels niet onder de lantaarn liggen, maar hij zoekt niet op de relevante plaats.

Voor Boehm lijdt onze samenleving aan een fundamentele ziekte: zij is niet bezig met wat relevant of van belang is.

Ben ik nu toch stilaan in abstracte filosofie terechtgekomen? Waartoe kan dit dienen? Wel, Boehm vindt dat onze samenleving lijdt aan een fundamentele ziekte: zij is gewoon niet bezig met wat relevant of van belang is. En dat toont zich natuurlijk op de eerste plaats in de economie. Economie was oorspronkelijk huishoudkunde, de vaardigheid om een huishouden te bestieren. Produceren en onderling verdelen wat je nodig hebt om een zo goed mogelijk leven te leiden. Werken en produceren omwille van behoeften. Zorgzaam zijn ook. Dat doet economie al lang niet meer. Groeien is het alfa en het omega. Desnoods stellen we onze behoeften uit en groeipijnen moeten verbeten worden. Die lossen we later wel op.

Steeds meer economisten stellen vragen bij de groei. Boehm kende het antwoord al in de jaren 1960-70. Hij las het bij Karl Marx. Economisten verwijzen niet graag meer naar Marx, bang om geassocieerd te worden met het communisme en zijn gruwelijke misdaden. Nochtans doorzag deze als geen ander het mechanisme van produceren om te produceren. We willen groeien zonder ons af te vragen wat nodig is, groei op zich, los van de leefwereld.

Het is nog altijd een basisgedachte van het liberalisme: laat ons ondernemen, laat ons gerust. Wij ondernemers zorgen ervoor dat welvaart wordt gecreƫerd. En wie het vandaag wat moeilijk heeft, moet gewoon wat geduld hebben. Wachten dus met die loonsverhoging, alles komt terecht. Een blind groeimechanisme, dat eindeloos en krampachtig aan de gang gehouden wordt. Gelukkig doorprikken steeds meer economisten dat plaatje. Maar Boehm vond dit gewoon bij Marx. Hij waarschuwde daarom al heel vroeg voor excessen en was helemaal niet verwonderd over de klimaatproblemen.

Boehm was helemaal niet verwonderd over de klimaatproblemen.

Toch was Boehm geen marxist. Integendeel, hij vond in hem ook de beste verdediger van het kapitalisme. Hij was er immers van overtuigd dat eerst het economisch apparaat ten volle moet worden ontwikkeld, vooraleer je het welzijn prioriteit kunt geven. Ook Marx had niet door dat dergelijke ascese eigenlijk een vorm van waanzin is. Op 1 mei 1993 verscheen in De Tijd een interview onder de kop 'Concurrentiestrijd is eigenlijk eigen volk eerst' (terug te vinden op de site van Boehm). Boehm was pas op pensioen. Hij noemde de concurrentiestrijd een soort nationaalsocialisme, dat de eigen natie wil verrijken ten nadele van de ander. Hij vond het ondragelijk dat je alleen maar je eigen welzijn kunt realiseren ten koste van de ander. Marx had nog de illusie dat dit slechts tijdelijk was.

Boehm is geboren in 1927, straks een eeuw geleden. Je vindt in zijn werk geen antwoord op alle vragen. Hij heeft bijvoorbeeld de coronacrisis niet meer meegemaakt. Dat mechanisme van eindeloze groei is voor een stuk stil gevallen. We worden er ook met onze neus op geduwd dat de vrije markt zonder overheid ondenkbaar is en dat de sociale zekerheid helemaal geen luxe-uitgave is. Zou hij er de hoop uit geput hebben dat we eindelijk de economie anders kunnen organiseren? Hij had in elk geval opgeroepen om niet zomaar terug te keren tot de orde van de dag, om niet zo vlug mogelijk de motor weer te doen aanslaan. Ikzelf roep op om vooral de jonge auteurs te lezen die vragen stellen bij de groei, en om bij Boehm argumenten en verdieping te zoeken. Ik hoop op veel bezoekers van de site, die een zeer rijk oeuvre mogen verwachten.

De site rudolfboehm.org wordt voorgesteld op 24 april tijdens een virtueel colloquium van de Dag van de Filosofie.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 9 tot 10