Abonneer Log in

Re-integratie: naar een gezondere arbeidsmarkt

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 49 tot 54

Vlaanderen heeft te maken met een almaar groeiend ziekteverzuim. Helaas gaat de preventieve aanpak in het nieuwe Vlaams actieplan re-integratie niet verder dan sensibilisering en het ontsluiten van het reeds bestaande aanbod rond werkbaar werk.

REGERING-JAMBON

Jobbonus: een cadeau dat rammelt
Philippe Diepvents
Re-integratie: naar een gezondere arbeidsmarkt
Nele Vanheeswijck en Liselotte Hedebouw
Privatiseringsdecreet: zorg als vastgoedinvestering
Dries Goedertier

'Psychische stoornissen' en 'ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel' domineren de statistieken.

Vooral de manier van kijken naar arbeidsongeschiktheid moet wijzigen.

DE VLAAMSE CASE IN CIJFERS

België heeft al enkele jaren te maken met een sterke stijging van het aantal langdurig zieken. Midden 2020 ging het om 459.561 personen. Sinds 2019 overstijgt deze groep zelfs het aantal voltijds werkzoekenden in ons land. Vlaanderen doet het verhoudingsgewijs iets beter dan België en de andere regio's, maar heeft eveneens te maken met een almaar groeiend ziekteverzuim.

In 2019 bevonden 215.479 loontrekkenden en 15.825 zelfstandigen in Vlaanderen zich langer dan een jaar in ziekte of 'invaliditeit'.1 Dit is een stijging van respectievelijk 26,8% en 21,8% ten opzichte van 2014. Daarnaast bevonden in 2019 nog eens 279.605loontrekkenden en 14.663zelfstandigen zich in primaire arbeidsongeschiktheid, een stijging van respectievelijk 9,4% en 73,8% ten opzichte van vijf jaar eerder. Hoewel er minder aandacht is voor de groep in primaire arbeidsongeschiktheid, is het toch belangrijk om ook deze evolutie niet uit het oog te verliezen. Onderzoek wijst namelijk uit dat de eerste vier tot zes weken van ziekte cruciaal zijn voor een vlotte terugkeer naar werk. Wie drie tot zes maanden afwezig is, gaat slechts in 50% van de gevallen terug aan de slag bij de eigen werkgever. Wanneer de afwezigheid oploopt tot meer dan een jaar daalt de kans op terugkeer zelfs naar 10%. Bovendien is het op dat moment vaak niet de medische aandoening zelf maar wel angst die de werkhervatting bemoeilijkt.2 In 2019 was bijna twee op drie loontrekkenden in primaire arbeidsongeschiktheid langer dan zes weken ziek. Zo'n 13,1% bleef tot een jaar ziek en maakt wellicht de overstap naar invaliditeit. Bij zelfstandigen lagen beide aandelen nog hoger: bijna 8 op 10 zelfstandigen bleef langer dan zes weken in arbeidsongeschiktheid en meer dan 1 op 5 was tot een jaar ziek. Dat laatste heeft wellicht ook te maken met het ontbreken van re-integratietrajecten voor zelfstandigen. Het federale regeerakkoord spreekt dan ook terecht de ambitie uit om ook voor deze groep een reflectie op te starten rond het uitwerken van gelijkaardige re-integratietrajecten als die voor werknemers en werkzoekenden.3

Jaarcijfers van het RIZIV voor 2020 zijn er voorlopig nog niet, maar onder andere de impact van de coronacrisis doet vermoeden dat het aantal personen in ziekte verder is toegenomen en dat, zeker in de nabije toekomst, nog zal blijven doen.

In de samenstelling van deze groep (2019) valt op dat, zowel in primaire arbeidsongeschiktheid als in invaliditeit, ongeveer twee op drie arbeider is. Tegelijkertijd lag de stijging bij bedienden (24,2%) de laatste vijf jaren wel veel hoger dan bij arbeiders (2,9%). In invaliditeit zien we een gelijkaardige trend maar liggen de stijgingen (met 61,6% voor bedienden versus met 14,1% voor arbeiders) nog een stuk hoger. Daarnaast komen bij loontrekkenden meer vrouwen in ziekte terecht. Deze tendens is sterker in invaliditeit (60,5%) dan in primaire arbeidsongeschiktheid (52,5%). Voor zelfstandigen zien we op vlak van geslacht een omgekeerd beeld (42,8% vrouwen in invaliditeit en 38,9% in primaire arbeidsongeschiktheid). Gemeenschappelijk is wel dat ten opzichte van vijf jaar eerder, de stijging overal beduidend hoger ligt voor vrouwen dan voor mannen. Enkel bij loontrekkenden in primaire arbeidsongeschiktheid liep de stijging eerder gelijk op.

Wat de leeftijdsverdeling betreft bevinden de hoogste aandelen zich, zowel in primaire arbeidsongeschiktheid als invaliditeit en zowel bij loontrekkenden als zelfstandigen, in de hogere leeftijdssegmenten. De enige uitzondering hierop zijn vrouwelijke bedienden in primaire arbeidsongeschiktheid, waar de hoogste aandelen zich situeren in de leeftijdssegmenten 30-34 en 25-29 jaar.

HET VERHAAL ACHTER DE STATISTIEKEN

Experts zijn het over het algemeen eens over de factoren die het toenemend ziekteverzuim kunnen verklaren. Een eerste daarvan is een verschuiving in de ziektebeelden die aanleiding geven tot langdurige ziekte. Voornamelijk 'psychische stoornissen' en 'ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel' domineren de statistieken. Ze lagen in 2019 voor meer dan twee op drie loontrekkenden aan de basis van langdurige ziekte. Bij zelfstandigen verklaren zij samen iets meer dan de helft van de groep. Bovendien is het aandeel van deze twee ziektebeelden in de totale groep de laatste jaren (licht) toegenomen, terwijl die van andere vaker voorkomende ziektebeelden (zoals gezwellen of ziekten van het hart- en vaatstelsel) veel lager liggen en ook afnamen overheen de tijd.4 Een toenemend aantal analyses legt een verband tussen arbeidsongeschiktheid door deze twee type aandoeningen enerzijds en stress, zware werkomstandigheden en een gebrek aan motivatie voor het werk anderzijds. Bovendien worden steeds meer jonge mensen langdurig arbeidsongeschikt omwille van deze problematieken én komen aandoeningen van het bewegingsstelsel en stress-gerelateerde aandoeningen meer voor bij vrouwen.

'Psychische stoornissen' en 'ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel' domineren de statistieken.

Tegelijkertijd is het niet zo evident om een uniek oorzakelijk verband tussen werk-gerelateerde factoren en arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Oorzaken van langdurig ziekteverzuim zijn meestal multicausaal. Zo kan bijvoorbeeld ook de persoonlijke thuissituatie een rol spelen.5 Andere vaak aangehaalde oorzaken van het toenemend aantal langdurig zieken zijn de vergrijzing van de beroepsbevolking, de stijgende participatiegraad van vrouwen en de impact van beleidsmatige beslissingen zoals de verhoging van de pensioenleeftijd, de verhoogde inzet op activering in het werkloosheidsstelsel (inclusief de afbouw van systemen die het vervroegd uitreden bevorderen) en de 'communicerende vaten' tussen de stelsels van werkloosheid en ziekte invaliditeit, maar ook de specifieke vormgeving van ons systeem inzake ziekte en invaliditeit.6

PREVENTIE ALS BELANGRIJKE SLEUTEL

Om het tij te keren, is het in eerste instantie belangrijk om in te zetten op preventie. De link tussen werkgerelateerde factoren en ziektebeelden die voor een groot deel aan de basis liggen van het toenemend aantal (langdurig) zieken leert dat het belangrijk is om ook te kijken naar werkbaar werk bij werknemers en zelfstandigen in Vlaanderen. Werkbaarheidsproblemen zorgen namelijk voor een verhoogd risico op uitval wegens (het ontstaan of verergeren van) gezondheidsproblemen. Cijfers van de laatste werkbaarheidsmonitor tonen dat de algemene werkbaarheidsgraad van werknemers in 2019 (49,6%) significant is gedaald ten opzichte van 2013 (54,6%). Dit is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de negatieve ontwikkelingen op het vlak van werkstress. Ook op het gebied van welbevinden in het werk en werk-privé-balans is er een negatieve evolutie. Alleen de dimensie leermogelijkheden toont een verbetering.7 Voor de werkbaarheidsgraad van zelfstandigen in Vlaanderen zagen we in 2019 (50,1%) eerder een stagnatie ten opzichte van 2013 (51,4%). Opnieuw zijn de dimensies werkstress en in mindere mate motivatie/welbevinden in het werk hier verantwoordelijk voor. Op vlak van werk-privé-balans en leermogelijkheden was daar dan weer een positieve evolutie.8 Voor personen met een arbeidshandicap ligt het percentage werknemers met een werkbare job nog beduidend lager dan voor andere werknemers.9 Zij worden op alle dimensies geconfronteerd met meer werkbaarheidsknelpunten.

Deze vaststellingen illustreren de urgentie van een sterk preventief beleid dat bedrijven en organisaties ondersteunt en informeert. Nochtans is daar de voorbije jaren te weinig op ingezet. Hoewel preventie en bescherming op het werk een federale bevoegdheid is, kan ook de Vlaamse overheid aanvullend initiatieven nemen om gezondheid op de werkvloer te stimuleren. De preventieve aanpak die wordt voorgesteld in het nieuwe Vlaams actieplan re-integratie gaat echter niet verder dan sensibilisering en het ontsluiten van het reeds bestaande aanbod rond werkbaar werk. Vlaanderen zou hier meer ambitie kunnen tonen. Ook de SERV10 kaartte dit aan en wees op het belang van redelijke aanpassingen in preventie. Redelijke aanpassingen hebben een heel brede scope en kunnen zowel materieel, immaterieel als organisatorisch van aard zijn. Zo kunnen ze er soms heel eenvoudig voor zorgen dat de combinatie werk-gezin haalbaarder wordt, het makkelijker wordt om werk vol te houden tot de pensioenleeftijd, enzovoort. Daarnaast pleit de SERV voor de uitbouw van disability management in Vlaamse bedrijven. Acties zouden dan kunnen inzetten op het opleiden van preventieadviseurs en actoren van het sociaal overleg in de ondernemingen om aan de slag te gaan rond jobcrafting, om te gaan met psychische problematieken, enzovoort. Tot slot moet preventie breder worden gezien dan het 'voorkomen' van ziekte door werk-gerelateerde oorzaken, en er ook voor zorgen dat mensen met (chronische) gezondheidsproblemen van vaak geheel andere aard hun job kunnen blijven uitoefenen indien zij dat wensen. Dit aspect van preventie komt onvoldoende naar voor in het Vlaams actieplan.

PIJLERS VOOR EEN STERKER RE-INTEGRATIEBELEID

Wanneer mensen toch uitvallen omwille van gezondheidsproblemen is het belangrijk om, zo snel als mogelijk gegeven de gezondheidstoestand, werk te maken van duurzame re-integratie. Werk kan namelijk een hefboom zijn in het herstelproces. Vanzelfsprekend speelt de kwaliteit van het werk of werkbaar werk hierin een cruciale rol.(11))

Opvallend in het debat is dat er nog vaak wordt vanuit gegaan dat (langdurig) zieken niet opnieuw aan het werk willen. Nochtans gaan heel wat personen op korte termijn en op eigen kracht opnieuw aan de slag. Bovendien blijkt 80% van alle langdurig zieke personen opnieuw te willen werken.12 Wel hebben zij dan vaak behoefte aan ondersteuning.13

De regering-Michel beoogde al een duidelijke mentaliteitswijziging in het beleid ten aanzien van langdurige ziekte. Eind 2016 werden daartoe twee KB's van toenmalig ministers van Sociale Zaken en Werk goedgekeurd, die begin 2017 het startschot gaven aan de nieuwe re-integratietrajecten voor werkzoekenden en werknemers. In mei 2018 werd binnen de regering ook een akkoord bereikt over een ontwerpwet die zou voorzien in responsabiliserende maatregelen voor zowel de werkgever als de werknemer of werkzoekende, maar deze werden uiteindelijk niet doorgevoerd. Toch blijft de discussie rond responsabilisering via positieve en/of negatieve prikkels, zowel op het Vlaams als het federale niveau, lopen.14 Arbeidsartsen geven daarentegen aan dat vooral de manier van kijken naar arbeidsongeschiktheid moet wijzigen. Deze moet evolueren van een focus op controle naar een focus op werkhervatting.15

Vooral de manier van kijken naar arbeidsongeschiktheid moet wijzigen.

Ook de SERV wees er in recente adviezen16 op dat we een aantal structurele drempels tot werkhervatting moeten wegnemen en een 'mindswitch' moeten realiseren op verschillende terreinen.

Een eerste aandachtspunt is een positievere benadering van de doelgroep. De focus moet nog veel meer worden verlegd van 'patiënt' naar '(potentiële) werknemer met competenties'. Een meer waarderende terminologie die focust op talenten in plaats van op de ongeschiktheid kan daaraan bijdragen.

Verder is het belangrijk om (her)tewerkstelling vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid bespreekbaar te maken. De kans op een succesvolle terugkeer naar werk neemt namelijk af naarmate de periode van arbeidsongeschiktheid oploopt. De behandelende sector kan hier een belangrijke rol spelen, maar ook daar is vaak nog een mindswitch nodig om de meerwaarde te zien van werkbaar werk voor de gezondheid en herstel. Vervolgens is het belangrijk om behandelende artsen beter te informeren over de mogelijkheden inzake re-integratie, zodat zij tijdig en correct kunnen doorverwijzen naar de arbeidsarts of VDAB. Tot slot is het cruciaal dat er (informeel) contact blijft bestaan tussen de werknemer en een vertrouwenspersoon in de onderneming. De resultaten van de 'informele' trajecten of bezoeken die werknemers op eigen initiatief brengen aan de arbeidsarts ondersteunen de stelling dat een tijdig en ongedwongen contact met de arbeidsarts zijn vruchten afwerpt. Zij worden namelijk vaker en vroeger opgestart dan de formele trajecten en kennen ook veel frequenter een succesvolle afloop.17

Ten derde is er nood aan een sterkere samenwerking tussen alle betrokken actoren. Voor werkzoekenden bestaat er vandaag al een 'raamakkoord' tussen het RIZIV, adviserend artsen, VDAB en GTB, dat via samenwerking de re-integratietrajecten wil versterken. Hoewel ook het aantal formele re-integratietrajecten voor werknemers de laatste jaren sterk toenam, worden deze toch eerder beperkt gebruikt in het licht van de grootte van de doelgroep.18 Bovendien leiden deze trajecten in meer dan helft van de gevallen tot een ontslag wegens medisch overmacht. Om meer werknemers duurzaam te re-integreren ziet de SERV een piste in het sluiten van een analoog akkoord (in de vorm van een proefproject) tussen het RIZIV, arbeidsartsen en VDAB. VDAB kan zo, waar nodig en vanuit de regisseursrol, doorverwijzen naar gepaste dienstverlening en/of instrumenten en op die manier snel ondersteuning bieden aan zowel de werknemer als werkgever in het opstellen van een re-integratietraject. Gezien hun belangrijke rol in re-integratie is het tot slot ook noodzakelijk om het toenemend tekort aan arbeidsartsen en adviserend artsen aan te pakken.

Tot slot moeten de mogelijkheden tot aangepast werk en geleidelijke aan- of hervatting van werk worden gestimuleerd en versterkt. Dit vraagt sensibilisering van alle betrokkenen rond bestaande instrumenten en systemen, zoals redelijke aanpassingen en het systeem van gedeeltelijke werkhervatting. Daarnaast moeten ook de drempels die betrokkenen demotiveren of verhinderen om hier gebruik van te maken worden aangepakt. Zo is het systeem van gedeeltelijke werkhervatting bijvoorbeeld weinig dynamisch waardoor personen met een (chronisch) gezondheidsprobleem geen mogelijkheid hebben om (tijdelijk) hun werktempo af te bouwen en kunnen er (potentiële) inactiviteitsvallen optreden zoals het verlies van bepaalde tegemoetkomingen.

VOETNOTEN

  1. Cijfers via RIZIV-FINSTAT.
  2. Godderis, L. (2017). Gezond (op het) werk(t)!, Leuven.
  3. Federaal regeerakkoord (20/9/2020). p. 39
  4. Cijfers via RIZIV-FINSTAT.
  5. RIZIV (2018).Verklarende factoren met betrekking tot de stijging van het aantal invaliden werknemersregeling en regeling voor zelfstandigen (2007-2016).; RIZIV (2017). Statistieken over de invaliditeit van werknemers en werklozen in 2017. De Standaard (19/3/2019). Vrouwen zijn vaker langer ziek en het is gissen naar de reden waarom.
  6. RIZIV (2018).Verklarende factoren met betrekking tot de stijging van het aantal invaliden werknemersregeling en regeling voor zelfstandigen (2007-2016).; RIZIV (2017). Statistieken over de invaliditeit van werknemers en werklozen in 2017. Jan Denys (2021). België is ziek. Op zoek naar de oorzaken van de sterke stijging ziekte en invaliditeit in België 2010-2019.
  7. Stichting Innovatie en Arbeid (november 2019). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 – Werknemers. SERV.
  8. Stichting Innovatie en Arbeid (februari 2020). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 – Zelfstandige ondernemers. SERV.
  9. In 2019 had 15,2% van de werknemers met een zware arbeidshandicap, 32,9% van de werknemers met een beperkte arbeidshandicap en 54,1% van de werknemers zonder arbeidshandicap, een werkbare job. Stichting Innovatie en Arbeid (maart 2021). Arbeidshandicap en werkbaar werk bij werknemers. SERV.
  10. Commissie Diversiteit (25 november 2020). Re-integratie van arbeidsongeschikten met een RIZIV-uitkering. SERV.; SERV (15/3/2021). Visienota re-integratie langdurig zieken.
  11. Knaeps, J. (2013). Werk Werkt! Werkschrift 5. GTB. Gent.; Godderis, L. (2017). Gezond (op het) werk(t)!, Leuven. De Wereld Morgen (2020). 'Terug naar werk maar niet terug naar vroeger'. Opinie en Webinar (2020). 'Na V(irus) komt W(erk)'. Brussel. Podcast (2019). 'In de grijze zone met prof. Lode Godderis'.
  12. IDEWE en Acerta (oktober 2019). Webinar, Re-integratie, ervaringen van een arbeidsarts en een jurist.
  13. 80% van de werknemers die 6 weken of langer afwezig waren vragen dan ook hulp bij hun werkhervatting. Godderis, L. (2017). Gezond (op het) werk(t)!, Leuven.
  14. Visienota Vlaams actieplan re-integratie (langdurig) zieken (12/2/2021). p.7 ; Federaal regeerakkoord (20/9/2020). p. 39. De Standaard (29/1/2021). Langdurig zieken, langdurig probleem.
  15. Trends (28/2/2021). Waarom het aantal langdurig zieken blijft stijgen.
  16. Commissie Diversiteit (25/11/2020). Re-integratie van arbeidsongeschikten met een RIZIV-uitkering. SERV. SERV (15/3/2021). Visienota re-integratie langdurig zieken.
  17. 73% gaat na een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting opnieuw aan het werk, 87% van die groep is aan de slag bij de eigen werkgever. 42% gaat na een formeel re-integratietraject opnieuw aan het werk, 31% van die groep is aan de slag bij de eigen werkgever. Boets, I., Godderis, L. (2020). Evaluatie van de impact van de nieuwe reglementering op de re-integratie op het werk. KU Leuven.
  18. In 2019 werden 32.076 formele re-integratietrajecten voor werknemers opgestart voor heel België. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2017, toen er 15.000 trajecten werden opgezet. Tegelijkertijd blijft dit aantal laag in het licht van de grootte van de doelgroep. Co-prev.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 49 tot 54