Abonneer Log in

Gunnersmentaliteit: voor elkaar - met elkaar

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 22 tot 27

De onvoorspelbaarheid van de pandemie maakt het moeilijk om nu al met zekerheid te weten wanneer dat rijk van de vrijheid terug zal zijn. Tot dan blijven we best solidair voor elkaar zorgen. Die solidariteit is soms lastig vol te houden, maar het is tegelijk het enige waaraan we ons kunnen optrekken.

SOLIDARITEIT IN TIJDEN VAN CORONA

Hoe de sociale zekerheid ons behoedde voor erger
Olivier Pintelon
De comeback van voedselhulp als armoedebestrijdingsstrategie
Caroline Vandekinderen
De verborgen impact van Covid-19
Kathleen Van Den Daele
Gunnersmentaliteit: voor elkaar - met elkaar
Patrick Loobuyck
Naar een vaccinatiestrategie die niemand achterlaat
David de Vaal en Henk Van Hootegem

Jongeren voorrang geven in de vaccinatiecampagne, had une fausse bonne idée geweest.

Het is verdedigbaar dat mensen die ingeënt zijn al iets eerder van bepaalde vrijheden mogen genieten.

Dat is alvast één van de dingen die me zal bij blijven van de coronacrisis: de hele inspanning was er een van wederkerigheid en solidariteit. In goede en kwade dagen probeerden we de risicobeperkende maatregelen na te leven om kwetsbare mensen te beschermen en de volksgezondheid niet verder in gevaar te brengen. Mondmaskers, afstandsregels, thuiswerken, sluiting van de horeca, het beperken van sociale contacten en de quarantaineregels – dit alles was er niet in de eerste plaats op gericht om onze eigen gezondheid veilig te stellen maar om die van anderen te beschermen én om de werking van de ziekenhuizen en afdelingen intensieve zorg voor iedereen te kunnen blijven garanderen. Daar werd dan weer met man en macht opgeschaald en samengewerkt. Het zorgpersoneel gaf maandenlang en soms met de moed in de schoenen het beste van zichzelf.

VRIJHEID EN WEDERKERIGHEID

De crisis heeft ons opnieuw goed doen aanvoelen op welke opvatting van vrijheid ons samenlevingsmodel gebaseerd is. Vrijheid is niet 'doen wat je wil'. Mijn vrijheid is steeds verbonden met die van de ander. Geen vrijheid zonder wederkerigheid. Net zoals de overheid mijn vrijheid mag beperken als ik dronken achter het stuur kruip, mag ze ook mijn vrijheid beperken als ik de gezondheid van anderen in gevaar zou brengen. In een vrije en open samenleving kan de overheid dwingend optreden om anderen te beschermen, met name ook tegen een schadelijk virus. Er kan worden gediscussieerd over de timing, efficiëntie en proportionaliteit van verschillende maatregelen, maar ze waren wel gebaseerd op een morele logica en hadden een legitiem doel: het beschermen van de kwetsbare groepen en de volksgezondheid.

We deden het overigens niet alleen voor elkaar, maar noodzakelijk ook met elkaar. Iedereen moest zijn steentje bijdragen. Als te veel mensen onvoorzichtig zouden zijn, konden we de epidemiologische situatie niet onder controle krijgen. Zeker de jongeren die zelf weinig kans hadden om zwaar ziek te worden of te overlijden, hebben veel opgeofferd om het virus mee te helpen indammen. We moesten er samen door – er was geen andere optie. De schade die mensen, met name ook jongeren, hierdoor hebben geleden, moet adequaat worden opgevolgd.

IEDEREEN MOET STEENTJE BIJDRAGEN

Ook de vaccinatiecampagne is gebaseerd op wederkerigheid en solidariteit. Wie zich laat vaccineren, doet dat niet alleen voor zichzelf. Vaccinatie, zeker van de niet-risicogroepen, staat vooral in het teken van de zorg voor anderen. Wie ingeënt is, beschermt zichzelf tegen ziekenhuisopname en als voldoende kwetsbare mensen zijn ingeënt, kunnen ziekenhuizen opnieuw voor iedereen normaal gaan functioneren. Vaccinatie zorgt er echter ook voor dat we het virus in veel mindere mate overdragen, waardoor we andere mensen beschermen en bijdragen aan de volksgezondheid. De vaccinatiecampagne is niet (alleen) gebaseerd op eigenbelang, maar vooral op solidariteit. We doen het voor elkaar.

Maar we doen het ook noodzakelijk samen, met elkaar. We bereiken de verhoopte groepsimmuniteit alleen als voldoende mensen zich laten vaccineren. Een vaccinatiegraad van veertig procent levert niets op. Jongere mensen die niet tot de risicogroep behoren, hebben minder redenen om zich in te enten om zichzelf te beschermen dan ouderen. Maar hun vaccinatie is wel nodig om tot groepsimmuniteit te komen.

Vanuit dit perspectief stelt diegene die zich niet wil laten inenten zich niet solidair op. Ze gedragen zich als free-riders die straks wel zullen meegenieten van de groepsimmuniteit maar er zelf niet willen aan bijdragen. Niet iedereen die vandaag tot de vaccinatietwijfelaars behoort en het vaccin weigert, behoort tot de zogenaamde antivaxbeweging. Er spelen verschillende overwegingen die maken dat mensen niet overtuigd zijn. De groepsimmuniteit houdt echter geen rekening met de redenen waarom mensen zich niet laten inenten. Er zal pas groepsimmuniteit zijn, als de vaccinatiegraad voldoende hoog is.

De overheid heeft er terecht voor gekozen om vaccinatie niet te verplichten. Het is echter volstrekt legitiem dat de overheid (gerichte) campagnes uitrolt om mensen te informeren, te sensibiliseren en van het belang van vaccinatie te overtuigen. Hoever de overheid met die vaccinatiedrang moet gaan, is voer voor discussie en afhankelijk van de vaccinatiebereidheid van de bevolking.

Dagelijks wordt in de vaccinatiecentra overigens gerekend op de inzet van vele vrijwilligers. Zij zorgen voor een vriendelijke ontvangst en een efficiënte werking. De vaccinatiecampagne is ook in dat opzicht een uiting van solidariteit en zorg voor elkaar.

KWETSBAREN EERST

Ook de vaccinatievolgorde is gebaseerd op solidariteit. Er waren verschillende strategieën denkbaar om die te bepalen. Loting bijvoorbeeld. Dat zou echter alleen rechtvaardig zijn als er geen zinvolle criteria denkbaar waren. Men had ook een markt- of veilingsysteem kunnen overwegen. Dat zou echter geen goed idee zijn, want dan zouden rijken sneller aan de beurt komen dan anderen. Dat is onrechtvaardig. Toch is dit grotendeels wat er op wereldvlak gebeurt. Daar oogt het solidariteitsplaatje veel minder fraai.

Ook het 'first come first serve'-principe is onbevredigend. Mensen die de macht hebben om vooraan in de rij te gaan staan, zouden worden bevoordeeld. Dat voelt opnieuw onrechtvaardig. Kijk maar naar de vele verontwaardigde reacties toen de burgemeester van Sint-Truiden, Veerle Heeren (CD&V), begin mei 2021 moest toegeven dat ze al in maart gevaccineerd was en ook andere mensen in haar omgeving voorrang had gegeven.

De virologische logica biedt wel zinvolle overwegingen om de vaccinatievolgorde te bepalen. Deze logica kan twee kanten op. Eerst de mensen vaccineren die het virus het meest verspreiden of eerste de mensen vaccineren die het meest kwetsbaar zijn bij besmetting. In het eerste geval krijgen jongeren en de actieve bevolking voorrang om zo de verspreiding van het virus in te dammen. Dat is grotendeels de keuze die China heeft gemaakt. In het tweede geval krijgen oudere en zieke mensen voorrang om zo het aantal overlijdens, ernstig zieken en ziekenhuisopnames te verminderen. Dat is de keuze die veel Europese landen hebben gemaakt.

Vanuit het perspectief van de solidariteit en de aandacht voor de zwaksten is dat inderdaad de meest ethische keuze. België heeft er daarom voor gekozen om de woonzorgcentra allereerst te vaccineren. Daarna kwam het zorgpersoneel, de 85-plussers, de 65-plussers en de mensen die kwetsbaar zijn door een andere aandoening. Pas daarna kwam de rest van de bevolking aan de beurt. Door in te zetten op de bescherming van kwetsbare mensen, worden ook de ziekenhuizen ontlast – wat in het voordeel is van iedereen die bij ziekte of een ongeval naar het ziekenhuis moet.

Er heeft ook een logistieke logica gespeeld. Er werd gezocht naar de meest efficiënte uitrol van de vaccinatie. Daarom werden in de woonzorgcentra de bewoners én het personeel op hetzelfde moment gevaccineerd, en heeft men in ziekenhuizen en zorgvoorzieningen vaak alle personeel tegelijk gevaccineerd zonder een onderscheid te maken tussen administratie en eerstelijnszorg.

In België had men om logistieke redenen er kunnen voor kiezen om eerst het ziekenhuispersoneel te vaccineren en pas in tweede instantie de vele en verspreid gelegen woonzorgcentra. Deze keuze heeft België niet gemaakt. Het ethisch-virologisch uitgangspunt heeft het hier gehaald op het logistieke.

KANONNENVLEES

Een derde aanvaardbare logica is gebaseerd op het besmettingsrisico. Dat is de reden waarom het zorgpersoneel voorrang kreeg. Men had kunnen overwegen om ook andere essentiële functies die besmettingsrisico's met zich meebrengen voorrang te geven. Dat was oorspronkelijk het plan, maar het beleid is daar begin februari 2021 vanaf gestapt. De overheid baseerde zich voor die beslissing op een gezamenlijk advies van werkgevers en werknemers en op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk. Zij waren geen vragende partij om een onderscheid te maken en bepaalde beroepen voorrang te geven. Door alle beroepen gelijk te behandelen wilde men het opbod, getouwtrek en gelobby vermijden.

De Vlaamse overheid heeft uiteindelijk beslist om enkel de politiediensten die betrokken zijn bij interventies voorrang te geven. De Vlaamse minister van Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), vroeg meermaals, maar zonder succes, om ook het onderwijzend personeel voorrang te geven. Hij kreeg hiervoor steun van Lieven Boeve, de directeur-generaal van het katholiek onderwijs, en van de vakbonden. 'Leerkrachten zijn geen kanonnenvlees. Als ze zeggen dat het onderwijs een prioriteit is, dan moeten ze dat waar maken met daden' – zo klonk het daar.

JONGEREN EERST?

Tot slot was het denkbaar dat men zou uitgaan van een maatschappelijke nood. Zo verscheen er begin februari 2021 een open brief waarin door volwassenen werd opgeroepen om jongeren na de 65-plussers voorrang te geven in de vaccinatiecampagne. De brief was ondertekend vanuit diverse sectoren uit het veld. 'We begrijpen jullie, jongeren. En net zoals jullie op de bus jullie plaats afstaan voor ouderen, zijn wij nu bereid om onze plaats af te staan voor jullie.' Ook Marc Van Ranst gaf te kennen dat hij dat een goed idee vond.

Jongeren voorrang geven in de vaccinatiecampagne, had une fausse bonne idée geweest.

Het is echter une fausse bonne idée. Het veronderstelt dat mensen die ingeënt zijn meer vrijheid zouden krijgen dan anderen. Zoniet, heeft het weinig zin om jongeren voorrang te geven. Dat principe was op het moment van die brief echter helemaal niet afgeklopt. Wel integendeel. 'Samen uit - samen thuis' was het devies.

Ook los daarvan zou het onverstandig geweest zijn om jongeren voorrang te geven. Mensen tussen de 45 en 65 jaar komen nog beduidend meer in het ziekenhuis terecht en hun kans op overlijden is een stuk groter dan bij jongeren. Elk vaccin dat naar de groep 45-65 jaar gaat, beschermt niet alleen een individu, maar verkleint ook de potentiële druk op de ziekenhuizen. Hoe groot de nood ook was bij jongeren, het was verdedigbaar om ouderen voorrang te geven. De bescherming van die oudere groep en de daaraan gekoppelde ontlasting van de zorgsector zal bovendien vanzelf naar de bevrijding van iedereen leiden – dus ook die van de jongeren.

GUNNERSMENTALITEIT

Omdat het onmogelijk is om iedereen tegelijk te vaccineren, ontstaat er een tweedeling. Een groep is gevaccineerd, een andere heeft daar de kans nog niet toe gekregen. Er is me vaak gevraagd of vaccinatie een relevant verschil kan zijn om mensen anders te behandelen. Mijn antwoord is: ja. Uit onderzoek blijkt immers dat wie gevaccineerd is, nauwelijks nog besmettelijk kan zijn. Het vaccin beschermt niet alleen onszelf, maar ook onze omgeving. Mensen die gevaccineerd zijn, zijn nauwelijks nog een gevaar voor elkaar.

Nu de woonzorgcentra zijn ingeënt, kunnen er dus tijdelijk en intern minder strenge regels van toepassing zijn dan in de rest van de samenleving. Bewoners kunnen weer samen eten, elkaar op de kamer en in het cafetaria opzoeken, en deelnemen aan groepsactiviteiten. Niemand hoeft zich daarover schuldig te voelen. Mensen die hun vrijheid terugkrijgen, maken geen gebruik van valse privileges, maar keren terug naar het normaal.

Wie gevaccineerd is, moet in principe ook niet meer op dezelfde manier de test- en quarantaineregels volgen. Als men daar toch aan vasthoudt, maakt men zich schuldig aan 'omgekeerde discriminatie': mensen die nauwelijks nog besmettelijk zijn, moeten regels volgen die gemaakt zijn voor mensen die wel erg besmettelijk kunnen zijn. Dat is niet fair.

Idealiter gaat een samenleving voor iedereen tegelijk opnieuw open. Maar het is verdedigbaar dat mensen die ingeënt zijn al iets eerder van bepaalde vrijheden mogen genieten. Daar moeten we niet jaloers op zijn.

Het is verdedigbaar dat mensen die ingeënt zijn al iets eerder van bepaalde vrijheden mogen genieten.

Sommigen merken op dat de ouderen, die eerst in aanmerking zijn gekomen voor vaccinatie, nu maar eens solidair moesten zijn met de jongeren. Ik vind het een vals argument. Want waar jongeren wel levens konden redden door solidair de maatregelen te volgen, wordt hun leven er niet beter op wanneer hun gevaccineerde oma onnodig in haar vrijheid zou worden beperkt. Het zou een symbolische solidariteit zijn, waar niemand beter van wordt.

CORONAPAS

In de VS, Israël en Duitsland krijgen gevaccineerden ook in de publieke ruimte meer vrijheden. Dat kan verdedigbaar zijn: mensen die geen gevaar meer zijn voor anderen, moeten niet langer in hun vrijheid beperkt worden. Er valt echter ook iets te zeggen om in de huidige overgangsperiode een onderscheid te maken tussen de publieke en de private sfeer. Zo kunnen mondmasker-en afstandsregels in het park, op het openbaar vervoer en in warenhuizen voor iedereen blijven gelden, terwijl gevaccineerden in de private sfeer wat meer vrijheid krijgen. In de publieke ruimte stelt zich immers het probleem van handhaving en controle. Het is moeilijk werkbaar om er voortdurend het onderscheid te maken tussen wie gevaccineerd is en wie niet.

Om sociale verdeeldheid te vermijden, kan er voor bepaalde activiteiten en diensten ook met een coronapas gewerkt worden die niet alleen groen kleurt voor gevaccineerden, maar ook voor mensen met een negatief testbewijs en mensen die immuniteit kunnen aantonen omdat ze Covid-19 doorlopen hebben.Als deze drie criteria worden gebruikt en het testmateriaal heel toegankelijk wordt gemaakt, vervalt in principe het discriminatie-argument. Denemarken werkt al sinds 6 april 2021 met zo een coronapas in functie van het veilig heropenen van kappers, horeca en culturele evenementen. Oostenrijk doet dat vanaf 19 mei 2021. Ook Nederland is van plan om in verregaande mate met testbewijzen te werken. Op 11 mei 2021 werd het voorstel aangenomen door de Tweede Kamer, het debat en de stemming in de Eerste kamer vond plaats op 25 mei 2021.

De EU is op haar beurt bezig met de uitwerking van een 'digitaal groen certificaat'. Het zou mensen die gevaccineerd zijn, immuniteit hebben door ziekte of negatief testen de mogelijkheid geven om te reizen zonder bijkomende test- en quarantaineregels. Ook de toegang tot de EU zou aan dezelfde voorwaarden verbonden zijn. De Europese landen werken op die manier samen om elkaars volksgezondheid mee te helpen beschermen én zoveel mogelijk mensen toch de vrijheid te geven om gemakkelijk en veilig te reizen. Een verdedigbare keuze.

1 PLOEG VAN 11 MILJOEN

België zal voor het reizen met het Europees certificaat werken, maar mogelijks krijgt de coronapas ook een toepassing bij grote evenementen. Dit is alvast wat minister van Volksgezondheid, Frank Vandenbroucke (Vooruit), op zondag 9 mei 2021 aankondigde in De zevende dag. Of het zover komt, zullen we moeten zien.

Volgens tegenstanders staat het werken met testbewijzen of een coronapas haaks op het idee van solidariteit zoals dat wordt uitgedragen in de Belgische campagne '1 ploeg van 11 miljoen'. Je kunt het echter ook anders bekijken. Testbewijzen en een coronapas zijn middelen om op een veilige manier een aantal activiteiten voor iedereen te heropenen en zodoende voor elkaar te blijven zorgen. Er zijn allerlei morele kwesties die men goed in het oog moet houden, zoals het respect voor de privacy en de persoonlijke gegevens, de fraudegevoeligheid, de tijdelijkheid, de toegankelijkheid en kostprijs van de testen. Deze overwegingen sluiten echter niet uit dat testbewijzen en een coronapas onderdeel kunnen zijn van een beleid om solidair en veilig de overgang te maken naar een post-coronatijdperk waarin, als alles goed gaat, er geen extra maatregelen meer van toepassing zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 22 tot 27