Abonneer Log in

Hoe de sociale zekerheid ons behoedde voor erger

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 6 tot 8

Een krimp met maar liefst 6,4%, een kwart miljoen banen bedreigd, tijdelijk werklozen en zelfstandigen die zowat een derde van hun inkomen in rook zagen opgaan. De coronapandemie deed de Belgische economie op haar grondvesten daveren. Maar weet je, het kon allemaal veel erger. Onze sociale zekerheid behoedde ons voor erger. Dit stuk reconstrueert hoe onze sociale bescherming de economie door het oog van de storm loodste.

Om te beginnen, zonder expliciete politieke beslissing, maar door 'automatisch' steun te verlenen aan wie inkomensverlies lijdt. De economie bleef draaien … gewoon door de spelregels toe te passen. Denk aan uitkeringen voor wie (tijdelijk) werkloos wordt, of aan het overbruggingsrecht voor zelfstandigen (een tijdelijke uitkering bij – gedeeltelijke – sluiting van de zaak). Geen nieuw beleid, maar tot volwassendom gekomen takken van onze sociale bescherming. Economen zien de sociale zekerheid als een 'automatische stabilisator', een hyperefficiënte schokdemper bij economisch onweer. De reden ligt voor de hand: de sociale uitkeringen komen per definitie terecht bij wie inkomensverlies lijdt. Volgens een onderzoek van Duitse economen is een automatische stabilisator als de sociale zekerheid effectiever dan bijkomende steunpakketten, in het jargon: 'fiscale stimuli'.

Een land als de Verenigde Staten kent geen sterk uitgebouwde sociale zekerheid. Noodgedwongen moeten politici de economische motor aan de praat houden via allerlei stimuli. President Biden kondigde in maart nog een reddingsplan ter waarde van zowat 2 biljoen dollar aan, voor alle duidelijkheid dat is een getal met twaalf nullen. Fiscale stimuli zijn doorgaans minder efficiënt, omdat ze ook terechtkomen bij wie geen inkomensverlies lijdt. Uitkeringen worden grotendeels geconsumeerd, het geld uit de steunpakketten blijft vaak op een spaarrekening plakken. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat België het er beter van af bracht dan pakweg het Verenigd Koninkrijk. Over het Kanaal kromp de economie met net geen dubbele cijfers. Laat er geen misverstand over bestaan, tijdens een diepe economische crisis zijn bijkomende steunpakketten een must. Landen met een genereuze sociale bescherming hebben evenwel een streepje voor.

Landen met een genereuze sociale bescherming hebben een streepje voor.

Daarnaast zette ook de politiek alle zeilen bij. De geldkraan ging wagenwijd open. Veel van dat geld vloeide rijkelijk via de geijkte kanalen van de sociale zekerheid. De politiek versoepelde de toegang tot de tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht. De generositeit van de uitkeringen ging er op vooruit. Tijdelijk werklozen genoten voortaan 70 in plaats van 65% van hun vroeger (geplafonneerd) loon en velen onder hen ontvingen begin dit jaar een bijkomende premie van minimaal 150 euro bruto. De politiek 'bevroor' bovendien de 'degressiviteit' van de werkloosheidsuitkeringen. In mensentaal, reguliere werklozen zien hun uitkeringen (tijdelijk) niet langer dalen naarmate ze langer werkloos zijn. Naast werknemers en zelfstandigen passeerde ook de bedrijfswereld langs de kassa van de sociale zekerheid. Politici verlaagden hun sociale zekerheidsfactuur. In gesloten sectoren als horeca, cultuur, recreatie of sport kregen ondernemingen automatisch uitstel van betaling van sociale bijdragen. De reissector verkreeg een heel jaar vrijstelling van sociale bijdragen, de evenementen- en hotelsector moesten zich tevreden stellen met een vrijstelling voor vijf werknemers gedurende een of twee kwartalen. Ondertussen zitten, in het kader van de economische relance, nieuwe steunmaatregelen via de sociale zekerheid in de pijplijn. Kortom, tijdens de coronadip speelt die sociale zekerheid allerminst een figurantenrol.

De keerzijde van de medaille? De economie stabiliseren vraagt geld, veel geld. Parallel met de steunpolitiek liep het 'tekort' in de sociale zekerheid al even 'automatisch' op. In 2020 liep dat 'deficit' op tot ruim 10 miljard euro, een absoluut record. In theorie hoeft dat geen probleem te zijn. De federale overheid past via de zogenaamde 'evenwichtsdotatie' automatisch bij om de rekening te doen kloppen. De achterliggende filosofie ligt voor de hand. Als de sociale zekerheid automatisch de economie stabiliseert, dan moet de overheid ook eventuele tekorten aanzuiveren, als dank voor bewezen economische diensten. De evenwichtsdotatie wordt nu evenwel kunstmatig opgeblazen, waardoor de sociale zekerheid op termijn het kind van de rekening dreigt te worden. Enerzijds wordt de bijkomende coronasteun niet gecompenseerd door een specifieke overheidsdotatie. Anderzijds vertoonde de financiering van de sociale zekerheid al pre-corona serieuze gaten. De reden? De steun- en tewerkstellingspolitiek van de verschillende overheden gebeurt op kosten van de sociale zekerheid. Een toonvoorbeeld is de taxshift, de omvangrijke bijdragekortingen die de regering-Michel in 2016 invoerde. De regering toen compenseerde niet het volledige kostenplaatje en rekende zich rijk door te speculeren op – hoe kan het ook anders –terugverdieneffecten. Volgens voorlopige prognoses blijft de evenwichtsdotatie ook de komende jaren hoog. Dat is niet zonder gevaar. Rechtse politici kunnen het 'tekort' in de sociale zekerheid aangrijpen als excuus voor besparingen. Het zou cynisme ten top zijn, aangezien net de politiek aan de basis ligt van dat deficit.

Hoog tijd om werk te maken van een structurele herfinanciering.

Tijdens de coronacrisis toonde onze sociale zekerheid zich eens te meer de ultieme rots in de branding. De sociale bescherming was enerzijds een automatische stabilisator, anderzijds een doorsluis voor economische steun. Toch dreigt de sociale zekerheid uiteindelijk het kind van de rekening te worden. Hoog tijd om werk te maken van een structurele herfinanciering. De drie inkomstenbronnen van de sociale zekerheid – de sociale bijdragen, de alternatieve financiering en de overheidsdotatie – moeten worden versterkt en verbreed. Zoniet loert politieke recuperatie van de hoge evenwichtsdotatie om de hoek.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 6 tot 8