Abonneer Log in

Het Stemrecht voor elkeen

Samenleving & Poëzie

Emiel Moyson (Gent,1838 - Luik, 1868) was een Belgisch dichter en voorvechter van zowel de Vlaamse Beweging als de arbeidersbeweging. Moyson woonde in juni 1857 voor het eerst een bijeenkomst bij van de Broederlijke Maatschappij der Wevers, de eerste vakbond in België, dat datzelfde jaar op 4 maart gesticht was. Emiel ontpopte zich al snel tot de eerste 'organische' intellectueel in de arbeidersbeweging. Moyson stopte in 1858 zijn studie en verhuisde naar Brussel waar hij onder meer lid werd van Vlamingen Vooruit, een vereniging van 'voorstanders van een eerlijke en rechtzinnige uitvoering van de Belgische grondwet' op Vlaams en sociaal gebied. Moyson trad toe tot het Vlaamsch Verbond en werd lid nummer 37 van de afdeling van de Eerste Internationale. Hij ijverde tegen het coalitieverbod (oprichting van vakbonden), tegen het lotingsysteem, voor coöperatieven, algemeen kiesrecht en verplicht onderwijs in de volkstaal en steunde Lincoln, Juarez en Garibaldi. Een door tuberculose ondermijnde Moyson stierf op 1 december 1868 op dertigjarige leeftijd bij zijn broer te Haut-Prez nabij Luik. Na zijn dood ontstond een ware Moysoncultus. Edward Anseele schreef een biografische roman over hem (Voor't volk geofferd, 1880), Virginie Loveling vertelde in de novelle Nopken (1907) over een ontmoeting met Moyson. Verscheidene Belgische verbonden van de Socialistische Mutualiteiten werden naar hem vernoemd.

Mijn heere Frère, o zegt, toen uwe moeder,
de poortieres, u wiegde op haren schoot,
voorzag zij wel dat ge eens uw' armen broeder,
den werkmanszoon, verachten zoudt zoo snood?

Gij die niet vreest 't gepeupel uit te dagen,
herinnert u de lessen van 't verleèn...
Men zal 't wel nemen zonder 't u te vragen,
het stemrecht voor elkeen!

't Duurt reeds zoo lang, het rijk der advocaten,
der geldbarons, der dweepers dwing'landij, -
den kleinen man, dien laten zij maar praten,
maar zijn belang blijft steeds bij hen ter zij:

behendig om voor 't kiezerskorps te liegen,
zorgt elk aan 't roer voor zijn profijt alleen...
Wat zullen al die koordendansers vliegen
door 't stemrecht voor elkeen!

Gewenschte tijd - o moge ik hem beleven! -
als eind'lijk 't Volk, van zijne macht bewust,
zal opstaan om den laatsten schop te geven
in 't wagg'lend kraam dat op den cijns berust!
Ziet gij hem niet reeds in de verte klaren,
den schoonen dag dat alleman te been,
voor de eerste maal zijn' wil zal openbaren
door 't stemrecht voor elkeen?

Het was de droom van een'ge vreemde joden
ons vadererf te schoeien naar hun' leest:
't soldatenspel en al de Fransche moden,
die moesten hier vervangen d'ouden geest...
't werd al ontvlaamscht om Vlaand'ren uit te zuigen...
't partijgeweld verdeelde onz' Zustersteen...
- Komt, redt ons, komt en werpt 't verraad in duigen,
o stemrecht voor elkeen!