Abonneer Log in

De strijd tegen extreemrechts moet worden opgevoerd

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 9 (november), pagina 34 tot 39

Extreemrechts investeert al decennia met succes in een metapolitieke verspreiding van zijn denkbeelden. De bestrijding ervan veronderstelt een gevecht op verschillende fronten, met heel veel bondgenoten. Verzet en mobilisatie zijn sleutelbegrippen voor het pas opgerichte Het Observatorium.

De afgelopen jaren hebben zo'n twintigtal Belgische rechtsextremisten een militair trainingskamp in het buitenland gevolgd.

Met de ontmanteling van Unia voert de Vlaamse regering het eerste artikel van het beruchte 70-puntenplan van het Vlaams Blok uit.

Het ABVV is alvast van plan om de strijd tegen extreemrechts op te voeren.

Sinds midden augustus 2021 informeert Het Observatorium (HO) dagelijks over alle hedendaagse vormen van fascisme en rechtsextremisme zowel in België als internationaal. Het initiatief lanceerde hiervoor een website en communiceert eveneens via sociale media als Twitter en Facebook. In een latere ontwikkelingsfase mag het publiek andere informatiedragers en initiatieven verwachten, maar alvorens te rennen is het nodig te leren stappen.

DESKUNDIG, SEREEN EN ANONIEM

Het Observatorium doet dit anoniem. Die keuze kan opmerkelijk bevonden worden en zelfs vragen oproepen, maar is doordacht. Twee vaststellingen liggen er aan de basis van.

Ten eerste leven we – niet in het minst door de sociale media – in een narcistische wereld waar regelmatig meer aandacht gewijd wordt aan de boodschapper dan aan de boodschap. Scroll er sociale media even op na en zie hoe talloze mensen schreeuwen om aandacht, opiniemaker of influencer trachten te worden, … Vaak herkneden ze hun boodschap om toch maar vlotter 'opgepikt' te worden. Omgekeerd wordt door bepaalde media wel eens teruggegrepen naar bekende mensen om hun mening te vragen over onderwerpen waarover ze allerminst deskundig zijn. Ze worden gevraagd omdat ze bekend zijn.

De materie die wij onder de aandacht van een zo breed mogelijk publiek willen brengen – de dreiging van rechtsextremisme – achten we zo belangrijk en ernstig dat elk individualistisch streven ervoor moet wijken. Daarom kiezen we voor een formule van anoniem collectief werk. Wie op zoek is naar roem en sensatie, mag onze deur voorbij lopen en elders aankloppen. Onze anonimiteit moet ons ook helpen om nieuws, analyses en zelfs opinies op een ernstige en serene manier te brengen. De feiten blootleggen en ze brengen zoals ze zijn, is al spectaculair genoeg. Bovendien stelt die anonimiteit ons in staat collectief te werken. Vele van onze bijdragen zijn de vrucht van samenwerking.

We streven naar kwaliteitsvolle inhoud en zullen daar streng over blijven waken. Dat we erin slagen als deskundigen van verschillende disciplines samen te werken en onze ego's naar het absolute achterplan te drukken, vormt de sleutel van de ontwikkeling van Het Observatorium. Op onze sociale media is er uiteraard geen ruimte voor scheldpartijen. Minimale beleefdheidsregels zijn noodzakelijk om een beschaafd en democratisch debat te stimuleren.

Maar er is ook een tweede reden waarom we voor strikte anonimiteit kiezen. En ook dat heeft alles te maken met de aard van het onderwerp waarover we ons buigen en dat we bestrijden: het rechtsextremisme. Dat kent verschillende gedaanten maar is alleszins gevaarlijk. We berichtten al over pogingen tot én over daadwerkelijke aanslagen in het buitenland. Ook in ons land tellen we individuen en groepen die bereid zijn tot geweld over te gaan en zich daar vandaag op voorbereiden. Onze anonimiteit moet ons in staat stellen om nauwkeurig én veilig te werken. Het mikpunt van een online trollenleger zijn, geïntimideerd, beschimpt en beledigd worden… het is zeer erg. Nog erger is belaagd en bedreigd worden. Wie van mening is dat we hier overreageren moet maar eens te rade gaan bij tal van onderzoekers die over rechtsextremisme publiceerden of bij activisten en daarvoor geïntimideerd en bedreigd werden. Of vraag het eens aan virologen en epidemiologen die in volle coronapandemie met de dood bedreigd werden omdat ze hun – wetenschappelijk – werk deden.

EXTREEMRECHTSE INFORMATIE-EXPLOSIE

Extreemrechts investeert al decennia met succes in een metapolitieke verspreiding van zijn denkbeelden. Het is zowel in Vlaanderen als internationaal behoorlijk georganiseerd. Extreemrechts overheerst vandaag op sociale media. Op 13 oktober 2021 werd de extreemrechtse activiste Vanessa N. (35) uit Herentals veroordeeld voor het verspreiden van racistische en antisemitische video's en memes. Ze kreeg een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 320 euro. De veroordeling is een belangrijk precedent in de strijd tegen extreemrechtse onlinehaat. Het is immers de eerste in zijn soort. Vannesa N. was niet aan haar proefstuk toe. Samen met haar partner heeft ze een lange staat van dienst binnen het Vlaams Belang.

Extreemrechtse denkbeelden worden hoe langer hoe meer genormaliseerd en versterkt door de massamedia, die zich daarvan weinig bewust lijken. Omdat radicaalrechtse partijen – die in wezen dezelfde boodschap uitdragen – hoge electorale toppen scheren, zetels en mandaten behalen, toetreden tot raden van bestuur van openbare instellingen, voelen zowat alle media in Vlaanderen zich verplicht deze boodschappen een forum te geven.

De extreemrechtse informatie-explosie zorgt voor een context van waarheidsvervaging en leidt tot een ethisch vacuüm. Zo nemen ondertussen miljoenen mensen wereldwijd de ronduit waanzinnige complottheorieën van QAnon voor waar aan. In het kielzog daarvan geraakt men er van overtuigd dat 'de Vijand' of 'het Kwade' aan de macht is. We evolueren stilaan naar een dusdanige polarisering dat middenposities niet meer getolereerd worden. Het roept onvermijdelijk nare herinneringen op aan de waarheidsvervaging die tijdens het interbellum voor zoveel leed en onheil zorgde.

OORLOGSTRAINING EN BEWAPENING

Velen sussen zich met de gedachte dat de radicaalrechtse partijen publiekelijk geweld afzweren. Maar tegelijkertijd ontwikkelt zich in de schaduw van deze partijen, in de onderbuik, in de onmiddellijke periferie een georganiseerd rechtsextremisme dat het geweld helemaal niet schuwt. De meest militante aanhangers zetten een actieve stap in de richting van oorlogstraining en bewapening.

Toenmalig minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), verklaarde in juni 2020 in het parlement dat de afgelopen jaren zo'n twintigtal Belgische rechtsextremisten een militair trainingskamp in het buitenland hebben gevolgd. Het gros van die trainingskampen zou plaatsvinden in Oost-Europa en Rusland. Bovendien heeft iemand als Tomas Boutens – een ex-militair en veroordeelde terrorist - een heldenstatus in rechtsextremistische middens. Op 15 oktober 2021 organiseerde hij een infodag in een poging om uit te groeien tot de grootste neofascistische organisatie in Vlaanderen.

De afgelopen jaren hebben zo'n twintigtal Belgische rechtsextremisten een militair trainingskamp in het buitenland gevolgd.

Of wat hebben we geleerd van de diefstal van oorlogswapens uit een militair munitiedepot door een gekende rechtsextremist die een viroloog met de dood had bedreigd? Een wandeling op de IJzerwake – de jaarlijkse van de IJzerbedevaart afgescheurde manifestatie – spreekt boekdelen. Mandatarissen van de radicaalrechtse partij frequenteren er de meer gewelddadige groepen, zoals de leden van deze groepen ook vaak wel ergens nog een lidkaart hebben van de radicaal rechtse partij in kwestie.

INFILTRATIE IN HET MILITAIRE APPARAAT

Extreemrechts slaagt er in om te infiltreren in het militaire apparaat, de veiligheidsdiensten, de politie en de gerechtelijke instanties. Deze evolutie is niet alleen in België aan de gang, maar ook in de buurlanden.

In Duitsland werd vorig jaar de tweede compagnie van de 'Kommando Spezialkräfte', een special force elite-eenheid, opgedoekt omwille van rechtsextremistische sympathieën en activiteiten. De compagnie telde naar schatting 300 soldaten. Volgens het weekblad Die Zeit had de Duitse militaire inlichtingendienst (MAD) begin vorig jaar zo'n 1.173 rechtsextremistische militairen in het vizier.

In Frankrijk publiceerde het rechts-conservatief weekblad Valeurs Actuelles begin dit jaar een open brief van een twintigtal generaals, een honderdtal hoge officieren en meer dan duizend andere militairen. Ze luiden de noodklok over een land in chaos en verval en waarschuwen onder meer voor antiracisme-activisten en de bendes in de banlieues. In de brief dreigen ze ermee dat als de regering niet ingrijpt 'om onze beschavingswaarden te beschermen', ze 'genoodzaakt' zijn om een burgeroorlog te starten om 'onze beschaving te beschermen en onze landgenoten te redden'.

In Groot-Brittannië werd recentelijk dan weer een gemeenteraadslid van de Conservative Party als infiltrant van het neofascistische Patriotic Alternative ontmaskerd. De partij zette hem ondertussen aan de deur.

In Spanje – waar het extreemrechtse VOX een pijlsnelle opgang maakt – was er grootschalig protest tegen de oprichting van een standbeeld om het beruchte Vreemdelingenlegioen (La Legión) van ex-dictator Franco te verheerlijken. Het standbeeld, dat tegenover het koninklijke paleis zou komen, is in strijd met de Spaanse herinneringswet die eerbetoon aan de overleden dictator verbiedt. 'El novio de la muerte' ('De bruidegom van de dood'), de officiële hymne van het Legión, is nog steeds een bijzonder populair strijdlied binnen extreemrechtse kringen. Zo wordt het met de regelmaat van de klok collectief gezongen bij bijeenkomsten van de partij VOX.

GEBREKKIGE REACTIE

De snelle radicalisering aan de politieke rechterzijde is op zich al een reden tot grote bezorgdheid. Die zorg wordt in Vlaanderen alleen maar versterkt door de gebrekkige reactie van de progressieve en centrumpartijen. Ruim 30 jaar Zwarte Zondagen hier en elders zorgde voor gewenning en verdoving. Toen de Oostenrijkse extreemrechts partij FPÖ in 1999 tot de regering toetrad, protesteerde de internationale gemeenschap luidkeels. Vandaag voert Viktor Orban met zijn Fidesz in Hongarije een extreemrechts programma uit dat 20 jaar geleden ondenkbaar was. Er wordt hem … nauwelijks een strobreed in de weg gelegd.

Met de ontmanteling van Unia voert de Vlaamse regering het eerste artikel van het beruchte 70-puntenplan van het Vlaams Blok uit.

Maar we hoeven het zover niet te zoeken. Ook in Vlaanderen zijn de extreemrechtse ideeën verregaand genormaliseerd en zelfs al voor een groot stuk uitgevoerd. Binnenkort zal de Vlaamse regering een voorlopig nieuw dieptepunt bereiken: met de ontmanteling van Unia voeren ze het eerste artikel van het beruchte 70-puntenplan van het Vlaams Blok uit.

EEN VIJFDE GOLF VAN TERRORISME?

De Amerikaanse politicoloog en terrorismedeskundige, David C. Rapoport, onderscheidt verschillende 'golven' van terrorisme, telkens aangewakkerd door nieuwe politieke issues en steunend op technologische vernieuwingen. Dat leverde tot nu toe, volgens Rapoport, vier overlappende golven: de anarchistische, de antikoloniale, de nieuw-linkse en de religieuze. Het is niet ondenkbaar, aldus Rapoport en andere deskundigen, dat de volgende golf er één van nieuw-rechts terrorisme kan zijn, een golf waarvan we nu de aanvang beginnen te ontwaren. Of die vijfde golf er daadwerkelijk komt, laten we hier in het midden. Vast staat dat de veiligheids- en inlichtingendiensten in tal van Europese landen in hun jaar- en andere rapporten herhaaldelijk waarschuwden voor een toename van rechtsextremistische dreiging.

Ook de gerenommeerde politieke wetenschapper Cas Mudde spreekt over verschillende golven van wat hij 'far right' noemt: het neo-fascisme (1945-1955), het rechtse populisme (1955-1980), radicaalrechts (1980-2000) en de vierde golf (2000-heden). Die vierde golf wordt gekenmerkt door de mainstreaming van het rechtsextremisme. Voor steeds meer rechtse en zelfs linkse partijen zijn het aanvaardbare coalitiepartners. Het zou een interessante denkoefening zijn om het rechtsextremistische terrorisme als vijfde golf te bestempelen.

DISCOURS COUNTEREN EN PARTIJEN DE-NORMALISEREN

De extreemrechtse dreiging is breder – en dus groter – dan de potentieel gewelddadige rechtsextremistische groepen en individuen die zich vandaag voorbereiden. Zoals gezegd is er de aanvaarding en normalisering van op dezelfde omvolkings- en andere complottheorieën surfende politieke partijen. Hier ligt een taak om hun discours te counteren en deze partijen te de-normaliseren. Maar ook invloedrijke opiniemakers ontpoppen zich in ons en andere landen tot scherpe militanten van deze complottheorieën en durven dit vaak minder omwonden te doen dan de partijen die politieke macht ambiëren en dus in zekere zin als respectabel moeten overkomen. Recentelijk leerden we – ook in Vlaanderen – op deze manier de Franse extreemrechtse, seksistische en racistische polemist Eric Zemmour kennen.

Een ander aandachtspunt is de sociale demagogie van extreemrechts. Terwijl het historisch altijd democratische en sociale rechten en vrijheden heeft bekampt, beknot en afgeschaft, doet het zich vandaag in landen als Frankrijk en België voor als bekommerd om de kwetsbare autochtoon, het eigen volk. Menigeen dreigt vatbaar te worden voor de zogenaamd sociale sirenezang van extreemrechts terwijl zijn voorstellen helemaal niet zo sociaal blijken en anderzijds grote categorieën van kwetsbare mensen uitsluiten.

Eén en ander toont aan dat de bestrijding van het extreemrechtse gedachtegoed en het rechtsextremisme een gevecht veronderstelt op verschillende fronten, met heel veel bondgenoten.

Het ABVV is alvast van plan om de strijd tegen extreemrechts op te voeren.

We vermelden eerder al de gebrekkige aanpak van de politieke partijen. Maar er lijkt verandering op komst. Zo is het ABVV van plan om de strijd tegen extreemrechts op te voeren. Het is een van de zeven voorstellen die aan het volgende ledencongres voorgelegd worden. In Frankrijk werken een honderdtal vakbondsafdelingen, -centrales en -organisaties samen onder de noemer VISA, wat staat voor Vigilance et Initiatives Syndicales Antifascistes (Waakzaamheid en Antifascistische Syndicale Initiatieven). Beter dan wie ook beseffen de vakbonden dat extreemrechts zich ondanks zijn sociale demagogie altijd tegen de georganiseerde arbeidersbeweging en tegen de belangen van de werkende mensen keert. Hopelijk krijgt deze broodnodige initiatieven ook bij de andere middenveldorganisaties navolging.

VERZET EN MOBILISATIE

Het verzet tegen rechtsextremisme, tegen de leugens en de demagogie van extreemrechtse politieke partijen, tegen de normalisering van deze krachten moet opnieuw worden aangewakkerd. Dat kan op vele manieren. Het Observatorium is van mening – en eigent zich meteen ook die taak toe – dat informeren, blootleggen, analyseren een cruciale plaats vervullen in dat te hernieuwen verzet. Door onze rol te vervullen, willen we bewustzijn en waakzaamheid creëren om tot hernieuwd verzet te komen. Verzet en mobilisatie zijn sleutelbegrippen in onze missie. Daarom hechten we in onze publicaties ook aandacht aan verzetsmensen uit vroegere perioden of andere landen, als voorbeeld, als stimulans, omdat het belangrijk is dat we deze mensen bij naam kennen en omdat het eren van deze mensen in onze publieke ruimte bewustzijn creëert.

Het is onze ambitie om relatief snel te evolueren naar een gerespecteerd expertisecentrum, een volwaardige denktank. Dit in navolging van gelijkaardige initiatieven in onze buurlanden. Dat betekent dat we in de komende periode zowel jonge als meer ervaren krachten willen aantrekken in een alomvattend, geolied netwerk. De ideologische sokkel waarop we ons organiseren moet daarom zo breed mogelijk zijn: vrijheid, gelijkheid en universele mensenrechten. We verwerpen nadrukkelijk het gebruik van geweld. Het Observatorium is partijpolitiek onafhankelijk en we zijn niet gebonden aan één of andere belangengroep. We zullen wel ten gepaste tijde met de hoed rondgaan en aan fondsenwerving doen, maar subsidies aanvragen hoort daar niet bij. Dat betekent helemaal niet dat mensen die wél bij een partij of een belangengroep zijn aangesloten, niet welkom zouden zijn. Integendeel. Iedereen die onze ideologische sokkel deelt, kan bijdragen aan onze werkzaamheden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 9 (november), pagina 34 tot 39