Abonneer Log in

De overheid moet boeren een toekomst geven

Een inkrimpende veestapel is quasi onvermijdelijk, maar de protesterende boeren hebben zeker op één punt gelijk: een sociaal bloedbad zou onrechtvaardig zijn.


©Landbouwleven

De huidige boerenprotesten lijken zeer sterk op de vakbondsprotesten tegen het sluiten van de kolenmijnen enkele decennia geleden.

Louter technologische innovaties zullen het tij niet keren.

Het feit dat Europese boeren massaal overschakelden op intensieve veeteelt is het gevolg van politieke beslissingen.

2021 was een hels jaar voor de veeteeltsector, vooral voor de varkensteelt. Ondanks uitgebreide steun uit het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid, staat het water de Belgische varkensboeren aan de lippen. Al jaren hebben ze te maken met kelderende prijzen, terwijl de kosten van veevoeder de lucht in schieten. Bovendien hangt er, als een zwaard van Damocles, een nieuw stikstofplan boven de gehele veeteeltsector. Voor helderheid over de precieze maatregelen en een uitgewerkt plan laat de Vlaamse regering op zich wachten. Het is daarom begrijpelijk dat de boeren protesteren. Afgelopen woensdag trokken ze met 200 tractoren naar Brussel om onmiddellijke steun te eisen, en onder de hashtag #geefboerentoekomst, eisen ze een duidelijk wettelijk kader en het recht op een leefbaar inkomen. Die toekomst geven we hen echter niet door te ontkennen dat de veestapel moet krimpen, of dat landbouw minder intensief, minder vervuilend en gezonder moet worden. Die omslag moet er komen, maar een verantwoordelijke overheid voorkomt daarin een sociaal bloedbad onder de boeren.

Sinds eind 2018 is de export van varkensvlees richting Azië stilgevallen door een uitbraak van de Afrikaanse varkenspest bij wilde varkens bij ons en in enkele omliggende landen. De prijzen kelderden, net op een moment dat de kosten van veevoeder de lucht in schoten. Boeren vrezen dat ze die onhoudbare combinatie van lage vleesprijzen en hoge productiekosten ook nog eens moeten gaan rijmen met steeds minder uitstootrechten en striktere voorwaarden qua dierenwelzijn. De verwachting dat de veestapel zal moeten krimpen door strengere stikstofregels, creëert een doembeeld aan de horizon. Naast een noodkreet om onmiddellijke crisissteun, sluimert er in de protesten de vraag om de veeteeltsector te ontzien van al te strenge ecologische eisen en de boeren het recht te verlenen om de huidige, op export gerichte, intensieve veeteelt te behouden.

De huidige boerenprotesten lijken zeer sterk op de vakbondsprotesten tegen het sluiten van de kolenmijnen enkele decennia geleden.

De huidige protesten van het algemeen boerensyndicaat en de Boerenbond lijken hierdoor zeer sterk op de vakbondsprotesten tegen het sluiten van de kolenmijnen enkele decennia geleden. De vrees voor een sociaal bloedbad, de economische neergang van een sector, maar ook de waarschuwing dat de lokale kolenproductie vervangen zou worden door vervuilende bloedkolen uit het Zuid-Afrikaans apartheidsregime, doen een belletje rinkelen. De noodlijdende boeren willen niet berooid achterblijven door top-downbeslissingen over de wenselijkheid van de veeteeltsector. Bovendien vrezen ze dat strenge ecologische regels in Europa simpelweg zullen leiden tot een verschuiving van de productie naar minder gereguleerde markten, met nefaste gevolgen qua dierenwelzijn en consumentenbescherming tot gevolg.

De vraag is echter of we een fundamenteel kwetsbare en noodlijdende sector moeten redden, of de boeren zelf. Bieden we de varkensboeren daadwerkelijk een duurzame toekomst door onvermijdelijke beslissingen uit te stellen? Ook hier gaat de vergelijking op met voormalige gedoemde sectoren, zoals de kolenmijnen.

De stikstofuitstoot en -depositie staan namelijk steeds meer onder druk. Volgens een recente factcheck van Knack bedraagt de stikstofuitstoot van de Vlaamse veestapel 29.983 ton per jaar. Dat is volgens expert David De Pue (ILVO) het equivalent van 161 gascentrales zoals die van Dilsen-Stokkem. Op 13 december bracht het Institute for Agriculture and Trade een uitgebreid rapport uit over hoe de "Big Meat and Dairy" industrie onze planeet opwarmt. België is daarbij niet de koploper, maar staat wel in de top 10 in Europa. Onze Vlaamse veeteeltsector draagt dus in grote mate bij aan de uitstoot van broeikasgassen en zorgt via de stikstofdepositie voor problemen in onze waterwegen en natuurgebieden. Ondanks alle inspanningen blijven de Europese emissies toenemen. Het rapport haalt aan dat de effecten van de reductie van emissies per kilo vlees of liter melk en voederadditieven om de uitstoot te verminderen weinig zoden aan de dijk zullen brengen. Louter technologische innovaties zullen het tij niet keren.

Louter technologische innovaties zullen het tij niet keren.

De ecologische voetafdruk van de veeteeltsector is echter niet het enige zorgenkind. Ook de wenselijkheid van vleesproductie en -consumptie wordt steeds meer in vraag gesteld. Wereldwijd kampen 1,9 miljard mensen met overgewicht, terwijl velen door een ongezond voedselpatroon toch niet de juiste nutriënten binnen krijgen. Hoewel suiker en vet hier eveneens in het vizier komen, is het aandeel dierlijke producten ook een bezorgdheid. Momenteel is in het Westen 60% van onze proteïne inname afkomstig van dierlijke producten. Verschillende studies tonen aan dat we om aan de uitdagingen op vlak van milieu en gezondheid te voldoen deze inname best reduceren tot 40%.

Het feit dat Europese boeren massaal overschakelden op intensieve veeteelt is het gevolg van politieke beslissingen.

Een inkrimpende veestapel is dus een quasi onvermijdelijke keuze. Maar de protesterende boeren hebben zeker op één punt gelijk: een sociaal bloedbad onder de boeren zou onrechtvaardig zijn. Het feit dat Europese boeren massaal overschakelden op intensieve veeteelt is het gevolg van politieke beslissingen, subsidiestromen en internationale handelsverdragen. Hen in de kou laten staan nu de publieke opinie en beleidskeuzes veranderen, is geen optie. De noodzakelijke voedsel- en landbouwtransitie zal niet kosteloos, noch zonder slag of stoot kunnen gebeuren. De overheid dient zijn verantwoordelijkheid te nemen en een ambitieus en duurzaam plan te maken dat voor de boeren, de leefomgeving én de consumenten een wenselijke toekomst betekent.