Abonneer Log in

Hoogtijd voor taalvereenvoudiging

Ik zie in de jeugdzorg prachtige inzet en megatoffe begeleiders, echt wel, maar het administratief taaltje dat is binnengeslopen: waarom wordt dit niet meer in vraag gesteld?

Ik herhaal dat 'mevrouw Saskia' niet nodig is. 'Saskia' is goed.

Tieners in jeugdzorgvoorzieningen spreken met woorden als doelstellingen, stappenplannen, té laat-beleid, beloningsbonnen.

Het wordt tijd professionele termen en handelingsplannen vanuit het perspectief van de jongere te bekijken.

"MEVROUW SASKIA"

Halfzeven was gezegd. "We eten om 19 uur, Kailey (schuilnaam). Kan je om halfzeven thuis zijn?" "Is goed".
5 minuten voor 19 uur. Ze doet de deur open en blijft stokstijf in het deurgat staan. "Sorry, mevrouw Saskia. Wat is mijn té laat-beleid? Ik ga dat meteen doen. Moet ik een schrijfopdracht?" (Ter info: in veel voorzieningen moeten ze met meneer en mevrouw begeleiders aanspreken. Krijg je na jaren niet meteen gekeerd).
Ik kijk haar verbaasd aan. "Je hebt correct laten weten dat je jouw tram gemist hebt. Doe je jas maar uit en de deur dicht. Het is koud zo. We gaan eten".
Ze kijkt verbaasd. Na het eten start ik een gesprek. Dat het goed is dat ze een bericht gestuurd heeft. Dat zoiets kan gebeuren. Dat wij geen té laat-beleid voeren en geen schrijfopdrachten geven bij té laat zijn. Ik kom terug op de basisregels. Afspraken maken en die proberen nakomen. Zoals nu. Gebeurt het toch eens dat het wat later is meteen bericht sturen. Zo is het leefbaar.

Er was al eerder een voorval geweest waarbij ze vroeg wanneer we kamermoment hadden in Klaprozen. Wat ze moest doen om extra vrije tijd te krijgen en wat haar taken waren voor extra chips en cola.
"Wat bedoel je met 'extra vrije tijd', Kailey?"
Ze antwoordt. "Wanneer ik zaterdag 2 uur naar de stad ga met mijn zus, welke taak ik moet doen om 3 uur naar de stad te kunnen. Ik moet toch iets doen voor dat extra uur?"
Weer nemen we als team het gesprek op. Dat we hopen dat ze school herneemt. Dat we hopen dat ze naar haar therapeute blijft gaan. Wanneer dat goed verloopt, zien wij niet in wat zelfs een dag met de zus samen in de stad niet zou kunnen. "Op een zus plak je geen uren. Super dat jullie elkaar hebben". Weer grote ogen van verbazing.
Je ziet ze vaker de wenkbrauwen fronsen. Achterdocht. Klopt dit wel? Voelen we haar denken. Alsof we een verborgen agenda hebben.Tieners in jeugdzorgvoorzieningen. Ze spreken met woorden als doelstellingen, stappenplannen, té laat-beleid, beloningsbonnen, acties om vrije tijd te kopen
O ja, ik herhaal ook nog dat "mevrouw Saskia" niet nodig is. "Saskia" is goed. Dat heeft 3 weken nodig gehad. 'Institutioneel detoxen' heb ik daar als term opgeplakt.

Ik herhaal dat 'mevrouw Saskia' niet nodig is. 'Saskia' is goed.

Paar dagen later. Ze komt fier binnen. "Ik ging bijna mijn tik krijgen, Saskia maar ik ben uit de situatie gestapt. Goed he?"
"Huh" reageer ik. "Huh" ..."Wat bedoel je met de uit de situatie stappen?"
Ze doet een heel verhaal. Dat ze vroeger vaak opstandig was, agressief ook. Door veel verdriet. En dat ze dan aangeleerd heeft 'uit de situatie te stappen'. Dan ging ze een blokje om in haar instelling. Kalmeerde ze en kwam ze terug. Het was een beveiligde opvang. Dus het rondje om was ook achter grote, hoge hekken.
"Ik heb dat nu op school ook gedaan", zegt ze fier.
"Vertel", zeg ik.
"Die leraar van wiskunde ging veel te snel. Dus ik ben rechtgestaan. Heb geroepen door de klas: "Ik ga uit de situatie stappen". Ik ben buitengegaan, toertje rond de school gedaan en heb eens gezwaaid naar de leerkracht via het raam. Goed he?"
Daar sta je dan. Prachtige methodiek om agressie te beheersen maar in niets bleek uitgelegd dat deze methode overal publiek toepassen ook uitdagend en provocerend kan overkomen.

HULPVERLENERS ACHTER EEN LAPTOP

Ander voorbeeld. Afgelopen maand gaf ik les op een Hogeschool.
Fijne docenten die veel aandacht schenken aan de basishouding van sociaal werkers en begeleiders één keer er met de werkcomponent gestart wordt. "Wie doet stage in jeugdinstellingen?"
Er gaan veel handen in de lucht.
Ik ga verder. "Als stagiairs vermoed ik dat jullie mogen aansluiten bij overleg over de tieners in de leefgroep".
Weer een pak handen in de lucht.
"Hoe zitten jullie daar aan tafel?", vroeg ik.
De helft "met een schriftje en een balpen."
Andere helft "met de laptop".
"Hoeveel mensen onder jullie hebben thuis bij een gesprek met hun ouder/ouders die ouder voor hen gehad met een schriftje of laptop?"
Géén enkele hand in de lucht.

Tieners in jeugdzorgvoorzieningen spreken met woorden als doelstellingen, stappenplannen, té laat-beleid, beloningsbonnen.

Tieners in jeugdzorgvoorzieningen. Ze spreken met woorden als doelstellingen, stappenplannen, té laat-beleid, beloningsbonnen, acties om vrije tijd te kopen, kennen vaak fase 1 tot fase 4 uit het hoofd, denken dat iedereen in hun klas op school al in fase 4 leeft want die hebben allemaal een gsm en worden verwacht over hun zielenroerselen te praten aan een tafel waar een pak hulpverleners zitten achter een laptop. (Ter info : veel jongeren worden geplaatst in instellingen waar met fases wordt gewerkt. Fase 4 mogen ze terug onbeperkt telefoon. Soms hebben ze daar zolang doorgebracht en staan ze niet meer stil dat er nog een andere wereld is. Die wereld met ouders, waar iedereen voor hun beleving in fase 4 leeft).

Ik zie op het terrein prachtige inzet en megatoffe begeleiders, echt wel, maar het taaltje dat is binnengeslopen in jeugdzorg en sommige handelingen: meteen bij een incident een herstelgesprek vragen met hulpverleners achter een laptop bijvoorbeeld, waarom wordt dit niet meer in vraag gesteld?
Hoe kunnen we verwachten dat deze tieners hun opstandigheid laten varen en hun schooltraject vlot opnemen wanneer ze thuis [de instelling dus, SVN] in een compleet andere wereld worden gegooid dan die van hun klasgenoten? Waar ze een taak moeten doen om een zus een extra uurtje te mogen zien en een schrijfopdracht krijgen bij het schenden van een regel?

ADMINISTRATIEF TAALTJE

Wij hebben de zorg geprofessionaliseerd. Op heel veel vlakken is dat een enorme vooruitgang. Maar het wordt ook tijd opnieuw met de voeten op de grond te staan, en deze termen en handelingsplannen vanuit het perspectief van het kind of de jongere te bekijken. Vroeger was dat taalgebruik er niet.
Dan had je 'gewoon' iets goed maken bij wangedrag, maar werd je niet overladen met herstelgesprekken én termen.
Je werd getroost door de opvoeders bij het plots overlijden van een familielid, bijvoorbeeld. Door een knuffel en nog een knuffel en met tijd van de opvoeder die je met extra aandacht in bed steekt, niet met vreemde rouwconsulenten die plots worden opgetrommeld.

Het wordt tijd professionele termen en handelingsplannen vanuit het perspectief van de jongere te bekijken.

Ook dat is een groot aandachtspunt in jeugdzorg. Bij een nieuw meisje dienen we als team altijd te kijken welke informatie waar en bij wie zit. De meeste meisjes hebben én een jeugdadvocaat én een voogd adhoc én een individueel begeleider én een consulente én een contextbegeleider én een forensisch psycholoog én een therapeute waar een gewone vraag "slaapt ze goed?" een zoektocht dreigt te worden. "Hallo, wie kan daar antwoorden?"

Deze bede om een gewone basishouding aan te nemen, dit soort taalgebruik te skippen, 'troosten gebruiken in plaats van rouwverwerking' bijvoorbeeld, en te zorgen dat een jongere geen 13 hulpverleners heeft waar een banale vraag een grote zoektocht dreigt te worden naar een antwoord, mag geenszins als kritiek gezien worden op die fijne mensen die werken in de zorg.
Voor wie werkt in jeugdzorg: merci.
Laten we samen wél iets doen aan dat administratief taaltje dat akelig wordt overgenomen door de jongeren zelf.
Laat ze allemaal jongeren zijn zoals die tieners die het geluk hebben een thuis te hebben, toch?

Klaprozen VZW is een kleinschalig wooninitiatief dat werkt zoals een gezin. Wars van termen in de reguliere zorg. Doelgroep zijn meisjes die op piepjonge leeftijd slachtoffer zijn geworden van seksuele uitbuiting en daarnaast ook een lange kindertijd kennen binnen de reguliere jeugdzorg. Vaak staan ze geboekstaafd als agressief, opstandig, hulpweigerachtig en met een sociaal-emotionele ontwikkeling die veel lager ligt dan hun respectievelijke leeftijd.