Abonneer Log in

Gramsci lezen / Vlaanderen, ontwaak!

Samenleving & Politiek, Jaargang 29, 2022, nr. 6 (juni), pagina 76 tot 78

Vlamingen moeten ontwaken en niet alleen Gramsci lezen. Ook Corijn moet worden gelezen.

Gramsci Lezen

Eric Corijn
ASP, Brussel, 2022

Vlaanderen ontwaak!

Eric Corijn
Ertsberg, Antwerpen, 2022

Laat me mijn 75e verjaardag met een knaller vieren, moet Eric Corijn gedacht hebben en bracht ongeveer tegelijkertijd twee boeken uit die, in wezen, hetzelfde probleem willen aanpakken en ook dezelfde boodschap uitdragen. Het zou een grappige aftrap van een recensie kunnen zijn, maar dat is het niet. Het promotioneel wat ingewikkelde gegeven van simultaan twee boeken bij verschillende uitgevers te publiceren heeft alles te maken met een aantal njets of onoverbrugbare 'ja, maar's van andere uitgevers en met de serieux waarmee de auteur zijn manuscripten voorlegt aan linkse vrienden en op basis van hun opmerkingen opnieuw nadenkt om nauwgezetter te kunnen formuleren. Inhoudelijk komt de dus dubbel gepubliceerde probleemstelling in zijn woorden hierop neer: 'Het centrum is leeg. Rechts staat in positie. Links staat niet alleen in gespreide slagorde, maar soms ook tegen elkaar opgesteld. Links mist een toekomstvisie'.

Het wordt de hoogste tijd om daar verandering in te brengen, stelt Corijn. Hij acht het moment rijp. Na vier decennia van neoliberalisme wordt het einde van TINA ingeluid. U weet wel, het riedeltje dat er geen alternatief voor dat neoliberalisme zou bestaan. En de Covidpandemie, voegt Corijn er fluks aan toe, heeft dat keerpunt nog duidelijker afgetekend. Links moet dus aan de bak: strijden om de publieke opinie. De geesten, de hegemonie veroveren.

Als dat concept valt, weet u dat Eric Corijn daarvoor teruggrijpt naar de Italiaanse marxist Antonio Gramsci, hoewel hij terecht schrijft dat deze ambities al deel uitmaakten van de strategische debatten die eind 19e eeuw in de Russische sociaaldemocratie gevoerd werden. Gramsci's hegemonie, om het zo te formuleren, is voor Corijn een thematiek waarover hij zich helemaal aan het eind van de jaren 1970 boog toen hij onder meer de bijdrage van Perry Anderson, The Antinomies van Antonio Gramsci (New Left Review, nr. 100, 1976-77) mee naar het Nederlands vertaalde en van een voorwoord voorzag. Uitgeverij Leon Lesoil had er een brochuurtje bij en rond dezelfde periode trok Eric Corijn de deur achter zich dicht van de Belgische sectie van de trotskistische Vierde Internationale die hij in Vlaanderen jarenlang mee gestalte had gegeven. In dezelfde periode als Eric Corijn vertrokken andere kameraden, onder wie Paul Verbraeken, na wiens overlijden Eric Corijn, samen met andere intimi van Paul, een inmiddels prestigieuze naar zijn vriend genoemde lezingenreeks heeft opgezet. Het is maar één van de vele pogingen die Corijn onvermoeibaar is blijven ondernemen om niet alleen het debat ter linkerzijde te blijven voeden, maar ook om – wat hij zelf noemt – 'een kamp af te bakenen'.

Om maar te zeggen, Eric Corijn heeft wat kilometers op de activistische – vroeger zou men zeggen 'militante' – teller staan. En, zeker, Gramsci lezen geldt deels ook als een impliciete balans van meer dan veertig jaar links 'militantisme' in Vlaanderen en Brussel, en de debatten die in die tijdspanne gevoerd werden. Toch is Eric Corijn allesbehalve nostalgicus. Hij is zelfs geen mijmeraar. Dat blijkt uit de drive van beide werken, net als overigens uit zijn quasi permanente aanwezigheid op sociale media. Zijn analyse loopt tot vandaag, de blik is op de toekomst gericht. Eric Corijn blijft voluit gaan voor 'systemische veranderingen', zoekt oplossingen voor morgen en is omnipresent in de debatten daaromtrent. In zijn zoektocht om links aan zet te brengen, speurt de auteur naar nieuwe kiemen van verzet, nieuwe mobilisaties, concrete agency om daden bij woorden te voegen.

In zijn zoektocht om links aan zet te brengen, speurt de auteur naar nieuwe kiemen van verzet, nieuwe mobilisaties, concrete 'agency' om daden bij woorden te voegen.

Toen hij in de late jaren 1970 de gramsciaanse erfenis tegen het licht hield, was het voor Eric Corijn duidelijk wie de agency moest hebben, wie actor van verandering diende te zijn. 'Ook in de Lage Landen blijft het probleem gesteld: hoe kan men de burgerlijke hegemonie in de maatschappij en de afgeleide reformistische hegemonie in de arbeidersbeweging doorbreken' (uit zijn voorwoord in De tegenstrijdigheden van Antonio Gramsci, 1980). Vier decennia later heeft Eric Corijn daar de balans van opgemaakt. De arbeidersbeweging, van wie hij correct beschrijft hoe zij in het defensief is moeten gaan, heeft gefaald of althans: ze heeft die opgegeven. 'De verwachting is verdwenen'. Die lijkrede klinkt verschillende keren doorheen beide boeken, hoewel de auteur op een bepaald moment ook een slag om de arm houdt. 'Het is niet uitgesloten dat de arbeidersbeweging haar historische positie opnieuw inneemt, en van daaruit weer de spil wordt van emancipatie'. Achteloos wordt hier voorbij dé cruciale kwestie gestapt voor wie dat kind – de arbeidersbeweging en, concreter, de vakbonden – niet met het badwater heeft weggegooid.

Eric Corijn onderneemt in Gramsci lezen een poging om het hegemoniedebat te historiseren waarbij hij de klassieke marxistische debatten aandoet en ook blijft stilstaan bij de bijdrage van Ernest Mandel, naar wie hij – ondanks zijn afscheid van de Vierde Internationale – altijd is blijven verwijzen. Ook het postmarxistische duo Chantal Mouffe en Ernesto Laclau passeren obligaat de revue, waardoor dat deel van Gramsci lezen een bijna educatieve dimensie verwerft voor nieuwe generaties. Het is dan ook heel even schrikken wanneer Corijn in zijn landing even langs namen scheert als Maarten Boudry, Patrick Loobuyck of Mark Elchardus, waardoor het er heel even op lijkt dat de lezer na een dolle rit door het historisch-marxiaanse universum onder de Vlaamse kerktoren wordt afgezet.

Dat rechtse Vlaanderen en hoe er de politieke verhouding om te keren, staat centraal in Vlaanderen, ontwaak!. Dat de naoorlogse, pas geproletariseerde Vlaming dagelijks ontwaakte in zijn suburbane omgeving en niet, zoals voorheen in Wallonië, in arbeidersbastions rondom de industrie is één van de krachtige redenen, aldus Eric Corijn, waarom de Vlaamse arbeider in de greep bleef van rurale of suburbane voornamelijk katholiek gezinde netwerken. Amper volkshuizen als socialistische broeihaarden, wel buurtspoorwegen richting verbondsaalmoezenier.

Corijn analyseert uitgebreid de rechts-conservatieve onderstroom die worstelt met de moderniteit waarbij het jammer is dat sterke historiografie hierrond, zoals Rechts Vlaanderen van historicus Henk de Smaele, onbenut blijft. Toch blijft dat tweede, historiserende hoofdstuk zeker nuttig om elementen van de Vlaamse realiteit te begrijpen. Dat geldt evenzeer voor de inhoudelijke contouren die hij schetst van een 'progressief antisystemisch project' waarbij het zwaartepunt bij de steden ligt. Dat leidt tot een pleidooi voor een Europese stedenpartij, de politieke uitmonding van een nagel waar de hoogleraar stadsstudies al decennialang op klopt en zelfs de mondiale demografische evoluties hem geen ongelijk in geven.

Corijn koketteert op geen enkel moment met die academische referenties – terecht – en haalt academia slechts aan om er een nefaste evolutie te beschrijven: 'De academische politicologie en sociologie zijn verworden tot bestuurskunde, management en onderzoeksmethodologie. Universiteiten zijn niet langer de vrijplaatsen voor kritisch maatschappelijk inzicht, maar ontwikkelings- en legitimatiemachines voor beleid en technologie'. Het maakt volgens Corijn deel uit van de depolitisering die de democratie bedreigt en de 'belangrijkste voedingsbodem is voor extreemrechts populisme'.

Door zijn argeloos afscheid van de syndicale beweging, zit Eric Corijn met een onopgelost probleem van 'agency'.

Door zijn argeloos afscheid van de syndicale beweging, zit Eric Corijn met een onopgelost probleem van agency. Om dat te beginnen aanpakken, breekt Eric Corijn een lans voor transversale gesprekken en initiatieven tussen politieke en sociale actoren en selecteert hij 'soorten mensen' die een bijdrage zouden kunnen leveren aan een 'radicaal-democratisch eco-socialistisch project op Europese schaal' door een netwerk van 'transversale stedelijke living labs'. Het heeft wat van de berg (analyse) die een muis baart ('wat te doen?' en vooral 'wie zal het doen?). Toch zijn beide boeken waardevolle bijdragen tot herpolitisering en tot links weerwerk waarbij de volhardende auteur terecht de link legt tussen praktijken en theorievorming. Ook slaat hij spijkers met koppen in zijn pleidooi voor toenadering, samenwerking, eenheid onder linkse krachten. En daarom, ja, moeten Vlamingen ontwaken en niet alleen Gramsci lezen. Ook Corijn moet worden gelezen.

Vincent Scheltiens

Samenleving & Politiek, Jaargang 29, 2022, nr. 6 (juni), pagina 76 tot 78

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL STEUN

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

40€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL KORTING

30€/jaar (-25j en +65j)

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL ONLINE

30€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

*Ontdek onze SamPol draagtas.