Abonneer Log in

Nu of nooit voor Europa: de sequel

  • Hendrik Vos - Professor aan en directeur van het Centrum voor EU Studies van de Universiteit Gent
  • 29 augustus 2025

De Europese Unie lijkt voortdurend op de rand van de afgrond te balanceren, maar telkens weer vindt ze een weg vooruit. Achter de dramatische headlines schuilt een patroon van struikelen, opstaan en doorgaan.

Er woedt oorlog aan de rand van de Europese Unie. Sommige lidstaten vrezen dat zij het volgende slachtoffer worden van de veroveringsdrang van Russisch president Vladimir Poetin. Intussen gedraagt diens Amerikaanse collega, Donald Trump, zich wispelturig. Hij beweert dat de Europese Unie is opgericht om Amerika te naaien, zwaait met handelstarieven, de ene keer al grotesker dan de andere, en zaait twijfel over de bereidheid van de VS om Europa militair te ondersteunen als het erop zou aankomen.

Tegelijk kampt Europa met problemen rond concurrentievermogen, een klimaatuitdaging die almaar complexer wordt, en een migratievraagstuk dat tot grote zenuwachtigheid leidt. De geloofwaardigheid van het project staat op het spel, nu er een genocide woedt in Gaza en Europa de kop in het zand steekt.

Voeg daar de electorale opmars van harde, rechtse partijen aan toe – vaak met campagnes die de Unie frontaal aanvallen – en je krijgt de indruk dat we in een existentiële crisis zitten. De Unie staat op een kruispunt. Geconfronteerd met ongeziene uitdagingen is dit het moment van de waarheid. Het is erop of eronder. Althans, dat is de teneur van veel berichtgeving: hijgerig, met veel gevoel voor drama.

De allereerste conferentie over Europese politiek waar ik ooit naartoe ging, droeg de titel: ‘Europa op een kruispunt’.

Laat me duidelijk zijn: de problemen en crisissen die de Unie momenteel te verwerken krijgt, mogen niet geminimaliseerd worden, laat staan terzijde geschoven. Ik kom er zo meteen nog op terug. Maar dat dit hét beslissende moment voor de Unie zou zijn, verdient enige relativering. De allereerste conferentie over Europese politiek waar ik ooit naartoe ging, droeg de titel: “Europa op een kruispunt”. Sindsdien woonde ik een twintigtal gelijknamige congressen en colloquia bij. En als het niet “Europa op een kruispunt” was, dan wel “Quo vadis Europa?” – vertwijfeling klinkt blijkbaar gewichtiger in het Latijn.

De waarheid is: de Europese Unie hobbelt al haar hele bestaan van de ene crisis naar de andere uitdaging. En altijd lijken de problemen van het moment nét iets groter en gevaarlijker dan de vorige.

WORSTELEN EN DOORGAAN

Dat gevoel komt natuurlijk omdat we weten hoe eerdere crisissen zijn afgelopen: de Unie worstelde zich erdoor, tegen wind en stroom in. Dat gebeurde niet altijd op de meest elegante wijze. Er waren nachtelijke vergaderingen nodig, dramatische persconferenties, halfbakken compromissen, veel koffie en wallen tot op de knieën. Maar strompelend en ploeterend werd altijd een weg uit het moeras gevonden, zonder grote sprongen of beslissende keuzes, maar hinkelend en hompelend van deeloplossing naar deeloplossing.

De implosie heeft zich nooit voorgedaan. Het einde van de euro, dat met grote stelligheid voorspeld werd, is er niet gekomen. De coronapandemie of de migratieproblematiek zouden het failliet betekenen van de Schengenafspraken, maar vandaag reizen we nog altijd van Finland naar Portugal zonder dat er aan de grenzen papieren of formulieren worden opgevraagd. Heel wat landen hebben tegenwoordig het recht om controles te organiseren, maar maken er geen gebruik van, of beperken zich tot symbolische acties van hooguit een uur of twee. Wat langer geleden zou de Koude Oorlog Europa splijten, of – al recenter – de Irakoorlog. Terreuraanslagen gingen het fundament uit de Unie slaan en toen de excessen van de apartheid in Zuid-Afrika in het nieuws kwamen, keek Europa fluitend de andere kant op. Tijdens de diepe economische crisis in de jaren 1970 en 1980 leek de eenmaking op een eindpunt te zijn beland: elke lidstaat trachtte de eigen industrie te redden met nationale steunmaatregelen die vooral de buurlanden pijn deden. Steeds opnieuw leek het alsof het Europese project op instorten stond. En telkens werd wel een manier gevonden om verder te gaan.

Het scenario is meestal hetzelfde: op terreinen waar landen liefst de touwtjes in handen houden, dringt uiteindelijk het besef door dat ze het niet meer alleen aankunnen.

Het scenario is meestal hetzelfde: op terreinen waar landen liefst de touwtjes in handen houden, dringt uiteindelijk het besef door dat ze het niet meer alleen aankunnen, dat de chaos dreigt, of de trivialiteit. Dan rijzen de stemmen die een radicale koerswijziging eisen. Er moeten euro-obligaties komen, een Europees leger, een fatsoenlijk budget om de industrie te moderniseren, een krachtig buitenlands beleid, … En niet seffens, niet direct, niet subiet, niet weldra, maar nu, maintenant, tout de suite, heute godverdomme.

Die sprong vooruit komt er evenwel nooit. Er zijn altijd krachten die blijven twijfelen en de hakken in het zand zetten. Want als een thema écht Europees wordt aangepakt, hebben de afzonderlijke lidstaten er niet meer de totale controle over. Er moet soevereiniteit worden afgestaan en dat doen landen niet graag. Tegelijk, door elk apart te blijven knoeien, worden de problemen evenmin opgelost. Het resultaat is doorgaans dat er net genoeg maatregelen worden genomen om een implosie te vermijden. Er sluipt bovendien een padafhankelijkheid in het systeem. De prijs die betaald wordt bij een ommekeer wordt als te hoog beschouwd. Dus bouwen nieuwe initiatieven voort op eerdere besluiten en in de praktijk betekent dit gaandeweg meer europeanisering. De oplossing die wordt verzonnen, is niet per se duurzaam of doortimmerd, maar als het opnieuw foutloopt, wordt er wel weer wat verder gesleuteld, in dezelfde richting. Enzovoort.

Er zijn varianten op dit scenario. De ene keer lukt het om verder te gaan dan de andere. Soms waait een crisis vanzelf over of wordt ze tijdelijk overschaduwd door nieuwe prioriteiten. Een crisis is altijd een opportuniteit, zoals het gezegde het wil, maar of de opportuniteit ook vertaald wordt in krachtig beleid, is nog een ander paar mouwen. Dat hangt af van omstandigheden, toeval, geluk en het samenspel van de beleidsmakers die op dat ogenblik in de cockpit zitten en – doorgaans op de tast – een manier zoeken om de angel uit het probleem van het moment te halen.

Dat betekent niet dat er geen spectaculaire zaken kunnen gebeuren, of zich situaties voordoen die niemand voorspelde. De snelheid waarmee Europa de afhankelijkheid van Russische energie afbouwde na de start van de oorlog om Oekraïne, bijvoorbeeld, was groter dan in de meest gedurfde voorspellingen in de jaren die eraan voorafgingen. Met de ontwikkeling en goedkeuring van een coronavaccin werden alle records gebroken.

Het is een optimistische gedachte: het Europese beleid is kneedbaarder dan velen denken.

Het is een optimistische gedachte: het Europese beleid is kneedbaarder dan velen denken. Alleen gebeurt verandering zelden helemaal volgens het script of de ideale tijdslijn. De doorgaans trage en stroperige besluitvorming heeft nog nooit verhinderd dat te elfder ure altijd wel maatregelen konden getroffen worden om existentiële catastrofes te vermijden. Dat wil overigens niet zeggen dat er in tussentijd geen gruwelijke schade kon ontstaan: natuurlijk vielen er slachtoffers door de stuntelige aanpak van de eurocrisis in Griekenland, door het koppige stilzwijgen over apartheid of door het wegkijken bij pushbacks in de Middellandse Zee.

DE UITDAGINGEN VAN VANDAAG

Wat moeten we dan verwachten van de roep vandaag om Europa weer groots te maken, tegen een achtergrond van alweer allerlei onheil? Hoe, of en op welke vlakken Europa ‘groots’ gemaakt moet worden, hangt meestal af van de ideologie en de standpunten van degene die het pleidooi houdt. Voor de ene hangt het samen met een muur rond het continent om alle migranten tegen te houden, voor de andere betekent het dat er een Europees leger moet komen. Sommigen zeggen dat het versterken van de concurrentiekracht de basis is van alles, terwijl anderen van oordeel zijn dat Europa pas groots is als het erin slaagt om de opwarming van de aarde tegen te houden. Het enige waar alle kampen het eens over lijken te zijn, is de nu-of-nooit-gedachte.

Precieze toekomstvoorspellingen doen is moeilijk, heb ik hierboven al proberen aantonen. Tegelijk is er wel een algemeen patroon, en dat is er meestal een van geleidelijkheid, met dien verstande dat er op cruciale momenten razendsnel geschakeld kan worden. Maar ook dan blijven er stemmen die aarzelen en temperen. Dat is soms hemeltergend. Het gaat vaak om achterhoedegevechten en intussen vallen nodeloze slachtoffers en blijven maatregelen uit die de ellende minstens konden temperen. Maar de Europese eenmaking gaat er als project niet aan ten onder.

Vertaald naar het klimaatdossier kan vermoed worden dat de Green Deal niet zal worden ontmanteld.

Vertaald naar het klimaatdossier kan vermoed worden dat de Green Deal niet zal worden ontmanteld. Nieuwe doelstellingen zullen de komende periode allicht wat minder ambitieus klinken, maar voor een afbraak lijkt er geen draagvlak. Als het over de concurrentiekracht gaat, wordt gezwaaid met het ambitieuze Draghi-rapport, dat pleit om nationale reflexen los te laten en gezamenlijk te investeren in industrie en innovatie. De kans dat Draghi’s aanbevelingen tot op de laatste cijfers na de komma worden geïmplementeerd, is onbestaande. Ook de cijfers vóór de komma zullen bijlange niet gehaald worden. Maar er zal wel meer geld gaan naar industrie en innovatie en er zal meer coördinatie zijn dan ooit voorheen. Op het vlak van defensie is het duidelijk dat lidstaten extra miljarden zullen investeren en ze zullen daarover met elkaar overleggen. Of dat ook leidt tot een Europees leger is dan weer twijfelachtig. De nationale ministers van Defensie zullen elk met hun eigen budget al meer kunnen doen dan vroeger, waardoor ze het misschien als minder dringend beschouwen om alles meer te integreren.

Kortom, op deze en vele andere vlakken kan en zal er best wel wat veranderen. Er wordt over deze thema’s gedebatteerd, experts worden geraadpleegd, rapporten geschreven. Beleidswijzigingen zullen voortbouwen op oudere keuzes en gericht zijn op het vermijden van spectaculaire ongelukken. Er zal intenser worden samengewerkt, op het ene terrein al meer dan op het andere. Of de Unie morgen onherkenbaar veranderd zal zijn, is dan weer twijfelachtig.

De kans dat iedereen Europa straks ‘groots’ vindt, is dus niet bijzonder groot. Er zullen vooral kleine stappen gezet worden, pragmatisch puzzelend en van het ene compromis naar het andere. Het was nooit anders.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2025: Make Europe Great Again van Samenleving & Politiek.

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

Abonneren kan ook uit het buitenland.

*Ontdek onze SamPol draagtas.