Samenleving & Politiek

AI verovert het onderwijs - maar wie houdt het stuur vast?

AI-gegenereerd beeld

Van co-bots tot ChatGPT: artificiële intelligentie biedt kansen én dilemma's. Onderwijs bepaalt of AI onze partner wordt of onze piloot.

Technologie en onderwijs zijn al lang met elkaar verweven. Van schoolborden tot filmprojectoren, van computers tot digitale leerplatformen. Telkens verandert de manier waarop we leren, zonder dat de essentie van onderwijs verloren gaat: doelgericht ondersteunen om de leerdoelstellingen te behalen.

De laatste jaren kreeg één technologie bijzonder veel aandacht: artificiële intelligentie (AI). Sinds de lancering van ChatGPT in 2022 lijkt AI alomtegenwoordig en werden systemen zoals ChatGPT, Claude en Dall.E bekend bij het grote publiek. AI is geen nieuw fenomeen: de intellectuele wortels reiken bijna een eeuw terug, terwijl het vakgebied als discipline vooral sinds de jaren 1950 vorm kreeg. Wat vandaag fundamenteel nieuw is, is het generatieve karakter van AI en de natuurlijke interactie ermee. Waar vroegere systemen enkel bestaande patronen herkenden, creëert generatieve AI nieuwe inhoud - teksten, beelden, geluidsfragmenten en video's. Dat gebeurt op basis van zogenaamde Large Language Models (LLM's) die voorspellingen doen over het volgende meest waarschijnlijke woord of beeld, gevoed door enorme hoeveelheden data. Sinds 2024 spreken we bovendien over multimodale AI, die verschillende soorten informatie (tekst, beeld, spraak) combineert, en zelfs over 'agentic AI', waarbij systemen zelfstandig opdrachten uitvoeren, websites doorzoeken of lesontwerpen genereren. Je hoeft vandaag geen AI-expert meer te zijn om deze output te genereren, maar kan op basis van gesproken of geschreven taal 'in gesprek gaan' of 'samenwerken' met AI.

De razendsnelle evolutie roept fascinatie op, maar ook argwaan.

Deze razendsnelle evolutie roept fascinatie op, maar ook argwaan. Vele sectoren, waaronder ook het onderwijs, beseften snel dat ze hier te maken kregen met 'iets' waar we best rekening mee houden. 'Iets' dat blijvend zal ontwikkelen, 'iets' dat vragen opriep ten aanzien van tal van aspecten van het onderwijs. In deze bijdrage gaan we in op de mogelijkheden van de huidige AI-revolutie, maar eveneens op de wenselijkheden van AI binnen onderwijs. De relatie tussen onderwijs en generatieve AI is multidimensionaal. Ze raakt drie dimensies van leren die samen een breed maatschappelijk en pedagogisch vraagstuk vormen:

  1. Onderwijs mét AI - het gebruik van AI bij leren en onderwijzen en de vraag hoever we hierin kunnen en wensen te gaan;
  2. Onderwijs óver AI - het ontwikkelen van competenties (kennis, vaardigheden en attitudes) om met AI te kunnen omgaan;
  3. Onderwijs vóór een samenleving mét AI - het voorbereiden van leerlingen op een toekomst waarin AI een structureel deel vormt van werk, burgerschap en besluitvorming.

Deze driedeling maakt duidelijk dat AI niet enkel een technologische innovatie is, maar ook een curriculaire en ethische uitdaging.

ONDERWIJS MÉT AI

AI biedt leraren en leerlingen een groeiend arsenaal aan tools die leren kunnen ondersteunen of verrijken. Wanneer technologie wordt gebruikt in onderwijs, laten leerlingen 'sporen' na van hun leren. Deze sporen leveren data op die betekenisvol kunnen zijn voor het opvolgen van het leerproces (zoals het identificeren van moeilijkheden of het bepalen van vooruitgang). Er kunnen veel gegevens worden verzameld en geanalyseerd. Dit wordt in literatuur geduid als learning analytics. Op basis van deze analyse kan feedback gegeven worden en kunnen de oefeningen en de ondersteuning gepersonaliseerd worden aan het niveau of de interesses van de lerende. Denk maar aan DuoLingo voor het leren van een taal.

AI-systemen kunnen oefeningen genereren, teksten verbeteren, taken van feedback voorzien of leerpaden aanpassen aan het niveau van de leerling. Dergelijke toepassingen bouwen voort op een lange traditie van "teaching machines", zoals de toestellen van Pressey (1933) en Skinner (1958) die al probeerden het aanleren van nieuwe kennis te automatiseren via onmiddellijke feedback.

Ook leraren kunnen worden ondersteund met AI door zogenaamde co-bots die helpen bij het genereren van oefeningen, het verbeteren van teksten, taken van feedback voorzien en zelfs het ontwerpen van lessen.

Co-bots kunnen heel wat didactische meerwaarde bieden: tijdswinst, differentiatie, meer en snellere feedback.

Deze toepassingen kennen heel wat didactische meerwaarde: tijdswinst, differentiatie, meer en snellere feedback. Maar tegelijk rijst de vraag hoe ver die automatisering mag gaan. AI kan processen overnemen, maar niet de pedagogische interpretatie ervan. Een dashboard dat learning analytics presenteert, kan bijvoorbeeld visualiseren dat een leerling achterophinkt maar het is de leraar die dient te begrijpen waarom dat zo is en hoe daarop in te spelen. De kracht van onderwijs ligt niet in data, maar in de betekenis die eraan wordt gegeven.

Binnen de literatuur wordt daarom vaker gesproken over augmented intelligence of hybrid intelligence: de samenwerking tussen menselijke en artificiële intelligentie. Technologie kan analyseren, ordenen en voorspellen, maar de menselijke leraar blijft de eindverantwoordelijke voor interpretatie, empathie en morele afwegingen.

ONDERWIJS ÓVER AI

De tweede dimensie van AI in onderwijs betreft het leren óver AI zelf: begrijpen wat AI is, hoe de systemen werken, wat de mogelijkheden én beperkingen zijn, en hoe AI ons denken beïnvloedt.

De recente UNESCO-richtlijnen voor AI-geletterdheid (2024) benadrukken drie componenten:

  1. Begrijpen: inzicht verwerven in de werking, de risico's en de bias van AI-systemen;
  2. Gebruiken: leren hoe AI als hulpmiddel kan worden ingezet om leren of werk te ondersteunen;
  3. Beoordelen: kritisch evalueren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van AI-output, inclusief ethische reflectie.

Die competenties zijn cruciaal in een tijd waarin AI met grote vanzelfsprekendheid antwoorden genereert die overtuigend klinken maar niet altijd correct of neutraal zijn. AI-geletterdheid is dus niet alleen technisch, maar ook epistemologisch en ethisch.

45% van de leerlingen heeft al AI gebruikt bij het maken van huiswerk, maar 42% heeft er nog nooit les over gekregen.

In Vlaanderen blijkt uit de jongste scholierenbevraging dat 45% van de leerlingen AI gebruikt bij het maken van huiswerk, maar dat 42% aangeeft nog nooit les te hebben gekregen over AI. Deze resultaten duiden op een spanningsveld: het gebruik gaat sneller dan het begrip.

Voor beroepsgroepen die dagelijks beslissingen nemen met maatschappelijke impact (denk aan politie, justitie, zorg) is dit inzicht fundamenteel. Als algoritmen gebruikt worden voor risicoprofilering of besluitvorming, moeten gebruikers begrijpen hoe die voorspellingen tot stand komen, welke data worden gebruikt, en welke menselijke oordelen nog nodig zijn.
Ook in onderwijs geldt dat principe: wie AI gebruikt zonder de onderliggende logica te begrijpen, leert minder kritisch en verliest een deel van zijn autonomie. Een onderzoeksdomein dat bijvoorbeeld sterk inzet op het verhogen van dat begrip is dat van Explainable AI.

ONDERWIJS VÓÓR EEN TOEKOMST MET AI

De derde dimensie van AI en onderwijs raakt het hart van het curriculum: wat moeten we leren in een samenleving waarin intelligentie niet langer exclusief menselijk is?

Door de opkomst van generatieve AI verandert de verhouding tussen kennis, vaardigheden en waarden. Vaardigheden die ooit typisch menselijk waren, zoals samenvatten en vertalen, worden gedeeltelijk geautomatiseerd. Tegelijk wordt kennis belangrijker dan ooit, precies omdat ze nodig is om AI-resultaten te begrijpen en te beoordelen.

Het is verleidelijk om te denken dat we minder moeten leren nu technologie zoveel kan. Maar het tegendeel is waar. Wie niet begrijpt waarom een formule klopt of waarop een argument steunt, kan de kwaliteit van een AI-antwoord niet beoordelen. De essentie van onderwijs verschuift dus van het reproduceren van kennis naar het kritisch hanteren ervan.

De digitale kloof gaat niet langer enkel over toegang tot toestellen, maar over de capaciteit om ze verstandig te gebruiken.

Daarnaast brengt AI nieuwe vormen van ongelijkheid en afhankelijkheid met zich mee. De digitale kloof gaat niet langer enkel over toegang tot toestellen, maar over de capaciteit om ze verstandig te gebruiken. Niet iedereen beschikt over de vaardigheden, taal of ondersteuning om AI kritisch te benutten. Onderwijs speelt daarin een sleutelrol. Onderwijs heeft de verantwoordelijkheid lerenden op te leiden die de controle behouden over technologie, in plaats van erdoor gecontroleerd te worden.

Tegelijk dwingt AI ons tot een herbezinning over de waarden die onderwijs wil overdragen. Welke rol speelt menselijkheid, empathie en rechtvaardigheid in een geautomatiseerde samenleving? AI kan data-analyse versnellen of patronen herkennen in allerhande toepassingen, maar het morele oordeel over proportionaliteit, privacy en menselijke waardigheid blijft bij de mens. Onderwijs moet toekomstige professionals voorbereiden om die verantwoordelijkheid te blijven nemen, ook als technologie hen helpt beslissen.

EVENWICHTIGE VISIE

De mogelijkheden van AI zijn indrukwekkend, maar de valkuilen evenzeer. De komst van AI legt niet enkel technische of didactische vragen bloot, maar ook existentiële. Wat betekent het mens te zijn in een wereld waarin machines leren, creëren en communiceren? En hoe leiden we jongeren op tot burgers die technologie niet klakkeloos volgen, maar kritisch gebruiken? AI biedt ongekende mogelijkheden voor efficiëntie, maar ook verleiding tot gemak, wat we ook wel 'cognitieve offloading' noemen. De aanwezigheid van AI in leerprocessen vraagt daarom om duidelijke kaders.

De Europese AI Act (2023) classificeert AI-systemen in onderwijs alleszins als hoogrisico. Dat betekent dat toepassingen voor toelating, evaluatie of gedragsmonitoring aan strenge regels moeten voldoen. De regelgeving is bedoeld om te voorkomen dat beslissingen over leerlingen volledig geautomatiseerd worden. In bredere zin is dit een oproep tot waakzaamheid en het doelgericht inzetten van technologie in de onderwijscontext.

De Europese AI Act classificeert AI-systemen in onderwijs als 'hoogrisico'.

In dat opzicht is de notie van possibilisme inspirerend, een concept dat we ontlenen aan het boek van Caroline Pauwels 'Overpeinzingen van een possibilist' (2021). Pauwels ontleende het op haar beurt aan Hans Rosling, bevlogen Zweedse arts en statisticus. Een possibilist is geen optimist of pessimist, maar iemand die vertrouwt op menselijke creativiteit om technologie zinvol te gebruiken. Onderwijs kan die houding cultiveren: leren denken met technologie, maar blijven beseffen dat morele verantwoordelijkheid nooit gedelegeerd kan worden.

AI in onderwijs vraagt dus niet om technologische bewondering, maar om pedagogische doordachtheid. De leraar of docent blijft de spilfiguur in het leerproces. Technologie kan routinewerk verlichten en nieuwe vormen van interactie mogelijk maken, maar de menselijke begeleiding blijft essentieel. De metafoor van de co-piloot is hier treffend: AI kan de route helpen berekenen, maar de leraar bestuurt het vliegtuig.

Een evenwichtige visie op AI steunt dus op drie principes:

  1. Mensgerichtheid - technologie dient het leren, niet omgekeerd.
  2. Transparantie - leerlingen en leraren weten hoe AI werkt en welke data worden gebruikt.
  3. Autonomie - gebruikers behouden controle over beslissingen en interpretaties.

In de praktijk betekent dat experimenteren met AI in leeromgevingen, maar steeds met reflectie over doel, impact en ethiek. Het is hierbij steeds cruciaal om beslissingen te kunnen verantwoorden op basis van een eigen begrip.

TRANSFORMATIEVE KRACHT

We kunnen concluderen dat de komst van AI een nieuw hoofdstuk in de digitalisering van het onderwijs markeert. AI - en Generatieve AI in het bijzonder - is niet zomaar een tool, maar een transformatieve kracht die raakt aan wat we leren, hoe we leren en waarom we leren.

Onderwijs mét AI vraagt om didactische innovatie en doordacht en kritisch gebruik van nieuwe technologieën. Onderwijs óver AI vereist leerlijnen die inzetten op AI-geletterdheid. En onderwijs vóór een samenleving mét AI vraagt om een curriculum dat kennis, kritisch denken en menselijke waarden opnieuw centraal stelt.

Het is niet de technologie die bepaalt wat mogelijk is, maar de mens die beslist wat wenselijk is.

De geschiedenis leert dat technologie het onderwijs nooit volledig heeft getransformeerd, maar het wel telkens uitgedaagd heeft om zichzelf te herdenken. Dat geldt nu opnieuw.
De echte vraag is niet of AI het onderwijs zal veranderen, maar hoe wij als samenleving die verandering richting geven. In de woorden van een possibilist: het is niet de technologie die bepaalt wat mogelijk is, maar de mens die beslist wat wenselijk is.

Deze bijdrage is gebaseerd op het hoofdstuk 'Digitale transformatie in leren en onderwijzen' van Annelies Raes, Fien Depaepe en Jan Elen, verschenen in het handboek 'Leren in maatschappelijk betrokken onderwijs: Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst'.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*