Van brood tot bewustzijn: de Gentse coöperatie Vooruit als motor van sociale én commerciële verandering.
Met Vooruit, kameraden! levert Scholliers een geschiedenis van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit van het einde van de 19de eeuw tot de Eerste Wereldoorlog. Bij haar oprichting in 1880 produceerde Vooruit broden voor haar 270 leden. In 1914 bood de coöperatie een waaier aan producten aan - van steenkool tot kostuums -, telde ze 9.000 leden en was ze een belangrijke pilaar in de socialistische arbeidersbeweging. Het verhaal van Vooruit is niet enkel van belang voor de geschiedenis van de arbeidersbeweging en bedrijfsgeschiedenis, maar ook voor de geschiedenis van consumptie. Vooruit richtte zich immers op een cliënteel van arbeidersgezinnen. Kennis over deze groep vormt een blinde vlek in de geschiedschrijving over consumptie, beargumenteert Scholliers. Vooruit, kameraden! biedt dan ook een dubbele geschiedenis: die van de coöperatie enerzijds, en die van de opkomst van arbeiders als "koopgrage en aangeporde consumenten" (p. 15) anderzijds.
In 1880 ontstond de Samenwerkende Maatschappij Vooruit, een afsplitsing van de Vrije Bakkers. Leden die hun brood bij Vooruit kochten, kregen korting en deelden in de winst. De winst investeerde Vooruit onder meer in sociaal-politieke voorzieningen zoals medische bijstand, steun aan stakers, en de BWP. Daarmee was Vooruit een uitgelezen propagandamiddel en financiële steunbeer voor de socialistische arbeidersbeweging.
Dat Scholliers het verhaal van de coöperatie telkens koppelt aan de ruimere sociale geschiedenis is goed zichtbaar in hoofdstuk vier, waarin de consumptiepatronen van de Gentse arbeiders centraal staan. Tussen 1840 en 1890 steeg niet alleen het gemiddelde huishoudbudget van een arbeidersgezin, maar veranderden ook de bestedingspatronen. In de jaren 1840 ging zo'n 77% van het loon naar voeding. Aan het einde van de eeuw was dat 63%. Dit creëerde ruimte om verhoudingsgewijs meer te besteden aan andere producten, waaronder kleding.
Dat Vooruit opkwam in een periode waarin de koopkracht van de Gentenaars steeg, is een onmisbaar deel van haar succesverhaal - maar zeker niet het enige. Een hypermoderne infrastructuur met kneedmachines en een warmwateroven droeg bij tot de schaalvergroting en daling van de productiekosten. Elke modernisering werd gretig besproken in de eigen pers als vorm van reclame. Vooruit communiceerde openlijk over de prijzen, wat vertrouwen wekte bij de leden (hoewel het gemakkelijkheidshalve naliet te vermelden dat de prijsdaling er deels kwam dankzij een dalende tarweprijs, en niet enkel door Vooruits technologische innovaties en het coöperatieve principe). In tijden waarin voedselfraude legio was, leidde de nadruk op kwaliteitsvolle broden tot de uitbouw van een sterke merknaam, hoewel er ook klachten kwamen over de kwaliteit. Net als andere winkels werkte Vooruit aan de uitbreiding van het assortiment, maakte het reclame en hield het opruimingsacties. Vooruit onderscheidde zich echter doordat de klanten zich identificeerden met de coöperatie en de beweging waar zij deel van was - een 'Vooruitgevoel' (p. 60).
Intern klonk het dat Vooruit te kapitalistisch was en dat het arbeiders wilde veranderen in bourgeoisconsumenten.
Het succes van Vooruit maakte het ook tot voorwerp van kritiek: intern klonk het dat Vooruit te kapitalistisch was en dat het arbeiders wilde veranderen in bourgeoisconsumenten, rechtse campagnes bekritiseerden de arbeidsomstandigheden, kleinhandelaars voelden zich bedreigd.
Doorheen de jaren zorgde Vooruit voor een gevoelige uitbreiding van haar assortiment. Het aandeel van de bakkerij in het totale verkoopcijfer daalde van 89% in 1881 tot 30% in 1912, ten voordele van de kruidenierszaak en de kledingwinkel. Het is niet alleen veelzeggend voor de geschiedenis van Vooruit als bedrijf, maar toont ook dat de consumptiepatronen van de arbeidersklasse veranderden, én dat Vooruit hierop wist in te spelen. Zo voorzag ze niet enkel in basisbehoeften met de verkoop van brood, steenkool, kruidenierswaren, geneesmiddelen of schoenen, maar bood ze ook luxeproducten zoals zoet gebak aan - centraal onderwerp van hoofdstuk zes. Hoewel Vooruit al van bij haar oprichting rozijnenbrood en later boterkoeken produceerde, waren deze enkel te verkrijgen bij speciale gelegenheden. Met de opening van een banketbakkerij in 1902 konden arbeiders nu ook bij hun rode winkel terecht voor taart, speculaas en amandelbrood. "Tussen 1880 en 1914," betoogt Scholliers, "speelden de socialistische coöperatie en haar klanten dus een erg actieve rol in de transformatie van een luxegoed tot een bijna alledaagse lekkernij" (p.151).
Brood en patisserie waren niet de enige producten waar Vooruit zich op toelegde. Ook voor kleding konden arbeiders terecht bij de coöperatieve, zoals uitgebreid aan bod komt in hoofdstuk zeven. Wat in 1883 begon met een voorzichtige test - de verkoop van dekens - groeide uit tot een waar succesverhaal. Vooral na 1889 kende het 'kleermagazijn' een groot succes, met als parel aan de kroon de opening van het prestigieuze pand aan de Vrijdagmarkt in 1894, een ontwerp van Ferdinand Dierkens. Het gebouw herbergde niet alleen de kruidenierszaak, kledij-, stoffen en schoenwinkel, maar bood ook vergaderzalen en burelen, waarmee het commerciële en politieke functies met elkaar verweefde.
Hoewel Vooruit in tegenstelling tot andere warenhuizen geen catalogi drukte, adverteerde het naar hartenlust in de eigen kranten. Deze reclames verloren gaandeweg verwijzingen naar de politieke strijd. Op te merken valt bovendien het aandeel van klanten die geen lid waren van de coöperatie: in 1890 stonden niet-leden in voor één derde van de omzet - de bakkerij niet meegerekend. Het toont dat Vooruit een breder cliënteel wist te bereiken dan de eigen achterban.
Als pilaar binnen een socialistische beweging die actie voerde voor betere arbeidsomstandigheden enerzijds, én als commerciële speler die een concurrentiële positie moest zien te behouden, bevond Vooruit zich in een gewrongen positie. Die spanning uitte zich in de verhouding tussen de werknemers en het bestuur (hoofdstuk acht). Het bestuur besliste over de aanwervingen en ontslagen, de broodprijs, investeringen en de omgang met klachten. Hoewel ook bakkers tot de bestuursleden behoorden, waren zij met te weinig om een stempel op het beleid te drukken. Ondanks overleg was de coöperatie dus geen democratie.
Hoewel de achturendag een strijdpunt was van de arbeidersbeweging, paste Vooruit dit niet toe in haar eigen bedrijf.
Hoewel het hoofdstuk bij momenten nogal technisch aanvoelt door de uiteenzettingen over de loonstelsels, is het uitermate interessant. Dat geldt zeker voor de passage waarin de bakkers streden voor een achturenwerkdag en daarin werden bijgestaan door collega's van de socialistische coöperaties van Brussel en Joliment. Hoewel de achturendag een strijdpunt was van de arbeidersbeweging, paste Vooruit dit niet toe in haar eigen bedrijf, afgezien van een kort experiment. Ook nachtarbeid en zondagswerk bleven bestaan. Niettemin week Vooruit af van andere bedrijven: er kwam een hogere vergoeding voor nachtwerk en Vooruit ontwikkelde een sociaal beleid.
De neergang van Vooruit en coöperatieven in bredere zin wordt summier beschreven in het laatste hoofdstuk, maar Scholliers koppelt hier een duidelijke oproep aan naar meer onderzoek. De sluiting van Vooruit betekende overigens niet het einde van de coöperatieve gedachte: kleinschalige initiatieven zien ook vandaag nog het licht, "geworteld in idealen rond ecologie, democratie, gelijkheid en verbondenheid" (p. 241).
Vooruit, kameraden! is rijk gestoffeerd met cijfermateriaal, veelzeggende grafieken en anekdotes. Bij elke cijferberekening krijgt de lezer inzicht in de gebruikte bronnen. Door de aandacht te vestigen op de arbeiders als consument, komt in beeld hoe zij deel werden van de consumptiemaatschappij. Het boek documenteert uitgebreid het koopgedrag van arbeidersgezinnen. Voor zover bronnen dit toelaten, zou verder onderzoek dieper kunnen ingaan op de ervaring van de consumenten en wie zij precies waren in termen van bijvoorbeeld leeftijd of gender. De tekst wordt opgeluisterd door mooie illustraties, met name van de winkels, advertenties en natuurlijk de bakkerij. Met een geschiedenis van Vooruit als commerciële speler én als actor binnen de socialistische arbeidersbeweging brengt Vooruit, kameraden! een boeiende geschiedenis van onderop waarin de arbeider als consument zichtbaarheid krijgt.
Laura Nys