Van sociaal overleg tot grootmachtpolitiek: Marc De Vos wil Europa harder maken. Maar zijn 'nieuwe' visie is vooral oud denken in een nieuw jasje.
Op 14 oktober was iedereen getuige van één van de grootste Belgische vakbondsacties van de 21ste eeuw. Later die avond verklaarde Marc De Vos, professor en CEO van de liberale denktank Itinera, op De Afspraak dat het sociaal overleg politiek irrelevant is geworden. Het kat-en-muisspel van vakbonden en werkgevers is namelijk vervallen tot een "herhalingsscenario" dat louter "iets ritualistisch" heeft, aldus De Vos. Hij benadrukte dat de sociale partners bezig zijn met de "problemen van gisteren", waardoor we het urgente heden uit het oog verliezen. In zijn Grootmacht Europa schetst De Vos de contouren van dat nieuwe heden. Hij beschrijft hoe geopolitieke verschuivingen Europa transformeert en beargumenteert waarom Europa zichzelf moet heruitvinden als speler met hard power.
Het kernargument van De Vos is dat het Europese traject in de laatste jaren een nieuwe wending heeft genomen. Europa is gestart als een technocratisch marktproject, dat na de val van het communisme hoogtij vierde. Zijn politiek doel was om de 'zachte waarden' van mensenrechten en democratie te verspreiden, terwijl ze economisch de Washington Consensus ondersteunde ten tijde van neoliberale globalisering. Nu die geglobaliseerde wereld vijandig wordt door de opkomst van niet-westerse landen, zet de Europese Unie zich schrap. Ze focust meer op 'harde macht' door de geopolitieke realiteit te omarmen en militair paraat te staan. De Vos stipt al enkele recente transformaties aan, maar ijvert voor een verdieping van die tendens.
De nieuwe wereldorde kwam er door de ontwikkeling van voorheen gekoloniseerde gebieden. Daardoor verschoof de machtsbalans van het Westen naar nieuwe machtspolen, hetgeen resulteerde in een multipolaire wereld. In deze nieuwe wereld is de machtspositie van Europa niet meer gegarandeerd. De Vos focust daarbij voornamelijk op de politiek-ideologische rol van Europa. Volgens hem waren vroeger "onze oplossingen de inspiratie voor de wereld omdat onze economie en samenleving superieur waren. [...] Nu zijn onze normen en waarden gecontesteerd omdat grote landen zoals China, Rusland, India of Zuid-Afrika een eigen beschavingsmodel nastreven en het onze als imperialistisch of hypocriet verwerpen." Omdat deze niet-westerse landen 'onze' waarden verwerpen, staat het Europese project niet meer in lijn met de globale tendensen. Vroeger werd die voortgestuwd door een vrij verkeer van kapitaal, goederen en personen in een meer verstrengelde en verbonden wereld. De nieuwe wereldorde, daarentegen, draait op "rivaliteit, conflict, autonomie, protectionisme en nationalisme". Hoog tijd dat ook Europa haar koers aanpast.
De Vos' voorschrift is dat Europese Unie zich meer hard power moet toe-eigenen. Dat kan ze in de eerste plaats doen door meer lidstaten toe te laten uit geopolitieke overwegingen, in plaats van louter voor economische of democratische redenen. Daarnaast moet ze de militarisering van de lidstaten ondersteunen en coördineren. Ook het economisch beleid moet worden afgestemd op geopolitieke doeleinden. De Vos pleit voor een assertiever handelsbeleid, meer grip op de aanvoerketens, het sturen van investeringen en meer coördinatie tussen politiek en Europese bedrijven. Voor dit alles mag zelf voorzichtig de strenge budgetpolitiek losgelaten worden. Dit gebeurt ook al gedeeltelijk, maar De Vos' retorische slagzin dat de "Europese Unie begrotingsdiscipline inruilt voor schuldenpolitiek" is toch een schromelijke overdrijving. Om hard power te bouwen, geeft De Vos vijf concrete aanbevelingen: maak het EU-lidmaatschap gelaagd en progressief; bouw een Europese defensie; versterk de interne markt; geef meer Europese middelen; en institutionaliseer en democratiseer de nieuwe Europese Unie.
De Vos' retorische slagzin dat de "Europese Unie begrotingsdiscipline inruilt voor schuldenpolitiek" is een schromelijke overdrijving.
Hoe moet "grootmacht" Europa zich navigeren in de nieuwe wereldorde, volgens De Vos? De directe en meest vernoemde vijand is een "atavistisch, revisionistisch, oorlogszuchtig en militaristisch Rusland". Daarmee zet hij het contrast met soft power Europa in de verf. Die stelling is niet controversieel, aangezien vijandig staan tegenover Rusland een binnenkopper is voor elke strijdvaardige Europeaan. Opvallender is de connectie met de globale fricties tussen de VS en China. De Vos plaatst de Europese wederopstanding in dit bredere plaatje vooral aan de zijde van de VS. Europeanisering en de NAVO zijn twee handen op één buik, hoewel Europa zich zal moeten bewijzen als gelijkwaardige partner. De keerzijde van die medaille is dat Europese macht zich vooral moet afmeten tegenover de Chinese. Zo smukt De Vos Italiaanse en Duitse terughoudendheid tegenover China op als een sterker wordend Europa. De Vos meent dan ook dat "het Vrije Westen in het algemeen opnieuw in rivaliteit en conflict staat met een ander [Chinees] beschavingsmodel met mondiale aspiraties." Daartegenover kan de Europese Unie zich "geen geopolitieke verdeeldheid veroorloven".
De essentie van De Vos' betoog is dat de Europese Unie hefbomen moet creëren om haar economische basis meer te mobiliseren voor militaire doeleinden. Hij roept niet op voor een oorlogseconomie à la Rusland, hoewel een beetje meer krijgslust mooi zou zijn. Het betoog typeert een opmerkelijke shift van een generatie liberalen die decennialang beweerden dat globalisering zou resulteren in verbondenheid en vrede. In plaats daarvan, zo realiseert hij nu, heeft "het wegtrekkende tij van het communisme" geen "braakliggend terrein voor universeel liberalisme" onthult, maar "een reactionaire voedingsbodem vol onverwerkte geschiedenis, beschavingsrevanchisme, religieuze tradities en identiteitspolitiek." De Vos bouwt dus aan een herdefiniëring van Europese liberalen in de nieuwe globale context.
Toch blijft het voortschrijdend inzicht van De Vos beperkt. Op twee vlakken blijft zijn denken vastzitten in de 20ste eeuw.
Ten eerste is er geen reflectie over hoe de economische basis verbreed kan worden. De Vos mag dan wel beweren dat het 'onze' waarden waren die de globalisering vorm gaven, 'onze' neoliberale groeistrategie daarin is nauwelijks succesvol te noemen. In contrast daarmee heeft China zich ontpopt tot een nieuwe, grote industriële macht. De Vos stelt zich niet de vraag hoe die groei is bewerkstelligd en wat wij Europeanen daarvan kunnen leren. Het Chinese model is wenselijk noch werkbaar in Europa, maar het ondergraaft wel enkele van onze neoliberale assumpties, die voer voor discussie kunnen zijn. In contrast daarmee stelt De Vos hoogstens wat meer coördinatie voor tussen overheden en bedrijven. Hij pleit voor een actievere rol van de overheid. Maar over ondersteuning van de groene transitie, noodzakelijk voor een toekomst resistente industrie, spreekt hij zich liever niet uit. Au fond bevat dit boek nauwelijks input over hoe Europa economisch kan herleven in de herfstij van globalisering.
Marc De Vos ijvert voor een betonnering van de geopolitieke posities van de 20ste eeuw.
Ten tweede ijvert De Vos voor een betonnering van de geopolitieke posities van de 20ste eeuw. Europa moet zich vooral binden aan de VS, waarbij militarisering dient om het Westen te versterken tegen het niet-Westen. Daarmee weigert De Vos de realiteit van de multipolaire wereld te zien, met al haar historische mogelijkheden. Die wereld opent immers een waaier aan nieuwe economische en politieke relaties die constructief kunnen zijn voor Europa. Het maakt ook relatieve ontkoppeling van de VS mogelijk, waardoor we weerbaarder kunnen zijn tegen haar vijandelijk handelsbeleid. De Vos stelt, in contrast, de nieuwe wereldorde voornamelijk voor als een tweekamp tussen 'ons' en de vijandige 'rest'. In zo'n schema is er weinig ruimte voor het Europese project om haar eigen traject uit te stippelen. Zo'n visie dreigt daarenboven haar eigen werkelijkheid te creëren van antagonistische vijandigheden tussen twee wereldblokken. In dat geval kan de 21ste eeuw inderdaad een herhaling worden van de 20ste eeuw, met twee wereldoorlogen en een Koude Oorlog bovenop. Gelukkig hoeft het helemaal niet zover te komen. Alvast niet als we alternatieve routes voor De Vos' visie kunnen formuleren.
Grootmacht Europa is een heruitvinding van het liberalisme nadat ze decennialang enkel de onzichtbare hand van blinde vermarkting heeft gevolgd. Nu het liberalisme opnieuw in de geschiedenis van machtspolitiek wordt gezet, ijvert De Vos voor meer hefbomen om de economische basis te gebruiken voor hard power. Over hoe we die economische basis kunnen verbreden of waarvoor we die hard power zouden gebruiken, blijft Grootmacht Europa te veel steken in de vorige eeuw.
Brecht Rogissart