Samenleving & Politiek

In de bres voor artikel 23 van de Grondwet

© Seppe MI

De nieuwe aanval van de rechterzijde op onze sociale, culturele en ecologische grondrechten is niet onschuldig. We moeten haar afblokken.

Volgens artikel 23 van onze Grondwet heeft eenieder het recht om een menswaardig leven te leiden. Een lovenswaardige doelstelling, zou men denken. Een no-brainer. Toch staat deze grondwetsbepaling enorm onder druk. Nadat het voorstel van N-VA uit 2024 om artikel 23 van de Grondwet aan te passen geen gevolg kende, krijgt het debat momenteel een nieuwe adem. In zijn boek Het betonnen beleid poneert advocaat Quinten Jacobs1 dat artikel 23 van de Grondwet de beleidsruimte van de overheid al te fel hypothekeert. Nog geen drie weken eerder had de Gemengde Commissie Vergunningen haar eindrapport aan de Vlaamse Regering overhandigd.2 Haar boodschap was duidelijk: het duurt veel te lang alvorens vergunningen kunnen worden toegekend, door het (juridisch) verzet van burgers. Eén van de voorstellen was: "Herzie artikel 23 van de Grondwet".

Hoewel artikel 23 slechts ten vroegste kan worden gewijzigd in een volgende legislatuur en via een bijzondere procedure, wordt het debat nu al aangewakkerd. Dit debat dient verschillende doelen: het idee lanceren dat het beleid gehinderd wordt door de Grondwet, de rechtspraak beïnvloeden en de wijziging op termijn effectief doorvoeren.

In deze bijdrage schetsen we de draagwijdte van artikel 23 in onze Grondwet, geven we aan waarom het door de rechterzijde in vraag wordt gesteld, en weerleggen we enkele argumenten tegen artikel 23. We eindigen met een pleidooi voor wat er echt nodig is: een actieve democratie.

MATRIXGRONDRECHT

Hoewel artikel 23 tal van essentiële basisrechten bevat, heeft het lang geduurd vooraleer het in onze Grondwet terechtkwam. Pas3 in 1994 en na lang aandringen4 kregen deze rechten een plaats in onze Grondwet. In artikel 23 staat het volgende:

ARTIKEL 23

"Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.

Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen.

Die rechten omvatten inzonderheid:

1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;

2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;

3° het recht op een behoorlijke huisvesting;

4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;

5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing;

6° het recht op gezinsbijslagen."

De tekst van artikel 23 weerspiegelt zeer mooi dat het recht op een menswaardig bestaan een "matrixgrondrecht" is waarvan de verwezenlijking afhankelijk is van de realisatie van andere grondrechten. Daartoe heeft de grondwetgever een niet-exhaustieve lijst van grondrechten opgenomen die bij uitstek inhoud geven aan het recht op een menswaardig bestaan, zoals het recht op billijke arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid, een gezond leefmilieu, en culturele en maatschappelijke ontplooiing.

Bij de aanname van deze bepaling wilde de rechterzijde de impact ervan zoveel mogelijk begrenzen. Daartoe bekwam ze dat deze sociaaleconomische grondrechten geen rechtstreekse werking zouden hebben, hetgeen betekent dat een werk- of dakloze bijvoorbeeld niet kan eisen dat hij een job of woning krijgt aangeboden op basis van artikel 23 van de Grondwet. De voorstanders van de sociale grondrechten wilden echter vermijden dat artikel 23 een louter symbolische bepaling zou worden. De overheid werd daarom verplicht om een steeds betere bescherming van deze rechten na te streven en als tegenhanger van deze progressieve verwezenlijkingsplicht, voorzag de grondwetgever in een standstill-verplichting.

De standstill-verplichting betekent, volgens de parlementaire voorbereiding, dat "de rechten die reeds erkend waren in de interne wetgeving niet meer kunnen worden afgebouwd zonder overtreding van de Grondwet". De rechtspraak van de hoogste gerechtshoven heeft deze verplichting echter sterk gerelativeerd, door te vereisen dat de maatregel die een achteruitgang vormt een zekere intensiteit kent (er moet sprake zijn van een aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau) en door te aanvaarden dat de achteruitgang kan worden gerechtvaardigd door de overheid. Deze invulling geeft heel wat vrijheid aan de wetgever, en dus aan de uitvoerende macht die het initiatief neemt voor de meeste wetten.

DRAAGWIJDTE

Op de naleving van artikel 23 van de Grondwet, bestaat er een dubbele juridische controle, zowel a priori als a posteriori. Vóór de goedkeuring van de meeste nieuwe wet- en regelgeving moet een advies van de Raad van State (afdeling Wetgeving) worden ingewonnen. Als de Raad van State besluit dat artikel 23 geschonden is, wordt de regering verondersteld om haar ontwerp aan te passen (of minstens de niet-aanpassing te motiveren). Ná hun goedkeuring kunnen wetten, decreten en besluiten worden aangevochten bij het Grondwettelijk Hof respectievelijk de Raad van State. Deze rechtscolleges kunnen dan overgaan tot de schorsing en/of vernietiging ervan. Burgers en organisaties kunnen eveneens de grondwettigheid van wetten en regels in vraag stellen in een individueel geschil voor de gewone hoven en rechtbanken. Die laatste kunnen dan een verbod of (in beperktere mate) gebod opleggen aan de overheid of de regel buiten toepassing laten of een prejudiciële vraag stellen aan het Grondwettelijk Hof.

Als we kijken naar de wetten en besluiten die werden vernietigd op basis van artikel 23, stellen we vast dat het geregeld ging om zaken die een belangrijke impact hadden op het dagelijkse leven van mensen:

  • In juli 2023 vernietigde het Grondwettelijk Hof het decreet tot wijziging van de Vlaamse sociale bescherming. Dit decreet koppelde de toegang tot de Vlaamse sociale bescherming aan zeer strikte integratie- en verblijfsvoorwaarden.5
  • In januari 2024 vernietigde de Raad van State op verzoek van Grip vzw een besluit van de Vlaamse regering dat de persoonsvolgende budgetten van personen met een handicap verminderde.6 Ook trokken verschillende personen met een handicap naar de arbeidsrechtbank toen hun persoonsvolgend budget plots werd gehalveerd.7
  • In juni 2025 wonnen de overheidsvakbonden een zaak bij het Grondwettelijk Hof. Het Hof vernietigde het (Vlaamse) Ontslagdecreet, op grond waarvan de statutaire personeelsleden van lokale en regionale besturen veel eenvoudiger konden worden ontslagen.8

Soms beroepen verzoekers zich op artikel 23 van de Grondwet, maar wordt de bestreden norm toch op een andere grond vernietigd, zoals bijvoorbeeld het gelijkheidsbeginsel uit artikel 10 van de Grondwet. Een goed voorbeeld is de vernietiging van het Vlaamse programmadecreet door het Grondwettelijk Hof in april 2025.9 Dit decreet introduceerde een absolute voorrang in de kinderopvang voor ouders die samen minstens 4/5de werken of opleiding volgen, waardoor heel wat kinderen werden uitgesloten. In november 2023 kreeg de vzw Klimaatzaak, samen met 70.000 burgers, gelijk van het Brusselse hof van beroep, die de federale, Brusselse en Vlaamse overheid oplegde om de uitstoot van broeikasgassen ten laatste in 2030 met minstens 55% te verminderen tegenover het niveau in 1990.

Veel van de maatregelen van de regering-De Wever zullen juridisch worden aangevochten eens ze in wetgeving zijn omgezet.

Veel van de aangekondigde maatregelen van de regering-De Wever zullen ook juridisch worden aangevochten eens ze in wetgeving zijn omgezet. De vakbonden trokken alvast naar het Grondwettelijk Hof tegen de beperking van de werkloosheid in de tijd en de Raad van State leverde een kritisch advies af over het wetsontwerp inzake nachtarbeid.10 Vooral inzake pensioenen vallen er veel procedures te verwachten.

Last but not least gaan zulke gerechtelijke procedures vaak hand in hand met een campagne om burgers te sensibiliseren. Zowel in het kader van sociale als ecologische rechten werden campagnes op touw gezet door coalities van vakbonden en (middenveld)organisaties. Die campagnes dragen doorgaans titels die de inzet onmiddellijk duidelijk maken: Iedereen Beschermd11, de Kinderopvangzaak12, de Woonzaak13 en de Klimaatzaak14 zijn hiervan de meest bekende voorbeelden, en mobiliseerden honderden tot duizenden burgers. Op die manier konden burgers concreet opkomen voor de rechten die hen toebehoren. Een mooie illustratie hiervan is de actie "iedereen advocaat voor het klimaat", waarbij burgers zelf de toga aantrokken.

AANVAL DOOR DE RECHTERZIJDE

De rechterzijde wil de uitvoerende macht vrij spel geven en het weerwerk van burgers en organisaties tegengaan. In die context zit artikel 23 van de Grondwet in de weg. Rechts stelt dat de rechter die dit artikel toepast op de stoel van de overheid gaat zitten en dat de rechtspraak strenger wordt. Men meent dat burgers en organisaties al te vaak naar de rechter trekken in plaats van het politieke debat aan te gaan. Deze argumenten zijn onterecht en verbergen een autoritaire tendens.

Zit de rechter op de stoel van de overheid?

Er gaan steeds meer stemmen op voor de "modernisering", inperking of zelfs afschaffing van artikel 23. De pleitbezorgers van dit idee menen dat artikel 23 van de Grondwet een te sterke beknotting inhoudt van de beleidsvrijheid van de overheid. Grote hervormingen worden volgens hen onmogelijk gemaakt. De fundamentele kritiek bestaat erin dat sociaaleconomische maatregelen van de politieke meerderheid als het ware een grondwettelijke status krijgen, zodat alle daaropvolgende regeringen gehouden zijn om minstens datzelfde beschermingsniveau te garanderen. Volgens Quinten Jacobs in zijn boek Het betonnen beleid, en anderen, is het in een democratie net fundamenteel dat het beleid na verkiezingen kan veranderen in "beide richtingen". Maar klopt die premisse wel?

Uiteraard moet een nieuwe meerderheid een nieuw beleid kunnen voeren. Daarbij dient de overheid zich wel te houden aan de hogere rechtsnormen die zij heeft uitgevaardigd of onderschreven, zoals de sociaaleconomische grondrechten. Bij het invoeren ervan heeft de grondwetgever er bewust voor gekozen om aan deze rechten een positiefrechtelijk karakter te geven. Zij brengen aldus een reeks verplichtingen mee voor de overheid. De belangrijkste daarvan is die tot progressieve verwezenlijking, zoals hoger aangegeven. De overheid is dus verplicht om haar beleid zodanig te ontwikkelen dat de sociaaleconomische grondrechten geleidelijk aan steeds beter worden gewaarborgd. De progressieve verwezenlijkingsplicht is overigens niet uitgevonden door onze grondwetgever. Zij vloeit ook voort uit de internationale verdragen waartoe ons land zich heeft verbonden. Het beleid kan na verkiezingen veranderen, maar de overheid heeft zich ertoe verbonden om het slechts in één richting te doen evolueren: in de richting van steeds betere bescherming.

Verstrenging of verrechtsing?

Volgens Jacobs zijn de rechters de laatste jaren strenger geworden voor de overheid.15 In zijn boek haalt Jacobs aan dat het Grondwettelijk Hof tussen 1994 en 2018 slechts "een handvol keer" tot een schending van de standstill-verplichting besloot, maar vanaf 2019 zou het tij zijn gekeerd: zo vernietigde het Hof tussen 2019 en 2023 dertien wetten en decreten wegens een schending van artikel 23 van de Grondwet.16

De overheid heeft steeds minder scrupules om zeer vergaande sociaaleconomische afbouwmaatregelen te nemen.

Wij menen dat deze cijfers geen strengere aanpak van de rechters aantonen, maar duidelijk een tendens van verrechtsing weergeven. De overheid heeft steeds minder scrupules om zeer vergaande sociaaleconomische afbouwmaatregelen te nemen en slaagt er bovendien niet in om haar keuzes te verantwoorden. In die context is het niet meer dan normaal dat het Grondwettelijk Hof "strenger" optreedt en overgaat tot vernietiging.

Niet zomaar elke maatregel kan overigens worden vernietigd of buiten beschouwing worden gelaten omwille van de standstill-verplichting. Bij de wetgeving over de loonnorm, indexsprong of de verhoging van de pensioenleeftijd zag het Grondwettelijk geen schending van het recht op collectief onderhandelen, billijke arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid. Enkel de meest flagrante schendingen, waarbij de overheid manifest haar boekje te buiten gaat, zullen worden tegengehouden.

De rechterlijke macht is bevoegd om wetten te interpreteren. Juist die (interpretatie)bevoegdheid zit de rechterzijde dwars. In navolging van juristen zoals Bossuyt en Storme, formuleert Jacobs het als volgt17: "Het probleem zit in een welbepaalde interpretatie ervan die stap voor stap verder wegglijdt van de tekst en de geest van het mensenrecht". Daarbij doet Jacobs in zijn boek erg neerbuigend over rechterlijke uitspraken inzake leefmilieu18: "Hoewel de tekst van bepaalde mensenrechten sinds tientallen jaren amper of niet is gewijzigd, wordt in de juridische wereld aangenomen dat als een rechter in 2025 voor het eerst zegt dat het recht op leven betekent dat de overheid de uitstoot van broeikasgassen met 55% moet terugdringen tegen 2030, alleen dat de juridische waarheid is".

Het is niet meer dan logisch dat grondrechten evolueren met de tijd. Al in 1977 besliste het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat mensenrechten "living instruments" moeten zijn, dynamisch en aangepast aan de tijd.19 Mensenrechten zouden inhoudsloos worden als ze niet geïnterpreteerd en aangepast worden. In een rechtsstaat gebeuren die interpretaties door de rechterlijke macht, en op vraag van burgers en organisaties. Beweren dat de ondertekenaars van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit niet zo bedoeld hadden, is juridisch onzinnig en komt de facto neer op het afschaffen van de interpretatievrijheid en het bestaansrecht van de rechterlijke macht. Recht evolueert, en maar goed ook.

Van volksberoep tot meer intelligente variant

In de voorstellen van de rechterzijde wordt de aantasting van de rechtsstaat en de fundamentele rechten wel heel concreet.

Naar aanloop van de verkiezingen in 2024 liet N-VA een eerste ballonnetje op om de draagwijdte van artikel 23 in te perken. In de veelzeggende visienota "Ontgrendel de Grondwet, ontketen de welvaart", stelde ondervoorzitter Sander Loones voor om de rechten daarin louter als beginselen te formuleren en tevens dat er een volksberoep zou komen tegen beslissingen van het Grondwettelijk Hof.20 Volgens hem zou het parlement met een tweederdemeerderheid bepaalde beslissingen van het Grondwettelijk Hof ongedaan moeten kunnen maken. Deze eisen kwamen ook terug in het verkiezingsprogramma. Dat het Grondwettelijk Hof zo onder vuur wordt genomen, valt te verklaren: veel asociale maatregelen komen tot stand via wetgeving en alleen het Hof is bij machte om wetgeving te vernietigen.21

Het idee van het "volksberoep" kon in de juridische goegemeente op weinig bijval rekenen22 en ook op politiek vlak stond de N-VA destijds geïsoleerd.

Voor de rechterzijde komt het goed uit dat er nu een juridisch verdedigbaar verhaal opduikt in Het betonnen beleid van Quinten Jacobs. Daarin poneert de advocaat dat artikel 23 van de Grondwet de beleidsruimte van de overheid al te fel hypothekeert. Nog geen drie weken eerder had de Gemengde Commissie Vergunningen haar eindrapport aan de Vlaamse Regering overhandigd. De boodschap daarin was duidelijk: het duurt veel te lang alvorens vergunningen kunnen worden toegekend, door het (juridisch) verzet van burgers. En één van de voorstellen was: "Herzie artikel 23 van de Grondwet". Open VLD sprong gretig mee op de kar en vroeg enkele dagen na de publicatie van het rapport om een debat over de "modernisering" van artikel 23.

De ideologische boodschappen van Elchardus kaderen in een bredere tendens om mensenrechten zoveel mogelijk te beperken.

Deze voorstellen kunnen ook worden herkend in enkele andere initiatieven. In het ophefmakende boek Reset stelt Mark Elchardus de democratie tegenover de rechtsstaat. Ook erna liet hij geen gelegenheid onbenut om zijn afschuw uit te drukken ten opzichte van de "juristocratie". Zijn ideologische boodschappen kaderen in een bredere tendens om mensenrechten en de interpretatie ervan zoveel mogelijk te beperken. Het was dan ook geen toeval dat Bart De Wever zichzelf onlangs op het schild hees en samen met enkele andere regeringsleiders een brief schreef aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om de interpretatie van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te herzien, met als aanleiding enkele uitspraken van het Hof over migratie.

PRIMAAT VAN DE POLITIEK

De ideeën van de rechterzijde negeren (bewust) de manier waarop de huidige uitvoerende macht haar beleid voert. Als we een uitvoerende macht zouden hebben die de rol van de andere machten respecteert en de participatie van burgers erkent en aanmoedigt, zouden we een ander debat hebben. We zien echter een compleet tegenovergestelde tendens. Sinds een heel aantal jaren gaat de uitvoerende macht steeds autoritairder te werk. Bijna dagelijks zijn daar voorbeelden van te vinden. Deze autocratische tendens uit zich zowel ten aanzien van de andere machten als ten aanzien van de burgers. Deze tendens wordt doorgaans verdedigd onder de noemer van het 'primaat van de politiek'. In die opvatting is er geen plaats voor de wetgevende en de rechterlijke macht, noch voor een tegenmacht vanuit de bevolking.

Inperking van wetgevende en rechterlijke macht

De meeste wetten komen tot stand op initiatief van de uitvoerende macht, via wetsontwerpen die door haar parlementaire meerderheid gesteund worden. In het verleden kwam het meer voor dat ook wetsvoorstellen van parlementsleden het tot wet maakten, of dat er over meerderheid en oppositie heen akkoorden werden gesloten. Dit parlementair proces wordt echter hoe langer hoe meer beperkt, en dit op verschillende vlakken. In de meerderheid wordt geen enkele dissidentie meer aanvaard. Zo kwam er op Vlaams niveau onder de vorige legislatuur een zwijgakkoord tot stand, dat het aan parlementsleden die behoorden tot de meerderheid verbood om afwijkend te stemmen ten opzichte van de regering.

De overheid weigert steeds vaker om gerechtelijke uitspraken na te komen, waarin zij wordt veroordeeld.

De opstelling van de uitvoerende macht ten opzichte van de rechterlijke macht is zo mogelijk nog zorgwekkender, zowel tijdens het wetgevend proces als nadien. Voorafgaand aan elk wetsontwerp en koninklijk besluit moet de Raad van State een advies afleveren. De Raad van State onderzoekt dan of het wetsontwerp of besluit hogere regels schendt, zoals de Grondwet of Internationale Verdragen. Op basis van dit advies dient het wetsontwerp of besluit dan te worden aangepast. In het verleden werd met dit advies meer rekening gehouden. Bovendien weigert de overheid steeds vaker om gerechtelijke uitspraken na te komen, waarin zij wordt veroordeeld of ter verantwoording wordt geroepen. Dit was trouwens één van de redenen voor de Europese Commissie om vragen te stellen bij het respect voor de rechtsstaat door de Belgische overheid.23

Inperking van tegenmacht vanuit bevolking

Bij de aanhangers van het primaat van de politiek staat de regering voor het algemeen belang en voor de incarnatie van de democratie, aangezien ze de stem van het volk vertegenwoordigt. Dit in tegenstelling tot pakweg vakbonden die worden gezien als verdedigers van particuliere belangen. Tegenmacht opbouwen tegen de politiek wordt gezien als ingaan tegen de democratie.24

Naast de Raad van State zijn er verschillende overlegorganen, die om advies over ontwerpwetgeving of ontwerpbesluiten gevraagd kunnen of moeten worden. In die overlegorganen zitten vertegenwoordigers van belangenorganisaties die gespecialiseerd zijn in de problematiek en burgers vertegenwoordigen. We stellen een aantal tendensen vast: deze adviezen worden ofwel niet, ofwel laattijdig ingewonnen, of alleen de verplichte adviezen worden ingewonnen, maar meer niet. En vooral: met deze adviezen wordt geen rekening gehouden. Dit leidt opnieuw tot een verschraling van het democratisch proces.

Op dezelfde manier houdt de uitvoerende macht weinig rekening met de verzuchtingen van de burgers.

Burgers en (middenveld)organisaties verzetten zich in de eerste plaats buiten de rechtbank. Zij doen dit onder meer door in dialoog te gaan met beleidsmakers, open brieven te schrijven, petities te overhandigen, bezwaarschriften in te dienen, of door hun recht op protest uit te oefenen. We zien evenwel dat al deze middelen sterk worden uitgehold. (Middenveld)organisaties worden steeds meer uit de (politieke) dialoog gesloten25, de mogelijkheid om bezwaarschriften in te dienen wordt beperkt en het recht op protest staat onder druk.26

Burgers en organisaties die zich niet gehoord voelen en het oneens zijn met een bepaalde maatregel, kunnen de overheid ter verantwoording roepen, zoals het in een rechtsstaat betaamt. Zij kunnen aan de rechter vragen om de maatregel te toetsen aan de standstill-verplichting. Ook dat is democratie en positief.27

Het is een mythe dat burgers of organisaties voor elke kleinigheid naar de rechtbank trekken.

Volgens Jacobs is de standstill-verplichting het "absolute juridische kroonjuweel" geworden voor "middenveldorganisaties die het beleid onvoldoende groen of sociaal vinden". Deze karikatuur staat ver van de realiteit. Het is een mythe dat burgers of organisaties voor elke kleinigheid naar de rechtbank trekken. Slechts een fractie van alle nieuwe maatregelen wordt effectief aangevochten. Er bestaan heel wat drempels die burgers en organisaties ontmoedigen om maatregelen aan te vechten. Het vergt moed, doorzettingsvermogen, mensen en middelen om deze stap te zetten. Wanneer burgers en organisaties beslissen om maatregelen via de juridische weg aan te vechten, hebben ze daar vaak goede redenen voor. Dat verklaart mee het groter aantal vernietigingen door het Grondwettelijk Hof.

NOOD AAN EEN ACTIEVE DEMOCRATIE

De rechterzijde heeft een gecoördineerde aanval ingezet op de Grondwet, en op onze rechten en vrijheden die daarin zijn opgenomen. Ook bepaalde juristen, zoals Quinten Jacobs, ondersteunen deze tendens. Ze beweren dat het beleid geen kant meer op kan omwille van de mensenrechten. Meer specifiek richten ze zich tegen artikel 23 van de Grondwet. Dat artikel biedt echter enkel bescherming tegen achteruitgang van arbeidsrechten, sociale zekerheid en bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. Maar zelfs dat gaat blijkbaar te ver.

Dat het beleid geen kant meer uit kan, is een overdrijving. Nooit eerder nam de uitvoerende macht zoveel beleidsvrijheid. Ze drukt wetsontwerpen door in het parlement en houdt weinig tot geen rekening met adviezen van overlegorganen of de Raad van State. Ook als ze wordt terechtgewezen door de rechterlijke macht, negeert ze dit waar ze maar kan.

Doordat meer en meer wetten en decreten fundamentele rechten schenden, bieden mensen en organisaties weerwerk. Ze doen dit op allerlei mogelijke manieren, maar de overheid blijft vaak doof voor die verzuchtingen. Dan rest alleen nog de optie om die wetgeving juridisch aan te vechten. Moeten schendingen van de menselijke waardigheid dan zonder gevolg blijven?

Moeten schendingen van de menselijke waardigheid dan zonder gevolg blijven?

In die zin vormen de voorstellen van de rechterzijde tegelijk een aanval op de mondige burger en haar organisaties. Een democratische samenleving en overheid zou het juist moeten toejuichen dat burgers en organisaties hun stem laten horen en opkomen voor hun rechten. Maar hier gebeurt het tegenovergestelde: inspraak en participatie worden afgeremd, burgers worden ontmoedigd en geïntimideerd, en daarbovenop probeert men hen juridisch tegen te gaan. Steevast wordt het beeld gecreëerd van een enkele burger die omwille van een kleinigheid "noodzakelijke wetgeving" tegenhoudt. Dat is een karikatuur. Het negeert volledig de talloze initiatieven van geëngageerde burgers en organisaties die dag in dag uit in de weer zijn, vaak voor de meest kwetsbaren onder ons.

Nu gaat het om artikel 23, maar wie garandeert dat daarna de andere rechten en vrijheden niet in het vizier komen: het gelijkheidsbeginsel, de vrijheid van meningsuiting, het recht op een eerlijk proces? Deze rechten staan momenteel ook al onder druk. We hebben nood aan een actieve democratie, waarin burgers en organisaties een belangrijke rol spelen. En waarin de Grondwet hen het recht geeft om op te komen voor sociale, ecologische en culturele rechten. De Grondwet moet worden beschermd en uitgebreid, niet ingeperkt.

EINDNOTEN

  1. Quinten Jacobs is praktijkassistent aan de KUL en advocaat bij Eubelius, het kantoor dat regelmatig optreedt voor zowel de federale als de Vlaamse overheid.
  2. https://omgeving.vlaanderen.be/sites/default/files/2025-10/20251006-Eindrapport-GC-DEF.pdf.
  3. Op internationaal vlak werden sociale, culturele en ecologische grondrechten al veel eerder erkend in verdragen, zowel op het vlak van de Verenigde Naties als de Raad van Europa.
  4. Liga voor Mensenrechten | Het verleden, het heden en de toekomst van artikel 23 Grondwet.
  5. GwH 20/7/ 2023, nr. 112/2023.
  6. RvS 8/1/2024, nr. 258.354..
  7. https://www.standaard.be/binnenland/al-voor-vijfde-keer-fluit-rechtbank-gedeeltelijke-zorgbudgetten-terug/40819474.html.
  8. GwH 5/6/2025, nr. 85/2025.
  9. GwH 30/4/2025, nr. 72/2025.
  10. Adv.RvS 19/9/ 2025, nr. 78.106/1/V.
  11. https://beschermd.mensenrechten.be/.
  12. https://kinderopvangzaak.be/.
  13. De Woonzaak was gebaseerd op internationale rechten, maar verdient ook vermelding omdat het recht op behoorlijke huisvesting in artikel 23 wordt vermeld.
  14. https://www.klimaatzaak.eu/nl.
  15. https://www.bruzz.be/actua/politiek/grondwetspecialist-quinten-jacobs-het-huidige-brusselse-model-op-2025-10-18.
  16. Q. Jacobs, Het betonnen beleid, 2025, p. 102.
  17. Q. Jacobs, Ibid. p. 121.
  18. Q. Jacobs, Ibid. p. 119.
  19. EHRM, 25 april 1978, Tyrer t. Verenigd Koninkrijk, nr 5856/72.
  20. https://www.sanderloones.be/sites/n-va-parl/files/2024-06/visienota_herziening_grondwet.pdf.
  21. Artikel 23 van de Grondwet bevat een legaliteitsbeginsel, dat de uitwerking van de erin opgenomen rechten principieel voorbehoudt aan de wetgever.
  22. Paleis der Natie, Draaien aan het grondwetsventiel, De Tijd.
  23. https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/policies/justice-and-fundamental-rights/upholding-rule-law/rule-law/annual-rule-law-cycle/2024-rule-law-report_nl.
  24. I. Maly, De herschepping van de democratie, 2024, 220 p.
  25. De civiele ruimte vrijwaren voor een vitale democratie, 2025, 68p.
  26. Federaal Instituut Mensenrechten, De rechtsstaat en mensenrechten in België - 2025.
  27. Patricia Popelier: 'De grondwet blijft ons sterkste wapen tegen willekeur en populisme', Sociaal.Net.
 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*