Samenleving & Politiek

De Wever: derde (en laatste?) besparingspremier

Na Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene presenteert Bart De Wever zich als historisch besparingspremier. Maar hij hervormt in een wereld waarin de oude recepten zich allerminst betrouwbaar tonen en vooral de geopolitieke irrelevantie dreigt voor een Europa dat zichzelf wegbezuinigt.

"Het is een interessante job", schertste Bart De Wever op nieuwjaarsdag tegen zijn gesprekspartner op Radio 1. De uitspraak drukt de valse bescheidenheid van zijn premierschap goed uit: een kabinet dat zichzelf als de eerste hervormingsregering van de eeuw ziet, maar dat niet van de daken wil schreeuwen. Men heeft klaarblijkelijk een rendez-vous met de geschiedenis, maar wel eentje in de luwte, een date die enkel werd onderbroken door De Wevers glansrol in de Euroclear-saga, waarin het kleine België ver boven zijn gewicht bokste.

Dat De Wever zich als een historische premier ziet, werd tijdens het gesprek op Radio 1 wel duidelijk. Ten eerste: hij is de eerste Vlaamse nationalist aan het stuurwiel van de Belgische staat. Dat is op zich een novum. Figuren als Martens of Leterme hadden misschien flamingante inclinaties maar waren allerminst existentiële nationalisten die partijen uit de grond stampten met het einde van België als levensmissie. Dat ligt bij De Wever wel anders.

Maar ook economisch meet de premier zichzelf een uniek mandaat aan. Hij is, zijns inziens, de eerste naoorlogse premier die over een welvaarts_daling_ zal moeten presideren. "On a peur" parafraseerde hij Paul-Henri Spaak. Eenzelfde argument herhaalde De Wever in zijn radioconversatie: sinds 1945 is het elke generatie iets beter vergaan dan de voorgaande; de groei was constant, de oorlogsdreiging bleef uit.

'Jammer maar helaas' politiek

Dat komt onder De Wever I ten einde. Europa gaat een ongeziene economische krimp tegemoet, die ook België niet zal ontzien, en kent voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog weer gewapende strijd op haar grondgebied (de Balkanconflicten van de jaren 1990 blijven hier gemakshalve onvermeld). Het medicijn zal bitter zijn, maar er rest geen andere kuur. "Hier sta ik, ik kan niet anders" zou Maarten Luther in 1521 hebben gezegd op de Rijksdag van Worms. Eenzelfde politiek der onvermijdelijkheid wordt nu door De Wever bedreven.

Daar komt ook een specifieke visie op het Vlaamse verleden bij kijken. Eind 19de eeuw, zo stelde De Wever in zijn gesprek, kende Vlaanderen nog een kindersterfte even hoog als Congo. De regio diende als arbeidsreserve in de burgerlijke barak van België. In het kielzog van de Amerikaanse macht kwam daar een eind aan: de Vlaming werd op één generatie van de Derde naar de Eerste Wereld gekatapulteerd. Het was een promotie zonder evenknie - het leven van De Wevers grootvader speelde zich in een ander universum af dan dat van zijn kinderen.

Het leven van De Wevers grootvader was afzien; dat van zijn kinderen zal dat ook zijn

Het project voor het premierschap is dan coherent. Verleden en toekomst vallen samen. Het leven van De Wevers grootvader was afzien; dat van zijn kinderen zal dat ook zijn. Het loopt in België allemaal heel slecht - en het zal allemaal nog slechter worden. De eerste minister loopt als geen ander met dit inzicht te koop, maar door een vreemde speling van het lot is het zijn roeping om de uitvoerder te zijn van die staat in verval. BDW specialiseert zich in 'jammer maar helaas' politiek.

Zonder zuilenbuffer

Die offerbereidheid is zeker geen onbekend recept voor besparingsregeringen. "Yes It Hurt. Yes It Worked" riep de regering-Thatcher eind jaren 1980 nog tegen haar kiezers. Ook Martens' Belgisch thatcherisme gebruikte die tactiek - 'Nu te nemen of te laten' was de slogan van 1981.

In welk opzicht verschilt De Wever I van die voorgaande besparingsregeringen?

Een eerste onderscheid is alleszins politiek - de zuilenlijm van toen is niet meer beschikbaar. Zowel Martens als Dehaene waren producten van de CVP-staat. Die had pacificatiepolitiek als metier en maakte beide tot uitgekiende crisismanagers. Dat verklaart ook een reeks Belgische eigenaardigheden. Zoals Brecht Rogissart eerder in dit blad toelichtte, kwam de doorbraak naar een neoliberaal regime er in dit land niet door een open offensief tegen de georganiseerde arbeidersklasse (zoals onder Thatcher of Lubbers). Hier diende het katholieke middenveld eerder als buffer voor marktvriendelijk beleid: het ACV weekte zich los van haar syndicale spitsbroeders en onderhandelde eigenhandig met het werkgeversfront.

Zo werden hier de harde randjes van het neoliberale programma afgevijld - België ontsprong de dans van extreme ongelijkheid en dalende vakbondsmacht die vele buurlanden teistert (hoewel de grootte van de ingreep ook niet moet onderschat: ondanks de behouden index is het sociaal overlegmodel hier te lande allesbehalve gezond en blijft vooral de Belgische vermogensongelijkheid stijgen). Dat België een minder abrupte ruk naar de markt dan andere Europese landen kende, laat zich wel moeilijk ontkennen.

Wat vroeger tijdens een boottocht op de Schelde kon worden bedisseld, moet nu in de Brusselse straten zelf worden uitgevochten

Net die oefening willen De Wever en VOKA vandaag afwerken. Die klus moeten ze evenwel zonder zuilenbuffer klaren - een groot verschil met Martens of Dehaene. ACV voert nu het vakbondsfront tegen de regering aan, in plaats van te kunnen schuilen binnen de voormalige standenpartij. N-VA heeft daarentegen nooit een sociaal middenveld gehuisvest. Dat biedt zeker wat marge voor hun beleidsmakers. Maar het nodigt ook uit tot riskante confrontatie: wat vroeger tijdens een boottocht op de Schelde kon worden bedisseld, moet nu in de Brusselse straten zelf worden uitgevochten. En tijdens een boksmatch kan men zijn tegenstander in één ronde knock-out meppen - maar men kan ook een uitputtingsslag in sukkelen.

Slaapmutskapitalisme

Daarbij voegt zich een significant conjunctuurverschil. De regeringen Martens en Dehaene dateren van het schemertij van een welbepaald systeem: het Belgische holdingkapitalisme. Dat ging in de jaren 1980 zijn doodsstrijd in, gekenmerkt door de uitverkoop van de Société Générale in 1988. Dat gaf een duidelijk contrast tussen verleden en toekomst aan: het "slaapmutskapitalisme" (aldus de Italiaanse koper van de Générale, Carlo de Benedetti) van wat André Mommen de "Belgische burgerij" noemde, tegenover de nieuwe, dynamische Vlaamse exporteconomie, grotendeels van de VS afhankelijk.

Martens en Dehaene waren de begrafenisondernemers van het slaapmutskapitalisme

Onder Dehaene kwam daar een gunstig internationaal klimaat bij kijken. De Amerikaanse hypermacht en hereniging van Duitsland in de jaren 1990 boden het kader waarin de Belgische economie zichzelf kon heruitvinden: ons land zou niets meer dan een gewillig schakeltje in een mondiale leverketen worden. De bezuinigingen droegen het slaapmutskapitalisme ten grave, met Martens en Dehaene als begrafenisondernemers.

Hartz-IV in Duitsland

Het klopt dat De Wever voor geheel andere uitdagingen staat. Het Belgische holdingkapitalisme bestaat niet meer. De Générale belandde grotendeels in Franse handen. Dan toont een andere vergelijking zich toch handiger: niet de bezuinigingskabinetten van de jaren 1980 en 1990, maar het Duitsland van de regering-Schröder begin jaren 2000, met hun zogenaamde Hartz IV-plan. Dat voerde ook een serieuze sociale knip door, verhief budgettaire discipline tot staatsfilosofie en had degressiviteit en activatie op het programma. Het zou de "zieke man van Europa" weer gezond maken.

Dat is een hoopvolle vergelijking voor De Wever. Duitsland beet op de tanden en werd ervoor beloond. Ze strookt ook met de mentaliteit van zijn partij, die al langer oostwaarts tuurt voor inspiratie. Toch loopt ze onvermijdelijk mank. Schröders inspanning speelde zich in een geheel andere conjunctuur af: China was net tot de Wereldhandelsorganisatie toegetreden, de VS waren een unipolaire macht, elektrische wagens waren nog nergens te bespeuren. In geen geavanceerde sector had Oost-Azië een noemenswaardige voorsprong. Het Duitse exportmirakel was nog maar net begonnen.

Met meer dan twintig jaar achterstand voert De Wever het Duitse model in dat in eigen land in terminale crisis verkeert

Men hoeft de krant maar open te slaan om te zien hoe anders de wereld vandaag oogt. China's elektrische wagenproducenten verdringen Duitse concurrenten moeiteloos; de VS staan allerminst garant voor globale stabiliteit; het volkerenrecht is afgeschaft. Met meer dan twintig jaar achterstand wordt er een model ingevoerd dat in eigen land in terminale crisis verkeert.

Kwalitatieve sprong

Dat maakt De Wever I inderdaad tot een ongeziene onderneming - zij het niet op de wijze die de premier denkt. Bij elke vorige besparingsoefening waren er herkenbare partners waaraan België zich kon afstemmen. Behalve een onzeker Europees niveau ontbreken die vandaag. Internationaal pretendeert De Wever zeker innovatie: de 'euro-obligaties' die zijn aartsvijand Verhofstadt zo vurig verlangde, komen er door zijn weerbarstigheid in het Euroclear-dossier nu wél.

Voor de Europese integratie is dat een kwalitatieve sprong van jewelste. Maar het is onduidelijk of De Wever die ook als aanloop voor meer kan benutten. Terwijl hij zich tegenover de Russische tegoeden een manhaftige verdediger van het internationale recht toonde, was hij tijdens de Haagse veroordeling van Israël nergens te bespeuren. Netanyahu zou ons land vrij mogen doorreizen, en De Wevers minister van Defensie, Theo Francken, hoopt zelfs op méér Amerikaanse koppeling. "Zowel diplomatiek, politiek als militair, is er niet de minste twijfel dat de Amerikanen er zullen zijn voor de NAVO", verklaarde die vorige maand nog in De Standaard ("niet de mínste twijfel" repeteerde hij vervolgens ontredderd). "De VS kunnen het gewoon niet maken om een bondgenoot militair af te dreigen", foeterde hij over Amerikaanse claims op Groenland. "De enigen die daar baat bij hebben, zijn onze vijanden."

N-VA wil de fouten van de regering-Michel van 2014 niet herhalen en bezet geduldig het fort

Ziehier zelfverklaarde mannen van de toekomst die eigenlijk in het verleden leven. Dat leek De Wever ook wel toe te geven in zijn gesprek met Radio 1. In de peilingen is er alsnog weinig van te merken: N-VA won de verkiezingen met een belofte van 'Vlaamse welvaart' en gaat die niet breken met separatistische neuroses. Men wil de fouten van de regering-Michel van 2014 tenslotte niet herhalen en bezet geduldig het fort. In 2029 kan men dan een nieuw communautair offensief inzetten, zeker nu PS weer aan steun wint in Wallonië. Zo slaat men twee vliegen in één klap: de Belgische boekhouding kan enkel op orde worden gesteld als het koppel een scheiding aanvraagt. In één jaar Arizona is die sprong in het duister genomen, zij het zonder de partners waar Dehaene en Martens op beroep konden doen. 'Historisch' is zo'n waagstuk zeker.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*