Van fake explosies tot AI-propaganda: de strijd om waarheid speelt zich vandaag af in de broekzak van elke scrollende burger.
Er was een tijd dat oorlog zich afspeelde op kaarten, in loopgraven en op televisie. Vandaag speelt oorlog zich ook af in je broekzak. In een eindeloze feed die nooit stopt. De recente escalaties rond Iran maken dat pijnlijk duidelijk. Niet alleen omdat het conflict geopolitiek complex is, dat was het altijd al, maar omdat het vandaag ook een informatieoorlog is geworden die sneller, massaler en verwarrender is dan ooit tevoren.
Video's van explosies die nooit hebben plaatsgevonden. Zo ging recent een video rond van de Burj Khalifa in Dubai die getroffen zou zijn door een raketaanval, maar die volledig fake bleek en toch massaal werd bekeken voor het ontkracht werd. Of nog, posts die beweerden dat Benjamin Netanyahu omgekomen zou zijn bij een aanval, maar die onwaar bleken te zijn. Het circuleert allemaal, razendsnel, vaak overtuigend, en meestal zonder context. Desinformatie is niet nieuw. Maar wat we nu zien, is van een andere orde. Het is geen verzameling van losse misleidende berichten meer, maar een machine die continu produceert, verspreidt en versterkt.
Desinformatie is nu een machine die continu produceert, verspreidt en versterkt
Generatieve AI legt daar een extra laag bovenop. Waar desinformatie vroeger nog afhankelijk was van menselijke productie (denk maar aan Photoshop), en dus tijd, moeite en schaalbeperkingen kende, kan vandaag iedereen met een paar prompts een geloofwaardig narratief bouwen. Tekst, beeld en video: alles kan, en het lijkt ook nog eens overtuigend. De drempel om te manipuleren is drastisch verlaagd, terwijl de schaal waarop dat gebeurt drastisch is toegenomen. In die zin "democratiseert" AI misleiding.
Maar technologie alleen verklaart niet waarom dit zo goed werkt. Het onderliggend probleem zit bij ons. We consumeren nieuws vandaag zoals we snacken: snel, vluchtig, en zonder echt te proeven. We scrollen ons wereldbeeld bij elkaar, gestuurd door algoritmes die vooral tonen wat onze aandacht vasthoudt. Niet wat waar is, maar wat werkt. En wat werkt, is zelden nuance. Het zijn beelden die iets met ons doen, verontwaardiging oproepen, angst aanwakkeren, of onze bestaande overtuigingen bevestigen. In die constante stroom is er nauwelijks ruimte voor kritisch inzicht. Je scrolt verder voor je goed en wel beseft wat je net hebt gezien. In die zin is de oorlog in Iran niet alleen een conflict tussen staten, maar ook een spiegel. Ze toont hoe kwetsbaar onze informatieomgeving is geworden en hoe makkelijk die te bespelen valt.
De oorlog in Iran toont hoe kwetsbaar onze informatieomgeving is geworden en hoe makkelijk die te bespelen valt
Dat heeft uiteraard ook uitgesproken politieke implicaties. Informatie is altijd al macht geweest, maar wanneer de grens tussen feit en fictie vervaagt (en er zelfs soms niet meer toe doet), wordt die macht fundamenteel anders. Politieke actoren kunnen narratieven creëren die perfect inspelen op bestaande overtuigingen en emoties. Confirmation bias doet de rest. Mensen geloven niet wat waar is. Ze geloven wat past binnen hun referentiekader. En net daar zit het gevaar. Democratische besluitvorming veronderstelt op zijn minst een gedeeld minimum aan werkelijkheid. Als zelfs dat verdwijnt, wat blijft er dan nog over van een publiek debat? Wat betekent politieke verantwoording in een context waarin feiten zelf onderhandelbaar lijken?
De cijfers uit de recente imec.digimeter maken dat extra wrang. 43% van de Vlamingen gebruikt vandaag al regelmatig AI-tools, bij jongeren loopt dat op tot meer dan 75%. Tegelijk maakt 85% zich zorgen over de rol van AI in het verspreiden van foute informatie en vreest een grote meerderheid het verschil niet meer te kunnen zien tussen wat door een mens en wat door AI is gemaakt. We zitten dus in een paradox: we omarmen massaal een technologie die tegelijk het fundament van betrouwbare informatie onder druk zet. Misschien nog problematischer is hoe we die technologie gebruiken. Voor veel mensen functioneert AI vandaag als een soort supersnelle zoekmachine, je stelt een vraag en krijgt meteen een kant-en-klaar antwoord terug. Efficiënt, maar ook gevaarlijk. Want het verleidt ons om het denkwerk uit te besteden. Meer dan de helft van de jonge gebruikers geeft aan minder zelf na te denken door AI. Kritisch omgaan met informatie vergt net het tegenovergestelde, namelijk tijd en moeite.
Door bewust niet te klikken, niet te reageren en niet te delen, doorbreek je de logica
Het is net in deze context dat mediawijsheid geen nice-to-have meer is, maar een democratische basisvaardigheid. Dat begint eenvoudig: vertragen. Niet meteen delen. Niet meteen geloven. Even pauzeren, checken, nadenken. Maar vertragen alleen volstaat niet. In een omgeving vol twijfelachtige informatie is ook selectief negeren cruciaal (critical ignoring). Niet alles verdient je aandacht. In een aandachtseconomie is aandacht de brandstof. Door bewust niet te klikken, niet te reageren en niet te delen, doorbreek je die logica. Vertragen én negeren wordt zo een vorm van verzet. Want zolang wij blijven reageren zonder reflectie, blijft de machine draaien.