29% van de nieuwe flexi-jobs in de horeca zijn het gevolg van een verschuiving van tewerkstelling op initiatief van de werkgever.
“Flexi-uren vervangen geen bestaande uren”
Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder UNIZO
De Morgen, 13/12/2025
Binnenkort wordt het in (bijna) alle sectoren mogelijk gemaakt om flexi-jobs uit te oefenen. De regering-De Wever trekt ook de grens van het onbelaste flexiloon op naar 18.000 euro op jaarbasis. Dit is niet alleen een aderlating voor onze Sociale Zekerheid, maar zorgt ook voor een verdringing van bestaande tewerkstelling. Zo blijkt uit verschillende studies.
1. Deze uitbreiding komt neer op een bijkomende aderlating voor onze Sociale Zekerheid. Op het flexiloon wordt 10% minder bijgedragen: 28% (werkgeversbijdrage) in plaats van 38% (25% werkgeversbijdrage+ 13% werknemersbijdrage). Voor 2024 komt dit volgens Denktank Minerva neer op 76 miljoen euro. De denktank berekende dat het verlies aan Sociale Zekerheidsinkomsten zou oplopen tot 479 miljoen euro in 2029, indien het stijgingsritme opgetekend tijdens de periode 2017-2024 wordt aangehouden. En dit zonder rekening te houden met de geplande forse uitbreiding van het toepassingsgebied.
Net omwille van de populariteit van de flexi-jobs in Vlaanderen, groeide de reguliere tewerkstelling er trager dan in Wallonië
2. Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder bij UNIZO, beweert nu dat flexi- jobs geen bestaande uren vervangen, maar lege uren opvullen die anders niet ingevuld geraken. Verschillende studies spreken dat echter tegen. Dergelijke uitbreiding zal sowieso gepaard gaan met verdringing van bestaande tewerkstelling.1 Bij haar evaluatie van het Horecaplan 2015 kwam het Rekenhof al tot de bevinding dat 29% van de nieuwe flexi-jobs het gevolg zijn van een verschuiving van tewerkstelling op initiatief van de werkgever; bij werknemers (uren vaste tewerkstelling inruilen voor flexi-joburen) gaat het om 35,5%. Ook het HIVA komt tot gelijkaardige bevindingen, al ziet ze vooral een verschuiving ten koste van deeltijdarbeid en andere flexibele regelingen zoals uitzendarbeid en minder ten koste van reguliere jobs. Een heel recent evaluatierapport van het Rekenhof en het Planbureau, dat vooral inzoomt op de flexi-jobs in de horeca, bevestigt dit: net omwille van de populariteit van de flexi-jobs in Vlaanderen, groeide de reguliere tewerkstelling er trager dan in Wallonië. De flexi-job lijkt deeltijdbanen, interimwerk en seizoensarbeid te vervangen. Sowieso hebben goedkope statuten altijd de neiging om betere statuten te verdringen, en in enkele deelsectoren zoals het bus- en autocarvervoer wordt op het terrein vastgesteld dat het als een structureel instrument wordt ingezet. Straks kunnen flexi-jobbers tot 1.500 euro netto bijverdienen … per maand!
In het bus- en autocarvervoer worden flexi-jobs als een structureel instrument ingezet
3. Komt daarbij dat flexi-jobs niet toegankelijk zijn voor wie werkloos is, enkel voor wie al minstens vier vijfde aan het werk is, of gepensioneerd is. Dat is toch wel bijzonder in een politieke context waarin men de mond vol heeft van activering van werklozen en het optrekken van de werkzaamheidsgraad. Het past natuurlijk in het pleidooi om wie al werkt meer kansen te bieden op bijklussen en overwerken. De geplande verdere uitbreiding van onbelaste overuren is er nog zo één. Het is precies die cumul van afwijkende regimes met minder sociale bijdragen die ervoor zorgt dat de financiering van onze Sociale Zekerheid wordt uitgehold. Alleen al de cumul van flexi-jobs en studentenarbeid zorgt, opnieuw volgens Denktank Minerva, voor 664 miljoen minder ontvangsten, oplopend tot 1,455 miljard bij gelijkblijvend stijgingspercentage (zie: hoger). En dan houden we nog geen rekening met de gederfde belastinginkomsten. De studiedienst van het ABVV berekende dat het verlies aan inkomsten voor sociale zekerheid én begroting in dat geval voor beide regimes samen dreigt op te lopen tot meer dan 2,5 miljard euro tegen 2030. De regering-De Wever zet niettemin voort, ondanks de oproep van de Nationale Bank de daling van inkomsten uit belastingen te stoppen.
Flexi-jobs en studentenarbeid zorgen voor een verlies aan inkomsten van meer dan 2,5 miljard euro tegen 2030
4. De kritiek op de flexi-jobs verdient enige nuance. Werknemers die als flexi-jobber bijklussen, bouwen voor die uren volledige sociale rechten op. En dankzij syndicale druk zijn de sectorlonen van toepassing. Maar bij de keuze om het toepassingsgebied uit te breiden naar de eigen sector zijn de vakbonden wel afhankelijk van de goodwill van de werkgevers, want enkel bij een akkoord kan er sprake zijn van een opt-out. En dan is er nog het argument dat werknemers en gepensioneerden zelf vragende partij zijn om een centje bij te verdienen, bij voorkeur onbelast. Individueel gezien is dat begrijpelijk, maar indirect snijdt men in eigen vlees bij een erosie van collectieve inkomsten. Vraag is overigens of de appetijt niet wordt opgefokt door de te lage pensioenen en het voortgezette loonmatigingsbeleid.
VOETNOOT
- Over de mogelijke verdringing van bestaande tewerkstelling door flexi-jobs, is het laatste woord nog niet gezegd. In een ruime benadering kan men elke flexi-job beschouwen als een gemiste kans om vaste jobs in het leven te roepen. Elke flexi-job gaat dan gepaard met verlies aan Sociale Zekerheidsinkomsten. Het Rekenhof houdt in de geciteerde studie enkel rekening met verdringing wanneer in de onderzochte periode de stijging door flexi-jobs groter is dan de totale stijging in de werkgelegenheid.↑