Anne Hidalgo neemt straks na 12 jaar afscheid als burgemeester van Parijs. Ze maakte de Franse hoofdstad groener en socialer, maar verloor daarbij onderweg al haar medestanders.
Van dochter van Spaanse migranten tot eerste vrouwelijke burgemeester van Parijs: het verhaal van Anne Hidalgo is er één van sociale verwachtingen overstijgen, politieke ambitie en compromisloze overtuiging. Wat begon als een technocratische loopbaan in de schaduw van socialistische zwaargewichten, groeide uit tot een leiderschap die Parijs onherroepelijk heeft veranderd én diep heeft verdeeld. Hidalgo heeft van de door rechtse elite gedomineerde hoofdstad een groenere en socialere stad gemaakt. Echter, deze stijl heeft een spoor van gebroken bondgenootschappen achtergelaten die uiteindelijk haar eigen politieke carrière, en bij de komende gemeenteraadsverkiezingen van 15-22 maart misschien zelf 25 jaar van linkse macht in Parijs, de nek heeft omgedraaid. Dit is het portret van een politica die haar stad hervormde, maar onderweg al haar medestanders verloor.
12 jaar burgemeester van Parijs
Anne Hidalgo werd in 1959 geboren nabij de Zuid-Spaanse stad Cádiz. Als kind verhuisde ze met haar ouders naar Frankrijk, op zoek naar een betere economische toekomst. Ze groeide op in Lyon, werd Frans staatsburger en klom via de bureaucratie omhoog in de Parti Socialiste (PS), in de voetsporen van haar opa die levenslang door het Franco-regime werd gevangen genomen vanwege zijn socialistisch activisme in Spanje. Hidalgo stapte over van ambtenaar naar assistente in de kabinetten van allerlei PS-ministers in de regering-Jospin (1997-2002). Haar werk was veelal technocratisch en ze was erg loyaal naar de partijbobo’s van de PS.
Deze houding bracht Hidalgo een promotie in 2001 toen de PS voor het eerst de gemeenteraadsverkiezingen in Parijs won. Bertrand Delanoë werd burgemeester in de van oudsher elitair-rechtse hoofdstad. Hij koos voor Hidalgo als zijn viceburgemeester, denkende dat ze zich geruisloos onder hem zou schikken. Delanoë maakte hiermee een serieuze inschattingsfout. Naarmate Hidalgo ervarener werd, nam ze meer ruimte in en richtte ze haar ogen op het burgemeesterschap. Dit leidde tot een conflict tussen de twee, die Hidalgo vervolgens won: in 2014 werd ze de eerste vrouwelijke burgemeester van Parijs. Eenmaal ze Delanoë in het stadhuis had vervangen, begon Hidalgo zich al snel te distantiëren van haar voorganger.
Hidalgo zette een streep door de voorzichtige politieke lijn van Delanoë
Hidalgo zette een streep door de voorzichtige politieke lijn van Delanoë en drukte vol het gaspedaal in van haar ingrijpende beleidsplannen. De oevers van de Seine werden autovrij gemaakt en teruggegeven aan de voetgangers, ondanks juridische tegenslagen. De bouw van de controversiële wolkenkrabber Tour Triangle ging van start, ondanks zorgen dat deze modernistische toren de iconische skyline van de stad zou ‘verpesten’. En honderden kilometers aan fietspaden werden aangelegd, van 700 naar ruim 1.400 kilometer. Dit stuitte op veel weerstand, maar Hidalgo stelde dat ze niks anders deed dan haar verkiezingsbeloftes inlossen. Haar voorganger Delanoë, van de gematigde vleugel binnen de PS, vond dit onverantwoord en vreesde dat rechts de stad zou heroveren. De breuk tussen de twee bleek uiteindelijk niet te repareren. Bij de presidentsverkiezingen van 2017 en 2022 steunde Delanoë niet langer zijn eigen PS maar openlijk Emmanuel Macron.
Het patroon herhaalde zich met Bruno Julliard, Hidalgo’s eerste viceburgemeester (2014-2018). Julliard, eveneens uit de gematigde PS-vleugel, vond dat de burgemeester te centralistisch bestuurde, te weinig overlegde en nauwelijks brede coalities smeedde. Hij pleitte daarom voor een toenadering tot de partij van Macron. Zo kon een rechtse ‘herovering’ van Parijs worden voorkomen. Peilingen bevestigden het beeld: een meerderheid van de Parijzenaren vond Hidalgo polariserend, koppig en weinig consultatief. Toch bleef ze vasthouden aan haar alliantie met de groenen van EELV en communisten die haar ambitieuze beleid steunden. Julliard stapte in 2018 op en verkondigde luid zijn vernietigend oordeel over haar “solitaire” stijl. Hidalgo trok zich hier niets van aan en ging door met wat ze bezig was.
Intussen veranderde Parijs spectaculair. De luchtkwaliteit verbeterde aantoonbaar. Grote delen van de stad werden autovrij. Burgers werden meegenomen in besluitvorming door middel van een participatief budget (100 miljoen euro per jaar) waarmee duizenden buurtprojecten werden gefinancierd. Ook verhoogde Hidalgo het aandeel sociale woningen tot boven de 25%. Maar de rekening liep op. De schuld steeg van 3 miljard euro in 2014 naar bijna 11 miljard in 2024. Ondanks een belofte om geen belastingen te verhogen, stegen de belasting op tweede verblijven, de onroerende voorheffing en de parkeertarieven flink. Tegenstanders spraken van financieel amateurisme, maar Hidalgo zag dit financieel beleid als een noodzakelijke investering in de groene transitie.
De schuld steeg van 3 miljard euro in 2014 naar bijna 11 miljard in 2024
Met Emmanuel Grégoire, de viceburgemeester vanaf 2018, leek ze een loyale uitvoerder gevonden te hebben. Hij werd verantwoordelijk voor de groene agenda en stedelijke ontwikkeling. Er kwamen lagere snelheid op de grote randweg rondom de stad en plannen voor een hele nieuwe wijk langs de Seine. Samen werden ze in 2020, ondanks de aan het begin van de campagne slechte peilingen, ruimschoots herkozen. Maar tijdens Hidalgo’s presidentscampagne in 2022 – die uitmondde in een vernederende 1,7% voor de socialiste – groeide de afstand. Grégoire vond dat Hidalgo te veel haar linkse concurrenten aanviel waarna Jean-Luc Mélenchon de linkse stem kon monopoliseren. Ze was zelfs openlijk tegen de linkse alliantie van PS, EELV, communisten met Mélenchons LFI bij de parlementsverkiezingen. Een jaar later verdedigde Grégoire Hidalgo nauwelijks tijdens Tahiti-gate, de ophef die was ontstaan na een omstreden reis van 60.000 euro in aanloop naar de Olympische Spelen, verlengd voor familiebezoek. De rechtse oppositie betichtte de burgemeester van corruptie. Het gerecht sprak haar vrij, maar het beeld van wereldvreemde machtspolitica bleef kleven. De breuk tussen Grégoire en Hidalgo was totaal in 2024 toen de viceburgemeester plots aftrad, parlementslid werd en weken later zich kandidaat stelde voor het burgemeesterschap in 2026. Voor Hidalgo was dit niets minder dan verraad. En dat zei ze hardop.
Gemeenteraadsverkiezingen van 15-22 maart
Hidalgo wist hoe verzwakt ze was door de mislukte presidentscampagne en Tahiti-gate. Dus maakte Hidalgo bekend niet voor een derde termijn te gaan. Ze schoof Rémi Féraud, één van de weinigen binnen de PS met wie ze nog geen ruzie had, naar voren als kandidaat. De voorverkiezing werd een bloedbad: haar voormalige viceburgemeester Grégoire won. Delanoë – die nostalgische populariteit geniet onder de Parijzenaren – had nog een appeltje te schillen met Hidalgo en voerde openlijk campagne voor Grégoire. Het lukte Grégoire ook om de steun van de groenen van EELV te krijgen. Hun relatie met Hidalgo was altijd ambivalent. Hidalgo had hun stemmen nodig in de gemeenteraad, maar schuwde niet om steun van de rechtse oppositie tegen de groenen te gebruiken. Dit gebeurde onder andere bij de uitrol van 5G in Parijs. EELV was zo geïrriteerd geraakt dat ze tot voor kort dreigden met een eigen kandidaat de verkiezingen in te gaan en de linkse stem verder te fragmenteren. Zeker nu LFI ook apart meedoet met een eigen kandidaat, Sophia Chikirou. De linkse stem dreigt hiermee zo verdeeld te raken dat rechts bij de gemeenteraadsverkiezingen van 15-22 maart nipt met de winst ervandoor gaat, als we de peilingen mogen geloven.
En dan is er Rachida Dati. Zij is van de rechtse Les Républicains (LR) die vóór 2001 de stad bestuurde. Waar Dati en Hidalgo rond 2014een amicale verstandhouding hadden, is dat tegenwoordig een persoonlijke oorlog. Dati’s grote droom is om zelf burgemeester te worden. Het grootste kritiekpunt op Hidalgo is haar financiële beleid en de schuldgraad. De socialiste slaat al jaren terug met verwijzingen naar Dati’s corruptieproces. De gemeenteraad dient als een boksring voor de twee vrouwen. De rivaliteit is zo sterk dat Dati in 2024 minister van Cultuur werd in de regering-Macron, in ruil voor steun van zijn partij bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. De regering duwde bovendien een hervorming van het kiessysteem door: de burgemeester wordt niet langer door de vertegenwoordigers per arrondissement in de gemeenteraad verkozen, maar in rechtstreekse verkiezingen. Hierdoor telt elke Parijse stem even zwaar. Dit leidt tot meer onzekerheid, maar ook nieuwe kansen voor Dati. De weinige rechtse kiezers in de enorm linkse arrondissementen ten oosten van Parijs zijn niet langer een weggegooide stem en kunnen de doorslag geven. Huidige peilingen voorspellen een nek-aan-nekrace tussen Grégoire die 25 jaar aan links stadsbestuur moet verdedigen en Dati die Parijs wil ‘heroveren’.
Op dit moment peilt Grégoire voorop tussen 30 en 35% en volgt Dati met tussen 25 en 30%. Maar de verkiezingen worden bepaald door de kandidaten die vlak boven de 10%, het minimum om door te gaan naar de tweede ronde, peilen: Sophia Chikirou van LFI, Sarah Knafo van de extreemrechtse Reconquête van Eric Zemmour, en Pierre-Yves Bournazel namens de partij van Macron. Bournazel kandideerde voor het Parijse burgemeesterschap na de regeringscrisis van afgelopen zomer toen LR uit de regering stapte. Hierdoor voelde het kamp van Macron zich niet langer verplicht Dati te steunen.
Na 25 jaar bestuurd te hebben, is de macht van links in Parijs bijlange na niet vanzelfsprekend
Afhankelijk van welke van deze drie kandidaten daadwerkelijk boven de 10% voor de tweede ronde terechtkomen, zal Grégoire of Dati de nieuwe burgemeester van Parijs worden. Als Knafo het niet haalt, maar Chikirou wel, dan is de kans groot dat Dati’s droom eindelijk in vervulling gaat omdat de linkse stem dan verdeeld raakt in de tweede ronde. Andersom betekent een tweede ronde voor Knafo zekere winst voor Grégoire. Er is zelfs een kans dat alle vijf de kandidaten (Grégoire, Dati, Chikirou, Knafo en Bournazel) doorgaan naar de tweede ronde. In dat geval heeft Grégoire een lichte voorsprong, maar doorslaggevend zullen de kiezers van Bournazel zijn: blijven zij trouw aan de ‘Macronistische’ kandidaat of stemmen ze strategisch op Grégoire of toch Dati? We zullen het zien op 15 en 22 maart, wanneer respectievelijk de eerste en tweede ronde wordt gehouden. Toch is één ding zeker. Na 25 jaar bestuurd te hebben, waarvan 12 jaar onder Hidalgo, is de macht van links in de stad bijlange na niet vanzelfsprekend.
Hidalgo’s erfenis
Hidalgo’s erfenis is tastbaar: schonere lucht, minder auto’s, meer fietsen, ambitieuze woningbouw. Maar haar politieke nalatenschap blijft getekend door een rits aan kapotte persoonlijke verhoudingen. Delanoë, Julliard, Grégoire, EELV, LFI – telkens weer liep de relatie stuk op stijl en vertrouwen. Ze regeerde met overtuiging, lef en daadkracht. Maar zelden met tederheid. En in de politiek komt dat gebrek soms met de hoogste prijs.
Hidalgo’s erfenis is tastbaar: schonere lucht, minder auto’s, meer fietsen, ambitieuze woningbouw
Misschien waren de komende gemeenteraadsverkiezingen van 15-22 maart niet zo’n spannende races geweest als Hidalgo wat beter was in het managen van persoonlijke relaties. Of heel misschien had Hidalgo dan wel zelf voor een derde termijn kunnen gaan.