Het was onthutsend én voorspelbaar hoe Brussel verstrikt raakte in zijn eigen politieke logica.
Het heeft uiteindelijk meer dan 600 dagen geduurd, maar er is een regeerakkoord in Brussel. Hoe moeten we nu terugblikken op deze crisis?
Het zal tijd kosten om alle ins en outs over de Brusselse formatiechaos te vatten, maar we kunnen wel al een aantal zaken benoemen. Te beginnen met wat vaak over het hoofd wordt gezien: de Brusselse verkiezingsuitslag van 2024. Die bracht drie belangrijke zaken aan het licht.
Een. De electorale versnippering nam in beide taalgebieden toe, waardoor het veel moeilijker werd om een regering te vormen.
Twee. Door deze versnippering wonnen partijen die als centrifugaal worden beschouwd terrein: de PTB, haar alter ego de PVDA, Team Fouad Ahidar en Vlaams Belang. Deze partijen werden niet geschikt geacht voor een Brusselse coalitie, waardoor bepaalde actoren buitensporig veel macht kregen. In de Nederlandstalige taalgroep haalden de PVDA, Team Fouad Ahidar en Vlaams Belang samen 6 van de 17 zetels. En in de Franstalige taalgroep was het, gezien de grootte van de PTB, erg moeilijk om zonder de PS en de MR te werken.
De liberale wens voor een big bang in Brussel strookte niet met de keuze van de kiezers
Drie. Er was een verkeerde lezing van het verkiezingsresultaat. De MR bekeek de Brusselse formatie door de bril van de Waalse situatie, waar de twee rechtse partijen – MR en Les Engagés – sterk waren gestegen. Dat was niet het geval in Brussel. De MR herstelde zich weliswaar en profileerde zich als grootste partij, maar dit was een verbetering ten opzichte van de dramatische score van 2019. De MR scoorde in 2024 nog steeds historisch laag. De liberale wens voor een big bang in Brussel strookte niet met de keuze van de kiezers, die overwegend links stemden. De gemeenteraadsverkiezingen bevestigden deze situatie. En dan was er nog het zinloze idee dat de partij van de premier, N-VA, deel moest uitmaken van de Brusselse meerderheid. Dat was merkwaardig in een federale staat, en al zeker gezien de minachting van deze partij voor Brussel.
Het institutioneel model van Brussel ontstond indertijd uit een conflict tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. De regio kon alleen tot stand komen door het vormen van een institutioneel model dat de kiemen in zich droeg van dit soort blokkades. Precies om deze blokkades te voorkomen, werd het model herzien door het principe van lijstgroepering in te voeren en het aantal Nederlandstalige afgevaardigden te verhogen. Het was minister van Binnenlandse Zaken, Pieter De Crem (cd&v), die de formule van het stembiljet wijzigde. Voortaan hoefde de kiezer zijn taalgroep niet meer op te geven. De Vlaamse partij die het meest door die beslissing werd getroffen, was … de cd&v. Het vergemakkelijken van het stemmen door Franstalige kiezers op Nederlandstalige partijen had effect: de Nederlandstalige partijen behaalden in 2024 meer dan 80.000 stemmen, bijna het dubbele van in 2014. Nederlandstalige partijen Groen en Team Fouad Ahidar behaalden een meerderheid Franstalige kiezers.
Nederlandstalige partijen Groen en Team Fouad Ahidar behaalden een meerderheid Franstalige kiezers
De sterke communautarisering van de Brusselse formatie paste niet langer bij de electorale realiteit. De Nederlandstalige partijen beschikten over een aantal voordelen in het Brussels institutioneel model. Daar maakten ze gebruik van. Zo sloot formateur Elke Van den Brandt (Groen) op een gegeven moment een akkoord met de N-VA, een partij die veraf staat van het Franstalige groene electoraat in Brussel waarvan een groot deel in 2024 op Groen had gestemd. Men zal het institutioneel kader dus ooit moeten aanpassen. Maar om dit te doen, is een speciale wet nodig, wat zeer moeilijk te realiseren is.
Het was dus onthutsend én voorspelbaar hoe Brussel verstrikt raakte in zijn eigen politieke logica. Tegelijk was de formatiechaos in onze hoofdstad een weerspiegeling van de polarisatie die we ook elders in België en Europa zien.