De donut van de Britse econome Kate Raworth is nu voor het eerst ook naar Vlaanderen vertaald: ecologisch kleurt de donut bloedrood en op sociaal gebied scoort Vlaanderen gemengd.
We zitten met een woordprobleem. Over welvaart. Dat begrijpen we doorgaans als de mate waarin we in onze behoeften kunnen voorzien. Eten, drinken, wonen, verplaatsen, medische zorg, dat soort zaken. Een welvarend land is een land waarin die behoeften in grote mate vervuld zijn, met de schaarse middelen die er zijn.
Enter de politiek, waar welvaart opeens iets helemaal anders betekent. Welvaart gaat er namelijk niet over behoeften. Het gaat over geld. Economische groei. Groei van wat juist? Maakt niet uit, gewoon zo veel mogelijk groei. Meer productiviteit. Meer betaalde arbeid. Die elementen zorgen dan voor welvaart, en die welvaart bekostigt de welvaartsstaat en haar sociale uitgaven. Niet te veel, want sociale uitgaven zijn vooral een kost die we best zo laag mogelijk houden opdat bedrijven extra welvaart - lees: geld - kunnen creëren die dan vervolgens - maar niet te veel -herverdeeld wordt. Klimaat- en milieubeleid zijn een blok aan het been dat gedoogd wordt zolang het groei en concurrentiekracht niet in de weg staat.
Klimaat- en milieubeleid zijn een blok aan het been dat gedoogd wordt
Dat verhaal slaat aan. Het bezorgde N-VA en MR hun grote overwinning bij de laatste verkiezingen en wordt vandaag trouw in stand gehouden door de brede media. Beleidsanalyses gaan steevast over de impact op industrie, competitiviteit en de begroting. Alleen hangt deze nauwe invulling met haken en ogen aan elkaar.
Vier mythes over welvaart
1. Het begint bij economische groei als maker-of-kraker van welvaart. Om groei te beoordelen, kijken we naar het bbp: de totale waarde van de goederen en diensten die we in België produceren. Alleen stijgt dat bbp ook door 3,6 miljard euro extra kosten aan Oosterweel, dure kankerbehandelingen door PFAS, of een Vlaamse waterbom waardoor 8 miljard euro aan schade moet worden hersteld. Het bbp maakt geen onderscheid tussen dingen waarvan we willen dat ze groeien (denk betaalbare woningen) of juist niet. Economische groei zegt an sich niets over of wij in onze behoeften voorzien.
2. Daarnaast wordt ook productiviteitsgroei gezien als bestaansvoorwaarde voor welvaart. Zodra die stokt, stuikt onze opgebouwde welvaart in elkaar. Klein detail: het huidige groeimodel holt net de productiviteit uit die het nodig heeft om te overleven. Alleen al chronische hitte en droogte kunnen tegen 2050 5% van het bbp knibbelen, nog zonder grote klimaatrampen als een Verviers 2.0. Ook de verguisde begrotingsschuld zou nog 15 procentpunten toenemen.
3. Ten derde vergt welvaart volgens het dominante narratief lage sociale uitgaven. De Belgische sociale uitgaven bestaan grotendeels uit pensioenen en uitgaven aan gezondheidszorg. Die laatste zullen tussen nu en 2070 een stuk meer stijgen dan de pensioenuitgaven. Maar gezondheidskosten hangen nauw samen met luchtvervuiling, drinkwaterkwaliteit, hoge werkdruk of hittestress: bijproducten van een systeem dat groei en productiviteit boven gezondheid plaatst. Een ziekmakend systeem creëert zo zijn eigen zorgfactuur. Voor meer welvaart is het logischer om vanaf het begin in onze gezondheidsbehoeften te voorzien en aan de bron te investeren in propere lucht en drinkbaar water in plaats van eerst ziektes te produceren om ze vervolgens met hoge medische uitgaven te genezen.
4. Ten slotte kan enkel betaalde arbeid welvaart creëren. Papa's die brooddozen vullen, buren die boodschappen doen voor ouderen en vrijwilligers in de lokale sportclub voorzien namelijk niet in onze behoeften. Die amuseren zich gewoon wat in hun vrije tijd. Noden worden volgens de actuele lezing enkel betaald vervuld.
We laten ons gretig overtuigen dat het goede leven wel zal volgen uit beleid dat vooral niet op goed leven stuurt
We zitten dus met een woordprobleem. Of beter, een framingprobleem. Eentje dat succes heeft. Ergens beseffen we nog wel dat welvaart eigenlijk gaat over de vraag of we een goed leven leiden, maar intussen vindt de Grote Kaping van dat woord plaats en laten we ons gretig overtuigen dat het goede leven wel zal volgen uit beleid dat vooral niet op goed leven stuurt. Centrumrechts houdt ons voor dat economische groei, productiviteit en werkgelegenheid in onze noden zullen voorzien en zwijgt over de duizenden sterretjes die daarbij te maken zijn. En links? Die murmelen iets over koopkracht. En slaan hun ogen neer.
De Vlaamse donut als kompas
Nochtans is er een alternatief. Als welvaart voorziet in onze behoeften, dan zet beleid voor meer welvaart die behoeften ook centraal. Dat vraagt om te beginnen een duidelijk overzicht van wat onze noden juist zijn, en in welke mate we eraan voldoen.
Dat is exact wat de donut van de Britse econome Kate Raworth doet. De binnenste cirkel toont de sociale noden. Eten, drinken, wonen, verplaatsen, medische zorg, dat soort zaken. De buitenste cirkel is het ecologisch plafond, gebaseerd op de negen planetaire grenzen. De groene ruimte tussen die twee is waar een welvarende samenleving zich bevindt. Daarbinnen kan iedereen een fijn leven leiden, inclusief onze kleinkinderen.
Vlaanderen overschrijdt alle naar onze regio vertaalde planetaire grenzen
De donut is nu voor het eerst ook naar Vlaanderen vertaald. Het resultaat toont in één oogopslag welke behoeften Vlaanderen wel of niet vervult (FIGUUR HIERONDER). Ecologisch kleurt de donut bloedrood. Vlaanderen overschrijdt alle naar onze regio vertaalde planetaire grenzen. Op sociaal gebied scoort Vlaanderen gemengd, met mooie resultaten qua medische zorg en voedsel, maar structurele buizen voor discriminatie, energiearmoede en betaalbaar wonen.

Uiteraard kunnen we debatteren over wat de sociale noden zijn die we als samenleving centraal zetten. Hoe ziet het goede leven er precies uit, binnen de ecologische grenzen? Als we dat afkloppen en beleid vervolgens daarop stuurt, moeten ook groei en productiviteit in functie van die brede welvaart staan.
Van groei naar brede welvaart
Beleid dat op brede welvaart stuurt, doet in essentie twee dingen. Het koppelt publieke middelen aan harde sociale en ecologische doelen, in plaats van aan vage beloften over groei en competitiviteit. En het durft tegelijk vervuilende of kwetsbaar makende activiteiten stelselmatig af te bouwen, ook als ze op korte termijn extra bbp of jobs opleveren.
Neem bijvoorbeeld het Vlaams klimaatfonds. Dat begrotingsfonds is een belangrijke financieringsbron van projecten die de uitstoot verminderen en Vlaanderen klimaatneutraal moeten maken. Alleen gaat het hele fonds dit jaar op aan compensaties voor een dertigtal grote energie-intensieve bedrijven, zonder dat daar harde investeringen in vergroening tegenover staan. Daardoor blijft er geen geld over voor maatregelen die de uitstoot van industrie effectief verkleinen. De huidige subsidiestroom probeert de algemene economie en tewerkstelling te beschermen, zonder rekening te houden met de impact op alle andere zaken die onze welvaart bepalen. Donutbeleid concentreert publieke middelen daarentegen op innovatieve en toekomstbestendige projecten waarvan we wél willen dat ze groeien.
Donutbeleid concentreert publieke middelen op innovatieve en toekomstbestendige projecten waarvan we wél willen dat ze groeien
Nog een voorbeeld. Het antwoord op de energiecrisis. Van boren naar gas in de Noordzee over de Russische banden aanhalen tot een prijsplafond aan de pomp: het zijn voorstellen voor economische zalving op korte termijn. Als we die op de donut leggen, blijken ze noch ecologisch noch sociaal een goed idee. Hun impact op klimaat en luchtvervuiling spreekt voor zich, maar ook sociaal houden ze ons kwetsbaar voor toekomstige energieschokken, energiearmoede en gezondheidsproblemen.
De enige oplossing voor welvaart blijkt een versnelde rechtvaardige energietransitie:
- Met de ontwikkeling van windenergie op zee, waarvan de lang uitgestelde gunning zelfs in volle energiecrisis geen prioriteit blijkt.
- Met een grootschalige renovatieaanpak gericht op fossielvrij verwarmen en met gerichte steun voor lage inkomens en huurders.
- Met sociale lease voor wie afhankelijk is van de auto maar geen elektrische wagen kan betalen.
- Met de verdere uitbouw van het openbaar vervoer, in plaats van het uit te kleden. Wie weet te financieren met de miljarden die nu naar salariswagens en tankkaarten gaan?
Beleid gericht op echte welvaart klinkt complex, maar het begint klein. Bij politici die de echte belangen van hun kiezers verdedigen. Bij media die erop wijzen dat welvaart meer is dan competitieve bedrijven. Bij het middenveld, dat het woord 'welvaart' terug claimt wanneer het weer eens als schild tegen beleid voor een leefbare omgeving wordt gebruikt. Maar ook bij ons allemaal, om af en toe de Dikke Van Dale nog eens open te slaan. Welvaart is namelijk gewoon een donut. Er zijn moeilijkere definities.
Lees de volledige Just Transition Scan 2026 van Reset.Vlaanderen.