Minister Jambon verkoopt zijn pensioenhervorming als een financiële incentive voor langere loopbanen en effectieve arbeidsprestaties. Helaas liggen populaire misvattingen aan de basis van zijn plannen.
Het is hét verkoopargument voor de pensioenknip-Jambon: de juiste financiële incentives stimuleren het 'gewenste' gedrag op actieve leeftijd. Minder gelijkgestelde periodes, meer effectieve tewerkstelling. Voortaan resulteren onvrijwillige inactiviteit, kleine deeltijdbanen en 'vervroegde' uittreding dan ook in nog minder pensioenrechten.
De regering-De Wever verdedigt die nieuwe pensioenregels vanuit twee populaire misvattingen: 1. voor pensioenbeleid kan je het heden als maatstaf hanteren en 2. financiële 'pensioenstimuli' sturen het huidige gedrag op actieve leeftijd. Twee keer fout.
MISVATTING 1. "Voor pensioenbeleid kan je het heden als maatstaf hanteren"
Weinig politieke topics liggen zo gevoelig als pensioenen. Dat hoeft niet te verbazen. In essentie kent pensioenbeleid waarde toe aan de (eerdere) loopbaan van mensen. Dat is niet enkel normatief en ideologisch, je kijkt ook systematisch in de achteruitkijkspiegel, 40 jaar of langer terug in de tijd.
Ook de pensioenknip-Jambon kent nieuwe 'waarde' toe aan de eerdere loopbaan van mensen. Zo gelden de nieuwe definitie voor loopbaanjaar (voortaan elk jaar 156 dagen nodig) en de nieuwe regels qua gelijkstellingen (maximaal 20%, specifieke regels voor vrijstelling pensioenmalus) retroactief, voor loopbaanjaren uit het verleden. Verschillende politici en opiniemakers hanteren - al dan niet bewust - het heden als maatstaf voor pensioenbeleid, een eerste populaire misvatting.
Begin de jaren 1980 waren de jeugdwerkloosheid torenhoog en de nepstatuten legio
Neem nu N-VA-fractieleider Axel Ronse. Volgens de politicus is de nieuwe pensioenmalus nog mild, omdat je 'tijdens de loopbaan zeven jaar werkloos mag zijn'. Niet enkel getuigt Ronse van creatieve rekenkunde, want ook kortstondige werkloosheid kan resulteren in een malus, in essentie alludeert hij aan het buikgevoel van Jan Modaal anno 2026. Met het recente discours over 'arbeidsmarktkrapte' lijkt langdurige werkloosheid voor velen moeilijk te bevatten. Wie de blik achter de schouders werpt, krijgt evenwel een ander beeld. Begin de jaren 1980 waren de jeugdwerkloosheid torenhoog en de nepstatuten legio. Is het vanuit die historische blik fair om de werkloosheid van toen niet meer volledig gelijk te stellen?
Ook in het debat over de nieuwe 156-dagendrempel haalt men heden en verleden vakkundig dooreen. De nieuwe definitie voor loopbaanjaar geldt ook voor jaren waarin ouderschapsverlof nog niet bestond en de plaatsen in de kinderopvang nog schaarser waren. In de jaren 1980 en 1990 namen veel vrouwen het onbetaalde zorgwerk voor hun rekening zonder enige vorm van pensioengelijkstelling. Bij kortgeschoolden is dat trouwens nog altijd het geval. De quasi volledige gelijkstelling van de zorgverloven lost zeker niet alles op.
MISVATTING 2. "Financiële 'pensioenstimuli' sturen het huidige gedrag op actieve leeftijd"
Een tweede populaire misvatting maakt deel uit van de 'pitch' voor de pensioenknip-Jambon, namelijk dat financiële 'pensioenstimuli' het huidig gedrag op actieve leeftijd sturen. Een deel van het opzet van deze 'pensioenhervorming' is het stimuleren van langere loopbanen (via de pensioenmalus) en effectieve arbeidsprestaties (via nieuwe regels gelijkstellingen).
Een stroom aan internationaal onderzoek plaatst stevige vraagtekens bij het idee. In een baanbrekende studie onderzochten Duitse academici het pensioneringsgedrag van verschillende generaties Duitsers. De conclusie sloeg de onderzoekers met verstomming: financiële pensioenincentives hebben slechts een beperkte impact op de uiteindelijke pensioendatum, maar liefst 29% vertrok exact in de maand waarop ze een statutaire minimumleeftijd bereikten. De onderzoeker denken dat die minimale leeftijd als sociale norm fungeert. Op het einde van de loopbaan kennen financiële pensioenincentives dus hun limieten.
Het tijdsverschil tussen 'gedrag' op actieve leeftijd en 'beloning' bij pensioen is simpelweg te groot
Richten we de blik op het midden van de loopbaan, dan spelen die pensioenstimuli slechts een figurantenrol. Anders geformuleerd: denken we nu echt dat Belgen sneller opnieuw aan de slag zullen gaan als de periode werkloosheid over 20 of 30 jaar minder of geen pensioen oplevert? Het tijdsverschil tussen 'gedrag' op actieve leeftijd en 'beloning' bij pensioen is simpelweg te groot. In Duitsland bijvoorbeeld ontvangen vrouwen een hoger pensioenbedrag na een minimumbijdrageperiode van 15 jaar. Wat blijkt? Die regel heeft nauwelijks impact op de lengte van de loopbaan.
Het is simpelweg een illusie te denken dat pensioenregels het huidig arbeidsmarktgedrag sturen. Dat geldt des te meer voor de pensioenknip-Jambon. Een absoluut noodzakelijke voorwaarde opdat pensioenbeleid gedrag zou sturen, is dat de regels begrijpelijk en transparant zijn. Niet enkel zijn de nieuwe pensioenregelsmaterie op het niveau van een doctoraat, ook mypension.be brengt voorlopig geen licht in de duisternis.
Jambon worstelt met heden en verleden
Het 'versterken van de band tussen pensioen en effectieve arbeidsprestaties', zo klinkt het eufismistisch in het regeerakkoord. In realiteit vertrekt de regering vanuit populaire pensioenmisvattingen. Men haalt vakkundig heden en verleden door elkaar. Pensioenbeleid stuurt het huidig gedrag op actieve leeftijd niet, maar kent in essentie nieuwe 'waarde' toe aan het verleden. Financiële pensioenincentive 'prikkelen' zo onvoldoende, maar 'prikken' wel selectief bij wie in het verleden minder fortuinlijk was.